donderdag 26 mei 2016

Een 14e eeuwse Moor in het papier


Afb. 1
Zoekend naar middeleeuwse boeken en bindingen in het archief van het Stadsbestuur Nijmegen, stuitte ik op de ‘rekeningen der stad Nijmegen’. De oudste rekening, 2 katernen met een omslagje eromheen,  is gedateerd op 1382 en is geschreven op papier, een schrijfmateriaal wat je in die tijd nog niet veel tegen komt. Bij mij kwam dan ook even de twijfel op, of dit exemplaar daadwerkelijk in 1382 is geschreven, of dat het hier om een kopie gaat uit de 15e eeuw. 

In het papier van de stadsrekening met inventarisnummer 685 valt direct het watermerk op. Het is een prachtig zijaanzicht van het hoofd van een Moor (afbeelding 2). Een watermerk is een afbeelding ìn (en niet òp) het papier. Dit wordt gemaakt door op de zeef waarmee het papier wordt geschept, een afbeelding van ijzerdraad vast te maken (afbeelding 3). Doordat de afbeelding òp de zeef ligt, wordt het papier op deze plek iets dunner. Als het licht door het papier schijnt, zie je daardoor de afbeelding.

Afb. 2
In papier uit de late middeleeuwen vind je altijd een watermerk; het was de manier waarop de verschillende papiermolens hun ‘stempel’ zette op het papier dat ze maakten. Elke papiermolen had zijn eigen afbeelding. Wanneer een afbeelding werd gemaakt, bijvoorbeeld een ossenkop met een kruis erboven, ging deze een bepaalde tijd mee. Na één of twee jaar was de afbeelding dusdanig verbogen en gedeeltelijk afgebroken, dat hij vervangen moest worden. Deze nieuwe ossenkop met kruis zag er iets anders uit dan zijn voorganger; de horens waren langer, de ogen kleiner, de dwarsbalk van het kruis iets hoger, enzovoort.

Afb.3
De variaties in de watermerken kunnen helpen bij het dateren van een boek. Het papier dat gedurende 1 jaar werd gemaakt, heeft een identiek watermerk. Dit papier werd direct verkocht aan tussenhandelaren, die het weer verkochten aan schrijvers en boekbinders. Zij gebruikten het zo snel mogelijk. Je mag aannemen dat een nieuw vel papier binnen 2 jaar in een boek was gebruikt. Wanneer nu in 4 boeken één en dezelfde ossenkop wordt aangetroffen, en 2 boeken daarvan zijn gedateerd op respectievelijk 1432 en 1438, mag je ervan uit gaan dat de 2 ongedateerde boeken uit de periode 1430 tot 1440 komen.

De afgelopen 15 jaar is er enorm veel onderzoek gedaan naar watermerken, hetgeen heeft geresulteerd in diverse watermerkdatabases op internet. Hier kun je zoeken naar watermerken en de vindplaatsen ervan. Ik heb tijdens mijn studie Middeleeuwse Letterkunde zelf meegewerkt aan zo’n onderzoek, en weet dus gelukkig goed de weg in zulke databases. Ik ga mijn Moor eens proberen terug te vinden.


Afb. 4
Op de site van Bernstein, een overkoepelende website voor papieronderzoek, vind ik tussen de vele databases er enkele die al papier hebben uit de 13e eeuw. Ik kies voor de Oostenrijkse Academie voor Wetenschappen, waarvan ik weet dat zij een heel prettig zoeksysteem hebben. Aan de hand van afbeeldingen moet je telkens weer keuzes maken waardoor je zoekgebied steeds kleiner wordt. Voor mijn Moor wordt de uiteindelijke zoekopdracht: Figuren, anthropomorphe / Kopf / Mohr / frei, mit Kopfbedeckung / Stirnband / ohne Beizeichen / mit Augen / Linie Hinterkopf sichtbar / Stirnbandende zweiteilig. Ik krijg een pop up scherm met 16 afbeeldingen. Allemaal Moren van opzij met een hoofddoek (afbeelding 4). En ja, die van mij staat ertussen! Het blijkt een watermerk uit een handschrift uit 1380-1385, waarschijnlijk geschreven in het Augustiner Chorherrenstift in Klosterneuburg, Oostenrijk (afbeelding 5). (Kijk voor meer info over dit boek op deze website)

Afb. 5
De datering kan niet beter aansluiten: mijn watermerk uit 1382, en dit andere watermerk uit 1380-85. Conclusie: de stadsrekening is daadwerkelijk een origineel uit het erin aangegeven jaar, en geen latere kopie. Toch maar mooi spul, die watermerken!

Astrid Enderman | vrijwilliger Regionaal Archief Nijmegen

2 opmerkingen:

Yvette Hoitink zei

Fraai staaltje onderzoek, leuk om te lezen. Betekent dit, dat het stadsbestuur van Nijmegen papier betrok bij dezelfde papiermolen als het Oostenrijkse Stift? Dat vind ik op zich ook een bijzondere ontdekking. De overeenkomst tussen de twee merken is zo treffend dat ik geen andere conclusie zie.

Astrid Enderman zei

Jazeker, Yvette Hoitink, dat is volgens mij de juiste conclusie. In die tijd was er sowieso nog geen papiermolen hier in de regio. In Italie en Spanje waren deze er in die tijd al wel. Papier zal in die periode dus waarschijnlijk uit het Middellandse Zee gebied zijn geïmporteerd. Het Nijmeegs stadsbestuur kocht zijn papier bij de plaatselijke handelaar, die weer inkocht bij de papiermolen die ook leverde aan handelaren in Stift. Toch een flinke reis voor een velletje papier!