vrijdag 7 december 2012

"Gebed. Daarna: afwas"

Confectieatelier Bendien
aan de Groenestraat in 1960
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Onlangs zijn bij het Regionaal Archief de archieven beschikbaar gekomen van het R.K. Bedrijfsapostolaat Nijmegen en de Dienst in de Industriƫle Samenleving vanwege de Kerken (DISK) te Nijmegen. Deze archieven, hoewel verre van volledig, geven een mooi beeld van de manier waarop de kerken, in een tijd van toenemende ontzuiling, nieuwe wegen zoeken om hun pastorale betekenis voor de moderne samenleving vorm te geven. En geven ook een aardig inkijkje in de (bedrijfs)cultuur door de jaren heen.

Bendien Confectiefabrieken (1962)
Een avond in januari 1962. In een zaaltje aan de Regentessestraat zijn 14 meisjes van het naaiatelier van het Nijmeegse bedrijf Bendien Confectiefabrieken bijeen om met bedrijfsaalmoezenier C. Matthee te praten over wat hen zoal bezig houdt. Het gesprek gaat over relaties en seksualiteit. Seksuele voorlichting heeft bijna niemand gehad en er liggen allerlei gevaren op de loer.
Je moet “voorzichtig zijn in je vrije tijd. Een meisje dat thuis niet veel liefde krijgt, zoekt het vaak bij een jongen waaraan zij zich te vast hecht, waarna nare gevolgen kunnen ontstaan.” Helemaal als de sociale achtergrond te veel verschilt. “Als er een jongen uit een zakengezin komt en jij werkt gewoon op het atelier, is het niet aan te raden om samen verkering te nemen.”

De aalmoezenier ziet het genuanceerder. Hij heeft zondag op de T.V. ook zo’n soort geval gezien. “De jongen was een student, het meisje werkte in een cafetaria. De ouders van de jongen wilden niet dat hij met dat meisje uit het cafetaria meeging. En de ouders van het meisje wilden niet dat zij met een student meeging, want de studenten zijn altijd zat. Dit kwam alleen omdat de ouders elkaar niet kenden. Na de raad te hebben ingewonnen van een vakman loste alles zich ten goede op.” De bijeenkomst wordt afgesloten met “Gebed. Daarna: afwas.”

Smit Draad BV (1989)
In juni 1989 begint bedrijfspastor Kees Tinga aan een stage bij het Nijmeegse Smit Draad BV. Hier werken voornamelijk mannen en die komen niet meer altijd uit Nederland. Van de 73 werknemers komen er 9 uit JoegoslaviĆ«, ook werken er nog een Italiaan, een Turk en een Spanjaard. De pastor komt een poosje meewerken, maar dat gaat niet vanzelf, zo blijkt uit zijn verslag. “Een poging om me ook het overrollen van draad bij te brengen, mislukt in eerste instantie, hetgeen mijn Joegoslavische leermeester de verzuchting ontlokt: Kees goed studeren met kop, Kees niet goed studeren met handen.”

De gesprekken gaan vooral over werk, thuis en maatschappij. “Een heel enkele maal kwam de kerk ter sprake; meestal als folkloristisch verschijnsel.” En er wordt ook hier over seks gepraat, maar in een heel andere sfeer dan vroeger bij de meisjes van het atelier. “Het ontbrak in de groep uiteraard niet aan plagerijen en er was opvallend veel aandacht voor seksualiteit; het leek me dat behalve de nachtdienst ook taalvaardigheid en een vast rollenpatroon (wie eenmaal de naam heeft, moet zich regelmatig bewijzen als vieze-praatjes-maker) daarbij van invloed waren.”

Ook in onze tijd blijven de kerken zoeken naar pastorale vormen die aansluiten bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Op het wereldwijde web is inmiddels het ‘internetpastoraat’ op vele wijzen actief.

Geen opmerkingen: