donderdag 28 januari 2016

Boeken uit de tweede hand

Zo veel nieuwe publicaties over Nijmegen en omgeving kwamen er afgelopen oktober en november uit, zo weinig waren het er in december en januari. Toch heeft het Regionaal Archief Nijmegen weer een aardig stapeltje boeken en brochures weten te verwerven.

In die stapel slechts enkele nieuwe uitgaven. Zo schonk de heer P. Eijkhout begin december, als vervolg op zijn eerdere publicatie het werk Leenaktes van de Winkelsteeg, waarin transcripties en kopieën staan van leenaktes over De Winkelsteeg, alle uit de zestiende tot en met de achttiende eeuw. Het handzame boekje De Hohenstaufen en Nijmegen (circa 1150-1250) vertelt over de keizers uit dit vorstenhuis die een grote rol hebben gespeeld in (de ontwikkeling van) het Valkhof en Nijmegen. Nijkerker Anton van Renssen promoveerde eind vorig jaar op de weesinrichting Neerbosch en haar stichter Johannes van ’t Lindenhout. Zijn proefschrift Het wezendorp Neerbosch staat ook in onze aanwinstenkast.

Het grootste deel van de aanwinsten is dit keer niet nieuw: het zijn oudere publicaties die nog ontbraken in onze collectie. Ze waren eerder aan onze aandacht ontsnapt, doken ineens op in een archief waarmee ze geen verder verband hadden of werden door oplettende collega’s of vrijwilligers gespot en geschonken.

Het Regionaal Archief Nijmegen streeft een zo volledig mogelijke bibliotheekcollectie na. Heeft u nog bijzondere publicaties over Nijmegen of de regiogemeenten in huis waarvoor u een goede bestemming zoekt? Kijk dan eerst in onze digitale studiezaal of wij deze publicatie al in huis hebben. Als dat niet zo is, schroom dan niet om contact op te nemen met ondergetekende.

In december en januari zijn verder de volgende nieuwe publicaties in onze catalogus opgenomen:

En deze oudere publicaties:

woensdag 20 januari 2016

Het Regionaal Archief Nijmegen zet de tekeningen van de uitleg van de stad online

'Het Driemanschap', v.l.n.r.
Graadt van Roggen, Francken
en Terwindt, 1875. Fotocoll.
RAN, F35133
In april 1874 werd met het aannemen van de Vestingwet de vestingstatus van een aantal steden, waaronder Nijmegen, opgeheven. Voor Nijmegen betekende dit het startsein voor de afbraak van de vestingwerken (de ontmanteling), gevolgd door een grootschalige stadsuitbreiding (de uitleg).

Nog geen maand nadat het parlement de Vestingwet had aangenomen, benoemde de gemeenteraad een 'Commissie tot uitleg van de stad', die tot taak kreeg de nieuwe ontwikkelingen waarmee de stad zich geconfronteerd zag in goede banen te leiden. Zo moest er met de rijksoverheid worden onderhandeld over de aankoop van de vestinggronden, de oude stadsmuren en -poorten moesten worden gesloopt en er moesten plannen op tafel komen voor de bestemming en invulling van de nieuwe gronden. Daarnaast moest de stad haar langverwachte aansluiting krijgen op het nationale spoorwegnet.

Het eerste Plan van uitleg van Van Gendt, 1877. Archief Cie.
tot Uitleg van de Stad Nijmegen 1875-1890, KPU-116A
De Commissie tot uitleg van de stad bestond uit drie vooraanstaande Nijmegenaren: de advocaat mr. Walraven Francken, de industrieel Herman L. Terwindt en de koopman Johannes Graadt van Roggen. Als gemeenteraadslid en wethouder (Francken en Terwindt) hadden zij hun sporen in de politiek ruimschoots verdiend. De commissie werd al gauw aangeduid als 'het Driemanschap'. Doel van de commissie was het creëren van een stad van licht, lucht en ruimte met statige huizen, parken en fonteinen, brede singels en pleinen. Nijmegen moest met name voor gegoede burgers aantrekkelijk worden gemaakt om te wonen.

Het duurde echter nog enkele jaren voordat tot actie kon worden overgegaan. Pas in 1877 kocht de gemeente voor twee ton het voormalige vestingterrein (80 ha.) van het Rijk. Nu kon worden begonnen met de sloop van de walmuren en torens, een klus die binnen twee jaar werd geklaard. Alleen de vestingtorens en muurgedeelten in het Hunnerpark en het Kronenburgerpark bleven behouden. Gelukkig zijn de vestingwerken vlak voor de afbraak nog fotografisch vastgelegd door de Nijmeegse stadsfotograaf Gerard Korfmacher.

Plan voor de aanleg van het Kronenburgerpark, 1880. Archief
Cie. tot Uitleg van de Stad Nijmegen 1875-1890, KPU-290
In juni 1877 kwam F.W. van Gendt, ingenieur voor de ontmanteling in Rijksdienst, met het eerste plan van uitleg, dat onder meer voorzag in twee parallel lopende boulevards en de aanleg van een park bij de Kronenburgertoren. In november van datzelfde jaar werd een tweede plan van de Maastrichtse stadsarchitect W.J. Brender à Brandis gepresenteerd, waarin veel ruimte was gereserveerd voor parken en pleinen. De basis van dit plan vormde een groot ovaalvormig plein waarop zeven wegen uitkwamen (ongeveer het tegenwoordige Keizer Karelplein). Het definitieve plan van uitleg werd in 1878 aan de Commissie voorgelegd door L.A. Brouwer uit Den Haag, die ook een plan voor de stad Groningen had gemaakt. Brouwer vervolmaakte het ovale plein van Brender à Brandis tot wat nu het Keizer Karelplein is. Ook het Kronenburgerpark was in zijn plan opgenomen. Maar het stond de Commissie in het plan van Brouwer vooral aan dat er meer grond voor bouwterrein vrijkwam. Uiteindelijk werd met de uitvoering van dit plan gestart onder leiding van Brender à Brandis.

Plan van aanleg van een plantsoen op het Keizer Karelplein, 1883.
Archief Cie. tot Uitleg van de Stad Nijmegen 1875-1890, KPU-317
De bijna 500 plan- en profieltekeningen die in het kader van de uitleg zijn gemaakt en die vanaf nu in de beeldbank van het Regionaal Archief te raadplegen zijn maken deel uit van het archief van de Commissie tot uitleg van de stad Nijmegen 1875-1890. Ze zijn stuk voor stuk beschreven door Peter Kruissen.

bron: R. Abma e.a. (red.), Stad aan de Waal: Nijmegen van Romeinse tot moderne stad, Nijmegen 1984

maandag 4 januari 2016

Openbaarheidsdag

Grasduinen door de schoolresultaten van leerlingen van het Canisiuscollege uit de jaren dertig, de dag- en nachtrapporten van de gemeentepolitie uit 1955 of de huwelijksregisters uit 1940? Vanaf vandaag kan het.

Aan het begin van ieder nieuw kalenderjaar vervalt de beperking op de openbaarheid van sommige archieven. De informatie in deze archieven is dan toegankelijk voor onderzoekers, journalisten en publiek. Tal van documenten zijn vanaf die dag zonder beperking voor iedereen in te zien. De eerste dinsdag van het jaar - de eerste dag van het jaar waarop de studiezalen van archieven hun deuren weer openen - werd door het Nationaal Archief enkele jaren geleden omgedoopt tot Openbaarheidsdag.

Overheidsinstellingen dragen na twintig jaar hun archieven over aan een archiefinstelling. Een groot deel daarvan is direct in te zien. Mocht de inhoud de privacy van nog levende personen schaden of onevenredig benadelen dan kan de openbaarheid voor een vooraf vastgestelde periode worden beperkt. Deze termijn vervalt op de eerste januari na het verstrijken ervan. Die dag noemen we sinds 2010 Openbaarheidsdag.

Ook in Nijmegen en omgeving betekent Openbaarheidsdag goed nieuws voor historisch geïnteresseerden. Voor genealogen zijn er nieuwe jaargangen van bijvoorbeeld de huwelijksregisters van de burgerlijke stand beschikbaar. Stukken uit de archieven van scholen als het Canisius College of De Kronenburg geven de resultaten van leerlingen uit de jaren '30 prijs. Dag- en nachtrapporten van de gemeentepolitie in 1955 zijn vanaf vandaag ook openbaar: het jaar waarin Nijmegen 1850-jarig bestaan van de stad vierde en de gemeentepolitie uitbreidde in verband met de steeds verder vorderende wederopbouw. Uit 1940 worden delen van het dagboek van Martha Waaldijk openbaar. Met haar sterke nationaal-socialistische sympathieën biedt haar relaas een uitzonderlijk perspectief op het eerste oorlogsjaar. De komende jaren zullen steeds meer delen van haar dagboeken uit de latere oorlogsjaren openbaar worden.

Er is ongetwijfeld nog veel meer te ontdekken. De lijst met openbaar geworden stukken in het Regionaal Archief Nijmegen is hier te raadplegen. Graag tot ziens in de studiezaal!