dinsdag 28 februari 2012

Beschermingsprocedure monumenten Hees en Neerbosch

Op 7 februari jl. heeft het College van B&W van de gemeente Nijmegen besloten de beschermingsprocedure voor 27 objecten in de voormalige dorpen Hees en Neerbosch te starten.





In de voormalige dorpskernen van Hees en Neerbosch zijn nog veel waardevolle karakteristieken aanwezig die naar de geschiedenis van de dorpen verwijzen. In de jaren ’50 van de twintigste eeuw werd het dorp Hees een uitbreidingswijk van Nijmegen. Neerbosch volgde in de jaren ’80 van de twintigste eeuw met de bouw van de wijk Lindenholt. De historische bebouwing is bij de bouw van deze wijken gehandhaafd. De bebouwing aan de Kerkstraat – de oude verbindingsweg naar Neerbosch – bijvoorbeeld is kenmerkend voor de historische ontwikkelingen van het vroegere dorp Hees. Aan deze straat zijn nog zowel voormalige boerderijen als villa’s en vroegere religieuze gebouwen aanwezig.

Hees en Neerbosch waren van oudsher boerendorpen. Dit is nog te herkennen aan bijvoorbeeld Zwanenstraat 54 en St. Agnetenweg 53-55. Ook waren er in dit landelijke gebied veel kwekerijbedrijven gevestigd. Schependomlaan 36 is één van deze voormalige kwekerijen. Al vanaf de achttiende eeuw hadden de dorpen een aantrekkingskracht op welgestelde burgers. Het landelijke karakter en de rustieke omgeving leidden ertoe dat de gegoede klasse, zoals renteniers en oud-Indiëgangers, hier diverse woonhuizen, villa’s en andere buitens liet bouwen, waarvan er diverse bewaard zijn gebleven, zoals diverse woningen aan de Kerkstraat en de Schependomlaan. Naast de keuterboertjes, tuinkwekers en welgestelden waren er in Hees ook vele religieuzen woonachtig, zoals in het Sint Jozefklooster aan de Kerkstraat en het rusthuis Sancta Maria aan de Bredestraat.

Door bescherming van de verschillende objecten kan de identiteit en de geschiedenis van de voormalige dorpen herkenbaar en beleefbaar blijven.



dinsdag 21 februari 2012

Digitaal archief burgemeester Thom de Graaf

De burgemeesterswisseling in Nijmegen is een goede aanleiding voor extra aandacht voor de geschiedenis van de Nijmeegse burgemeesters. In de vestiging Mariënburg van de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid toont de wisseltentoonstelling van het archief dan ook al enkele weken de vele gezichten van de burgemeester.

In het digitale Huis van de Nijmeegse Geschiedenis is sinds kort een overzicht beschikbaar van alle Nijmeegse burgemeesters vanaf 1816. In korte biografieën kunt u lezen over bekende namen als Van Bijleveld, Schaeck Mathon, Hustinx en Dales.

Digitaal archief
Met het vertrek van burgemeester Thom de Graaf neemt Nijmegen niet alleen afscheid van de eerste burgemeester van D66-huize, zo leert het overzicht, maar ook van de eerste burgervader die een weblog bijhield, waarvan speeches op Youtube verschenen en die twitterde. De periode 2007-2012 was dan ook die van de snelle opkomst van digitale communicatie en social media. De campagne van Obama voor de presidentsverkiezingen van de V.S. in 2008 gold als lichtend voorbeeld voor het gebruik hiervan in de politieke arena. Er zijn inmiddels weinig lokale en landelijke politici die niet op Facebook of Twitter te vinden zijn.
Laatste tweet van De Graaf als burgemeester,
foto en profiel zijn daarna aangepast.
Met het vertrek van De Graaf dreigde een deel van zijn 'digitaal archief', om het zo voor het gemak maar even te noemen, op internet te verdwijnen. Zijn weblog en fotoblog zullen immers met de komst van zijn opvolg(st)er van de gemeentewebsite verwijderd worden. Omdat deze berichten juist een goed beeld geven van zijn burgemeesterschap en van de onderwerpen en ontwikkelingen van 2007 tot 2012 heeft het Regionaal Archief Nijmegen besloten deze teksten en foto's niet verloren te laten gaan. De eenvoudigste oplossing voor het blijvend beschikbaarstellen was gebruik te maken van online middelen zoals Blogger en Flickr. Het staat nu dus allemaal in de 'cloud' met als kern het weblog:


