donderdag 28 maart 2013

Vrijwilliger archief op Nijmegen1TV


Huwelijken
Nederduits-Gereformeerde
Gemeente (RBS 1270)
Vanaf komende zaterdagavond is Henny Fransen, vrijwilliger bij het archief, te zien in het programma Gewone Bijzondere Nijmegenaren op Nijmegen1TV. 

Hij praat over zijn hobby genealogie en familiegeschiedenis; een deel van de opnamen is gemaakt in de studiezaal. De uitzending wordt zaterdagavond en de hele zondag elk uur herhaald in elk laatste kwartier.


G.B.M. afl. 64 Henny Fransen door nijmegen1

vrijdag 22 maart 2013

Nijmeegse schouwburg wordt rijksmonument

De stadsschouwburg in aanbouw (1960)
Let ook op de beelden in het park in
de Van Schaeck Mathonsingel
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
De Nijmeegse schouwburg is geselecteerd als rijksmonument van de wederopbouw. Het gebouw maakt deel uit van een selectie van 89 bouwwerken uit de periode 1959-1965, die 18 maart door minister Jet Bussemaker bekend is gemaakt. Hiermee komt het totaal van Nijmeegse rijksmonumenten op 207. De schouwburg wordt het enige Nijmeegse rijksmonument uit de wederopbouwperiode. In 2007 werden al de rijksmonumenten uit de periode 1940-1958 geselecteerd.

De jaren 1940 tot en met 1965 vormen een belangrijke fase van de Nederlandse architectuur- en cultuurgeschiedenis. Het is de tijd van schaarste en herstel van oorlogsschade, maar ook van economische groei, optimisme en vernieuwing. Nijmegen neemt, vanwege de aard en omvang van de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en het grote aantal burgerslachtoffers, een speciale plaats in binnen de wederopbouwgeschiedenis van Nederland. De relatie tussen vernietiging tijdens de Tweede Wereldoorlog en wederopbouw is in weinig steden zo sterk aanwezig als in Nijmegen. Op 22 februari 1944 verwoestte een geallieerd bombardement de Nijmeegse binnenstad en stationsomgeving. Vanaf september 1944 was Nijmegen frontstad en werd ook het oostelijk deel van het stadscentrum door oorlogshandelingen verwoest.

De stadsschouwburg aan het Keizer Karelplein vormt een van de hoogtepunten van de wederopbouwarchitectuur in Nijmegen. Het gebouw is in 1959-1961 (zie foto's) in opdracht van de gemeente Nijmegen gebouwd, naar een ontwerp van de architecten G.H.M. Holt en B. Bijvoet. Zij ontwierpen onder andere ook de schouwburg in Tilburg.

De Nijmeegse schouwburg bevat elementen van het zogenoemde brutalisme, een bouwstijl die gekenmerkt wordt door een zakelijke en functionele opzet, heldere vormen, een zichtbare betonconstructie en een ruwe materiaalafwerking. De schouwburg staat symbool voor de destijds moderne doelstelling om kunst en cultuur onder brede lagen van de bevolking te verbreiden: niet meer de traditionele cultuurtempel, maar een open, doelmatig en laagdrempelig gebouw voor feestelijke ontmoetingen.

In 2003 werd de Schouwburg al aangewezen als gemeentelijk monument, tegelijkertijd met een aantal andere bouwwerken uit de wederopbouwperiode. Hiermee werd de cultuurhistorische betekenis van gebouw en architect op lokaal niveau onderstreept. Nu is het belang ook op landelijke schaal bevestigd.

Tekst: Hettie Peterse

woensdag 20 maart 2013

Regionaal Archief Nijmegen opent verzegeld archief Begheyn

"Zullen de stukken, die zich in deze enveloppe bevinden, in 2010 belangrijk gevonden worden?", zo opent mr. dr. A.J.J.C. Begheyn de brief die hij bij zijn stukken over de Nijmeegse wethoudersverkiezingen in 1958 stopte en in een verzegelde enveloppe in 1970 schonk aan het Nijmeegse Gemeentearchief. Begheyn bepaalde dat de enveloppe pas na veertig jaar geopend mocht worden. Onlangs heeft het Regionaal Archief Nijmegen de zegels verbroken en komen met de opening van de enveloppe een schrift met notities en drie brieven beschikbaar die een fraaie blik achter de schermen van de wethoudersverkiezingen in de gemeenteraad van Nijmegen bieden.



Gemeentearchivaris Jan Beens (links) opent de verzegelde enveloppe in het bijzijn van Rob Camps, bureauhoofd inventarisatie



















Mr. Begheyn was in 1958 als leider van de KVP-fractie in de gemeenteraad de spil in de gesprekken over de vorming van het college van Burgemeester en Wethouders. Prangende kwestie; moesten het vijf of vier wethouders worden? En zou de vijfde wethouder een KVP-er worden? Een socialist? Een protestant? Of een VVD’er? Uit de stukken blijkt dat vooral die laatste partij in 1958 niet zo’n vanzelfsprekende coalitiepartner was. Bijzonder is dat de KVP een vrouw, het raadslid G.M.J. Wijnans – van der Kallen als wethouder overwoog. Zij haakte echter af vanwege de bonkige opstelling van een aantal mannelijke collega’s, maar ook omdat zij als vrouw vreesde dat de haar toebedachte portefeuille financiën de toegenomen “goodwill ten aanzien van de vrouw” schade zou berokken! Pas in 1978 zou met de CDA-kandidate mevrouw J.M.C. Besselaar – van der Kallen de eerste vrouw als wethouder in Nijmegen worden beëdigd.

In de brief die Begheyn bij de schenking in 1970 voegde, blikt hij terug op politieke en confessionele verhoudingen voor 1970 en kijkt hij vooruit naar 2010. Ook dat is de moeite van het lezen waard. In 1970 zijn de scherpe randjes van de politiek confessionele tegenstellingen uit de verzuilde Nederlandse samenleving er volgens Begheyn wel af. Een voorbeeld daarvan is volgens hem "de schenking [ook in 1970] van een kostbaar drieluik door een overtuigd katholiek aan de [protestantse] Stevenskerk". Raad en gemeenschap zullen in 2010 naar zijn idee "harmonischer zijn, in zoverre althans, dat de godsdienstige (en politieke) tegenstellingen mild geworden zullen zijn". Begheyn streefde naar oecumene in de politiek. In 1974 deden katholieken en protestanten in Nijmegen in het nieuw gevormde CDA mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. In dat opzicht zijn de confessionele tegenstellingen inderdaad milder geworden. Maar of raad en gemeenschap daarmee in 2013 “harmonischer” en “milder” zijn geworden?

Het archief is te raadplegen in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen.


woensdag 13 maart 2013

1001 vrouwen in de archiefbibliotheek

Compact en toch monumentaal, dat is 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Het boekwerk, samengesteld door Els Kloek en uitgegeven door Vantilt, staat sinds deze week in de bibliotheek van het Regionaal Archief Nijmegen. Tien jaren werk gingen aan de publicatie vooraf. Het boek beschrijft 1001 vrouwen die in hun tijd lokaal, landelijk of internationaal bekend waren en het nu veelal nog zijn. Dat gebeurt in chronologische volgorde (op geboortedatum), beginnend in de vierde eeuw met de heilige Cunera en eindigend met Karin Adelmund, de PvdA-politica die in 2005 op 56-jarige leeftijd overleed.

1001 vrouwen leest gemakkelijk door, al is het in de eerste plaats een naslagwerk. Bijna alle lemma’s zijn voorzien van een afbeelding, ook die over de middeleeuwse vrouwen. De honderden pagina’s met informatie – mijn ogen moeten even wennen aan de lichtroze pagina’s – worden afgewisseld door blokken met paginagrote afbeeldingen. Erg fraai.

De vraag die voor ons van belang is, is natuurlijk: welke Nijmeegse vrouwen staan in het boek? Het antwoord daarop is niet zo snel te vinden. Een register op naam is er als vanzelfsprekend, ook een register op auteur, maar een zaken- of plaatsnamenregister ontbreekt. Met onder andere de ‘Nijmeegse biografieën’ bij de hand ga ik op zoek. Staat Theophano misschien tussen de 1001? Nee, deze keizerin uit de tiende eeuw kwam weliswaar geregeld in Nijmegen, ze was geen Nederlandse. Ook Catharina van Bourbon, hertogin van Gelre en bijgezet in de St. Stevenskerk, ontbreekt.
Stijn Buys, de eerste Nijmeegse vrouw in het boek

De eerste Nijmeegse die ik tegenkom is Stijn Buys, de weduwe die midden zestiende eeuw in haar testament vastlegde dat uit haar nalatenschap een weeshuis zou worden gesticht. Helaas komt ze er wat bekaaid vanaf: alle informatie is in slechts één alinea samengevat – dat terwijl de meeste persoonsbeschrijvingen 1 à 2 pagina’s beslaan.

Al bladerend trekken koninginnen en prinsessen, hertoginnen en gravinnen, wetenschappers en kunstenaars aan me voorbij. Zeven Nijmeegse vrouwen kom ik tegen, van wie de namen me soms wel, soms niet bekend in de oren klinken: de dichteres Elisabeth Vervoorn, de schrijfsters Betsy Perk en Annie Romein-Verschoor, politica Marga Klompé en feministisch theologe Catharina HalkesDichteres Anna Ampt kan, als enige in Nijmegen geboren en overleden vrouw, aanspraak maken op de titel ‘Grootste Nijmeegse aller tijden’, zoals collega Ernest Verhees in deze weblog betoogt. De zevende vrouw is de enige die ik zelf bewust heb meegemaakt: Ien Dales, de eerste socialistische én vrouwelijke burgemeester van Nijmegen van 1987 tot 1989.

