dinsdag 8 december 2015

Het 'heylschenkend vreede-verbond' in proza en poëzie

In 2009 stond onze stad uitgebreid stil bij de Vrede van Nijmegen (1678-1679), een serie vredesakkoorden die destijds een einde maakte aan oorlogen tussen vrijwel alle grootmachten in Europa. Terwijl kinderen op Franse scholen vandaag de dag nog leren over de ‘Traité de Nimègue’, was deze gebeurtenis in Nijmegen wat in de vergetelheid geraakt. Maar sinds 2009 verschijnen er publicaties over de Vrede en kun je stadswandelingen lopen langs plaatsen die een rol speelden tijdens die gebeurtenis. Ook wordt om de twee jaar in de Sint-Stevenskerk de Vrede van Nijmegen Penning uitgereikt aan een persoon of instelling die zich inzet voor vrede in Europa.

De laatste jaren was het voor Vrede van Nijmegen-geïnteresseerden (en andere lezers) vooral reikhalzend uitkijken naar De ochtendgave, een roman over de Vrede van Nijmegen die A.F.Th. van der Heijden in 2009 beloofde te schijven. Eerder onthulde de schrijver het eerste hoofdstuk, maar nu is het hele boek dan echt voltooid. Van der Heijden vertelde er maandag al over in De Wereld Draait Door. Natuurlijk staat het voor u klaar in de gele aanwinstenkast in onze studiezaal, en later in ons depot.

Er is nóg een Vrede van Nijmegen-aanwinst voor onze bibliotheek. Onlangs verwierf het Regionaal Archief Nijmegen het gedicht Zeege-iuyging over het heylschenkend vreede-verbond, geschreven door Anna Maria Paauw en uitgegeven in 1678. Op 20 november kwam het stuk goed ingepakt op het archief aan. Met ontsmette, bijna trillende handen ontvouwde ik het kwetsbare papier waarna mijn collega’s en ik sprakeloos het pamflet in dichtvorm aanschouwden.

Het gedicht in gepaard rijm getuigt van de eloquentie van de Haagse dichteres. Het begint als volgt…

De Moort-volpropte borst, der Bloedige Belloone,
Die so lang d’Eendrachts-band dorst haer Tryomphkroon hoone,
En op haer Vloek-karos, volbracht Vorst Mavors zucht,
Nu voor de Luyster van de groote Vree-Nimph, vlucht.

…en gaat zo nog 88 versregels door. De tekst is dus allerminst eenvoudig te lezen: hij staat bol van symbolische verwijzingen en kan met gemak als onderwerp van een flinke literatuurstudie dienen. De plaats waar de vredesonderhandelingen destijds plaatsvonden doet Paauw in regels 17-18 enigszins omfloerst uit de doeken:

En Styld u pronkstandaart, in Magus oude Wallen,
Die Bato, naderhand vernieuwde voor ‘t vervallen

Vanwege de kwetsbaarheid van het stuk zal het niet zomaar op te vragen zijn uit de bibliotheek. Geïnteresseerden zullen het moeten doen met een goede scan ervan.

Geen opmerkingen: