vrijdag 14 augustus 2015

150 jaar stad aan het spoor (3)

Op 8 augustus 1865 reed de eerste trein Nijmegen binnen: een historische gebeurtenis die van grote invloed was op de toekomst van de stad. Een blijvende herinnering aan de opening van de spoorweg naar Kleef liet bijna twintig jaar op zich wachten. In 1884 was de onthulling van het kunstwerk dat we nu kennen als het spoorwegmonument. Niet bij het spoor, niet ter plaatse van het inmiddels opgeruimde station, maar bij de ingang van het Valkhof. Een vreemde plaats en een raar moment. Of niet?

Fragment van een ontwerptekening van het spoorwegmonument
in schaal 1:20. Bron: Regionaal Archief Nijmegen
In de laatste algemene vergadering van de Nijmeegsche Spoorweg-Maatschappij (NSM) op 17 november 1882 opperden diverse leden om de directie een huldeblijk te schenken, voor haar inzet voor de aanleg van de spoorlijn. De directie vond dat een te grote eer, maar ging wel akkoord met de oprichting van een monument dat zou herinneren aan de totstandkoming van de spoorlijn. Daarop werd in 1883 een ‘Commissie voor de oprichting van een herinneringsteeken aan het tot stand komen van den spoorweg Nijmegen-Cleve’ ingesteld, met als voorzitter raadslid J. Berends.
Gemeentearchitect J.J. Weve maakte een ontwerp voor het gedenkteken: een sokkel van Bentheimer zandsteen en kalksteen, bekroond door een zinken beeld van Victoria, de Romeinse godin van de overwinning. Dit beeld werd een afgietsel van een kunstwerk dat C.D. Rauch in de periode 1838-1845 had gemaakt door voor het Walhalla in Regensburg.

De juiste plaats
In het najaar van 1883 bakkeleide de gemeenteraad over een geschikte locatie. Het college van Burgemeester en Wethouders wilde het monument aan het bovengedeelte van de Nassausingel of aan de Stationsweg (de huidige Van Schaeck Mathonsingel) in het nieuwe gedeelte van de stad, maar tuinarchitect L. Rosseels wees deze plaatsen af: een monument van deze omvang zou hier niet passen. De eerder genoemde commissie gaf de voorkeur aan een plaats op het Valkhof: daar kwam meer publiek, dus zou het beeld meer aandacht krijgen en minder snel worden vernield. De plaats was zo gekozen dat het monument niet de aandacht van andere historische gebouwen zou afleiden.

Ook droeg de commissie aan dat een lommerrijke plek van belang was voor de werking van de weerkundige instrumenten die aan de sokkel van het monument zouden worden bevestigd: een thermometer, een barometer en een zogenoemde weertelegraaf, waarop je de luchtdruk en de vochtigheidsgraad kon aflezen (het plaatsen van weerszuilen was in deze tijd erg populair). Zonlicht bleek echter geen probleem. Hierop stelde wethouder Thijssen voor om het monument vóór sociëteit Burgerlust te zetten, ter plaatse van een oude pomp bij de ingang van het Valkhof.

De oudste foto van het Spoorwegmonument in onze beeldbank,
gedateerd 1885
Onthulling
Na het plaatsen van een mal van het monument op de beoogde plaats bij Burgerlust hakte de raad op 27 oktober de knoop door: zij ging in meerderheid akkoord met de locatie vóór Burgerlust. Op 10 mei 1884 droeg de heer Berends als voorzitter van de commissie het gedenkteken over aan het gemeentebestuur van Nijmegen. De verworven bekendheid van het kunstwerk blijkt wel uit de vele ansichtkaarten en foto’s waarop het is afgebeeld in de beeldbank.

Nu en dan diende het gedenkteken letterlijk als monument. Zo werden er in 1940 kransen gelegd ter gelegenheid van de elektrificatie van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. Na vijftig jaar was het gedenkteken zodanig in verval geraakt dat het voortbestaan ervan aan een zijden draad hing. In 1938 besloot de raad echter om het standbeeld op te knappen, omdat het Straalmanfonds voor het benodigde geld kon zorgen. De weerkundige instrumenten waren omstreeks deze tijd waarschijnlijk al verdwenen. Sinds 2002 is het gedenkteken een rijksmonument.

Geen opmerkingen: