vrijdag 3 april 2015

Archief Comité Belgische Vluchtelingen 1914 - 1915

Op 31 maart 1915, bijna op de kop af een eeuw geleden, werden enkele honderden Belgische vluchtelingen van Nijmegen naar de vluchtoorden bij Ede en Gouda getransporteerd. Dat gebeurde met hetzelfde vervoermiddel dat hen had gebracht: de trein. In september 1914 waren de eerste vluchtelingen vanuit de Belgische provincies Luik en Limburg in Nijmegen aangekomen. De grote groep arriveerde rond 10 oktober, enkele dagen na de val van Antwerpen.

Vergeleken met West-Brabant dat door honderdduizenden Belgen overspoeld werd, was de last die Nijmegen te dragen kreeg, bescheiden, maar dat nam niet weg dat er bijzondere maatregelen nodig waren. Hierbij namen particulieren het voortouw. Al in augustus was in Nijmegen een ‘comité tot ondersteuning van naar ons land uitgeweken en gevluchte slachtoffers van de oorlog’ in het leven geroepen. Hoewel het vooral uit dames bestond, was de voorzitter, een jonkheer De Ranitz, een man. In eerste instantie beperkte dit comité zich tot steun aan passanten: vluchtelingen die op weg naar een opvangkamp op de Veluwe, een stop maakten op het station en hier van Nijmeegse burgers eten, drinken en kleding kregen.


De Waalkazerne, vier maanden lang het onderkomen voor
enkele honderden Belgische vluchtelingen (foto RAN)
Na de val van Antwerpen kreeg Nijmegen net als andere gemeenten het verzoek om naar vermogen - dat hing af van de beschikbare kazernes, scholen en vergelijkbare gebouwen - Belgische vluchtelingen op te vangen. Nijmegen had plaats voor zo’n 700 onbemiddelde vluchtelingen, die in de Infanteriekazerne - de latere Snijderskazerne -werden gehuisvest. In november keerde de meerderheid terug naar hun vaderland, zodat begin december 1914 circa 300 Belgen naar de leegstaande Waalkazerne in de Benedenstad verhuisden. Daar bleven ze tot eind maart.



Gezicht op de schouwburg, waar het Comité
zijn kantoor had (foto RAN)
In het allereerste begin trad het comité voor Belgische vluchtelingen op als informatiebureau voor mensen die in de verwarring van de vlucht hun kinderen, ouders of andere verwanten waren kwijtgeraakt. Dat gebeurde vanuit een kantoortje dat in de toenmalige stadsschouwburg aan de Oude Stadsgracht, hoek Kelfkensbosch was ingericht. Verder zorgde het comité ervoor dat de toelagen die de regering aan alle vluchtelingen verstrekte - ook aan de beter gesitueerde onder hen die in pensions of particuliere huizen woonden - te bestemder plaatse kwamen. Of de vluchtelingen in de kazernes het geld zelf in handen kregen, is de vraag. Het archief van het Comité bevat namelijk een registertje met leveranciers, waaruit je kunt opmaken dat het dagelijkse levensbehoeften als brood, groente en kleding voor de vluchtelingen kocht. Ook plaatste het Comité in cafés collectebusjes en zamelde het bij particulieren kleding in voor de arme Belgische vluchtelingen.

Om al dat werk te kunnen doen beschikte het Comité over kopieën van de vluchtelingenregisters die de gemeente had opgesteld. De informatie tussen deze registers is grotendeels identiek, uitgezonderd de aantekeningen die leden van het Comité in hun exemplaren hadden gezet. Daarin ging het bijvoorbeeld over ziekte, ziekenhuizen en verhuizingen.

Nu het archief is geïnventariseerd, is al deze informatie nu toegankelijk bij het Regionaal Archief Nijmegen. De registers beslaan overigens de periode tot eind maart 1915. Het Comité is tot 1919 actief geweest, maar uit de laatste jaren zijn geen documenten overgeleverd.

Geen opmerkingen: