maandag 30 november 2015

Boeken schrijven met archieven

Geregeld verschijnen er grotere en kleinere publicaties die zijn geschreven op basis van stukken uit ons archief. De afgelopen weken gebeurde dat opvallend vaak, te beginnen met De vrouw met de bijl en negen andere moordenaressen door Steffie van den Oord. Zij bestudeerde tien moordzaken uit de periode 1712-1946, verspreid over het land, en verwerkte de gegevens tot evenveel korte (soms zeer korte) verhalen. In één ervan vertelt de Nijmeegse Sofie van Bemmel hoe zij in 1712 haar moeder, die levensmoe is, met een bijl uit haar lijden verlost. Ze wordt wegens doodslag veroordeeld tot… dat mag je in het boek zelf lezen. Van den Oord schreef het stukje aan de hand van processtukken in het Oud Rechterlijk Archief der Stad Nijmegen.

Een andere regelmatige bezoeker van het archief, Anton de Wildt, presenteerde op 7 november op ludieke wijze het boek Kensingtonstraat Nijmegen-Oost. Herinneringen aan het verblijf van een Brits regiment aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het resultaat van een jaar lang speuren, interviewen en schrijven. Zijn onderzoek bracht hem ook naar Engeland, waar hij veel informatie verzamelde over het betreffende Kensingtonregiment en hij een veteraan bezocht. Zijn bijzondere ontmoeting en wat daaraan voorafging zijn opgetekend in het boek.

De Cuijkse journalist Twan Dohmen gebruikte onder andere de archieven van Brouwerij Bergzicht, de familie Van den Broek en het Nijmeegse Brouwersgilde om tot zijn overzicht van bierbrouwerijen in het Rijk van Nijmegen te komen. Het resultaat: Van mol tot Raaf. Bier in het Rijk van Nijmegen. Het boek gaat zeker niet alleen over de vroegere brouwerijen. Integendeel: de recente opbloei van het brouwersgilde komt uitgebreid onder de aandacht. Een overzicht van biercafés completeert het boek.

Verder hebben we de afgelopen maanden nog een flink aantal publicaties opgenomen. Enkele oudere publicaties:
En vooral veel nieuwe:
Volop keuze uit Sinterklaas- of kerstcadeaus dus (niet op het archief te koop, wel in te zien...)!

dinsdag 24 november 2015

Chatten met een archiefmedewerker.

Het archief biedt bezoekers tot het eind van het jaar de mogelijkheid om te chatten met medewerkers. Tijdens de proefperiode kunt u van dinsdag tot en met vrijdag tussen 13.30u en 16.30u via de chatfunctie op de Digitale Studiezaal direct online u vragen aan ons voorleggen.
Chatten maakt het voor ons mogelijk om direct uw vragen te kunnen beantwoorden. Het is sneller dan het sturen van een mail en biedt extra mogelijkheden ten opzicht van telefonisch contact. Zo kunnen links worden doorgestuurd en kunnen we u beter op weg helpen in de Digitale Studiezaal. Het chatten gaat niet ten koste van andere vormen van dienstverlening. Vragen kunnen ook via e-mail en de telefoon gesteld blijven worden en uiteraard blijft u ook van harte welkom in de studiezaal op het Mariënburg.
Naast de ruim zesduizend keer dat de studiezaal aan de Mariënburg het afgelopen jaar werd bezocht, wisten bezoekers om en nabij de 200.000 keer digitaal hun weg te vinden naar het Regionaal Archief Nijmegen. Chatten is een uitgelezen mogelijkheid om ook die bezoekers van dienst te zijn.
Het Regionaal Archief Nijmegen sluit met het aanbieden van chatten aan bij een landelijke trend. Zo kunnen bezoekers van bijvoorbeeld het Brabants Historisch InformatieCentrum en het Gelders Archief al geruime tijd chatten met archiefmedewerkers. Uit de ervaringen van de andere archiefdiensten en klantenonderzoek blijkt dat bezoekers van archieven het chatten zeer waarderen.
Bij een succesvolle test zal de chatfunctionaliteit een vaste plek krijgen op de Digitale Studiezaal. Tot die tijd is de chatfunctie te vinden op de startpagina van de Digitale Studiezaal. In het tijdsblok dat de chatfunctie beschikbaar is kan een bezoeker een gesprek starten door op de gelijknamige knop te drukken. Er opent dan een gespreksvenster. 
We zijn erg benieuwd wat u van deze extra dienstverlening vindt. Probeer het vooral een keer uit en leg digitaal uw vragen aan ons voor over het verleden van de stad. We staan graag voor u klaar!

