woensdag 25 februari 2015

Arnhem en Nijmegen en de strijd om een gezamenlijke identiteit

Eind vorige maand promoveerde Linde Egberts, werkzaam aan de faculteit der geesteswetenschappen op de Vrije Universiteit Amsterdam, op een onderzoek naar de rol die cultureel erfgoed speelt in de vorming van regionale identiteiten. Ze onderzocht daarvoor drie regio’s van verschillende schaalniveaus, elk met een andere invalshoek. Hoe wordt Europa’s vroegmiddeleeuwse geschiedenis benut om een saamhorigheidsgevoel, een gemeenschappelijke identiteit binnen Europa vorm te geven? Hoe gebeurt datzelfde met industrieel erfgoed in het Ruhrgebied? En hoe gaat dat in de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, een vrij recent gevormde regio waarbinnen twee steden eerder elkaar tegenwerken dan samenwerken?

Egberts constateert in hoofdstuk 4 van haar proefschrift Chosen Heritage. Heritage in the Construction of Regional Identity dat het de Stadsregio Arnhem Nijmegen nogal wat moeite kost om haar grondgebied een gemeenschappelijke identiteit en een ‘gedeeld verleden’ aan te meten. Dat is niet vreemd als de verschillende partijen die het gebied promoten uiteenlopende, al dan niet historische invalshoeken kiezen. Legt de Stadsregio de nadruk op het rivierengebied, het gevarieerde landschap en de kennisindustrie, de provincie Gelderland richt haar aandacht vooral op de historische landgoederen en herbestemming en restauratie van monumenten. Het Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT KAN) zet in op de Romeinen, de middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast promoot dit bureau Arnhem, dat geen eigen citymarketingbeleid heeft, als groene en creatieve stad (denk aan de mode-industrie). Historie speelt nauwelijks een rol, terwijl Nijmegen zijn identiteit juist ontleent aan zijn rijke geschiedenis.

Arnhem: groene stad
Opmerkelijk is dat de beelden die het algemene publiek heeft van Arnhem en Nijmegen nogal afwijken van wat de steden in hun marketingcampagnes promoten. Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders bij Arnhem vooral denken aan de historische, knusse winkelstraten en aan het oorlogsverleden: nauwelijks wordt mode met de stad geassocieerd. En hoewel Nijmegen zich afficheert als oudste stad, herkent het publiek de stad niet als zodanig. De mooie omgeving en het katholieke imago beklijven meer.

Leiden uiteenlopende marketingacties dus al tot een niet-eenduidig beeld van de regio Arnhem Nijmegen, soms beconcurreren ‘de oudste’ en ‘de genoeglijkste’ elkaar direct. Tekenend was de strijd om een Nationaal Historisch Museum, waarvoor Nijmegen zich na Arnhem als kandidaat aanmeldde. Met het bevrijdings- of vrijheidsmuseum ging het min of meer hetzelfde.

Nijmegen: rijke historie
In zevenmijlslaarzen stapt Egberts door de geschiedenis van Arnhem en Nijmegen – de andere regiogemeenten noemt ze zijdelings – en zo wordt overduidelijk dat de levenslopen van beide steden in grote lijnen parallellen vertonen, maar in elke stad een hele andere uitwerking hebben gehad. Beide steden zijn gewoon heel anders, constateert ook oud-Stadsregiovoorzitter Jaap Modder. Het verschil wordt kort samengevat in de oude grap ‘een begrafenis in Nijmegen is nog altijd vrolijker dan een bruiloft in Arnhem’.

De auteur analyseert van een viertal ruimtelijke projecten in en tussen beide steden – waaronder Park Lingezegen en het Waalfront in Nijmegen – de mate waarin cultuurhistorie wordt benut om een identiteit voor het betreffende gebied te scheppen. Bij veel projecten krijgt de plaatselijke geschiedenis een grote rol toebedeeld, concludeert ze. Soms strijden zelfs op één locatie meerdere identiteiten om voorrang. Zo is voor het Waalfront, het oude Nijmeegse industriegebied aan de Waal, flink gediscussieerd over welke geschiedenis men hier vooral wilde laten zien: de Romeinse die onder de grond ligt, of de industriële die bovengronds nog aanwezig is?

Het hoofdstuk over de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, veelzeggend getiteld Battlefield of histories,  is een interessante vergelijking en analyse van (de vermarkting van) het verleden van Arnhem en Nijmegen en van de stadsregio als geheel. Het hoofdstuk krijgt vooral betekenis als onderdeel van het gehele proefschrift. Chosen Legacies is nog niet in de boekhandel en nog niet in het Nederlands verkrijgbaar, maar al wel in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen in te zien. Onze lekkere luie stoel staat er voor u klaar.

Geen opmerkingen: