maandag 9 november 2015

60 jaar stoppen voor rood licht

Een feestelijke viering blijft waarschijnlijk uit, maar vandaag is het precies zestig jaar geleden dat in Nijmegen het eerste verkeerslicht in gebruik werd genomen. Geloof het of niet, maar wat nu een alledaags object is, veroorzaakte destijds een hoop reuring in de stad.

Eigen foto
Het ’stoplicht’ heeft een lange geschiedenis. Op 10 december 1868 verscheen het eerste in Londen, als experiment. Het werkte op gas en bleek geen succes: na een jaar raakte een agent die de installatie bediende door een gaslek in de lamp zwaar gewond, waarna het gevaarte verdween. Cleveland (Ohio, VS) nam in 1914 het eerste elektrische verkeerslicht in gebruik, Den Haag had in 1928 de Nederlandse primeur (of was het Eindhoven?). In de jaren dertig verschenen de eerste verkeerslichten zoals wij ze kennen, met rood, geel en groen onder elkaar en aparte lichten voor voetgangers.

In Nijmegen was nog geen behoefte aan verkeerslichten. Het bescheiden wagenpark had vóór de Tweede Wereldoorlog nooit grote verkeersproblemen opgeleverd. De files die in de dertiger jaren voor de veerstoep bij de Waal stonden verdwenen met de opening van de Waalbrug in 1936. Omdat er zo weinig snelverkeer was, gebeurden er weinig ongelukken. De voorrangsregels voldeden. Maar begin jaren vijftig werd de auto ook voor de gewone Nederlander betaalbaar. Het gemotoriseerde verkeer groeide explosief, wat leidde tot opstoppingen en gevaarlijke situaties op belangrijke kruispunten.

Handmatige bediening
Op 12 oktober 1955 besloot de gemeenteraad een krediet van 160.000 gulden (ruim 72.000 euro) te verlenen voor het aanbrengen van automatische verkeerslichtinstallaties op zes kruisingen in de stad. Ze zouden worden geplaatst op de singels rond het centrum, op de Graafseweg en de St. Annastraat. Meest urgent was echter de kruising van Ziekerstraat, Molenstraat en Plein 1944 – tegenwoordig nota bene autovrij!

De gemeente koos voor de diverse kruisingen verschillende soorten verkeerslichten. Op het kruispunt Molenstraat-Ziekerstraat geschiedde de bediening handmatig door een verkeersagent, die midden op het plein naar eigen inzicht de lichten op rood of op groen zette. Op 9 november 1955 berichtte De Gelderlander dat deze installatie in gebruik was genomen. Burgemeester Hustinx nam op 3 januari 1956 een knipperverkeerslicht op de kruising Groenestraat-St. Annastraat in gebruik. En het eerste volautomatische verkeerslicht verscheen in april op de kruising van Groenestraat en Graafseweg. In juli werden drie installaties aan de Oranje- en St. Canisiussingel in werking gesteld. Zij hadden al drempels die het verkeersaanbod detecteerden en daarop konden reageren.

Door rood rijden
De verkeerslichten leverden aanvankelijk nieuwe problemen op. Waren automobilisten voorheen voorzichtig bij het naderen van kruisingen, nu reden zij bij groen licht vaak op volle snelheid door. Op de singels was onduidelijk of het verkeer op de ventwegen gelijktijdig mocht doorrijden.

In de volgende decennia verschenen verspreid door de stad steeds meer verkeerslichten, die de veiligheid leken te vergroten, maar de doorstroming van het verkeer niet altijd ten goede kwamen. Sinds de jaren negentig maken steeds meer verkeerslichten daarom plaats voor minirotondes. Op dit moment telt de gemeente nog 121 kruisingen met verkeerslichtinstallaties.

Verkeerslichten werden geleidelijk onderdeel van het straatbeeld, maar maken tot op de dag van vandaag vele tongen  los: over de verkeerde afstelling, te lange wachttijden, installaties die worden verwijderd en natuurlijk over door rood licht rijden. Want ook dat gebeurt al zestig jaar…

Geen opmerkingen: