dinsdag 1 november 2016

‘Over de grens’, Nijmeegse zoeaven in dienst van de paus

Op 1 november 1867 verscheen voor de Nijmeegse burgemeester F.P. Bijleveld als ambtenaar van de burgerlijke stand Johannes Jansen, molenaarsknecht, woonachtig aan de Karregas B598. Hij verklaarde toestemming te verlenen aan zijn negentienjarige zoon Jasper Hendrikus om dienst te nemen in het pauselijke leger. De burgemeester wees hem erop dat zijn zoon het Nederlanderschap zou verliezen door in buitenlandse dienst te gaan als hij daarvoor geen ontheffing krijgt van de koning. 
Het proces-verbaal dat hiervan is opgemaakt bevat dertig ondertekende verklaringen van ouders van zonen die in het pauselijk leger dienst wilden nemen  (Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946, inv. nr.12502).


Proces-verbaal van verklaringen van ouders van
 hun zonen in buitenlandse dienst
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
Strijd tussen het koninkrijk Italië en de Pauselijke Staat
Tussen 1860 en 1870 dienden Fransen, Belgen en ruim 3000 Nederlandse vrijwilligers in het pauselijke leger, de zogenaamde pauselijke zoeaven, om te strijden tegen het Koninkrijk Italië. Rome werd gekozen als nieuwe hoofdstad, hoewel die stad op dat moment nog onderdeel vormde van de pauselijke staat. Nijmegen leverde 230 zoeaven aan het pauselijke leger en was daarmee na Amsterdam in Nederland de grootse leverancier. Nijmegenaren lieten zich daarbij niet afschrikken door de liberaal-hervormde burgemeester Bijleveld, die de werving van 'jongelingen' probeerde tegen te werken.

Bekendmaking van Burgemeester Bijleveld
betreffende de werving van 'jongelingen'
voor buitenlandse dienst, 1866
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
De meeste zoeaven keerden naar hun strijd terug naar hun woonplaats, waar zij als helden werden ontvangen. De meesten hadden echter verzuimd ontheffing aan te vragen bij de koning en verloren hun Nederlanderschap, omdat zij in vreemde krijgsdienst waren getreden. Verder kwamen ze niet meer in aanmerking voor overheidsfuncties en ondersteuning als zij tot armoede vervielen.

Rubriek militaire zaken, 1810-1946 toegankelijk:
Dit proces-verbaal maakt onderdeel uit van de rubriek ‘Militaire zaken’ van het archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946. De afgelopen maanden zijn de stukken uit deze rubriek geïnventariseerd en deze zijn nu via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen te raadplegen.

De rubriek bevat onder meer stukken over het Franse leger, de Nationale Militie,de schutterij, Nederlandse Binnenlandse strijdkrachten (NBS), het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), de Duitse Weermacht en particuliere verenigingen betreffende de gewapende dienst.
In de subrubriek ‘Militaire gebouwen en terreinen’ zijn stukken te vinden over de vestingwerken, kazernes, forten, stadspoorten- en torens van Nijmegen in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Literatuur:
N.A. Hamers (redactie), Zouaven uit Nijmegen en omgeving (1866-1870), in: Zoeklicht 2000: genealogische heraldische bundel, Nijmegen 2000
L. Winkeler. Op de bres voor een verre paus (1860-1870); Nijmeegse zoeaven, in: Nijmeegs Katern 26 (2012) nr. 1. p. 3-10

Internet:
Website Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Pauselijke_Zoeaven
Website Huis van de Nijmegen, pagina 'De Tweede Wereldoorlog in Nijmegen'

Geen opmerkingen: