donderdag 11 juni 2015

Steenfabrieken te boek gesteld

Dat Gelderland (en vooral de boorden van de Rijn, Nederrijn en Waal) de bakermat van de Nederlandse baksteenindustrie is mag inmiddels wel als bekend worden verondersteld. In het kader van de erfgoedfestivals Steengoed! Gebakken in Gelderland en Gemaakt in Gelderland zijn er exposities over deze bedrijfstak in De Bastei (het voormalig Natuurmuseum), in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis en – een kleinere – in het Regionaal Archief Nijmegen (RAN). Het is mogelijk om  fiets- en vaartochten langs (vroegere) steenovens te houden en lezingen te volgen… Kortom: het kan je bijna niet zijn ontgaan dat deze streek iets heeft met bakstenen.

Het perfecte moment dus voor de publicatie van een boek over steenbakkerijen. In Twintig Gelderse steenfabrieken beschrijft Henri Th.M. Burgers wat de titel belooft: twintig steenfabrieken, waarvan de meeste aan de Waal tussen Millingen aan de Rijn en Tiel stonden. Ook enkele bedrijven aan de Maas, de Linge en de Rijn bij Lobith komen aan de orde. De fabrieken hebben gemeen dat ze eigendom waren of werden geëxploiteerd door de familie Burgers, voorouders van de auteur.

Na enkele inleidende hoofdstukken over de steenbakkersgeslachten en de ontwikkeling van de 19de-eeuwse baksteenindustrie gaat de auteur in op de geschiedenis van de afzonderlijke fabrieken. Deze hoofdstukken wisselt hij af met beschrijvingen van enkele markante leden van het steenbakkersgeslacht Burgers. Voor de bedrijfsgeschiedenissen heeft de auteur rijkelijk gebruik gemaakt van krantenberichten en (met name notariële) archieven, waaronder een aantal uit het RAN. Zo kwam hij op het spoor van de steenfabrieken van W.C. Burgers & Zoon te Neerbosch en de weduwe W.S. Bloem en Zonen te Nijmegen. Beide stonden in de uiterwaarden aan de Waal – de eerste vanaf 1876, de tweede vanaf 1864 – en beide verdwenen tijdens het interbellum. De fabriek van W.C. Burgers & Zoon moest begin jaren ’20 wijken voor het Maas-Waalkanaal, de fabriek van Bloem en Zonen maakte in de jaren ’30 plaats voor de elektriciteitscentrale.

Voor een groot deel is Twintig Gelderse steenfabrieken een opeenvolging van feitelijkheden over het ontstaan en de ontwikkeling van de verschillende fabrieken. Het boek is daardoor zeer geschikt als naslagwerk. Een enkele keer slechts is er ruimte voor de persoonlijke ervaringen van een steenbaas over het werk op de fabriek en ook bij de persoonsbeschrijvingen houdt Burgers het bij de droge gegevens uit bevolkingsregisters en akten. Als lezer krijg je een duidelijk beeld van de familiaire en zakenrelaties tussen steenbakkersfamilies.

Niet onterecht spreekt de auteur in de inleiding de hoop uit dat ook andere steenbakkersfamilies de geschiedenis van de door hen geëxploiteerde fabrieken gaan beschrijven. Want er mogen inmiddels al veel publicaties zijn verschenen over de Gelderse baksteenindustrie in het algemeen, literatuur betreffende afzonderlijke fabrieken is zeer beperkt. De heer Burgers heeft de eerste steen geworpen…

Het RAN heeft sinds begin mei nog de volgende publicaties verworven:



Geen opmerkingen: