maandag 19 december 2016

Achterom kijken en vooruit zien

De lange avonden en de kou in december nodigen voor menigeen uit tot het terugkijken op het bijna afgelopen jaar en tot het maken van voornemens voor het nieuwe. Nu ik voor u op een rijtje heb gezet welke boeken de bibliotheek van het Regionaal Archief Nijmegen de afgelopen maanden en het afgelopen jaar heeft verworven, kan ik niet anders concluderen dan dat het resultaat lijkt op dat van voorgaande jaren: veel nieuwe boeken en brochures over de meest uiteenlopende onderwerpen. Voor ieder weer wat wils!

De aanwinsten van de afgelopen tweeënhalve maand weerspiegelen die veelzijdigheid. Hierna de nieuwe publicaties die we hebben opgenomen:

Oudere publicaties die we in de afgelopen maanden verwierven:

Vooruitblik
Wat het nieuwe jaar brengt is grotendeels ongewis, al ben ik er van overtuigd dat de rijke historie en de archieven van de stad en streek een haast onuitputtelijke bron blijven voor geschiedschrijvers. Zeker is dat de aankondiging van onze nieuwe bibliotheek- en archiefaanwinsten in de loop van komend jaar niet meer op deze weblog zullen worden geplaatst. We gaan de stap naar Facebook maken.

woensdag 23 november 2016

Artikelen Jaarboek Numaga makkelijker vindbaar

Op 26 november publiceert historische vereniging Numaga haar Jaarboek 2016, ongetwijfeld voorafgegaan door een boeiend ochtendprogramma over sport in de stad – het thema van dit jaarboek. Maar waarover gingen de artikelen in de eerdere jaarboeken ook alweer? U kunt het nu opzoeken in de bibliotheekcatalogus van het Regionaal Archief Nijmegen (RAN).

Annemieke Slockers, vrijwilliger op het RAN, heeft in een klein halfjaar circa 125 artikelen uit de jaarboeken Numaga van 2000 tot en met 2015 apart beschreven voor de catalogus. Dit nadat ze eerder al de artikelen uit het Nijmeegs Katern uit de jaren 2000-2015 had ingevoerd.
Niet alle artikelen zijn opgenomen: de kronieken zijn niet apart beschreven en ook de lemmata in de Nijmeegse Biografieën zijn om praktische redenen achterwege gebleven.

Het is de bedoeling dat in de toekomst eens per jaar alle artikelen uit het Nijmeegs Katern en Jaarboek Numaga worden ingevoerd in de bibliotheekcatalogus van het archief. Zo vinden historici en andere geïnteresseerden beter hun weg door de publicaties van Numaga.

woensdag 16 november 2016

Journaal van een reijs door Gelder- en Kleefsland

De vesting Schenkenschans,
van de overzijde van de Rijn bezien.
Nijmegen is een populaire toeristische bestemming: riviercruises doen de stad aan vanaf de Waalkade en zeker in de zomer mag de stad zich verheugen op de komst van vele duizenden bezoekers. Ook in de 18e eeuw werd de stad en streek bezocht door reizigers, getuige de reisverslagen die bewaard zijn gebleven.    

Tussen 14 juli en 8 augustus 1773 reisden de Dordtse notariszoon en advocaat Martinus van Nieveld (1710-1794) (ook: Nievelt) en zijn vrouw Sara  Bije met zes van hun kinderen door Gelderland, een zeer gewilde trip. Een van de kinderen, Albertus (1746-1824), ook advocaat en tevens baljuw van Koudekerk, legde de reis vast in een verslag: ‘Journaal van een reijs door Gelder- en Kleefsland, gedaan door mr Martinus van Nievelt, zijne huisvrouwe en zes oudste kinderen […]’. Dit verslag staat niet in de lijst reisverslagen van Lindeman, Scherf en Dekker, wel een eerdere reis van Albertus in 1770 naar Vlaanderen (zie nr 251, daar als Van Nietveld gespeld).

De beschrijving is tamelijk obligaat op enkele aardige passages na. Op 1 augustus kwamen zij te Nijmegen aan: ‘Om 11 uuren gingen wij naar de Parade in ’t Kalverbosch [Kelfkensbos], die afgelopen zijnde, dronken wij een kop chocolaat bij den Hr. van Gend, dien wij te Kleef gerencontreerd hadden, en ons zeer veel politessen deed’. Weinig mensen, veel gebouwen en soms een mooie uitschieter: ‘… en kwamen eijndelijk aan een veirtje over Schenkenschans, daar wij met een roeijschuitje over een arm van den ouden Rijn gezet wierden; moesten toen nog een glibberige smalle kade overgaan tot dat wij in de Schans kwamen; dit is een vesting, die vrij vervallen is, zijnde maar eene straat, of liever slikweg, daar bedroefde huizen staan; met een woord het slegtste plaatsje, dat ik ooit gezien heb’.

Tijdens de inventarisatie van de archieven van de De Gelderse Bloem (een Gelderse stichting die dissertaties en andere publicaties uitgaf en bemiddelde bij subsidieaanvragen) stuitte ik op twee typoscripten van reisverslagen. Dit is de eerste van de twee, een verslag van de reis in 1773 met correcties, dat mogelijk als bijlage diende voor een subsidieverzoek.

Ik vermoed dat het typoscript uit begin jaren zeventig van de vorige eeuw stamt. Er zit verder geen naam van een bewerker bij, geen correspondentie, geen aantekening, niets. Voor zover mij bekend is het ook niet gepubliceerd. Toch hoop ik die bewerker alsnog te vinden, temeer daar het manuscript – blijkens een globaal onderzoekje – niet aanwezig is, althans op de voor de hand liggende plaatsen.

Het manuscript van het reisverslag uit 1770 bevindt zich in de UBL, maar dat van de reis uit 1773 berust daar niet. Het is ook niet in het Gelders Archief en niet in het Regionaal Archief Nijmegen te vinden. Navraag bij het Regionaal Archief Dordrecht leerde dat het manuscript daar evenmin bekend is (met dank aan Sander van Bladel)

Wordt hopelijk vervolgd..

Pieter van Wissing

donderdag 10 november 2016

Foto-expositie “The re-birth of Serjilla”

De Syrische fotojournalist Mohammad Abdulazez (Azouz) vond nieuw leven in een verlaten Syrische stad. Een kleine selectie van zijn werk is tot het eind van het jaar te zien in de doorgang van het archief naar de bibliotheek, na een succesvolle expositie in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.

 Azouz deed tussen 2011 en 2015 verslag van het conflict in Syrië en het leven van Syrische vluchtelingen in Turkije. Na een lange en gevaarlijke vlucht van Homs via Gaziantep naar Nederland, kwam hij uiteindelijk in het vluchtelingenkamp Heumensoord in Nijmegen terecht. Zijn lange en levensgevaarlijke tocht tussen de twee zustersteden staat in schril contrast met het gemak waarmee de reis in tegenovergestelde richting kan worden gemaakt.  Inmiddels gevestigd in Amsterdam maakt hij nog steeds verhalen over Syrië, Turkije en de vluchtelingenproblematiek. Zijn werk was eerder o.a. te zien in De Volkskrant en Breda Photo. De foto-expositie kwam tot stand met steun van Europe Direct Nijmegen.

Voor 024 Geschiedenis maakte Abdulazez een selectie van beelden die hij maakte in Serjilla, een oude Romeinse stad in Syrië die inmiddels tot ruïnes is vervallen en waar tot de oorlog geen mens meer woonde. Inmiddels is de stad een toevluchtsoord geworden voor arme gezinnen uit de regio, die daar zonder water, voedsel en echt onderdak proberen te overleven. Zonder ontsnappingsmogelijkheden.

In de hal van het archief in eveneens een videopresentatie te zien van foto's van het Facebook-initiatief Humans of Heumensoord, die onlangs door het archief werden verworven. Het is een van de manieren waarop het archief probeert deze bijzondere episode uit de recente Nijmeegse geschiedenis te documenteren en vast te leggen voor toekomstige generaties.

De foto's en de videopresentatie zijn gratis te bezoeken tijdens openingsuren van het archief en fungeren als extra programma-onderdeel bij de uitreiking van de Vrede van Nijmegen penning.


Promotiefilm van de expositie die werd gemaakt voor 024 Geschiedenis.

dinsdag 1 november 2016

‘Over de grens’, Nijmeegse zoeaven in dienst van de paus

Op 1 november 1867 verscheen voor de Nijmeegse burgemeester F.P. Bijleveld als ambtenaar van de burgerlijke stand Johannes Jansen, molenaarsknecht, woonachtig aan de Karregas B598. Hij verklaarde toestemming te verlenen aan zijn negentienjarige zoon Jasper Hendrikus om dienst te nemen in het pauselijke leger. De burgemeester wees hem erop dat zijn zoon het Nederlanderschap zou verliezen door in buitenlandse dienst te gaan als hij daarvoor geen ontheffing krijgt van de koning. 
Het proces-verbaal dat hiervan is opgemaakt bevat dertig ondertekende verklaringen van ouders van zonen die in het pauselijk leger dienst wilden nemen  (Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946, inv. nr.12502).


Proces-verbaal van verklaringen van ouders van
 hun zonen in buitenlandse dienst
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
Strijd tussen het koninkrijk Italië en de Pauselijke Staat
Tussen 1860 en 1870 dienden Fransen, Belgen en ruim 3000 Nederlandse vrijwilligers in het pauselijke leger, de zogenaamde pauselijke zoeaven, om te strijden tegen het Koninkrijk Italië. Rome werd gekozen als nieuwe hoofdstad, hoewel die stad op dat moment nog onderdeel vormde van de pauselijke staat. Nijmegen leverde 230 zoeaven aan het pauselijke leger en was daarmee na Amsterdam in Nederland de grootse leverancier. Nijmegenaren lieten zich daarbij niet afschrikken door de liberaal-hervormde burgemeester Bijleveld, die de werving van 'jongelingen' probeerde tegen te werken.

Bekendmaking van Burgemeester Bijleveld
betreffende de werving van 'jongelingen'
voor buitenlandse dienst, 1866
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
De meeste zoeaven keerden naar hun strijd terug naar hun woonplaats, waar zij als helden werden ontvangen. De meesten hadden echter verzuimd ontheffing aan te vragen bij de koning en verloren hun Nederlanderschap, omdat zij in vreemde krijgsdienst waren getreden. Verder kwamen ze niet meer in aanmerking voor overheidsfuncties en ondersteuning als zij tot armoede vervielen.

Rubriek militaire zaken, 1810-1946 toegankelijk:
Dit proces-verbaal maakt onderdeel uit van de rubriek ‘Militaire zaken’ van het archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946. De afgelopen maanden zijn de stukken uit deze rubriek geïnventariseerd en deze zijn nu via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen te raadplegen.

De rubriek bevat onder meer stukken over het Franse leger, de Nationale Militie,de schutterij, Nederlandse Binnenlandse strijdkrachten (NBS), het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), de Duitse Weermacht en particuliere verenigingen betreffende de gewapende dienst.
In de subrubriek ‘Militaire gebouwen en terreinen’ zijn stukken te vinden over de vestingwerken, kazernes, forten, stadspoorten- en torens van Nijmegen in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Literatuur:
N.A. Hamers (redactie), Zouaven uit Nijmegen en omgeving (1866-1870), in: Zoeklicht 2000: genealogische heraldische bundel, Nijmegen 2000
L. Winkeler. Op de bres voor een verre paus (1860-1870); Nijmeegse zoeaven, in: Nijmeegs Katern 26 (2012) nr. 1. p. 3-10

Internet:
Website Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Pauselijke_Zoeaven
Website Huis van de Nijmegen, pagina 'De Tweede Wereldoorlog in Nijmegen'

maandag 10 oktober 2016

Affichecollectie Michiel van de Loo toegankelijk

Michiel van de Loo in 2005 (foto: Norbert Voskens).
Fotocollectie RAN, F9200
Op 22 februari  j.l. overleed de Nijmeegse kunstenaar en vredesactivist Michiel I.E.M. van de Loo. Hij was nog maar 64 jaar. Als beeldend kunstenaar vond hij zijn inspiratie zowel in de Nederlandse volkscultuur als in niet-westerse culturen van bijv. de Indianen en de Azteken.

Tijdens zijn leven gaf Michiel blijk van een grote maatschappelijke betrokkenheid, beginnend bij zijn naaste omgeving. Al sinds zijn jeugd voerde hij acties voor mensen die dat nodig hadden. In zijn huis aan de Ubbergseweg had hij onder de naam Studio 104 zijn werkplaats ingericht als expositieruimte, waar hij andere kunstenaars en actievoerders de gelegenheid bood om hun boodschap uit te dragen. 

Affiche van Michiel van de Loo voor het
behoud van de Ooijpolder, 1972. Affichecoll.
M.I.E.M. van de Loo, 1001.1
Michiels eigen engagement vertaalde zich onder meer in zijn inzet voor het behoud van de Ooijpolder, toen de gemeente Nijmegen plannen had om daar 17.000 woningen te bouwen. Michiel ontwierp zelf een aantal protestaffiches. Ook wilde hij mensen, met name kinderen, bewust maken van het  belang van vrede in de wereld. In het najaar van 2015 zette hij een Vredesfestival op in Nijmegen, waarbij hij een groot aantal affiches uit zijn collectie exposeerde. Zijn plan om dit in Kleef te herhalen heeft hij niet meer kunnen uitvoeren. Een aantal vrienden van Michiel is nu voornemens om de expositie van affiches  zoals hij die voor ogen had in 2017 alsnog in Kleef te laten plaatsvinden.