De bekende foto van
Bellen met... uit De Brug
(fotograaf Bob Walker)
Hier vind je de teksten van zijn weblog en gepubliceerde toespraken en links naar foto's van het fotoblog op het Flickr-account van het archief en naar de interviews, onder de titel Bellen met.., in het digitaal archief van Weekkrant De Brug. Nu is dus makkelijk te zien wat Thom de Graaf heeft meegemaakt met bijvoorbeeld carnaval of bij de intocht van de vierdaagse en wat hij deed op bijvoorbeeld 10 en 11 september 2007 of op 25 april 2008.

donderdag 16 februari 2012

Experimentele ansichtkaarten in de beeldbank van het Regionaal Archief Nijmegen

Ontwerp Noalente Hendriks, winnaar categorie amateurs tot 18 jaar.
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen F23074
In het kader van de Open Monumentendag 2009, die dat jaar als thema ‘Nijmegen op de kaart’ had, organiseerde de gemeente Nijmegen een ontwerpwedstrijd voor ansichtkaarten. Onder het motto ‘Zet Nijmegen op de (ansicht)kaart’, werd het publiek opgeroepen een ontwerp te maken voor een ansichtkaart met Nijmegen als onderwerp. Het idee hierachter was dat de ansichtkaart wel een steuntje in de rug kon gebruiken in een tijd die wordt beheerst door sms-jes en e-mails. Bovendien brengt een ansichtkaart de highlights van de stad voor het voetlicht, en de uitdaging was om dit op een zo origineel mogelijke wijze te doen.

Ontwerp Helaine Weide, winnaar categorie
amateurs vanaf 18 jaar. Fotocollectie
Regionaal Archief Nijmegen F23075
 Er waren drie categorieën waarin men kon meedoen aan de ontwerpwedstrijd: amateurs tot 18 jaar, amateurs vanaf 18 jaar, en professionals. De jury die de kaarten beoordeelde bestond uit Rob Jaspers, journalist van De Gelderlander, Bart Vaessen, directeur van De Lindenberg, Erna aan de Stegge van het Gelders Kenniscentrum Kunst en Cultuur, en Montse Hernandez i Sala van het Nijmeegs Ontwerpplatform. De winnende ontwerpen per categorie werden uitgevoerd als freecards, die voor en tijdens de Open Monumentendagen en het Uitfestival (dat gelijktijdig plaatsvond) in de hele stad zijn verspreid. Naast de drie prijswinnaars is nog een selectie van de 50 mooiste, interessantste, meest kunstzinnige en meest originele kaarten tentoongesteld tijdens en enkele weken na de Open Archievendag in september 2009 in het Regionaal Archief Nijmegen.  

Ontwerp Nicolet Pennekamp, winnaar categorie professionals.
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen F23076



Omdat het jammer zou zijn als deze kaarten in de vergetelheid zouden raken, zijn de 53 geselecteerde ontwerpen nu uiteindelijk te zien in de beeldbank van de Digitale studiezaal.

woensdag 15 februari 2012

Genealogen opgelet! 60.000 namen toegevoegd


Huwelijksregister
Nederduits-Gereformeerde
Gemeente 1608-1634
(RBS 1164)
Genealogen die op zoek zijn naar Nijmeegse gegevens uit hun stamboom van voor 1811 zullen ongetwijfeld hun weg al hebben gevonden naar de indexen op de Digitale Studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen. Voor hen is er nu goed nieuws: onlangs zijn hieraan maarliefst 60.000 nieuwe namen toegevoegd, die een prachtige aanvulling vormen op de al beschikbare indexen.

Het gaat om (aanvullingen op) Doop-, Trouw,- en Begraafregisters van onder andere de Rooms-Katholieke Staties uit Hees, Hatert en Neerbosch, de Nederduits-Gereformeerde Gemeente van het Schependom en het lidmatenregister van de Nederlands Hervormde Gemeente van de Sint Stevenskerk, uit de periode 1592-1811. Alle bijbehorende akten zijn op microfiche in de studiezaal van het Archief in te zien. In de kennisbank van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis is meer achtergrondinformatie te vinden over de diverse Nijmeegse kerkgenootschappen en de beschikbare bronnen voor genealogisch onderzoek.

