maandag 24 december 2012

Verschijnende met Kerstmis

Bij het schrijven over Kerstmis in het archief is het natuurlijk verleidelijk om te wijzen op de vele kerstfoto's in de beeldbank. Dat is echter wel zeer voorspelbaar en dit doen we al op de startpagina van de Digitale Studiezaal. Ik heb nu eens de zoekterm Kerstmis op de archieven losgelaten en kreeg daardoor een bijzondere treffer.

In een charter uit 1603 in het Oud Stadsarchief komt namelijk ook Kerstmis voor. Op bijgaande foto is de tekst van dit charter te zien en – voor de paleografiekenners – te lezen. Het gaat om de

Bestuurlijk Archief der Stad Nijmegen, 1196-1810, invnr. 1224
Akte, waarbij Anna van Behem, weduwe van Johan van Uden, aan Frans Buijss verkoopt vier rentebrieven ten laste van de stad, groot respectievelijk 12½ Keizersgulden en verschijnende op Pasen, 9 enkele overlentse Rijnse guldens verschijnende op Johannes Nativitatis midzomer en op Kerstmis, 3 oude Frankrijkse schilden verschijnende op Pasen en op Victoris, en 1 gouden overlentse Rijnse gulden verschijnende op Pasen en op Victoris.

De beschrijving behoeft waarschijnlijk enige toelichting. Hoewel opgenomen onder de rubriek "Afgeloste rentebrieven, uitgegeven ten laste der stad Nijmegen" gaat het hier om een akte van verkoop. Hierin wordt de verkoop van vier rentebrieven door Anna van Behem aan Frans Buijs op 16 maart 1603 officieel bevestigd.

De eigenlijke rentebrieven ontbreken. Dit zijn de bewijzen dat de stad geld heeft geleend en daarvoor op vaste dagen in het jaar een bepaalde rente betaalt aan de lener. In deze gevallen vonden de uitbetalingen (het verschijnen) plaats op Kerstmis, Pasen, Johannes Nativitatis (Johannes de Doper) en op Victoris. Deze laatste dag is de in Nijmeegse archieven vaker voorkomende maar in Nederland weinig bekende feestdag van St. Victor van Xanten op 10 oktober.

Het leek me wel een leuke kerstpuzzel om te laten zoeken waar het woord Kerstmis in deze akte staat. Toen ik het charter bekeek, bleek dit echter nog moeilijker dan gedacht. Wie toch tijdens de donkere decemberavonden wil gaan puzzelen, moet niet verder lezen onder deze fraaie foto van een kerststal uit 1951 (ik kon het niet laten).
Kerststal op hoek In de Betouwstraat - 
Bisschop Hamerstraat, december 1951
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Niet alleen het schrift en de oude spelling maken het moeilijk maar het gezochte woord staat ook net onder de stempel (het eerste woord op de regel tussen de L en de D van betaald) : Christmisse (vgl. het Duitse Christmesse).

De verminking van het charter met de stempel dateert waarschijnlijk uit de negentiende eeuw toen uitstaande schulden door de stad afbetaald werden. Het was gebruikelijk om in dergelijke gevallen de betreffende oorkonde te ‘canceleren’ door doorhalen of doorsnijden. In dit geval ontbraken waarschijnlijk de rentebrieven en is deze akte als het bewijs voor de lening beschouwd. Dan is een stempel – waarvan je toch even schrikt – bij nader inzien minder erg.

Namens de collega's van het Regionaal Archief Nijmegen wens ik iedereen hele fijne kerstdagen (waarschijnlijk zonder uitbetaling van rente) en een gelukkig 2013.

vrijdag 21 december 2012

Een postkantoor in oorlogstijd

Het hoofdpostkantoor in 1935. Bron: Regionaal Archief Nijmegen
In 2010 verwierf het Regionaal Archief Nijmegen het kleine maar bijzondere archief van PTT-kantoor Nijmegen over de jaren 1941-1948. Dit archief is nu vrijwel in zijn geheel toegankelijk voor geïnteresseerden.

Voor de jongere garde: het in 1928 opgerichte Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT) was de voorloper van de huidige KPN en PostNL. In de meeste steden en dorpen had de PTT wel een vestiging, bestaande uit een postkantoor, een telegraafkantoor en een telefooncentrale. Aan de Van Schevichavenstraat staat nog steeds het gebouw dat tussen 1908 en 2010 dienst deed als het Nijmeegse hoofdpostkantoor.
Feitelijk is het verworven archief slechts een fragment van een veel groter archief, dat liep vanaf de oprichting van de PTT tot aan de privatisering van het bedrijf in 1989. Een oud-medewerker wist de stukken in 2006 te redden van vernietiging.

Het archief beslaat een zeer bewogen periode waarin de stad gebukt ging onder de Duitse bezettingsmacht, het geweld van het bombardement en beschietingen. Het is ook de periode waarin Nijmegen werd bevrijd en langzaam weer werd opgebouwd. Die gebeurtenissen hadden hun weerslag op het PTT-kantoor en haar personeel. Het archief illustreert dit treffend.

Vanaf 1943 werd het vaste personeel van het kantoor gedwongen tewerkgesteld in Duitsland. Zij die weigerden kregen direct ontslag, een aantal van hen dook onder. De tewerkstelling leidde tot een enorm personeelstekort op het kantoor, dat werd opgelost door de inzet van tijdelijke hulpkrachten – veelal jonge, ongehuwde vrouwen. Zij moesten voor hun aanstelling onder andere verklaren geen ‘Joods bloed’ te hebben, geen lid te zijn van een verboden organisatie en de Duitse bezettingsmacht te accepteren. De sollicitanten werden verder getest op hun rekenvaardigheid en topografische kennis. Na de bevrijding keerden ondergedoken en tewerkgestelde medewerkers terug en kregen de hulpkrachten eervol ontslag.

Ook het bombardement van 22 februari 1944 en de nasleep ervan hebben hun sporen in het archief nagelaten. Zo zijn er brieven over de beloning van een medewerker op het station, die direct na het bombardement de net daarvoor ingeladen post uit een brandende trein op het eerste perron wist te redden. Alle personeelsleden werden geprezen voor hun grote inzet in de weken na 22 februari.

In de bevrijdingsdagen in september 1944 dienden het kantoor en de onderliggende kelders als noodziekenhuis, waar Engelse en Duitse gewonde soldaten werden verzorgd. Begin oktober kon het kantoorpersoneel – dat wel het nodige materiaal miste – weer al haar werkzaamheden uitvoeren.

Veel dossiers in het archief gaan over de uitzending van personeel
naar Duitsland. Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Het archief geeft, kortom, een goed beeld van hoe het PTT-kantoor, het personeel en de klanten door de oorlog werden getroffen. Voer voor historisch onderzoekers…




vrijdag 7 december 2012

"Gebed. Daarna: afwas"

Confectieatelier Bendien
aan de Groenestraat in 1960
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Onlangs zijn bij het Regionaal Archief de archieven beschikbaar gekomen van het R.K. Bedrijfsapostolaat Nijmegen en de Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken (DISK) te Nijmegen. Deze archieven, hoewel verre van volledig, geven een mooi beeld van de manier waarop de kerken, in een tijd van toenemende ontzuiling, nieuwe wegen zoeken om hun pastorale betekenis voor de moderne samenleving vorm te geven. En geven ook een aardig inkijkje in de (bedrijfs)cultuur door de jaren heen.

Bendien Confectiefabrieken (1962)
Een avond in januari 1962. In een zaaltje aan de Regentessestraat zijn 14 meisjes van het naaiatelier van het Nijmeegse bedrijf Bendien Confectiefabrieken bijeen om met bedrijfsaalmoezenier C. Matthee te praten over wat hen zoal bezig houdt. Het gesprek gaat over relaties en seksualiteit. Seksuele voorlichting heeft bijna niemand gehad en er liggen allerlei gevaren op de loer.
Je moet “voorzichtig zijn in je vrije tijd. Een meisje dat thuis niet veel liefde krijgt, zoekt het vaak bij een jongen waaraan zij zich te vast hecht, waarna nare gevolgen kunnen ontstaan.” Helemaal als de sociale achtergrond te veel verschilt. “Als er een jongen uit een zakengezin komt en jij werkt gewoon op het atelier, is het niet aan te raden om samen verkering te nemen.”

De aalmoezenier ziet het genuanceerder. Hij heeft zondag op de T.V. ook zo’n soort geval gezien. “De jongen was een student, het meisje werkte in een cafetaria. De ouders van de jongen wilden niet dat hij met dat meisje uit het cafetaria meeging. En de ouders van het meisje wilden niet dat zij met een student meeging, want de studenten zijn altijd zat. Dit kwam alleen omdat de ouders elkaar niet kenden. Na de raad te hebben ingewonnen van een vakman loste alles zich ten goede op.” De bijeenkomst wordt afgesloten met “Gebed. Daarna: afwas.”

Smit Draad BV (1989)
In juni 1989 begint bedrijfspastor Kees Tinga aan een stage bij het Nijmeegse Smit Draad BV. Hier werken voornamelijk mannen en die komen niet meer altijd uit Nederland. Van de 73 werknemers komen er 9 uit Joegoslavië, ook werken er nog een Italiaan, een Turk en een Spanjaard. De pastor komt een poosje meewerken, maar dat gaat niet vanzelf, zo blijkt uit zijn verslag. “Een poging om me ook het overrollen van draad bij te brengen, mislukt in eerste instantie, hetgeen mijn Joegoslavische leermeester de verzuchting ontlokt: Kees goed studeren met kop, Kees niet goed studeren met handen.”

De gesprekken gaan vooral over werk, thuis en maatschappij. “Een heel enkele maal kwam de kerk ter sprake; meestal als folkloristisch verschijnsel.” En er wordt ook hier over seks gepraat, maar in een heel andere sfeer dan vroeger bij de meisjes van het atelier. “Het ontbrak in de groep uiteraard niet aan plagerijen en er was opvallend veel aandacht voor seksualiteit; het leek me dat behalve de nachtdienst ook taalvaardigheid en een vast rollenpatroon (wie eenmaal de naam heeft, moet zich regelmatig bewijzen als vieze-praatjes-maker) daarbij van invloed waren.”

Ook in onze tijd blijven de kerken zoeken naar pastorale vormen die aansluiten bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Op het wereldwijde web is inmiddels het ‘internetpastoraat’ op vele wijzen actief.