Mozaïek Madonna met Kind van Michiel van de Loo
(foto: Jan Eichelsheim). Fotocollectie RAN, DF 2972
Michiel van de Loo was wars van kaders. Hij ging bewust zijn eigen gang. Zo was hij ook geen regelmatige kerkbezoeker. Toch bevindt zijn belangrijkste kunstwerk zich in het portaal van de  Maria Geboortekerk aan de Berg en Dalseweg in Nijmegen. Het is een mozaïek van een levensgrote Madonna met Kind, gemaakt van stukjes glas die hij persoonlijk in Venetië heeft gekocht. Om het mozaïek te kunnen maken verdiepte hij zich grondig in de Byzantijnse kunst en ging hij naar Ravenna om de oudchristelijke mozaïektechniek te bestuderen. Michiel zei zelf over dit werk, dat hij rond 1996 voltooide: ‘Ik ga Maria zo maken dat de mensen wel van haar moeten houden’. 

Promotie affiche voor de Vereninging
Dienstweigeraars, ca. 1980. Affichecoll.
M.I.E.M. van de Loo, 1000.2651
Het Regionaal Archief had goede contacten met Michiel van de Loo. Bij leven had hij al een deel van zijn affichecollectie aan het archief beschikbaar gesteld om te laten scannen t.b.v. opname in de beeldbank. Na zijn overlijden heeft zijn familie de collectie affiches die betrekking hebben op Nijmegen en omstreken, of op acties waarbij Nijmegen sterk betrokken was, aan het archief geschonken. Het zal geen verwondering wekken dat het voornamelijk protest- en vredesaffiches betreft, die Michiel heeft verzameld en deels zelf heeft ontworpen. De affiches zijn beschreven door Jacqueline van Diejen. De collectie is te zien via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief.

woensdag 5 oktober 2016

Een zomer vol boeken

Afgelopen zomer bracht weer een aardige stapel aan publicaties over Nijmegen en omgeving die werd opgenomen in de bibliotheek van het Regionaal Archief Nijmegen. Opvallend: de aanlevering van een relatief grote hoeveelheid digitale of gedigitaliseerde publicaties. En liefst twee boeken uit en over een regiogemeente waarover (helaas) zelden een boek verschijnt.

Het project Verhalenbank Nijmegen werd aangevuld met zeven transcripties van interviews met Nijmegenaren over hun herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Verschillende geïnterviewden maakten het oorlogsleed van akelig nabij mee. Ruim zeventig jaar na dato doen zij hun verhaal. De transcripties zijn gekoppeld aan de geluidsopnamen van de interviews.

Een veel geraadpleegde bron is Oud-Nijmegens kerken, kloosters, gasthuizen, stichtingen en openbare gebouwen (1909), geschreven door gemeentearchivaris H.D.J. van Schevichaven. Dit boek is door de Universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit gedigitaliseerd. Wij hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt: hun scans zijn ook in onze digitale studiezaal geplaatst en op trefwoord doorzoekbaar gemaakt.

Uit de gemeente Heumen bereiken ons slechts af en toe geschiedkundige publicaties, afgezien van het contactblad Heerlijkheid Malden dat drie keer per jaar uitkomt. Daarom was ik verheugd in één week tijd twee mooie publicaties te ontvangen uit de historierijke gemeente. In Het veer van Grave naar Nederasselt 1381 - 1929 doet René van Hoften uitgebreid uit de doeken wat er in de archieven is te vinden over onder andere de eigenaren van het veer en de perikelen waarin de gierpont verzeild raakte.

Kasteel Heumen. Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Marijne Magnée-Nentjes, Harrie Joosten en Tini Martens schreven Het verdwenen kasteel Heumen en zijn bewoners 1188 - 1880. Resten van een kleurrijk verleden. Het vondstenmateriaal uit een archeologische opgraving in 1980 werd recentelijk gereinigd en bestudeerd door het Erfgoedplatform Gemeente Heumen. Het onderzoek heeft een nieuw licht geworpen op de historie van het kasteel. Zo blijkt het eeuwen ouder te zijn dan tot nu toe werd aangenomen.

Erfgoedplatform Gemeente Heumen hoopt met deze twee boeken de aanzet te hebben gegeven tot meer publicaties over de lokale geschiedenis.

Andere, sinds eind juli binnengekomen publicaties:
Oudere publicaties:

zaterdag 1 oktober 2016

Grenzeloos geloof: stem op de Nijmeegse inzending bij de verkiezing van het Stuk van het Jaar

Oktober is de Maand van de Geschiedenis. De maand van 024 Geschiedenis: een weekend boordevol historische activiteiten, maar ook de maand van de verkiezing van de Stuk van het Jaar. Breng vanaf vandaag je stem uit op de Nijmeegse inzending. 

Ruim veertig archiefinstellingen nomineerden hun meest bijzondere stuk rondom het thema 'grenzen', het thema van de Maand van de Geschiedenis. Als archief Nijmegen kozen we voor een meertalige brochure uit de onlangs overgedragen archieven van de Heilig Land Stiching. Een stuk dat was ons betreft symbool staat voor grenzeloos geloof:  van de Roomse droom van een Heilig Land binnen de eigen landsgrenzen.


De katholieke emancipatie was begin twintigste eeuw op haar hoogtepunt. Nijmegen, de stad waar het katholicisme na eeuwen van een rol in marge bezig was aan een spectaculaire comeback, was  prominent in beeld als locatie voor het nieuwe centrum van katholiek Nederland.

Net buiten de stadsgrenzen van Nijmegen zou in de eerste decennia van de vorige eeuw een basiliek van megalomane proporties moeten verrijzen die zich zou kunnen meten met de Sacré Coeur in Parijs. Als locatie werd gekozen voor de Bakkersberg, die met het oog op de op te richten kerk alvast werd omgedoopt tot Sionsberg. De basiliek zou het kloppende hart moeten worden van het nieuwe centrum van het herboren katholicisme in Nederland: het ‘Nieuwe Jeruzalem’, met kerken, kloosters, monumenten, musea, een universiteit en wooncomplexen voor katholieken. Een Heilig Land in eigen land.

Het beginkapitaal, bijeengebracht met hulp van Paus Pius IX en de Nederlandse bisschoppen, werd ondergebracht in een speciale stichting: de Heilig Land Stichting. De archieven van deze stichting zijn onlangs overgebracht naar het Regionaal Archief Nijmegen. 

Door geldgebrek en verschillen van inzicht liepen de plannen voor een Nationale Basiliek uiteindelijk stuk. Wat rest in het archief zijn de grenzeloos ambitieuze plannen en meertalige brochures voor de ‘Nationale Basiliek van het Allerheiligste Hart van Jezus’. Een katholiek devotiepark gewijd aan het Beloofde Land kwam er wel. Museumpark Orientalis is nog steeds te bezoeken.

Eens met onze keuze? Vergeet dan vooral niet te stemmen!



woensdag 28 september 2016

R.K. Politiebond St. Michaël, afdeling Nijmegen

Grote moeite hebben de opeenvolgende secretarissen van de Nijmeegse afdeling van de R.K. Politiebond St. Michaël zich tussen 1927 en 1939 getroost om zo volledig mogelijk, vaak zelfs verbatim, verslag te doen van de ledenvergaderingen. Het resultaat is een notulenboek dat leest als de kroniek van een vereniging die weliswaar behoudend was, maar waarvan de leden capabel waren zich voortdurend af te vragen hoe zij zich, als katholieke politieagenten, te verhouden hadden tot een snel veranderende maatschappij. Behoorden zij hun geloof uit te dragen in hun beroep? Hoe moesten zij omgaan met de zich emanciperende vrouw? En hoe met het opkomend fascisme? Vragen die leidden tot een hartstochtelijk pleidooi om in uniform ter communie te gaan, tot de toelating van de eerste vrouw tot de afdeling – ene juffrouw Van Velzen – en tot een felle discussie over het wel of niet salueren tijdens het spelen van het Wilhelmus op NSB-manifestaties. Dat St. Michaël ook een vakbond was blijkt vooral uit de voortdurende pressie die de bond op de overheid uitoefende politieagenten van betere kledij te voorzien.

Pagina uit de feestgids ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van de afdeling in 1938.
Regionaal Archief Nijmegen, archief van de R.K. Politiebond St. Michaël, afdeling Nijmegen, 1913-1962, inv. nr. 4.

Het notulenboek werd al in 1977 geschonken aan het Gemeentearchief Nijmegen, voorloper van het Regionaal Archief Nijmegen. Later is het archief van St. Michaël aangevuld met stukken uit de nalatenschap van J.G. Eggenhuizen, agent bij de gemeentepolitie. Lange tijd was dit archief het enige wat het Regionaal Archief in huis had op het gebied van de vakbeweging. Recent is hierin verandering gekomen dankzij de overdracht van de omvangrijke archiefcollectie van de Stichting Vakbondshistorisch Archief Nijmegen en omstreken (SVAN). Momenteel is deze collectie in bewerking om haar toegankelijk te maken voor raadpleging. Het Regionaal Archief heeft dit project aangegrepen om ook het archief van St. Michaël opnieuw te inventariseren en opnieuw onder de aandacht te brengen.

vrijdag 23 september 2016

Vijftien jaar Archief aan het Mariënburg 27


Vijftien jaar geleden, op zaterdag 22 september 2001, opende het archief officieel zijn deuren in een fonkelnieuw gebouw aan het Mariënburg. Officieel, dat heet, bezoekers konden er toen al weken terecht, maar pas op de 22ste was het feest. Aan de gevel hing een banier, champagne werd ontkurkt en van heinde en verre waren belangstellenden toegestroomd. Iedereen was welkom en iedereen, zo leek het toch, was op komen dagen. De medewerkers van het archief spraken die dag de tanden uit hun mond. Restaurator Willemien Jansen herinnert zich de dag daarop geen stem meer te hebben gehad.
Misschien mag het feest een ontlading genoemd worden van alle emoties die zich in de jaren daarvoor hadden opgekropt. Hoewel de archiefmedewerkers de noodzaak van een nieuw gebouw wel inzagen, waren zij te zeer gehecht aan hun oude werkplek om de verandering zondermeer te aanvaarden. Het oude archief zat in de Mariënburgkapel en het Arsenaal, twee historische locaties die pasten bij de stukken die zij borgen, maar die weinig praktisch waren en niet meer voldeden aan alle wettelijke eisen. Toen het gemeentebestuur besloot om, in het kader van het Centrumplan 2000, het Mariënburg opnieuw in te richten en twee nieuwe winkelstraten aan te leggen, viel ook het besluit het gemeentearchief van nieuwe huisvesting te voorzien.

Het Gemeentearchief Nijmegen in aanbouw.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen, beeldbank F67984.
Het nieuwe archief stond niet op zichzelf, maar was met de openbare bibliotheek en de kantoren van de sociale dienst geïntegreerd in één gebouw. Een extra uitdaging waarvoor architect Jos van Eldonk zich zag gesteld was de eis dat het karkas van het oude politiebureau, dat voorheen op de locatie gevestigd was, hergebruikt werd in de constructie van het nieuwe gebouw. De bouw verliep voorspoedig en het leek erop dat het archief, geheel volgens de planning, al in het najaar van 2000 intrek kon nemen in zijn nieuwe behuizing. Maar naar mate de opleverdatum naderde nam de onrust onder de archiefmedewerkers toe, want terwijl zij alles regelden voor de verhuis had nog geen van hen het nieuwe depot kunnen zien. Was het wel in orde? Uiteindelijk trok Jansen haar stoute schoenen aan en bracht, vergezeld door een collega, een bezoek aan de bouwplaats zonder dat daarvoor nadrukkelijke toestemming was verleend.

Het nieuwe depot, voorheen de parkeergarage van de politie, bleek doordrenkt van het vocht; tijdens de bouw was er regelmatig regenwater ingelopen. Kwalijker nog dan dat was dat het plafond bestond uit strocement, een bouwmateriaal vol holtes waarin schimmelcultures welig kunnen tieren. Dit waren redenen genoeg de verhuis een paar maanden uit te stellen. Terwijl de kelder droogde werd het plafond weggefraset. Waar het strocement niet te verwijderen viel werd pur aangebracht en vervolgens latexverf; het bobbelige plafond dat zo ontstond verleende het depot een grotachtig aanzien. Toen de klus eindelijk was geklaard sprong er een waterleiding en moest de verhuis opnieuw een paar maanden worden uitgesteld.
Op 15 mei 2001 was het eindelijk zover: het archief sloot voor drie maanden zijn deuren en met hulp van 170 rolcontainers verplaatsten de medewerkers van beheer, bijgestaan door een verhuisbedrijf, alle archiefbescheiden van de ene naar de andere kant van het Mariënburg. Niet alles liet zich op deze wijze vervoeren. De spoelbak uit de restauratiewerkplaats paste niet door de deur en werd daarom met een hijskraan via de lichtstraat de studiezaal in getakeld.



De spoelbak wordt omhooggetakeld. Op de achtergrond is de Stevenstoren zichtbaar.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen, beeldbank F67971.
Het nieuwe gebouw logenstrafte de scepsis die van tevoren had geheerst. Van Eldonk had zijn gebouw voorzien van drie verschillende voorgevels om de drie verschillende functies die erin waren ondergebracht te benadrukken. Voor het archief had hij een gevel getekend met de uitstraling van een bastion: een stevige houten deur en kleine ramen als schietgaten waarlangs belegeraars bestookt konden worden. In zekere zin werd het publiek hiermee op het verkeerde been gezet, want na de duistere, defensieve entree opende zich een lichte studiezaal, waarvan de muren bont beschilderd waren in zonnebankoranje, nassaublauw, mintgroen en zuurstokroze. Bezoekers reageerden in meerderheid positief. Ook de medewerkers waren enthousiast. Voornaamste punt van kritiek was nog ‘de enorme afstand’ die plots afgelegd moest worden in de kelder; dit was niemand gewend. Als oplossing voor dit probleem werden de medewerkers van beheer voorzien van stepjes, waarmee zij zich snel konden verplaatsen. Raymond Waagen, die kort na de verhuis in het archief kwam werken, staat ‘de vrolijke boel’ die beneden heerste nog levendig voor de geest. Na enkele (bijna) ongelukken verdwenen de stepjes echter.
Na alle aanpassingen heeft het nieuwe depot zich de afgelopen vijftien jaar bewezen als een stabiele en veilige bewaarplaats voor archiefstukken. Dankzij de zestien kilometer aan plankruimte die het biedt is het Gemeentearchief Nijmegen in staat geweest uit te groeien tot het Regionaal Archief Nijmegen, waarin naast de archieven van de gemeente Nijmegen ook de archieven van de gemeentes Beuningen, Druten, Heumen, Lingewaard, West Maas en Waal en Wijchen, alsmede die van de voormalige gemeentes Millingen aan de Rijn en Ubbergen liggen opgeslagen, verrijkt met een keur aan archieven van particuliere personen en organisaties.

vrijdag 16 september 2016

Van Gastarbeidwinkel naar Inter-lokaal

 Deze maand viert Het Inter-lokaal haar 40-jarig bestaan. Het archief van Het Inter-lokaal en voorgangers over de periode 1972-2004 is in het afgelopen jaar geheel geïnventariseerd en in goede staat gebracht. De inventaris is inmiddels te raadplegen in de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) en de meeste stukken kunnen door belangstellenden bij het RAN worden geraadpleegd.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw trok een aantal Nijmeegse studenten zich de situatie van de gastarbeiders in Nijmegen aan en ontwikkelde initiatieven voor sociale en juridische hulpverlening en advies. Dit leidde in 1976 tot de opening van de 'Gastarbeidwinkel'  in een voormalig slagerspand aan de Holtermanstraat in de wijk Bottendaal, waar relatief veel gastarbeiders woonden. Naast het geven van taallessen en informatie, was een van de belangrijkste activiteiten het spreekuur, waar de buitenlanders terecht konden voor individuele ondersteuning bij en advies over de moeilijkheden waarmee zij in de Nederlandse samenleving geconfronteerd werden.

De Nederlandse taal bleef lastig voor veel van de gastarbeiders. Op discussieavonden kwam het vaak voor dat oudere gastarbeiders één van hun kinderen meenamen om te tolken. Het 'Krantje voor gastarbeiders' werd dan ook in meerdere talen uitgebracht, al mocht een  educatieve puzzel in het Nederlands natuurlijk niet ontbreken (zie afbeelding).

Natuurlijk werd er ook veel actie gevoerd. Zo organiseerde de Gastarbeidwinkel in 1978 een tocht naar het huis van minister-president Dries van Agt in de Heilig Landstichting, om te demonstreren tegen de dreigende uitzetting van een groep Marokkaanse hongerstakers (zie foto).

Er was ook aandacht voor de cultuur van de buitenlanders, bijvoorbeeld met optredens in 1984 van de Koerdische theatergroep Halkoyunculari.
Ondertussen was niet iedereen in Nijmegen gelukkig met de aanwezigheid van buitenlandse werknemers. De sfeer werd soms grimmig. In 1992 vroeg de Gastarbeidwinkel extra subsidie aan de gemeente voor veiligheidsmaatregelen, "naar aanleiding van het feit dat de Gastarbeidwinkel in het afgelopen jaar tot twee maal toe te maken heeft gehad met een bommelding: de eerste keer een telefonische melding, de tweede keer door middel van een nepbom op de stoep". Misschien hadden ze dat nog in het achterhoofd, toen in 1993 een thema-avond werd georganiseerd rond de vraag hoe tolerant Nijmegen eigenlijk was.

Dit soort tijdsbeelden en nog veel meer, zoals bijvoorbeeld een grote hoeveelheid documentatie over de mensenrechtensituatie in Turkije en omringende gebieden, is te vinden in dit interessante archief. In 1994 veranderde de naam in Het Inter-lokaal en onder die naam zijn ze nog altijd actief, onder andere in de Stips, de informatie- en adviespunten in de diverse stadsdelen.

Rob Meijer

donderdag 8 september 2016

Archieven van de Heilig Land Stichting toegankelijk

De bijzondere archieven van de Heilig Land Stichting zijn vanaf vandaag te raadplegen in het Regionaal Archief Nijmegen. Het huidige museumpark Oriëntalis Heilig Land Stichting is in 1911 onder de naam Heilig Land Stichting opgericht. Initiatiefnemer was de Waalwijkse katholieke priester Arnold Suys (1870-1941). Tijdens een bedevaart naar het Heilig Land in 1905 met de Amsterdamse architect Jan Stuyt (1868-1934) en de Nijmeegse kunstenaar Piet Gerrits (1878-1957) vatten zij het plan op om een bedevaartpark en pelgrimsoord te bouwen voor gelovigen die niet in staat waren naar het Heilige Land (Palestina) te gaan. 


Ontwerptekening van de H. Hartbasiliek met links de afgebouwde Cenakelkerk (1913-1915) en rechts de H. Hartbasiliek, waarvan overigens maar een klein deel is afgebouwd, 1925 (Regionaal Archief Nijmegen, fotonr. F72848).




'Het Nieuwe Heilig Land'
De bedoeling van het park was het nabouwen van gewijde plaatsen in het Heilig Land ten tijde van Jezus, het inrichten van een museum met voorwerpen uit het Heilig Land, de bouw van een H. Hartbasiliek, het verzorgen van rondleidingen door het park, het uitgeven van een tijdschrift over het Heilig Land en de bijbel en het organiseren van pelgrimstochten naar het Heilig Land. Ook de Nijmeegse Jeanne Vroomans-Leclerq (1856-1927) spande zich in voor een bedevaartpark en een H. Hartbasiliek. Ze noemde haar plan ‘Het Nieuwe Heilig Land’ en richtte hiervoor de ‘Sions- en H. Landstichting’ op. Zij sloot zich aan bij Suys en de zijnen, maar aan deze samenwerking kwam al snel een eind, onder meer omdat haar een grootschaliger bedevaartpark voor ogen stond dan Suys.In 1913 werd begonnen met de bouw van de Cenakelkerk, de inrichting van het bedevaartpark en de oprichting van de begraafplaats. In 1932 begon de bouw van de H. Hartbasiliek, waarvan alleen het voorportaal en een klein deel van het schip zijn afgebouwd (het huidige ‘binnenmuseum’).

De archieven
De afgelopen jaren zijn de archieven van de Heilig Land Stichting en de RK parochie De Meerwijk te Heilig Landstichting, en de persoonsarchieven van de geestelijk bestuurders / pastoors Arnold Suys en Kees van Beek geïnventariseerd. De toegangen op de archieven zijn te raadplegen via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen.


Het archief van de Heilig Land Stichting bevat onder andere stukken betreffende de oprichting, waaronder de plannen van Suys als Vroomans-Leclerq, talloze bouwdossiers, waaronder de Cenakelkerk, de H. Hartbasiliek, monumenten, bejaardenflats, kloosters, en stukken betreffende de bezoekers, waaronder rondleidingen, bedevaarten, en vervoer van bezoekers naar het bedevaartpark, en een serie gastenboeken.


Het archief van de parochie bevat onder andere stukken over de zielzorg, financieel beheer en beheer van de eigendommen, waaronder de scholen. De persoonsarchieven van Suys en zijn opvolger Kees van Beek geven een mooi beeld van hun leven en werk, waaronder stukken betreffende de benoeming van Suys tot geheim kamerheer van de paus en stukken betreffende het docentschap van Van Beek aan het Kleinseminarie te Beekvliet te St. Michielsgestel.


Overdracht van de archieven

Afgelopen donderdag 8 september vond de officiële overdracht van de archieven van de Heilig Land Stichting aan het Regionaal Archief Nijmegen plaats in de Piet Gerritszaal op het terrein van het museumpark. Een aantal bij het inventarisatieproject betrokken personen hielden een praatje over de bewerking, opslag en het historisch belang van de archieven. Tevens werd een kleine aanvulling op het archief overgedragen.