Het Archief is veel dank verschuldigd aan de heer Paul Eijkhout, die als vrijwilliger gedurende een groot aantal jaren met veel geduld en doorzettingsvermogen al deze gegevens heeft ontcijferd en gedigitaliseerd!

maandag 13 februari 2012

Column Geschiedeniscafé

Het Geschiedeniscafé van vrijdag 10 februari kende een primeur: een columnist, in de persoon van Jan Roelofs. Voortaan zal Jan met zijn column het Café opluisteren. En Jan kennende wordt dat een moment om niet te missen. Na afloop wordt zijn integrale tekst via dit blog gepubliceerd.
Noteert u maar vast: volgend Geschiedeniscafé op vrijdag 20 april om 17 uur in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.

Muren
Ik ga het niet hebben over ministers-presidenten. Laat staan over prinsen carnaval. Dat is weliswaar geschiedenis, maar nog zo actueel dat ik mij zelf bijna deel van die geschiedenis voel. En bovendien kun je je afvragen wat de link met Nijmegen is. Ja, dat je hier gestudeerd hebt is mooi, maar maakt je dat als minister-president Nijmegenaar als je van oorsprong uit Geldrop, in twee gevallen zelfs uit Roermond en god betere het uit Arnhem komt.
En Nijmeegse prinsen carnaval wonen in heel veel gevallen in Mook, Middelaar of Malden, in ieder geval in een van de satelliet-dorpen van mijn goede vaderstad.Natuurlijk moet ik toegeven, voordat een geschiedenisvorser mij daar mee confronteert, dat ik eerste generatie Nijmegenaar ben. Mijn wieg, ik kom daar dadelijk op terug, stond op Nijmeegse grond, maar mijn vader was geboortig uit de Vossenpels bij Lent. In opperste wijsheid is dat goede dorp nu al weer geruime tijd geleden bij Nijmegen gevoegd, zodat mijn vader met terugwerkende kracht in 1891in Nijmegen geboren is en ik mij nog meer Nijmegenaar voel dan ooit te voren.
Mijn wieg stond dus op Nijmeegse grond. Nu is dat ook weer niet helemaal waar, want ik ben geboren in een bovenhuis op de hoek van de Bronsgeeststraat en de Weurtseweg en of je bij een bovenhuis kunt spreken van geboortegrond blijft een arbitraire zaak. Maar dat is meer iets voor fijnslijpers en over neulen wil ik het vanmiddag in het geheel niet hebben. Mijn wieg stond dus aan het randje van de plaats waar in de Romeinse tijd al volop activiteit was. Ulpia Noviomagus. Ik baadde in het badhuis aan het Maasplein, waar destijds een tempel moet hebben gestaan, niet te verwarren met de inmiddels ook tot de geschiedenis behorende Theresiakerk, iets verderop.
Nu woon ik in Nijmegen-Oost, vlakbij waar het Xe legioen zijn kampementen had en waar je geen schop in de grond kunt steken of je stuit op Romeinse resten, oude dakpannen en aangetaste zwaardgevesten. Dat laatste werd ooit in chocola gemultipliceerd als gemeentelijk relatiegeschenk en als bronzen replica was het de voorloper van wat nu de zilveren waalbrugspeld is.
Nijmegen heeft vaak wat moeite met de confrontatie met het Romeins verleden. Zeker als het archeologisch erfgoed is van enige omvang. Wie herinnert zich niet de consternatie die ontstond toen bij de bouw van het Holland Casino aan de Waalkade fiks wat Romeinse resten, muren en poorten gevonden werden. In augustus 1989 werd het Casino geopend. De discussie over wat er met de Romeinse muurresten op die plaats moest gebeuren was heftig. Conserveren, restaureren, alle mogelijkheden passeerden de revue. Men besloot tot het handhaven van een stukje van een hypocaustum en een armzalig stukje muur, nu nog nauwelijks te vinden.De wereld was in die jaren fiks in beweging en soms denk ik wel eens dat twee Nijmeegse zaken bijgedragen hebben aan de grote veranderingen die toen plaats gingen vinden. In 1988 ging de stad Nijmegen een stedenband aan met het Russische Pskov. Een band gericht op het afbreken van het vijanddenken. En zie, nauwelijks een jaar later viel de muur. Misschien, maar dat is een apocrief, maar daarom niet minder mooi verhaal, is er wel een Ossie, een Oost-Duitser geweest die dacht dat als ze in Nijmegen de muren van de Romeinse bezetters durven neer te halen en de geschiedenis onder een laag zand durven verstoppen, waarom halen wij in Berlijn dan niet de muur van onze bezetters om. Nijmegen als voorbeeld, als gidsstad. Het is te mooi om waar te zijn. Misschien kunnen wij dan net als heel veel Berlijners met hun Muur doen,er stukjes van verkopen. Als je al die muurstukjes aan elkaar zou lijmen, krijg je een Mauer die minstens dubbel zo lang is als de oorspronkelijke. Zo kunnen we hier in Nijmegen toch ook stukjes puin als authentiek Romeins verkopen. Het maken van een certificaat van echtheid, dat moet toch niet zo’n werk zijn.


© Jan Th.A.E. Roelofs

Bent u geïnteresseerd in meer teksten van Jan, bezoek dan zijn website www.roelofs.eu
voor zijn dagelijkse blog.

Vervolg op "Een fibula van een Romeinse officier"

Vorige week schreef ik over een fraaie Romeinse drieknoppenfibula die ik tijdens het archeologisch vragen(v)uur aangeboden kreeg. Een bijzonder stuk, vooral omdat hij compleet bewaard was gebleven met de drie uivormige knoppen en de naald. De vreugde werd een paar dagen later getemperd, nadat onze restaurator er eens goed naar had gekeken.

Foto Nico van Hoorn
 
Het grootste deel van de fibula is wel echt, maar de ijzeren naald is een moderne spijker. Verder is de middelste knop van een andere fibula afgezaagd en op deze fibula geplakt. Daarna is de hele fibula ingesmeerd met een onbekende substantie om alles een geheel te laten lijken. Onder de microscoop was ook goed te zien dat het patina – dat is het laagje verwering dat zich in de loop van de tijd op een voorwerp vormt – niet lijkt op een patina van een bronzen voorwerp uit Romeins Nijmegen.


Foto Rob Mols

Kortom: de fibula is samengesteld uit twee verschillende Romeinse fibulae en een moderne spijker. Bovendien is aan het patina te zien dat hij niet uit Nijmegen komt. Jammer. De reden waarom men moeite doet om een fibula compleet te maken, is dat een compleet voorwerp meer geld opbrengt dan voorwerpen waaraan stukjes ontbreken.

Ik moest de eigenaar vertellen dat de fibula zoals hij er nu uitziet, niet echt is, wat hij nogal laconiek opvatte. Jaren geleden, ergens in de jaren 60, had hij hem gekregen door hem te ruilen voor een paar granaathulzen uit de oorlog. Toch een goede ruil vind ik, maar ja ik heb niet zoveel met spullen uit de oorlog.





woensdag 8 februari 2012

Gelderland in 400 verhalen

Hoe kwam het nu bijna boomloze Kelfkensbos aan zijn naam? Wat is het geheim van Appeltern? Hoe werd Persingen het kleinste dorp van Nederland? En wat doet een eeuwenoud natuurstenen kruis op de dijk bij Afferden? Antwoorden op deze intrigerende vragen zijn te vinden in Het Gelderland Boek, dat op 9 februari verschijnt. Het boek is een uitgave van WBOOKS uit Zwolle, dat eerder bijvoorbeeld Het Jaren 70 Boek, Het Kerken Boek en Het Schaats Boek publiceerde.

In circa 390 foto’s en verhalen doet Het Gelderland Boek de veelzijdige geschiedenis van onze provincie uit de doeken. De unieke kanten van Gelderland zijn het uitgangspunt: het groen, het water, de geschiedenis, de steden, de landbouw, de landhuizen en kastelen, het toerisme en de Gelderse merken. Naar deze acht thema’s is het boek ingedeeld en binnen elk thema vliegen de lezers van links naar rechts door de tijd, ruimte en onderwerpen heen. Het beleg van Zaltbommel in 1574, de natuur in De Bruuk, de introductie van de trolleybus in Arnhem: het komt allemaal aan bod.

Het Gelderland Boek werd geschreven door medewerkers van verschillende Gelderse archiefdiensten. Ook het Regionaal Archief Nijmegen droeg zijn steentje bij en nam de boeiende verhalen over het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal voor zijn rekening. Daardoor kunt u lezen hoe Maasbommel in de middeleeuwen kon uitgroeien tot een stadje, waarom de dikste boom van Nederland de Kabouterboom heet, waarom de kerk van Kekerdom weleens natte voeten krijgt en hoe vaak Jan van Goyen de Valkhofburcht heeft geschilderd – om maar wat te noemen.

Het boek kwam tot stand met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds Gelderland, de Provincie Gelderland en de Stichting Fonds A.H. Martens van Sevenhoven.

maandag 6 februari 2012

Fibula van een Romeinse officier uit Nijmegen


Foto Rob Mols

De eerste woensdag van de maand is er een archeologisch vragen(v)uur in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Een archeoloog van de gemeente Nijmegen beantwoordt dan alle vragen over voorwerpen die de bezoekers meenemen. Er zijn al vele voorwerpen langs gekomen, waaronder hele bijzondere. Zo bracht iemand afgelopen woensdag een ongelooflijk mooie kledingspeld van brons mee, die jaren geleden ergens in Nijmegen was gevonden. Het is een drieknoppenfibula – drie knoppen omdat hij drie uivormige knopjes heeft en ‘fibula’ is Latijn voor kledingspeld. Hij dateert uit de de vierde eeuw en is helemaal compleet inclusief de ijzeren naald. Deze fibula is gebruikt door een hoge militair, een officier, om een mantel op zijn schouder vast te spelden; dat weten we omdat dit type fibula alleen in mannengraven is gevonden en omdat hij op afbeeldingen wordt gedragen door hoge militairen.



Bekertje voor een oorlam
met stempel van het VOC.

Amfoor uit Turkije
Foto Nico van Hoorn

Maar er komen ook vondsten van buiten Nijmegen langs: een klein beeldje van Boedha uit de Noordoostpolder, vuurstenen werktuigen uit Drenthe, een amfoor uit Turkije en twee koperen bekertjes voor een oorlam met daarop een stempel van het VOC uit Enkhuizen. Te erg gepoetst om op het oog te met zekerheid te zeggen of het echt oud is.

Een archeoloog kan niet van alles evenveel afweten, maar we proberen dan een specialist te bedenken die er wel meer over kan vertellen. Voor ons is het smullen; niet alleen omdat de voorwerpen zo leuk zijn maar ook vanwege de verhalen die erachter zitten. Daarover een volgende keer meer.



woensdag 1 februari 2012

Het klokkenspel aan het 'Koningsplein'


Foto: Hylke Roodenburg, 2012
Hij werkt al jaren niet meer: er zit geen beweging in en er komt geen geluid meer uit. Voor de omwonenden misschien een verademing, maar voor de muzikale Nijmegenaar zonder meer een gemis. Het klokkenspel aan de Koningstraat – of zo u wilt het ‘Koningsplein’ – doet er het zwijgen toe. Zijn vrolijke noten klonken vanaf midden jaren tachtig dagelijks over het pleintje, maar het carillon bestaat al langer.

De Eindhovense ondernemersfamilie Van Hout-Ververgaard opende in 1930 een juwelierszaak aan de Broerstraat in Nijmegen. Na enkele jaren verhuisde de zaak naar de Lange Burchtstraat, maar hier ging het winkelpand in vlammen op tijdens de bevrijding van Nijmegen in 1944. De juwelier en horlogerie vond een tijdelijk onderkomen in dit pand op de hoek van de Molenstraat en de Tweede Walstraat.
Bij de herbouw van zijn winkel aan de Broerstraat 49 (het huidige Mango) in 1955 besloot Ververgaard het pand op te luisteren met een uurwerk en een carillon. Deze foto laat zien dat alle klokken voor één venster op de eerste verdieping werden geplaatst. Ieder uur speelde het carillon een stukje en kwamen er figuurtjes van koningen en keizers tevoorschijn.

Toen de juwelier midden jaren tachtig verhuisde nam Veith’s Boutique de Musique, sinds eind jaren zestig gevestigd aan de Koningstraat 10, het fraaie instrument over. De eigenaar veranderde de compositie en breidde het carillon uit tot 12 klokken. Veith vertrok midden jaren negentig. Het klokkenspel bleef tot enkele jaren geleden flink wat kabaal maken en werd - mogelijk mede daarom – stilgezet. Tegelijk met de klokken stopte het uurwerk (de foto werd gemaakt om 12.00 uur). Het is nu afwachten of klok en klokkenspel ooit weer in beweging komen...