vrijdag 30 november 2012

Nijmegen in kleur 1900 – 1970

Wie nog behoefte heeft aan een aardige cadeautip voor de komende feestdagen, zou kunnen denken aan de vorige week verschenen publicatie Nijmegen in kleur 1900-1970, samengesteld en uitgegeven door Peter Leeuwen uit Almelo. Van zijn hand verschenen eerder soortgelijke fotoboeken van onder meer Arnhem en de provincie Overijssel.

In 2007 richtte Leeuwen de Stichting Fotoarchief.nu op, met als doel het verzamelen en voor een breed publiek toegankelijk maken van beeldmateriaal in kleur uit de perode ca. 1938-1970. Daarbij richt Leeuwen zich voornamelijk op dia’s. Nijmegen in kleur 1900-1970 onderscheidt zich dan ook van andere fotoboeken van Nijmegen doordat de afbeeldingen zijn ontleend aan historische kleurendia’s, veelal gemaakt door amateurfotografen.

Doorkijk naar de Grotestraat vanuit de
Vleeshouwerstraat, ca. 1962
De kleurendiafotografie kwam op in de jaren ’50 van de vorige eeuw en werd in korte tijd zeer populair. Dat de eerste afbeeldingen in het Nijmegenboek dateren van 1900, komt doordat hiervoor ingekleurde zwart-witplaten van rond die tijd zijn gebruikt. Het zwaartepunt ligt echter duidelijk bij de jaren ’50 en ’60. De beelden van winkelende mensen, het verkeer in straten die nu verkeersvrij zijn, de verkrotting van de benedenstad en festiviteiten als Lentejool, processies en natuurlijk de Vierdaagse geven een veelzijdige en veelzeggende indruk van het dagelijkse leven in Nijmegen in die periode.

Voor het beeldmateriaal in het boek is naast de collectie van het Regionaal Archief Nijmegen ook gebruik gemaakt van het aanbod van particulieren zoals leden van de voormalige Nijmeegse Fotokring Meer Licht, waarvan een enkeling in 1939 al dia’s maakte.

Voor de beschrijvingen van een groot deel van de afbeeldingen is dankbaar gebruik gemaakt van de diensten van Erik van Veghel en Henk Wannet, beide als vrijwilliger voor de fotocollectie werkzaam bij het Regionaal Archief.
Lange Hezelstraat, ca. 1968


Nijmegen in kleur 1900-1970 ligt bij diverse Nijmeegse boekhandels voor een prijs van € 15,95.


donderdag 29 november 2012

'Een brug in een stad is meer dan een plank'


Een geïnteresseerd publiek luistert
naar Karolien Andela, die uitleg geeft
over de nieuwe stadsbrug
 De halfjaarlijkse bijeenkomst van de vrijwilligers van het Regionaal Archief Nijmegen stond dit najaar in het teken van stadsbrug De Oversteek, een oververbinding die in 2013 de noord- en de zuidzijde van de Waal aan de westkant van Nijmegen met elkaar moet gaan verbinden. In drijvend restaurant Quirin's aan de Waalkade is een bezoekerscentrum ingericht waar zich een maquette bevindt van het gebied en waar u filmpjes en bouwfoto's kunt bekijken. Daar vertelde Karolien aan een geïnteresseerd publiek van vrijwilligers een boeiend verhaal over de achtergronden en planning van de nieuwe beeldbepalende brug in de stad. 'Een brug in de stad is meer dan een plank', dat is volgens Karolien het motto van de architecten Laurent Ney en Chris Poulissen. Zij zijn verantwoordelijk voor het ontwerp van De Oversteek. Wist u overigens dat de boog 60 meter hoog is, 285 lang en dat de nieuwe brug in de volksmond al 'Het Handtasje' genoemd wordt?

Bouwen aan de boog van De Oversteek
 Omdat het leuk is om van dichtbij en met eigen ogen te kunnen zien hoe er aan dit enorme project gewerkt wordt, is de hele groep na de uitleg van Karolien ingescheept op de naastgelegen Pannenkoekenboot. De vaartocht ging via het bouwterrein van de brug naar de haven en sluis bij Weurt, en vervolgens weer terug naar de oude vertrouwde Waalbrug om te kunnen zien waar ter hoogte van Lent de nevengeul in het kader van Ruimte voor de rivier gegraven gaat worden.

Wat is het leuk om Nijmegen eens vanaf het water te bekijken! Zelfs voor de vele geboren Nijmegenaren aan boord leverde het tripje nieuwe gezichtspunten op.

vrijdag 23 november 2012

Sint logeerde 100 jaar geleden bij de bakker

Ook dit jaar had Sinterklaas bij zijn intocht in Nijmegen weer veel bekijks. Honderd jaar geleden was dat niet anders, zo blijkt bijvoorbeeld uit De Gelderlander van 25 november 1909: "Een lange stoet van opgewekte spes patriae (hoop van het vaderland) vergezelde den goeden Sint op zijn intocht binnen Nijmegen, de vroolijkste liedjes uitjubelend en vreugdevol vooruithuppelend in breede lange rijen. Op het witte paard gezeten reed Sint statig door de straten (…). Aan de ene zijde reed de goede, aan de andere zijde de kwade knecht, terwijl achterop de bagagewagen volgde, volgepropt met koffers gevuld … met lekkernij en speelgoed voor de kinderen."  
De intocht van de Sint in 1930. De foto is gemaakt in de Burchtstraat.
Einddoel van de stoet was ook nu weer de brood-, koek- en banketbakkerij van Piet Joosten aan Houtstraat 22, waar Sinterklaas "gewoonlijk zijn verblijf houdt. Een handige reclame van deze firma, die zeker haar doel bereikt", concludeerde De Gelderlander. Bakker Joosten trok in de Sinterklaasperiode ook op andere manieren de aandacht van de Nijmeegse kinderen en hun ouders, bijvoorbeeld met een uitbundig versierde etalage. Hiervan getuigt een foto uit 1909 in de collectie van het Regionaal Archief.

Het gaat om een avondopname van de etalage van de bakkerij, die kort daarvoor als een van de eerste winkels in de stad was voorzien van elektrische verlichting. In de etalage staan bijna levensgrote poppen van de goedheiligman op zijn paard en Zwarte Piet die zwaait met de roe. Ter verhoging van de feestvreugde zijn Sint en paard behangen met gloeilampen. Met al dat moderne licht moet de etalage van bakkerij Joosten ’s avonds het stralende middelpunt van een voor de rest vrij donkere Houtstraat zijn geweest.
De elektrisch verlichte Sinterklaas-etalage van bakkerij Joosten in de Houstraat, 1909
Op de beeldbank van het Regionaal Archief Nijmegen en op www.noviomagus.nl zijn tal van prachtige Sinterklaasfoto’s te vinden, maar de opname van de versierde etalage van bakkerij Joosten uit 1909 is bij mijn weten de oudste foto die betrekking heeft op het Sinterklaasfeest in Nijmegen. 

donderdag 22 november 2012

Een halve eeuw Nijmeegse popcultuur

Onbekende Nijmeegse popgroep (1970)
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Momenteel werkt Frank Antonie van Alphen, schrijver van onder meer De Kaaisjouwers: Een hard leven aan de Waal, aan een boek over een halve eeuw Nijmeegse popgeschiedenis. Ook is hij in dit kader bezig met een tentoonstelling voor het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Voor het in 2013 te verschijnen boek heeft hij een schat aan informatie verzameld: foto's, video's, audio-opnames en meer. Veel ander materiaal bevindt zich nog altijd in de handen van anderen. Binnen de collectie van het Regionaal Archief Nijmegen vormt het thema popcultuur helaas nog een hiaat. Om hierin verandering te brengen hebben wij ons voorgenomen om actief archiefmateriaal met betrekking tot dit thema te verwerven.

Op 20 november hielden wij een informatiebijeenkomst op het archief waarvoor wij Frank Antonie van Alphen en een kleine schare andere bezitters van mogelijk interessant materiaal hadden uitgenodigd. Het doel van deze bijeenkomst was om archiefvormers en verzamelaars te informeren over de manier waarop wij archiefmateriaal verwerven, selecteren en bewerken.

Bureauhoofd Inventarisatie Rob Camps sprak in het algemeen over het Regionaal Archief Nijmegen, over wat voor bronnen wij zoal in huis hebben en natuurlijk over welke bronnen we nog missen. Henk Trapman, coördinator audiovisuele collecties van het RAN, legde uit hoe materiaal kan worden aangeleverd, wat daarbij komt kijken en hoe we audiovisueel materiaal bewerken en toegankelijk maken voor een groter publiek via onze Digitale Studiezaal. Frank Antonie van Alphen las een fragment voor uit zijn boek-in-wording over de moeizame start van popmuziek in burgerlijk Nederland, over The Tielman Brothers en over de oprichting van de band The Black Magic door o.a. Nijmegenaar Boy Tahalele ("Gezichten van Hatert" door HatertTV).


Hoewel de bijeenkomst informatief van aard was, had het ook een hoog reüniegehalte voor enkele deelnemende gasten. Aan anekdotes uit een halve eeuw popgeschiedenis geen gebrek! Het eerste contact tussen het RAN en archiefvormers en verzamelaars met betrekking tot de Nijmeegse popgeschiedenis is in ieder geval succesvol gelegd. Ook de popgeschiedenis van Nijmegen verdient het om gedocumenteerd te worden. De eerste veelbelovende stappen hiertoe zijn nu gezet.

woensdag 21 november 2012

Archief St. Josephscholen (1877-2000) geïnventariseerd

Klooster van de broeders van Maastricht
aan het Kelfkensbos; hoofdgebouw
van de St. Josephscholen; verwoest 1944
Op initiatief van de Nijmeegse pastoors verhuisden in 1877 vier broeders van Maastricht naar Nijmegen. Ze vestigden zich aan het Kelfkensbos en stichtten daar drie lagere jongenscholen: een burgerschool (hoog schoolgeld), een tussenschool (laag schoolgeld) en een armenschool (gratis).
Dit was het begin van de Stichting St. Josephscholen, die - nog steeds vanuit het Kelfkensbos -  een groot aantal katholieke scholen in de stad bestuurde. En bestuurt.

Broeder met schoolklas, 1890
 Al met al heeft het om tientallen scholen gegaan: lagere, kleuter- en basisscholen, scholen voor slecht horende kinderen en lom-scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden, diverse mulo’s en mavo’s, een meao, en één kweekschool voor aanstaande onderwijzers. Samen vormen zij een mooi palet.
Het archief van de Stichting St. Josephscholen is dan ook een rijke bron waarin de Nederlandse onderwijsgeschiedenis van de afgelopen honderdvijftig jaar wordt weerspiegeld. Wat hebben met andere woorden de Lager Onderwijswet, de Mammoetwet, de Kweekschoolwet en andere onderwijswetten in Nijmegen voor gevolgen gehad?
Basisschool DeWieken aan de
Floraweg, 2007
Het archief van de Stichting St. Josephscholen is geen schoolarchief, waarin lesroosters, leerlingenkaarten en cijferlijsten de hoofdmoot vormen, maar een bestuursarchief waarin het beleid centraal staat. Hoe paste het bestuur de wetgeving toe; hoe was de relatie met de gemeente en hoe was het met de katholieke identiteit gesteld?
Ook bevat het archief informatie over de aangesloten scholen (daarvan is overigens wel een selectie bewaard). Bijvoorbeeld over de Petrus Canisiusschool die nu op het St. Stevenskerkhof staat, opvolger van de negentiende eeuwse broederscholen aan het Kelfkensbos.
Over jenaplanschool De Open Kring (nu De Sterredans) aan de Ubbergseveldweg, waar in de jaren zeventig en tachtig veel kinderen vanuit de antiautoritaire kresj heen gingen. En over de scholen in Neerbosch-Oost met hun welluidende namen Beiaard en Carillon; of over de school voor speciaal onderwijs De Vlieger en haar voorgangers.
Met archief van de Sint Josephscholen heeft het RAN een belangrijke nieuwe bron voor de geschiedenis van het Nijmeegse onderwijs in huis.

woensdag 14 november 2012

De Nijmeegse stadsvlag: kleur bekennen


Vlag voorgesteld door de Hoge Raad van Adel, 1953.
NSAN Organisme (Algemeen), inv.nr. 2617.
Bron:  Regionaal Archief Nijmegen

Zwart en rood, dat zijn de Nijmeegse stadskleuren. Je vindt ze terug in de vlaggen van Quick 1888 en van voetbalclub NEC, in de luiken van gemeentelijke gebouwen (de Waag, de Latijnse School) en zelfs al in de beschildering van de gemeentelijke schandton uit de Middeleeuwen. Geen twijfel mogelijk dus. Of toch...? Het archief van de Secretarie van de gemeente Nijmegen over de jaren 1946-1984 bevat diverse stukken over de vaststelling en wijziging van de stadsvlag die een ander beeld schetsen.

Geel en zwart
In een brief van 30 januari 1953, gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen, deed gemeentearchivaris J.A.B.M. de Jong een voorstel tot de vaststelling van een officiële stadsvlag. Hij had geconstateerd dat de gemeente die tot dan toe niet kende. Sinds het eind van de zestiende eeuw werd in de stad wel gevlagd met zwart en rood, maar consequent gebeurde dat niet: nu eens had de vlag twee horizontale banen, dan weer meerdere.
In zijn voorstel bepleitte De Jong meteen de aanpassing van de kleuren zwart en rood, volgens hem ‘heraldisch niet de juiste kleuren’. Geel en zwart waren wel historisch verantwoord.
Het stadswapen van Nijmegen. Bron: www.nijmegen.nl
Waar kwam deze constatering vandaan? Alvorens zijn voorstel aan het college te doen, had de gemeentearchivaris advies ingewonnen bij de Hoge Raad van Adel. Deze moest worden geconsulteerd voordat een vlag definitief kon worden vastgesteld. De Raad stelde dat de kleuren van een vlag gewoonlijk waren afgeleid van de kleuren van het stadswapen. Voor Nijmegen zou dit betekenen: een vlag in geel en zwart. Het voornaamste deel van het stadswapen toont namelijk een dubbele adelaar van sabel (zwart) op een goud (geel) veld.
Dat zwart en rood al eeuwenlang als stadskleuren werden gevoerd op bijvoorbeeld stedelijke gebouwen, verklaarde De Jong als volgt: ‘(...) het komt mij niet onwaarschijnlijk voor, dat de stadskleuren oorspronkelijk geel en zwart zijn geweest, maar dat het geel via oranje tot rood geworden is’. De Jong stelde een vlag voor met drie gelijke horizontale banen in de kleuren geel-zwart-geel. De secretaris van de Hoge Raad van Adel was al akkoord met dit ontwerp.

De voorlopig door de raad vastgestelde
vlag, 1953. NSAN Organisme
(Algemeen), inv.nr. 2617.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
In de gemeenteraad
Het college legde het voorstel op 10 juni 1953 voor aan de gemeenteraad. Een meerderheid van de raad wilde niet zomaar afstappen van de kleuren die al honderden jaren waren ingeburgerd. De raad besloot voorlopig een vlag in de kleuren rood-zwart-rood vast te stellen. Het voor definitieve vaststelling vereiste advies van de Hoge Raad van Adel bleef echter ongewijzigd, zo bleek ondubbelzinnig uit een brief aan het college op 25 juli 1953: ‘Dat (...) de keuze van Uw College gevallen is op een vlag, bestaande uit drie horizontale banen geel-zwart-geel, is, naar ’s Raads oordeel, niet alleen volkomen juist, doch zelfs het enig juiste’.
 
In de raadsvergadering van 9 september stond de stadsvlag opnieuw op de agenda. De discussie die volgde ging voornamelijk over de keuze voor traditie (het kleurgebruik in de laatste drie eeuwen) versus de keuze voor heraldiek (vlag als afgeleide van het stadswapen). Uiteindelijk en op aandringen van burgemeester Hustinx stelde de raad een vlag vast met de drie horizontale banen in chromaatgeel-zwart-chromaatgeel. Waarschijnlijk wapperde de eerste nieuwe vlag voor het gebouw van de Raad van Arbeid aan het Keizer Karelplein, dat op 18 februari 1954 werd geopend.

De luiken van de Waag in de stadskleuren,
1977. Foto: Theo Hendriks.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Toch weer zwart-rood?
Eind 1972 kwam de vlag opnieuw ter discussie te staan. In het artikel Wapen, stadskleuren en vlag van Nijmegen in het tijdschrift Numaga pleitte de heer J.B. Bronsema voor de terugkeer van zwart en rood in de vlag. Hij toonde aan dat deze kleuren al in de vijftiende eeuw als stadskleuren werden gebruikt en wees op het antependium van het Nijmeegse Schippersgilde uit circa 1494. Daarop staat de zwart-rode vlag afgebeeld aan de mast van een koggeschip. Volgens Bronsema ontleende de vlag zijn kleuren wel degelijk aan het stadswapen, maar dan aan de zwarte dubbele adelaar en zijn oorspronkelijke ‘bewapening’ – zijn tong – van keel (rood). Overigens weerlegde hij de stelling dat de kleuren van een vlag per definitie voortkwamen uit een wapen.


Bronsema stuurde zijn artikel naar het college van B&W en sprak de hoop uit dat de vlag zou worden verbeterd. Het college richtte zich wederom voor advies tot de Hoge Raad van Adel en die reageerde nu – overtuigd door Bronsema’s argumenten – dat zwart en rood toch historisch verantwoord waren gebleken. Toch besloot het college in 1974 de vastgestelde vlag te handhaven. Zij vond dat het ‘nu na twintig jaar, weinig elegant en bepaald ongeloofwaardig zou klinken, om terug te keren, naar de rood-zwart kleuren’.

In 1994 stond de vlag wederom op de agenda van de raadsvergadering. Nu stemde een meerderheid voor de terugkeer naar de oude kleuren en werd de huidige vlag vastgesteld. Met twee banen, de bovenste zwart, de onderste rood.


maandag 12 november 2012

Verlicht Nijmegen anno 1910

In 1907 besloot de Nijmeegse gemeenteraad tot de bouw van een elektriciteitscentrale aan het Waalplein (tegenwoordig Oude Haven). Dit gebeurde mede op aandringen van het Rijk, dat aan de Van Schevichavenstraat een elektrisch verlicht postkantoor wilde bouwen. In november 1908 werd de centrale in gebruik gesteld.
Het aantal aansluitingen was aanvankelijk beperkt: in december 1909 hadden de Gemeente-Elektriciteitswerken nog maar 348 klanten. Daarom voerde het bedrijf in 1910 een reclamecampagne die onder meer resulteerde in de uitgave van een serie brochures met de titel Gebruikt Electriciteit
Kunsthandel H. Prakke, Van Broeckhuysenstraat 11



Deze brochures benadrukken vooral de voordelen van elektrische verlichting. Zij bevatten tientallen fraaie foto’s van ‘lichtende’ voorbeelden: woningen en winkels in de stad die begin 1910 al beschikten over elektrische verlichting. De avondopnamen laten prachtige etalages, verkoopruimtes en magazijnen van winkelbedrijven zien, badend in het moderne licht, waaronder bloemensalon Iris en drankhandel Gerritsen aan de Molenstraat, speelgoedwinkel J.H. Engel aan de Grote Markt en de kristalwinkel van de gebroeders Swemmelaar aan de Burchtstraat. Ook de interieurs van de woningen van enkele Nijmegenaren zijn gefotografeerd, zoals die van zeepfabrikant en politicus P.T.H.M. Dobbelmann, aan de Vondelstraat 1, en van Ph. van IJssendijk, ingenieur bij de Staatsspoorwegen, aan de Groesbeekseweg 232. 

De "Hall" in de woning van P. Dobbelmann, Vondelstraat 1
De reclamebrochures van de Gemeente-Elektriciteitswerken geven niet alleen een fraai beeld van de introductie van elektriciteit in de stad. De afgebeelde foto’s gunnen ons ook een uniek kijkje in de winkels en woningen van vooruitstrevende en vaak ook vooraanstaande Nijmegenaren anno 1910, waarmee ze getuigen van hun smaak en de mode die zij volgden.
 
Nieuwsgierig geworden? Raadpleeg dan de brochures in de studiezaal van het Regionaal Archief, of bekijk de foto's op onze website.  

woensdag 7 november 2012

Burgemeester Hustinx in het Witte Huis

Hustinx ontmoet Truman in het
Witte Huis (21-10-1947)
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Van de 44 Amerikaanse presidenten heeft er voor zover mij bekend niet een een bezoek gebracht aan Nijmegen. Een zoekopdracht met "president" in de beeldbank van het archief levert vooral veel foto's op met presidenten van carnavalsverenigingen. Buitenlandse presidenten zijn ook niet te vinden op de lijst van "beroemde personen die Nijmegen hebben bezocht".

Alleen burgemeester Hustinx kan bogen op een ontmoeting met de machtigste man ter wereld. In oktober 1947 kreeg hij onverwacht een ontvangst op het Witte Huis van president Harry Truman.

Hustinx was naar Amerika gereisd om persoonlijk zijn dank te betuigen aan de inwoners van Albany. Deze stad in de staat New York had namelijk op initiatief van generaal Gavin van de 82nd Airborne Division Nijmegen geadopteerd om hulp te bieden bij de wederopbouw. In juli 1947 was een lading van 250 ton hulpgoederen in Nijmegen aangekomen. Lees verder het artikel in Het Digitale Huis en bekijk de foto's in de beeldbank.

Naast Albany bezocht Hustinx ook een burgemeestersconferentie in Washington en kreeg hij op 21 oktober de gelegenheid de president op het Witte Huis te ontmoeten. De agenda van Truman toont dat het om een kwartiertje ging, van kwart voor twaalf tot twaalf uur. In De Gelderlander van 27 oktober staat op de voorpagina een foto van de ontmoeting – waarop de president had aangedrongen – boven een artikel met het verslag van de reis van Hustinx. In onze beeldbank vond ik een vergelijkbare foto, uit een ons onbekende bron (zie hierboven).

Het dossier over het bezoek van de burgemeester bevat naast financiële stukken en de teksten van zijn speeches een groot aantal bedankbrieven voor de gastvrije ontvangst in Amerika. Ook "the Most Honourable H.S. Truman President of the U.S.A." kreeg een vriendelijk bericht. Het kwam uiteraard nauw met de formulering dus er zijn enkele concepten gepasseerd: 


Eerste concept van brief van burgemeester
Hustinx aan president Truman van
13 november 1947


Tweede concept. Beide afkomstig uit:
Nieuw Secretarie Archief Nijmegen 1946-1984,
Rubriek maatschappelijke zorg, inv.nr. 10161

vrijdag 2 november 2012

Blinde vinken verboden en afgemaakt

Oudste foto in de beeldbank 
van de Vinkegas (1935) 
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Na de eerdere beschrijving van reeksen van soms handige, over langere tijd doorlopende  bronnen - zoals de Verslagen van den toestand der Gemeente en de zogeheten bodeboekjes – dit keer iets meer over het Gemeenteblad. Hierin vind je weliswaar niet de spannendste literatuur over Nijmegen maar de hierin gepubliceerde verordeningen bieden wel enig inzicht in de zorgen en bemoeienissen van de gemeente. Vanaf 1907 tot nu publiceert de gemeente Nijmegen namelijk de lokale regelgeving in het Gemeenteblad. Het  is dus eigenlijk het kleinere broertje van het bekendere Staatsblad. Sinds 1996 is het Gemeenteblad digitaal beschikbaar via de internetpagina van de gemeente.

Gemeenteblad B 1920, nr. 1.
In de bibliotheek van het archief is de gedrukte serie van de Gemeentebladen opgenomen. Als voorbeeld heb ik uiteraard die van 1920 eens doorgebladerd. De eerste verordening van dat jaar trok meteen mijn aandacht gezien het zeer specifieke onderwerp. Het gaat namelijk om “De verordening ter voorkoming van het verminken van vogels en het houden van verminkte vogels.” . Wat was de achtergrond van deze bijzondere bepaling?

De behandeling in de Gemeenteraad van dit voorstel van de “Commissie voor de de strafverordeningen” in december 1919 maakt wel iets duidelijker maar niet alles. Raadslid en vogelliefhebber G.H. Janssen vroeg naar aanleiding van artikel 2 wat er gebeuren moet “met de blind gemaakte vinken, welke op dit oogenblik in kooien zijn opgesloten. Laten vliegen kan men hen niet. Moeten zij misschien worden afgemaakt?” De voorzitter antwoordt dat dit volgens hem inderdaad de enige oplossing is. Blinde vinken zijn dus het probleem?

Uiteraard biedt Wikipedia de oplossing voor dit soort vragen. In het artikel over de vink komt het fenomeen vinkenzetten ter sprake, zangwedstrijden met vinken. In de 18e eeuw ontstond het idee dat blinde vinken mooier zongen waardoor de oogleden van de vogels aan elkaar geschroeid werden. Deze wrede praktijk werd door de opkomst van de dierenbescherming begin 20e eeuw vervangen door geblindeerde kooien en in 1921 werd het in Nederland officieel verboden. Nijmegen liep hier dus al wat op vooruit met deze verordening.

Maar waar de naam voor de gehaktrol nou vandaan komt?