donderdag 31 januari 2013

Nieuwe nota archeologie


Opgraving Plein 1944

We hebben een nieuwe beleidsnota voor archeologie. Op 30 januari heeft de gemeenteraad de nota aangenomen. De belangrijkste nieuwe maatregel is het invoeren van een nieuw facetbestemmingsplan voor heel Nijmegen, waarin het behoud van archeologische waarden is vastgelegd. Daar hoort een kaart bij met de archeologische waarden per gebied. Wanneer er bouwplannen zijn, kan dat leiden tot een opgraving, maar ook bijvoorbeeld tot een andere manier van bouwen zodat de archeologische resten in de bodem bewaard blijven. De kosten voor het archeologisch onderzoek - de opgraving èn de rapportage - moeten door de veroorzaker worden betaald zoals in de wet staat. Wilt u meer weten, lees dan de Nota Nieuw Beleid Archeologie. De kaart is ook te zien in de digitale historische atlas Nijmegen.

25 jaar geleden
Het is het derde beleidsrapport over archeologie. Het eerste kwam 25 jaar geleden in de gemeenteraad, de eerste keer dat Nijmegen een actief archeologisch beleid voerde. Het jaar daarna werd de eerste stadsarcheoloog aangesteld.

Deel van Nota Cultureel Erfgoed
De nieuwe beleidsnota over archeologie wordt een onderdeel van de Nota Cultureel Erfgoed, die tot 20 februari in de inspraakronde zit. Archeologie is iets eerder aan de beurt gekomen, omdat het vervolg - het invoeren van het facetbestemmingsplan - veel tijd gaat kosten.



vrijdag 25 januari 2013

Het korte leven van de studentenkerk


De studentenkerk in haar beginjaren (foto collectie KDC)
 ‘Ik weet nog dat het hier allemaal werd gebouwd,’ zei de vrouw die langsliep, terwijl ik foto’s van de onttakelde studentenkerk in Galgenveld maakte. Ze wees naar links waar het OBG door nieuwbouw is vervangen en naar rechts waar tot 2008 de mensa stond. ‘Ik heb het ook allemaal zien slopen. Dan word je echt oud,’ concludeerde ze. Dat laatste kon ik moeilijk ontkennen, want toen ik in 1970 ging studeren, was de mensa net open.

De universiteit had hier een campus gepland. Met de A-faculteiten en een aantal centrale voorzieningen: de aula, studentenflats, het Universiteitshuis of U-huis met mensa en de studentenkerk. Alleen geneeskunde en natuurwetenschappen zouden op Heyendaal verrijzen.

De beste liturgische ruimte (foto collectie KDC)
De studentenkerk werd in 1966 ingewijd, de studentenflats van Galgenveld volgden in 1968. Het was bedoeling dat de studenten niet zelf kookten, maar een sportgoedkope maaltijd in de mensa nuttigden. De studentenkerk was een product van de progressieve jaren na het tweede Vaticaanse concilie. Ze moest ‘een kerk voor jonge mensen worden waarin de gelovi­gen zich rond het altaar scharen’.  Met dit uitgangspunt ging architect P. van Rhijn aan de slag. Hij creëerde volgens studentenpastor J. Huysmans ‘de beste liturgische ruimte’, die hij kende. Hij was niet de enige die dit vond.

Onttakeld en bijna verdwenen (foto Rob Wolf)
 Toch was de studentenkerk geen lang leven beschoren. Ze was net open toen het universiteitsbestuur zijn stedenbouwkundige plannen omgooide. De universiteit zou in haar geheel op Heyendaal worden gevestigd. Met inbegrip van de centrale voorzieningen. Hiermee was het lot van de kerk op Galgenveld eigenlijk al vanaf het begin bezegeld.
Het duurde alleen twintig jaar, voordat het college van bestuur ernst maakte met zijn voornemen. In 1993 werd de mensa vervangen door de Refter naast het Erasmusgebouw en verhuisde de studentenkerk naar de campus. Daar, niet op Galgenveld, waren de studenten immers.
De oude studentenkerk bleef nog bijna twintig jaar in gebruik bij alumni van de universiteit,  progressieve katholieken die hier oecumenische diensten organiseerden. Maar ook dat is nu voltooid verleden tijd. Wie nog iets van de kerk wil zien, moet opschieten.

Meer lezen: Rob Wolf, De trek naar het zuiden. Gebouwen van de Katholieke Universiteit Nijmegen 1923-1998

donderdag 24 januari 2013

2012: zestien archieven toegankelijk gemaakt

Hoewel het nieuwe jaar alweer in volle gang is, loont het de moeite om even terug te kijken naar 2012. Zestien historische archieven werden vorig jaar door bureau Inventarisatie van het Regionaal Archief Nijmegen toegankelijk gemaakt voor historisch onderzoekers. Daarbij zitten zowel overheids- als particuliere archieven, archieven uit zowel de stad als de regio. Naast deze zestien archieven bewerkte het archief nog meer archieven, die in de komende jaren toegankelijk zullen worden gemaakt. De toegangen zijn via het zoekscherm voor de archieven te raadplegen. Aan enkele ervan is al in eerdere blogberichten aandacht besteed maar hier nog een kort overzicht.

De stukken van algemene aard uit het archief van het Nijmeegse stadsbestuur uit de periode 1810-1945 vormen wel de grootste portie. Bestaande uit onder andere notulen, aantekeningen en besluitenlijsten van raads- en collegevergaderingen bieden ze een schat aan informatie over politieke reilen en zeilen in bijna anderhalve eeuw. Veel ouder is het archief van Stad en Ambt Huissen: de stukken gaan terug tot 1576.
 
Detail uit het gildeboek van het schuttersgilde van St. Gangulphus. Het zit in het archief
van Stad en Ambt Huissen. Foto: Kiki van Heijst. Bron: Regionaal Archief Nijmegen
In het licht van de groeiende belangstelling voor de periode van de Wederopbouw (1944-1965) mag ook de afronding van het archief van de Supervisor van de Wederopbouw in Nijmegen niet onvermeld blijven. De supervisor hield de regie over de architectuur van de wederopgebouwde panden.

Het depot van het archief
Onder de particuliere archieven bevinden zich enkele familiearchieven, waaronder die van de Nijmeegse familie Bury. Michel Bury, van wie verschillende stukken in het archief zitten, was in 1922 de oprichter van kunstzijdespinnerij Nyma. Daarnaast zijn er diverse archieven van katholieke organisaties; niet vreemd in een katholiek bolwerk dat Nijmegen vroeger was. Het archief van de Stichting St. Josephscholen is een belangrijke bron voor de geschiedenis van het Nijmeegse onderwijs: de stichting bestuurde op haar hoogtepunt bijna dertig lagere en middelbare scholen. De Kolpingvereniging Nijmegen, Stichting Bedrijfsapostolaat en haar opvolger DISK hadden ook een katholieke achtergrond en waren gericht op het verzorgen van activiteiten voor werknemers. Moedervereniging Sint Anna ondersteunde moeders en ouderen. De overige archieven zijn afkomstig uit organisaties van uiteenlopende aard, van de Rotaryclub Nijmegen tot de stichting Bemmel 800 jaar.

Hieronder een overzicht van alle in 2012 toegankelijk gemaakte archieven. 
Zoals gezegd: alle inventarissen zijn te raadplegen via de website van het archief, voor het bekijken en onderzoeken van de stukken staan de deuren van het archief voor u open!

vrijdag 18 januari 2013

Eeuwenoud Franstalig archief toegankelijk

Genealogen, historici en andere historisch geïnteresseerden hebben een nieuwe bron van informatie tot hun beschikking nu het archief van de Waalse gemeente Nijmegen (1644-1973) toegankelijk is gemaakt. Stukken uit het archief zijn in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen op te vragen, de complete inventaris staat op de website. Kennis van de Franse taal is bij het raadplegen onmisbaar...

Het is een bijzonderheid dat het Regionaal Archief een zo oud archief verwerft. De Waalse kerk in Nederland heeft haar archieven altijd zorgvuldig en centraal bewaard en stemde in 2010 toe om de Nijmeegse stukken aan Nijmegen over te dragen.

Een huwelijkse inzegening in de Waalse kerk, 1935.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Hoe een omvangrijke Franstalige geloofsgemeenschap in Nederland en in Nijmegen is ontstaan, is een verhaal apart. Als in 1579 in de Zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk het katholicisme de enig toegestane godsdienst wordt, slaan honderdduizenden protestanten op de vlucht. Zij vinden een veilige haven in de Noordelijke Nederlanden onder heerschappij van de calvinistische Oranjes. De Franstaligen stichten eigen kerken in Zeeuwse en Hollandse steden en verspreiden zich, vooral door hun deelname in het leger, over de andere gewesten van de Republiek.

Ook de Waalse gemeenschap in Nijmegen ontwikkelt zich vanuit het leger. Vanaf 1611 wordt in het Nijmeegse garnizoen in het Frans gepredikt en in 1644 volgt de oprichting van de Waals Gereformeerde gemeente. Deze richt in een vleugel van de Commanderie van St. Jan een gebedsruimte in, die met enkele onderbrekingen gebruikt wordt tot in 1944. In 1655-1674 moet de gemeente uitwijken naar de Regulierenkerk in de Molenstraat omdat de Illustere School of Kwartierlijke Academie zich in de Commanderie vestigt. In de jaren 1686-1701 kiest de gemeente zelf voor een tijdelijke verhuizing. Door een toestroom van uit Frankrijk gevluchte hugenoten barst de kerk in de Commanderie dan bijna uit haar voegen. De kerk trekt overigens niet alleen de belangstelling van Franstaligen. Diverse Nijmeegse families van aanzien, zoals Bijleveld, Singendonck en Van der Brugghen, volgen er in de negentiende eeuw diensten.

Collectebus uit circa 1875. Foto: Kiki van Heijst.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
In de twintigste eeuw krimpt de Waalse gemeente. Na de verwoesting van de Commanderie op 22 februari 1944 kerken de circa vijftig leden tijdelijk in de Mariënburgkapel, daarna in de Zuiderkapel van de St. Stevenskerk. In 1973 fuseren de Waalse gemeenten van Arnhem en Nijmegen, waarna de diensten vooral in Arnhem worden gehouden. Twee keer per jaar is er een dienst in de Zuiderkapel van de St. Stevenskerk.

Het archief van de Waalse gemeente Nijmegen is vanaf 1975 stukje bij beetje op het Regionaal Archief terechtgekomen. In 2010 ontving het archief een belangrijk gedeelte van de Universiteitsbibliotheek Leiden, waar de archieven van de Waalse kerk Nederland een aparte plaats innemen. Het archief bevat veel informatie over het wel en wee van de kerkelijke gemeente in de vorm van bijvoorbeeld doop-, trouw en lidmatenregisters, notulen van vergaderingen van de kerkeraad en rekeningen van de diaconie. Het archief bevat niet alleen papier. Tot het archief behoren onder andere een ijzeren collectebus en een metalen archiefkist met het opschrift ‘Eglise Wallonne’, beide uit ongeveer 1875. 

woensdag 16 januari 2013

"Een beetje Smeets komt uit een hoerennest."

Mart Smeets kon er, getuige zijn bovenstaande uitspraak, wel om lachen toen bleek dat voorouders van de geboren Arnhemmer als prostituee werkzaam waren in het negentiende-eeuwse Nijmegen. Mart deed de bijzondere ontdekkingen in de zoektocht naar zijn familiegeschiedenis in het kader van het TV-programma Verborgen VerledenDe opmerkelijke vondst leidde op Twitter al meteen tot veel reacties, vandaar een korte toelichting op de bijbehorende bronnen.  

De belasting op publieke
huizen van ontucht
In de ‘Staat van ontvangen plaatselijke belasting op de Openbare Huizen en vrouwen van ontucht’ van het jaar 1861 duikt de naam van Theodora Toussaint op, de zus van een rechtstreekse voorouder van Mart. Zij betaalde vijftig cent belasting per jaar voor "het houden van een toegelaten huis van ontucht" en vijftig cent voor "de uitreiking van een exemplaar van de plaatselijke verordening op de openlijke huizen en vrouwen van ontucht." Een exemplaar van deze in 1844 opgestelde verordening is nog steeds te raadplegen in de bibliotheek van het archief. 

Het reglement was opgesteld door het stadsbestuur in een poging prostitutie in de vestingstad in goede banen te leiden en de uitbraak van besmettelijke ziektes te voorkomen. Niet alleen bordeelhouders, maar ook prostituees moesten zich laten registreren en zich bovendien elke week door een geneeskundige laten controleren. Dergelijke diensten werden door de gemeente gratis aan deze beroepsgroep verleend. Om toch wat van deze kosten terug te krijgen besloot de gemeenteraad in 1855 tot het heffen van de plaatselijke belasting op de openlijke huizen en vrouwen van ontucht.

De naamsvermelding van
Theodora Toussaint

De geïnde belasting verantwoordde de gemeenteontvanger op kwartaalstaten, die als bijlagen zijn opgenomen bij de gemeentelijke jaarrekeningen en als zodanig nog steeds in het stadsarchief terug te vinden zijn. Saillant detail is dat Wilhelmina Toussaint, de rechtstreekse voorouder van Mart, trouwde met een van de belastingambtenaren van de stad. 

Meer weten?
Een uitgebreide toelichting op de belasting op publieke huizen van ontucht is te lezen in een bijdrage van Govert Boomsma aan de genealogische bundel Zoeklicht, getiteld 'NijmeegseLichtekooien (1857-1867).'  Wie meer wil weten over de geschiedenis van prostitutie in Nijmegen kan te raden gaan in de scriptie Van "... slegte stadsevrouwen": enige aspekten van de Nijmeegse prostitutie in de negentiende eeuw. 

Toevalligerwijs stonden de negentiende-eeuwse dames van plezier ook volop in de belangstelling van derdejaars geschiedenisstudenten van de Radboud UniversiteitNijmegen. Voor het onderzoekscollege "Sex In the City. Prostituees, ongehuwde moeders en andere gevaarlijke vrouwen in Nijmegen, 1850-1950" waren ze veelvuldig in de studiezaal van archief te vinden om onderzoek te doen. Wilma van den Brink, die een weblog beheert met veel informatie over prostitutie in de negentiende eeuw, verzorgde een gastcollege en schreef er een blog over. Eind januari presenteren de studenten hun bevindingen tijdens een afsluitend symposium. 

Bekijk de aflevering hier terug via Uitzending Gemist:
Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

donderdag 10 januari 2013

Mart Smeets te gast bij het Regionaal Archief Nijmegen



Opnames Verborgen Verleden in het RAN
Alweer enige tijd geleden was Mart Smeets te gast bij het Regionaal Archief Nijmegen. De bekende sportcommentator ging in het kader van het tv-programma Verborgen Verleden op zoek naar zijn familiegeschiedenis. 

De bijzondere vondsten die de geboren Arnhemmer in het Nijmeegs archief deed zijn aanstaande zaterdag 12 januari, vanaf 20.15u op Nederland 2 te zien in de eerste aflevering van het nieuwe seizoen.


maandag 7 januari 2013

Oud gebouw, nieuw gebruik


Zeepfabriek Dobbelman in 1954
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Veel bekende Nijmeegse industrieën en bedrijven zijn inmiddels uit de stad verdwenen of zijn niet langer gehuisvest in hun zo kenmerkende fabrieken en panden. Om de oude panden veilig te stellen, kreeg of krijgt een aantal van deze monumentale gebouwen een nieuwe bestemming. Denk aan de fabriekshallen van Kunstzijdespinnerij Nyma, waarin mogelijk een nieuw nationaal museum over de Tweede Wereldoorlog gevestigd zal worden. Denk aan het bedrijventerrein van Zeepfabriek Dobbelman, waar nu woningen en ateliers te vinden zijn, of de in ere herstelde Stratemakerstoren, die tot 1987 verborgen lag achter de gevel van elektrotechnisch bureau Alewijnse.  

Vanaf vandaag is er in de hal van de bibliotheek een mini-presentatie te zien over de herbestemming van Nijmeegs industrieel erfgoed. Foto's uit de collectie van het Archief maken het mogelijk om de huidige situatie te vergelijken met die uit het verleden. Aanvullend is er in de hal en studiezaal van het naastgelegen Archief een kleine selectie relicten van het industriële verleden van de stad tentoongesteld. Bekijk modeltekeningen van de schoenen van Swift en Robinson, het prachtige verpakkingsmateriaal van Dobbelman of de agenda van de directeur van de Nyma. Loop tijdens openingsuren gerust even binnen bij de bibliotheek of het archief om een kijkje te nemen!

Heeft u bij een Nijmeegse industrie gewerkt en wilt u daarover vertellen? De Stichting Industrieel Erfgoed Nijmegen en Omgeving luistert graag naar uw verhalen en ervaringen. Kijk op www.stieneo.nl voor meer informatie.

Veel kijkplezier!


vrijdag 4 januari 2013

Trouw aan Kolping!

  
In 1883 kwam het eigen verenigingsgebouw aan de Smetiusstraat
gereed; het stond al snel bekend als het Kolpinghuis (foto RAN).

In de eerste helft van de negentiende eeuw waren de werk­­omstan­dig­heden voor de arbeiders-klasse slecht. De Duitse priester Adolph Kolping (1813-1865) zette zich actief in om het lot van met name jonge katholieke arbeiders te verbeteren door de oprichting van een Gezellenvereniging. Al snel verspreidde het ‘Kolpingwerk’ zich over katholiek Europa.
In 1879 was de Nijmegenaar Johan Poelen, tijdens een rondreis als bakkers­gezel door Duitsland, onder de indruk geraakt van Kolpings initiatief. Eenmaal terug vond hij L.C. Hoctin, priester van de Molen­­straatsparochie, bereid leiding te geven aan een eigen Katholieke Gezellen­vereniging, de latere Kolpingvereniging.

Programmaboekje Het Gebersten Kruukske,
1957   (archief Kolping)
Verleden week meldden wij, dat Z.M. de Koning aan de statuten der Katholieke Gezellen-vereeniging alhier Zijne goedkeuring heeft geschonken. Na inzage dezer statuten kunnen wij thans ons oordeel over genoemde Vereeniging uitspreken en de stad Nijmegen er mede gelukwenschen. 
 Want, wat is het doel van dit genootschap? ‘De beginselen van het Christendom bij den werkman te steunen, en alzoo in hem den goeden geest levendig te houden, die hem tot een ijverig, trouw, bekwaam en gewillig werkman, gelukkig huisvader, zoo mogelijk tot welvarend meester vormt.’ (...) Het is niemand onbekend, dat door het afwijken van de beginselen des Christendoms, in vele landen de werkman de vaan des oproers heeft opgeheven (...) Het is hier te lande nog tijd om die dreigende besmetting te keeren. Gelukkig Nijmegen, dat brave werklieden zal kweeken en behouden! (De Gelderlander, 2 mei 1880)

Hoewel het artikel in De Gelderlander anders doet ver­moeden, staat in de statuten: “Politiek en gods­dienstige polemiek zijn in beginsel buiten de vereeniging gesloten.”            

Foto bij het 50-jarig bestaan van Genesius, 1945 (archief Kolping)

Toch heeft de vereniging, onder het motto Trouw aan Kolping, de stad niet teleurgesteld. Op de meest uiteen­lopende terreinen van het sociale en culturele leven in Nijmegen heeft de vereniging tot op de dag van vandaag haar stempel gedrukt. In het archief van de vereniging, dat onlangs bij het Regionaal Archief beschikbaar is gekomen, treffen we daarvan vele voorbeelden: zangkoor Adolf Kolping, toneelclub Genesius, woningbouw­ver­eniging Kolping, carnavals­vereniging Het Gebersten Kruukske en Avond­nijver­heidsschool St. Joseph (later de Dr. Poels­school).
In 2005 heeft de vereniging, de laatste Kolping­vereniging in Nederland, ter gelegenheid van haar 125-jarig bestaan de erepenning van de stad Nijmegen ontvangen.