Geïnteresseerden kunnen op de studiezaal onderzoeken of er tussen de 1001 vrouwen meer uit Nijmegen staan.

vrijdag 8 maart 2013

Bij het verdwijnen van een spoorlijntje...

Smalspoor verscheen al bij de aanleg
van het Goffertpark: arbeiders vullen
kieplorries met zand in 1937.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen, 
fotonr. F20219
‘Stoomtreintje uit Goffertpark gaat naar Zweden’, zo las ik tot mijn verbazing in De Gelderlander van 6 maart. Treintje en rails zijn verkocht en liggen inmiddels in een attractiepark in Zuid-Zweden. Daarmee is voor vele Nijmegenaren een stukje jeugdsentiment plotsklaps verdwenen. Op het bericht kwamen bij De Gelderlander direct enkele teleurgestelde reacties van zowel vrijwilligers als parkbezoekers. Een korte duik in de geschiedenis van het smalspoorlijntje leerde dat de aanleg ervan destijds evenzeer tot teleurstellingen leidde.

Idee voor een kindertrein
In 1969 wenste het college van B en W te stoppen met de exploitatie van het openluchttheater in het Goffertpark. Om de attractiewaarde van het park te behouden, stelde zij onder andere de realisatie van een kindertrein voor. Dat idee kwam van J.G. Vriezen, technisch medewerker bij de Nederlandse Spoorwegen en in het bezit van een minitreintje, en voorzag in een 3 kilometer lang tracé dat bijna het hele park omringde. Het dieseltreintje zou in de maanden april t/m augustus rijden.

Het geplande tracé voor het eerste recreatieve dieseltreintje. Links het stadion, rechts
de Muntweg en onder de Slotemaker de Bruïneweg. Het rechte stuk bovenaan werd
later opgebroken. Bron: Regionaal Archief Nijmegen, Secretariearchief van de
gemeente Nijmegen 1946-1984 (Cultuur), inventarisnummer 6177. Eigen foto
Bezwaren
De gemeentelijke politie en de afdeling Verkeer uitten de nodige bezwaren: de oversteek van de Slotemaker de Bruïneweg zou tot gevaarlijke situaties leiden en het spoor zou doelwit van vernielingen worden. Ook J.A.H. Steinweg, oud-burgemeester en erevoorzitter van het bestuur van de Stichting Stadspark de Goffert, mengde zich in de zaak. Hij zag de aanleg van een spoorlijn als een grove aantasting van het park en probeerde burgemeester De Graaf over te halen de aanleg te voorkomen. Het mocht niet baten: op 24 juni 1970 zette de gemeenteraad het sein op groen.

Het tracé was inmiddels wel ingekort naar 2,5 kilometer en zodanig gepland dat het de Slotemaker de Bruïneweg niet kruiste. Het spoor liep vanaf het openluchttheater langs de speelweide naar het rosarium en de Muntweg. Via de ‘bovenvijver’, het Konijnenpad en Heydepark vervolgde het zijn weg naar de bossen bij het stadion om daar met een lus terug te keren naar het openluchttheater. Een schuur naast huis Heydepark diende als remise.

Het laatste restant van het eerste recreatieve spoorlijntje,
tussen het openluchttheater en het stadion. Eigen foto

Verroest ijzer
De aanleg van het lijntje in 1971 verliep stroef. De partij opgekochte rails bleek een hoop verroest ijzer en toen het spoor er eenmaal lag, liet de constructie te wensen over. Na de opening op 19 mei 1971 ontspoorde het treintje zo nu en dan. Een deel van het spoor moest later worden verwijderd omdat een helling te steil was voor de dieselloc. In het zomerseizoen van 1973 kon de ‘Goffert-Expres’ pas weer zonder problemen weer in gebruik worden genomen. De trein maakte nu geen rondje meer, maar reed heen en weer tussen de Muntweg en het openluchttheater.

Na twee seizoenen concludeerde de exploitant, ondernemer C.J. van Gent, dat het treintje niet het verwachte succes bracht: er was een exploitatietekort. De gemeente zinspeelde op een verplaatsing van het spoor naar het hertenkamp bij de Wezenlaan, maar Van Gent wilde daar niet van weten. Het dieseltreintje tufte nog tot in 1984 heen en weer, maar stond ook vaak werkloos in de remise.

Stoom
Eind maart 1985 liet Van Gent met pijn in het hart de rails verwijderen. Op hetzelfde moment verrees elders in het park een nieuw spoorlijntje: de heer G. Hoffs liet vanaf het voorjaar een heus stoomtreintje rondjes rijden om het hertenkamp aan de Wezenlaan. Dit treintje was een langer leven beschoren, maar kwakkelde evenzeer. De laatste trein in het Goffertpark reed in augustus 2012.