vrijdag 28 september 2012

Cornelis Alewijnse, elektromonteur of röntgenlaborant

Cornelis Alewijnse 1893
(collectie C. Alewijnse) 
In het archief van het elektrotechnisch installatiebedrijf Alewijnse kwam ik een kopie tegen van een bladzijden lange rekening die stichter Cornelis Alewijnse in 1909 aan J.W.B. Hage stuurde. Hage was directeur van het medico-mechanisch Zanderinstituut (Snijderstraat 6, vanaf 1909 Berg en Dalseweg 1), een fysiotherapeutische inrichting, waar patiënten met apparaten oefenden.
In een eerder onderzoek was ik Hage tegengekomen als zorgondernemer. In 1913 probeerde hij namelijk een dependance in Heerlen te openen. Daar bestond al wel een Zanderinstituut, maar omdat erg veel mijnwerkers na een bedrijfsongeval moesten oefenen, was er ruimte voor nog zo'n inrichting. Tenminste dat dacht Hage. Door een intensieve Heerlense lobby strandde het initiatief.
Hage had nog een vak: hij exploiteerde een röntgenapparaat. Cornelis Alewijnse had hem van 1900 tot 1909 tientallen keren geholpen bij de installatie en het gebruik van röntgenbuizen. Hoewel hij elektromonteur was, had Alewijnse zelfs vele malen geassisteerd bij de behandeling van patiënten.
 
Een bladzijde uit de rekening
(archief Alewijnse Holding)
Kon dat zomaar? Was dit geen onbevoegde uitoefening van de geneeskunst? Blijkbaar niet. De radiologie was een jong vak. Julius Röntgen had de naar hem genoemde stralen pas in 1895 ontdekt, regels over het gebruik ervan bestonden nog niet, net zo min als een medisch specialisme dat de toepassing van die stralen monopoliseerde. Uit de scriptie die H. Deimann in 1989 over de beginjaren van de röntgenologie in Nijmegen schreef, (aanwezig in de bibliotheek van het RAN), blijkt bovendien dat Hage oppaste dat hij niet in conflict kwam met de plaatselijke medici. Hij heeft dan ook tot 1940 röntgenfoto’s gemaakt.
Het vreemdste in dit verhaal is de rekening van Cornelis Alewijnse. Het lijkt alsof hij pas na negen jaar pro deo dienstverlening vindt dat Hage hem alle achterstallige uren moet betalen. Of dat ook gebeurd is, vertellen de bronnen niet.

donderdag 27 september 2012

Op zoek naar voorouders bij de Koloniale Reserve?


Dhr. Spanhoff voor  de expositie op 26
september. Foto: Leon Gruppelaar
Onder het publiek dat de expositie Flinke kerels... treedt aan! in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis bezoekt zijn ook nazaten van de 'flinke kerels'die bij de Koloniale Reserve dienden. Zo bezocht dhr. Spanhoff afgelopen woensdag de tentoonstelling waar hij een foto van zijn vader tegenkwam.

Sommige van deze nazaten willen meer weten over hun voorouders. Zij kunnen hiervoor terecht bij het Nationaal Archief in Den Haag. Hier worden de stamboekregistraties van onderofficieren en manschappen van het KNIL in Oost-Indië bewaard. In een uitgebreide onderzoeksgids op de website Gahetna vindt u meer informatie hoe u onderzoek kunt in deze bronnen.






woensdag 26 september 2012

Column Geschiedeniscafé: "Mater Dei"

Tijdens het Geschiedeniscafé van 21 september jl sprak Jan Roelofs zijn derde column uit. Hier leest u de integrale tekst:

Mater Dei 
Een paar weken geleden waren wij aan een korte vakantie toe. Mijn vrouw meer dan ik, want voor een gepensioneerde is het hele leven eigenlijk een lange vakantie en is er weinig waar hij zorgen over hoeft te maken. Behalve natuurlijk dan de dreigende korting op zijn overigens niet zo schamele pensioen. Maar ik kan niet zeggen dat ik daar nu echt wakker van lig.

Wij besloten het niet al te ver weg te zoeken, niet te gaan vliegen, niet naar de zon, maar gewoon niet al te ver weg en toch in het buitenland. Ik weet niet meer van wie het idee kwam, van mij of mijn eega, maar ach man en vrouw zijn een, dus wat doet het er toe. We gingen naar de Westhoek, dat stukje België tegen de Franse grens aan waar in de eerste wereldoorlog zo zinloos is gevochten om een paar meter grond. Als je al die oorlogskerkhoven daar ziet, je kunt geen bocht om slaan, of er ligt er een, weet je waarom die oorlog The Great War wordt genoemd. We maakten er een memorabele toer van. De fietsen meegenomen, hebben wij een paar dagen daar rond gepeddeld. Een lieflijk landschap, een verloren stukje land met kleine dorpen, maar allemaal met een stukje gruwelijke geschiedenis. We bezochten Ieper en zijn pas heropende museum In Flanders Fields. We maakten de dagelijkse ceremonie bij de Menenpoort mee, terwijl op de achtergrond de geluiden van de voorbereidingen van het programma Villa Van Thilt te horen waren. Dat programma was in de zomermaanden op de Vlaams tv.Een mengeling van “De week draait door en Pauw en Witteman, maar dan op lokatie.

Later die week huiverde ik bij de IJzertoren, dat vreemde symbool van Vlaamse zelfbewustheid, van te Vlaamse zelfbewustheid. Ik vind het een naar bouwsel.We logeerden die dagen in Poperinge. De overigens riante kamer in ons hotel was om mij onduidelijke reden genoemd naar een pater die ooit in de Kongo werkzaam was geweest en waarvan een weinig inspirerende foto boven het overigens uitnodigende hotelbed hing. Tijdens deze dagen wist ik dat in deze streek genoeg materiaal te halen was voor mijn column voor het Geschiedeniscafé. Op steenworpafstand van ons hotel lag het stadhuis van Poperinge. Dag en nacht was de cel toegankelijk waar ooit Britse soldaten hun laatste nacht doorbrachten voor zij door collega’s geëxecuteerd werden, veroordeeld wegens lafheid of plannen voor desertie. Op de binnenplaats van het stadhuis staat nog de paal waar zij aan vastgebonden werden en sneuvelden als slachtoffer van hun menselijkheid. De waanzin van de oorlog ten top. De rust van het landschap van de Westhoek lijkt daar nu omgekeerd evenredig mee. 

Mijn vakantie verliep verder voorspoedig en zoals het in Vlaanderen hoort waren de maaltijden voortreffelijk en de terrassen zonnig. Zoals ik al opmerkte materiaal genoeg voor een snedige column. Eenmaal weer thuis bereidde ik mij langzaam voor op deze middag en las dat een van de onderwerpen Mater Dei zou zijn. Uiteraard heb ik niet op die school gezeten. Ik had mijn geslacht niet mee. Ik ging ook niet naar het Canisius College, de mannelijke tegenhanger, maar naar de concurrent, het Dominicus College. En als vrouwelijke tegenhanger hadden wij de Rosa, daar ontmoette ik ook mijn eerste lief. Wel drie maanden verkering mee gehad. Later trouwde ik met een meisje van Mater Dei. Ik heb dus recht van spreken bij dit onderwerp, al heeft het huwelijk de eeuwigheid niet gehaald. Er zijn boze tongen die beweren dat het feit dat zij van Mater Dei was en ik van het Dominicus ook al een veeg teken voor een komend falen was geweest. Het huwelijk ging dan wel voorbij, de vriendschap bleef. En zij vertelde mij ooit dat zij als klassevertegenwoordigster in de speech bij haar eindexamen het motto van de school danig verhaspeld had. Van Non scolae sed vitae maakte zij NON VITAE SED SCOLAE. Maar wat valt haar te verwijten. De MMS kende geen Latijn als examenvak. Mijn HBS trouwens ook niet.

© Jan Th.A.E. Roelofs
Bent u geïnteresseerd in meer teksten van Jan, bezoek dan zijn website www.roelofs.eu voor zijn dagelijkse blog. Het volgend Geschiedeniscafé is op 16 november 2012.

dinsdag 18 september 2012

Film en den toestand der gemeente in 1920

De gemeente Nijmegen wil graag voor de “stadsvisie 2020” antwoord op de vragen hoe de stad eruit ziet in 2020. Wat is dan de kracht van de stad? Op welke maatschappelijke en technologische ontwikkelingen moet Nijmegen gaan inspelen? Op deze en meer vragen kan iedereen antwoord geven, te beginnen met wat de kenmerken van Nijmegen nu zijn. Er is een speciale website maar de gemeente komt de komende dagen ook langs met de wijkenkaravaan.

Natuurlijk mooi dat “stad van alle tijden” het motto voor dit debat is, vermoedelijk als aansluiting op de campagnes rond Altijd Nijmegen en Nijmegen, de oudste stad van Nederland. Dan kom je ook al snel bij de bekende stelling dat je zonder je verleden te kennen, je ook het heden en de toekomst niet goed kunt duiden.

Het leek me daarom leuk om eens te zien wat het archief over Nijmegen in 1920 te bieden heeft. Heel veel natuurlijk! In de beeldbank van het Regionaal Archief Nijmegen zijn bijna 2000 foto’s van rond dit jaar opgenomen, zoals bijvoorbeeld deze foto van de Waalkade en de spoorbrug. Tot mijn verrassing is er in 1920 zelfs een promotiefilm gemaakt  met ondermeer prachtige beelden vanaf een rijdende tram door de stad. De beelden, die soms wat donker zijn, zijn gemaakt door de filmpionier Willy Mullens:

Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Wie meer wil weten over wat er allemaal speelde in de stad in 1920 kan natuurlijk altijd De Gelderlander lezen. Waarschijnlijk iets taaier zijn de notulen van de gemeenteraad. Een andere belangrijke bron is het zogeheten "Verslag van den toestand der gemeente Nijmegen over het jaar 1920". Hierin vind je over alle mogelijke onderwerpen korte samenvattingen over de stand van zaken of wat de bemoeienis van de gemeente hierbij is geweest. In de bijlagen staan de zeer uitgebreide jaarverslagen van alle diensten, bedrijven en commissies van de gemeente, zoals de Gasfabriek en waterleiding, de Bank van Leening en de Keuringsdienst van Eet- en Drinkwaren. Deze verslagen zijn gemaakt en bewaard van 1851 tot en met 1937. Volgende keer iets meer over de bevolkingssamenstelling en -ontwikkeling in 1920 uit het Verslag.

donderdag 13 september 2012

Het boekje van de rentmeester


Exterieur
Onlangs mocht het Regionaal Archief Nijmegen via het Gelders archief een bijzondere aanwinst ontvangen. We zien een boekje met een lederen kaft in de vorm van een envelop, voorzien van een koordje om het dicht te binden. Een handzaam zakboekje uit het begin van de negentiende eeuw.

Het boekje is waarschijnlijk afkomstig van een rentmeester. Rentmeesters voerden de administratie over onroerende goederen in opdracht van grond bezittende derden en inden voor hen de renten, huren en pachten. De rentmeester van dit boekje administreerde de 'verpagting der landerijen in het Circul van Ooij en Persingen'. De informatie in het boekje strekt van 1803 tot en met 1812. Elk jaar opnieuw werden er gelden geïnd door de rentmeester, voor het Borger Weeshuis, het Dolhuis, 'de heer In de Betouw', 'de heer Van Sanders van Well' en vele anderen. Onder elke 'opdrachtgever' stonden de verpachtingen in kwestie vermeld, veelal met geografische plaatsbepalingen als 'Claverkamp', 'Geerkamp' en 'De grote boomgaard', met daarachter de bij de pachters geïnde of te innen gelden.

Interieur
Van wie het boekje was, is nog moeilijk te achterhalen. Er staat geen naam in genoteerd, hoogstwaarschijnlijk omdat het boekje puur voor eigen gebruik was bestemd. Ook vergelijking met financiële stukken in andere archieven van het RAN, zoals die van de Nijmeegse Broederschappen en die van het Borgerkinderen Weeshuis, biedt tot nog toe geen uitkomst. Wel zien we in deze archieven dat er meerdere rentmeesters actief waren. Zo werden tussen 1803 en 1812 voor het Borgerkinderen Weeshuis de 'jaarlijkse rekeningen der rentmeesters' opgemaakt door de heren Van Veerssen, Van Haaps, Elders, Van der Waarden en Weeninck. Voor het Ellendige Broederschap werden in deze periode die rekeningen bijgehouden door rentmeester De Man. Vormde dit boekje het administratieve hulpstuk van een van deze heren?

woensdag 12 september 2012

Nijmeegse rijksmonumenten in beeld

Rijksmonument 523033: trafohuisje aan de Industrieweg
in Nijmegen. Foto: Henk van Gaal
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen DF924
De beeldbank van het Regionaal Archief Nijmegen is onlangs verrijkt met 600 foto’s waarop de rijksmonumenten in Nijmegen en omliggende gemeenten te zien zijn. De foto’s zijn aan het archief geschonken door Henk van Gaal. Ze zijn het resultaat van zijn deelname aan Wiki Loves Monuments, een fotowedstrijd die in september 2010 voor het eerst werd georganiseerd door Wikipedia. Doel was het verzamelen van foto’s van monumenten die niet eerder vrij beschikbaar waren. De actie beperkte zich in 2010 nog tot Nederland, maar werd in 2011 tot Europees niveau uitgebreid. Dit jaar wordt de actie wereldwijd georganiseerd, en daarmee is Wiki Loves Monuments met deelnemers uit 25 landen uitgegroeid tot ’s werelds grootste fotowedstrijd. Ook nu kan iedereen meedoen.

Rijksmonument 523171: De Elst aan de Kloosterstraat
in Beuningen. Foto: Henk van Gaal
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen DF564
Nijmegenaar Henk van Gaal, gepensioneerd, is jarenlang werkzaam geweest bij Topo-Aktief Wandelvakanties in Nijmegen. Zijn eigenlijke interesse ligt in Frankrijk, maar in september 2010 wilde hij een fietsvakantie door Nederland houden, die toevallig samenviel met de fotowedstrijd. Hij besloot mee te doen en fotografeerde op zijn tocht niet alleen de rijksmonumenten in Nijmegen en omstreken, maar ook die in Arnhem en Den Bosch. In totaal maakte Van Gaal 1637 foto’s, en met dat aantal sleepte hij de tweede prijs in de wacht.

De 600 foto’s van Nijmegen en omliggende gemeenten zijn de afgelopen maanden ten behoeve van de beeldbank van het archief met voortvarendheid beschreven door René Haegens, foto-vrijwilliger van het eerste uur. Bij alle foto’s zijn naast de locaties ook de rijksmonumentnummers vermeld.

De foto’s zijn vanaf nu te raadplegen via de Digitale Studiezaal van het archief.


donderdag 6 september 2012

Groen van Toen en het Goffertpark in 1933

Waar zou meer over "Groen van toen" te vinden zijn dan in het archief van de Plantsoenendienst? Deze dienst werd in 1920 opgericht en kreeg in 1947 de naam Dienst Plantsoenen en Bosbeheer. Dat jaar veranderde ook de benaming van het hoofd van plantagemeester naar het minder romantische "Directeur van de dienst van Gemeente-Plantsoenen". (zie het artikel in de Kennisbank)

Het letterlijke groen in het archief is te vinden op enkele gekleurde ontwerpen in het tekeningenarchief. De fraaiste exemplaren zijn drie ontwerpen van het Goffertpark uit 1933. Dat de aanleg van het park een werkverschaffingsproject is geweest, met de bijnaam 'bloedkuul' voor het stadion als gevolg, is wel algemeen bekend maar over de architectuurgeschiedenis is beduidend minder geschreven. Deze tekeningen lijken dan ook verborgen groene schatten in het archief. In het interessante artikel van E.M.C. Cremers in het tijdschrift Numaga uit 1989 over het ontstaan van het park staan ze wel afgebeeld in zwart-wit maar een gekleurde publicatie ken ik niet. Dus misschien wel een primeur in dit weblog: (voor de oriëntatie, het noorden is rechtsonder)

Eerste ontwerp, afgekeurd doordat de geplande ringweg
door de vijver zou gaan. Er is nog geen stadion.

Het tweede ontwerp, met al wel alle onderdelen zoals het stadion,
speelweide, theater en hertenkamp.

Het goedgekeurde ontwerp met het stadion aan de bosrand.
De ontwerpen zijn zeer waarschijnlijk allemaal van de hand van de plantagemeester H.J. Schmidt. Hij had van B&W de opdracht gekregen om het stadspark te ontwerpen zoals dat door de stedenbouwkundige ir. Alphons Siebers in het nieuwe uitbreidingsplan was gepland op deze plek. Schmidt en Siebers kregen vervolgens een flink meningsverschil over de inrichting van het park waarbij uiteindelijk de plantagemeester aan het langste eind trok. Het ontwerp dat Siebers heeft gemaakt ontbreekt helaas in het archief van de Plantsoenendienst. Daarvoor is zijn archief bij het Nederlands Architectuur Centrum nog een goede optie.

Op Open Monumentendag 2012 is het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis het hele weekend open. Op zaterdag is het Openluchttheater Goffertpark geopend en is er een korte rondleiding.

dinsdag 4 september 2012

Wandtapijten Vrede van Nijmegen als vloerkleden?

Afscheid van Dido en Aeneas,
uit de serie van Vergilius
Zie de beschrijving op de website
www.vredevannijmegenpenning.eu
Nee, nee, natuurlijk niet! De mensen van ICAT Textielrestauratie zijn bezig met het jaarlijks onderhoud aan de Antwerpse wandtapijten, aangeschaft ter gelegenheid van de sluiting van de Vrede van Nijmegen in 1677, in het stadhuis.

Omdat na een verbouwing van de raadzaal in 2004 geen plaats meer was voor alle wandtapijten in het stadhuis, wordt één van de beide series - zeven tapijten met voorstellingen uit de Metamorphosen van Ovidius  – sinds 2010 tentoongesteld in Museum Het Valkhof in de speciale Vrede van Nijmegenzaal. De andere serie - zes scènes uit het Aeneas-epos van Vergilius  – hangen in het stadhuis. De series worden steeds om de vijf jaar gewisseld.

In twee dagen tijd zijn alle wandtapijten in het stadhuis van oppervalktevuil ontdaan. Daarnaast worden de tapijten geïnspecteerd op beschadigingen of aanwezigheid van insecten. Het reinigen van de tapijten is belangrijk omdat stof wat zich ophoopt in de tapijten op termijn tot schade kan lijden. Stof kan namelijk op microscopisch niveau heel erg scherp zijn en op die manier de vezels van het textiel beschadigen. Daarnaast trekt stof ook ander stof aan en, niet onbelangrijk, het houdt ook vocht vast waardoor het een voedingsbodem wordt voor schimmels. Ook voor mensen kan dit schadelijk zijn.

Een ander probleem dat ze tegenkomen, is dat de tapijten, in de loop van een jaar, uit gaan zakken en lelijke plooien gaan vormen. Omdat de tapijten allemaal met behulp van klittenband zijn opgehangen, kunnen ze gedeeltelijk losgehaald worden en weer wat worden aangespannen, waardoor de plooien verdwijnen. Daarom is het onderhoud van de tapijten ook erg belangrijk.

Een deel van de tapijten, de collectie in de Burgerzaal, is zo opgehangen dat ze naar beneden gehaald kan worden en vervolgens kan worden gereinigd. (zie foto) Een ander deel, in de Schepenhal bijvoorbeeld hangt ‘vast’ en daarvoor moet er met een steiger gewerkt worden. Verder hangen er ook nog kleden in de trouwzaal, de Trêveszaal, en in de gang op de eerste verdieping van het stadhuis. Het gaat hier ook om twaalf wandtapijten met diermotieven die de stad vijftien jaar voor de Vrede van Nijmegen in Delft had gekocht. Olga van Boetzelaer van ICAT is al vele jaren de uitvoerder van het onderhoud van de tapijten en kent de tapijten heel erg goed waardoor ze veranderingen aan de tapijten goed in de gaten heeft.

De zorg voor deze prachtige wandtapijten is nu dus veel beter dan in de voorgaande eeuwen, zoals blijkt uit dit artikel op Historiën.