UPDATE JANUARI 2016: De pilotperiode is inmiddels afgerond en op basis van de resultaten is besloten voorlopig geen vervolg te geven aan deze pilot. De chatfunctie zal vooralsnog geen vast onderdeel van onze dienstverlening gaan uitmaken.

maandag 9 november 2015

60 jaar stoppen voor rood licht

Een feestelijke viering blijft waarschijnlijk uit, maar vandaag is het precies zestig jaar geleden dat in Nijmegen het eerste verkeerslicht in gebruik werd genomen. Geloof het of niet, maar wat nu een alledaags object is, veroorzaakte destijds een hoop reuring in de stad.

Eigen foto
Het ’stoplicht’ heeft een lange geschiedenis. Op 10 december 1868 verscheen het eerste in Londen, als experiment. Het werkte op gas en bleek geen succes: na een jaar raakte een agent die de installatie bediende door een gaslek in de lamp zwaar gewond, waarna het gevaarte verdween. Cleveland (Ohio, VS) nam in 1914 het eerste elektrische verkeerslicht in gebruik, Den Haag had in 1928 de Nederlandse primeur (of was het Eindhoven?). In de jaren dertig verschenen de eerste verkeerslichten zoals wij ze kennen, met rood, geel en groen onder elkaar en aparte lichten voor voetgangers.

In Nijmegen was nog geen behoefte aan verkeerslichten. Het bescheiden wagenpark had vóór de Tweede Wereldoorlog nooit grote verkeersproblemen opgeleverd. De files die in de dertiger jaren voor de veerstoep bij de Waal stonden verdwenen met de opening van de Waalbrug in 1936. Omdat er zo weinig snelverkeer was, gebeurden er weinig ongelukken. De voorrangsregels voldeden. Maar begin jaren vijftig werd de auto ook voor de gewone Nederlander betaalbaar. Het gemotoriseerde verkeer groeide explosief, wat leidde tot opstoppingen en gevaarlijke situaties op belangrijke kruispunten.

Handmatige bediening
Op 12 oktober 1955 besloot de gemeenteraad een krediet van 160.000 gulden (ruim 72.000 euro) te verlenen voor het aanbrengen van automatische verkeerslichtinstallaties op zes kruisingen in de stad. Ze zouden worden geplaatst op de singels rond het centrum, op de Graafseweg en de St. Annastraat. Meest urgent was echter de kruising van Ziekerstraat, Molenstraat en Plein 1944 – tegenwoordig nota bene autovrij!

De gemeente koos voor de diverse kruisingen verschillende soorten verkeerslichten. Op het kruispunt Molenstraat-Ziekerstraat geschiedde de bediening handmatig door een verkeersagent, die midden op het plein naar eigen inzicht de lichten op rood of op groen zette. Op 9 november 1955 berichtte De Gelderlander dat deze installatie in gebruik was genomen. Burgemeester Hustinx nam op 3 januari 1956 een knipperverkeerslicht op de kruising Groenestraat-St. Annastraat in gebruik. En het eerste volautomatische verkeerslicht verscheen in april op de kruising van Groenestraat en Graafseweg. In juli werden drie installaties aan de Oranje- en St. Canisiussingel in werking gesteld. Zij hadden al drempels die het verkeersaanbod detecteerden en daarop konden reageren.

Door rood rijden
De verkeerslichten leverden aanvankelijk nieuwe problemen op. Waren automobilisten voorheen voorzichtig bij het naderen van kruisingen, nu reden zij bij groen licht vaak op volle snelheid door. Op de singels was onduidelijk of het verkeer op de ventwegen gelijktijdig mocht doorrijden.

In de volgende decennia verschenen verspreid door de stad steeds meer verkeerslichten, die de veiligheid leken te vergroten, maar de doorstroming van het verkeer niet altijd ten goede kwamen. Sinds de jaren negentig maken steeds meer verkeerslichten daarom plaats voor minirotondes. Op dit moment telt de gemeente nog 121 kruisingen met verkeerslichtinstallaties.

Verkeerslichten werden geleidelijk onderdeel van het straatbeeld, maar maken tot op de dag van vandaag vele tongen  los: over de verkeerde afstelling, te lange wachttijden, installaties die worden verwijderd en natuurlijk over door rood licht rijden. Want ook dat gebeurt al zestig jaar…