donderdag 12 januari 2012

Begraafplaats Stenenkruisstraat

Op de begraafplaats, gebruikt tussen 1810 en 1905, zijn veel Nijmeegse families begraven. Het is een gemeentelijk monument en in 2010 zijn de kelderdekken hersteld. Teksten en stenen herinneren aan bekende namen en geven bezoekers aanleiding tot refelectie en bezinning. Dit Nijmeegse ‘Père-Lachaise’ is een rijke bron van herinneringen aan alle facetten van het 19e-eeuwse leven.

Een herinnering
Op het Lange Voorhout herdenkt Den Haag, zie foto, sinds 1866 generaal Karel Bernhard van Saksen-Weimar-Eisenach (1792-1862) als "Moedig en beleidvol Krijgsman. Nederland onwankelbaar getrouw”. Hij vocht in de Napoleontische oorlogen, was sinds 1815 in Nederlandse dienst, speelde een belangrijke rol tijdens de Belgische opstand en daarna in het KNIL. Behorend tot de hoge Europese adel had hij familiebanden met de Nederlandse, Engelse en Duitse koningshuizen.
Maar Nijmegen bewaart zijn grootste verdriet. In regel 12 onder nummer 116 ligt zijn oudste zoon Prins Willem Karel. Als 1e Luitenant bij het corps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs tijdens de Belgische opstand gewond geraakt overleed hij in 1839 op 20-jarige leeftijd in Nijmegen.

Refelectie en bezinning

Regel 8 nummer 2 is de kelder van de Nijmeegse familie Quack, een familie van bestuurders en handelaren. Hendrik Pieter Godfried Quack (ca. 1759-1834) was gehuwd met freule Von Carnap uit Elberfeld en eigenaar van landgoed Hoogerhuizen te Neerbosch. Daar staat nu het ‘Slotje van de baron’ aan de Neerbosscheweg. De mooie zandstenen zerk toont symbolen van de eeuwige levenscyclus; de vlinder en de slang die in zijn eigen staart bijt. De tekst in het gebogen lint, op de foto niet leesbaar, stemt tot nadenken en luidt:
‘Dit Verderfelijke moet Onverderfelijkheid aandoen en dit Stoffelijke moet Onstoffelijkheid aandoen’Kleinzoon Hendrik Godfried Pieter Quack was directeur van de Nederlandse Bank. Diens broer was Arnoldus Burchard Adolphus Quack, wethouder in Nijmegen. Met zijn overlijden in 1920 stierf de Nijmeegse tak uit. Hij mocht hier niet meer begraven worden, maar liet wel zijn vermogen na aan de stad.
De relatie van Von Carnap met Elberfeld, nu een stadswijk van Wuppertal, wordt subtiel gememoreerd onderaan de steen, er staat:
‘Paul Trounk Verfertiger in Elberfeld’.

Beide zerken verkeren nog in prima staat.

1 opmerking:

Anoniem zei

Klopt het dat de zerken die net buiten de hekken - in het park - liggen, zerken zin waar men tot in de eeuwigheid het recht heeft gekocht daar te liggen?