zaterdag 31 december 2011

Mijlpaal voor Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Fons Leunissen zet  30-12-2011 de 20.000 bezoeker in het zonnetje
Wat begin december niet meer voor mogelijk werd gehouden, is toch gebeurd: de 20.000ste bezoeker in 2011 is gehaald. Dit lukte dankzij een onverwacht groot aantal bezoekers tijdens de vrije dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw.  Veel mensen genoten de afgelopen dagen in de Mariënburgkapel van de tentoonstelling De Gelukkige Huurder, de mini-expo over het Merovingisch grafveld en van het nieuwe ontroerende oorlogsportret van de werkgroep Nijmeegse oorlogsdoden.

Natuurlijk is bij deze mijlpaal stil gestaan en is de 20.000ste bezoeker nog in het zonnetje gezet. De gelukkige  was de heer Max Derrez die samen met mevrouw Herma den Ambtman in het laatste uur dat het Huis dit jaar open was de Mariënburgkapel vlak voor sluitingstijd bezocht. Hij ontving van Fons Leunissen, medewerker van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis, een mooie fles wijn en het prachtige boek De gezonde woning, 100 jaar volkshuisvesting geschreven door Rob Wolf.

Of het Huis ook in 2012 weer zo veel bezoekers gaat trekken is nu nog een vraag. Ook de komende week hoopt het Huis weer veel bezoekers te trekken met zijn reguliere programmering. Verder weten steeds meer mensen de weg naar het archeologisch Vragen(V)uur te vinden. Nieuwe groepen kinderen gaan genieten van het tweede optreden van Madoc op 5-1 dat weer net zo een succes zal zijn als dat op 29-12. Kortom 2012 gaat meteen weer flitsend van start en als de mond-tot-mond-reclame zijn werk doet, wordt ook het nieuwe jaar weer een mooi jaar voor het Huis.
 
Het Huis dankt alle bezoekers voor hun bezoek in het afgelopen jaar en hoopt dat ook in 2012 velen van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis zullen genieten. Allen een gelukkig 2012!

donderdag 29 december 2011

Vuurwerk met nieuwjaar in Nijmegen verboden

Hondenpoepbakken worden verwijderd, brievenbussen gebarricadeerd en textielcontainers afgesloten, Nijmegen bereidt zich voor op het traditionele vuurwerkfestijn van nieuwjaarsnacht. Vanaf vandaag kan het vuurwerk gekocht worden én begint de bijna even traditionele discussie om het vuurwerk te verbieden. Dat deze discussie van alle tijden is – en vermoedelijk ouder dan je denkt – blijkt uit deze Nijmeegse verordening van 31 december 1818:

Archief Gem. Nijmegen 1810-1945,
inv. nr. 19-1884
Burgemeesteren der Stad Nymegen in aanmerking nemende, dat het schieten met geweer, pistolen of kannonnetjes byzonder in den nacht, hetzij uit de huys dan wel op straat of pleinen, ten uitersten gevaarlijk is, zo voor de ingezetenen zelven als voor haare bezittingen -
en willende voorkomen dat zulks ter gelegenheid van het nieuwe jaar geen plaats vind.

Hebben goedgevonden het schieten met geweer of kannonnetjes, en smijten van vuurwerken, uit de huys en woning of op straten en pleinen, ten strengsten te verbieden gelijk zulks geschied mits dezen, op eene boete van drie gulden, te verbeuren door de geenen, welke tegen dit verbod zich verstouten mogten te handelen.

Gemeentearchivaris
H.D.J. van Schevichaven (1908)
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Schieten met pistolen en geweren met nieuwjaar was al in de achttiende eeuw een niet uit roeien gebruik, schreef Van Schevichaven in zijn laatste Penschets op zijn kenmerkende ironische wijze: "De van nature nog al luidruchtige Nijmegenaar, liet niet na, van zulk een gelegenheid tot rumoeren te profiteeren.(…) Mannen en jongens liepen op straat te schieten, zoolang hun ammunitie duurde. Uit taveernen en wijnhuizen knalde schot op schot. Zelfs de eerbare huisvader werd door de razernij bevangen, en verliet af en toe den welvoorzienen feestdisch in de binnenkamer, om op de stoep zijner woning een saluutschot te gaan lossen."

Dit alles ondanks een jaarlijks vanaf het stadhuis afgekondigd verbod. Van Schevichaven constateerde dan ook: "Het publiek nam de publicatie aan voor kennisgeving, en ging over tot de disordres van den nacht, alsof de stem van het stadhuis zich niet had laten hooren." Gezien de vele knallen buiten de toegestane uren een nog steeds geldende conclusie.

donderdag 22 december 2011

Historische films online bij het Regionaal Archief Nijmegen

Filmstill uit een bedrijfsfilm van Arie Onderdenwijngaard
over de totstandkoming van dagblad De Gelderlander, 1954
Filmcollectie Regionaal Archief Nijmegen 01-0474
In de film- en fotokluis van het Regionaal Archief Nijmegen bevindt zich ruim 70 uur aan historische films over Nijmegen en omgeving vanaf het begin van de twintigste eeuw. Het is een collectie die in de afgelopen 25 jaar vrijwel geheel is verzameld en beschreven door de Stichting Nijmegen Blijft in Beeld. In veel gevallen gaat het om uniek filmmateriaal, afkomstig van particulieren, instellingen en bedrijven. Ook kopieën van Polygoon-journaals waarin Nijmegen een rol speelt zijn door Nijmegen Blijft in Beeld verworven. De Stichting legt ook zelf veranderingen in de stad op film vast. Op deze manier is een indrukwekkende collectie ontstaan, die inzicht geeft in de ontwikkelingen op sociaal, economisch, politiek en religieus terrein die Nijmegen in de afgelopen eeuw heeft doorgemaakt.

Vanwege het unieke karakter van de filmcollectie, en vanuit de doelstelling om dit materiaal aan een breed publiek beschikbaar te stellen, heeft het archief van 2009-2011 de films laten conserveren en digitaliseren. Tijdens dit traject is zo’n 50 km film gereinigd en waar nodig zijn lassen en perforanden hersteld. Bij het scannen is gebruik gemaakt van een digitale wetgate, die krasjes en vlekjes verwijdert en het beeld stabiliseert. Separate geluidstapes zijn synchroon met de beelden samengevoegd. Het resultaat is een bestand van ruim 700 gedigitaliseerde films.

Filmstill uit een particuliere film met beelden
van de ijsgang op de Waal, 1939
Filmcollectie Regionaal Archief Nijmegen 01-0362
Een groot deel van dit materiaal is nu raadpleegbaar via de Digitale Studiezaal van het archief. De oudste bewegende beelden die te zien zijn dateren uit 1912, toen koningin Wilhelmina een bezoek bracht aan het militaire oefenterrein op de Groesbeekse Hei. Andere pareltjes zijn beelden van de bevroren Waal, het befaamde bergspoor en reclamefilms van Honig en Dobbelman.


Filmstill uit een reclamefilm van Dobbelman, 1965
Filmcollectie Regionaal Archief Nijmegen 04-0507
 Niet van alle films zijn de beelden via de Digitale Studiezaal te zien. Zo zijn van de Polygoon-journaals en van een aantal particuliere films om auteursrechtelijke redenen alleen de beschrijvingen beschikbaar. De beelden kunnen worden geraadpleegd in de studiezaal van het archief, waar overigens de gehele gedigitaliseerde collectie kan worden bekeken in een hogere resolutie dan via internet. Ook van de videocollectie (o.m. Omroep Nijmegen) zijn op internet voorlopig alleen de beschrijvingen beschikbaar. Het is de bedoeling dat op termijn ook deze collectie gedigitaliseerd zal worden aangeboden.

Voor dit moment is er in elk geval genoeg te genieten voor een welbestede Kerstvakantie!

donderdag 15 december 2011

Nijmeegse foto’s van prof. Van der Grinten

Op 11 oktober 2009 overleed emeritus hoogleraar Evert van der Grinten, geboren op 5 mei 1920 in Venlo. Prof. dr. Evert F. van der Grinten was hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen in de periode 1962-1977. Prof. Van der Grinten had als een van de eersten in Nederland belangstelling én waardering voor de negentiende-eeuwse architectuur. Tot zijn studenten behoorden o.m. Gerard Lemmens, voormalig directeur van het Nijmeegs Museum ‘Commanderie van St. Jan’, en Guido de Werd, tot vorig jaar directeur van Museum Kurhaus in Kleef.

De documentatie van prof. Van der Grinten, die zich overigens niet beperkt tot het Nijmeegse, maar ook de negentiende-eeuwse architectuur in andere plaatsen in Nederland bestrijkt, is ondergebracht bij het Centrum voor Kunsthistorische Documentatie (CKD) van de Radboud Universiteit Nijmegen. 

Panden aan de Fransestraat, daterend uit ca. 1890.
Foto: E.F. van der Grinten, 1971.
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen
De nalatenschap van Van der Grinten bestaat voor een groot deel uit foto’s van negentiende-eeuwse Nijmeegse panden die hij gebruikte voor zijn publicaties. Zo schreef hij in 1980 Nijmegen, benedenstad. Beschrijving van een grotendeels verdwenen stadsgedeelte aan de Waal, waarin veel foto’s van zijn hand zijn opgenomen. Hetzelfde geldt voor artikelen die hij publiceerde over winkelpuien en gietijzeren deurhekken.

In 2005 presenteerde het Regionaal Archief Nijmegen Historisch Nijmegen in kaart. Een van de weergaveopties in deze digitale atlas zijn foto’s van negentiende-eeuwse panden in de Nijmeegse binnenstad, gemaakt door prof. Van der Grinten en voor dit doel welwillend ter beschikking gesteld door het CKD.

Gevel van Molenstraat 44, daterend uit ca. 1875.
Foto: E.F. van der Grinten, 1972.
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen
Dankzij de bemiddeling van Gerard Lemmens heeft het archief onlangs een collectie foto’s van negentiende-eeuwse architectuur in Nijmegen kunnen verwerven, die prof. Van der Grinten in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw heeft gemaakt. De collectie, die uit ca. 1000 afdrukken bestaat, is aan het archief geschonken door zijn weduwe, mevrouw M. van der Grinten-Heslenfeld. Het archief is haar zeer erkentelijk voor deze geste, temeer daar mevrouw Van der Grinten tevens de rechten van de foto’s aan het archief heeft overgedragen.

De foto’s, die goed zijn gedocumenteerd, zullen door het archief worden gescand en beschreven, zodat zij naar verwachting in 2012 via de beeldbank raadpleegbaar zullen zijn.

donderdag 8 december 2011

Open Monumentendag 2011, een terugblik

Architect Paul van Hontem geeft uitleg bij Huize Bethlehem
Na afloop van de Open Monumentendag wordt door het Open Monumentendagcomité altijd een evaluatieformulier uitgedeeld aan de deelnemende monumentenbeheerders. Hierop kunnen zij aangeven hoeveel bezoekers zij hebben ontvangen, waar de bezoekers vandaan kwamen, de leeftijd van de bezoekers en welke waardering die de bezoekers en de beheerders zelf geven aan de Open Monumentendag (organisatie, openstelling, informatieverstrekking). Zo kan het comité te weten komen of de inspanningen gewaardeerd worden of dat er een andere richting gezocht moet worden.
De ontvangen evaluaties van dit jaar laten zien dat zowel de zaterdag als de zondag goed bezocht zijn. Locaties die buiten het centrum liggen hebben het op zondag drukker dan op zaterdag.
De bezoekers komen uit Nijmegen zelf, uit de regio maar ook van buiten de regio.
Ten opzichte van andere jaren is te zien dat de gemiddelde leeftijd daalt en dat er meer gezinnen op het evenement afkomen. Uit de evaluatie valt af te lezen dat monumenten die een activiteit aanbieden (rondleiding, speurtocht, lezing) doorgaans meer bezoekers ontvangen dan monumenten die alleen een openstelling regelen.
Dat de Open Monumentendag 2011 in Nijmegen goed gewaardeerd werd blijkt wel uit het rapportcijfer dat gegeven werd: een 8,2.

Natuurlijk heeft het comité niet alleen maar lof ontvangen. Zo bleek bijvoorbeeld een enkel monument gesloten terwijl aangekondigd was dat het open zou zijn. Of kon niet iedereen met díe rondleiding mee die hij/zij uitgezocht had omdat het aantal personen dat meemocht beperkt was.

Al met al vindt het comité het Open Monumentenweekend 2011 weer zeer geslaagd en inmiddels zij we alweer begonnen met de organisatie van de Open Monumentendag 2012 waarvan ik alvast kan laten weten dat het thema ‘groene monumenten’ is.

Hopelijk tot dan!

Kaaisjouwers...? Wie heeft er nog verhalen over?

Foto uit Beeldbank RAN
Frank Antonie van Alphen, correspondent Oost voor De Binnenvaartkrant, werkt momenteel aan een boek over de Nijmeegse Benedenstad. In het bijzonder over de (handels)relatie van dat stadsdeel met de binnenvaart tot 1936. Dat was het jaar dat de Waalbrug werd geopend, en de Benedenstad - in de woorden van Van Alphen - " aan lager wal raakte".

Tot de bouw van de Waalbrug was de Waalkade een plek van grote bedrijvigheid geweest. Zeker met de zogenaamde kaaisjouwers. “Dat waren over het algemeen sterke, gespierde mannen die naast de kracht in hun ledematen over een geweldig doorzettings- en uithoudingsvermogen beschikten. Hun taal was een afspiegeling van hun werk; namelijk ruw en ruig, maar ging gepaard met een welgemeende kameraadschap. … ", aldus Wim Janssen in zijn bundel ‘Zuuk ‘t mar uut’.

Van Alphen is op zoek naar verhalen en beeldmateriaal over het fenomeen kaaisjouwer, Benedenstadbewoners die schepen met de hand laadden en losten onder zware omstandigheden. De beroepsgroep had zijn wortels in het Zakkendragersgilde.

Heeft u informatie en vooral niet gearchiveerde verhalen, neem dan alstublieft contact op met Frank Antonie van Alphen. Zijn boek over de kaaisjouwers zal volgend voorjaar verschijnen. Als onderdeel van een door de Nijmeegse Stratemakerstoren uitgebrachte historische reeks. info@frankantonie.nl

vrijdag 2 december 2011

Sinterklazen in Nijmegen van straat geweerd

Tussen archiefstukken over politieverordeningen, toezicht, krakers, gevaarlijke dieren, straatafval en ordeverstoringen is een dossier over Sinterklaas een vreemde eend in de bijt. Bij het werken aan het archief over de Openbare Orde van de gemeente Nijmegen (1946-1985) kwam ik de goedheiligman onverwacht tegen in een dossierbeschrijving. Was er toch ooit sprake van een verstoring van de goede vrede op 5 december? Problemen met kinderen die niet in de zak wilden of niet kregen wat ze op hun verlanglijstje hadden ingevuld?

Brief politiecommissaris 1948,
Gem. Nijmegen (1946-1985),
Openbare Orde, inv.nr. 371
Het bleek mee te vallen. De zorg van de politiecommissaris en de burgemeester beperkte zich tot het in goede banen leiden van de intochten waarvoor vergunningen aangevraagd waren. Het belangrijkste vraagstuk was het voorkomen dat kinderen in Nijmegen op één dag twee intochten mee konden maken. De commissaris van politie was daarom in 1948 van mening dat slechts aan één St. Nicolaas (de échte uiteraard) vergunning kon worden verleend voor één of meerdere optochten. Hij vervolgde zijn advies met:

“Mocht dit niet bereikbaar zijn, dan zou tussen de verschillende H.H. Nicolazen een zodanig overleg dienen plaats te vinden, dat vooraf wordt vastgesteld op welke dagen en in welke stadsgedeelten een St. Nicolaas kan trekken, zodat de illusie, dat er slechts één St. Nicolaas is, wordt gehandhaafd.”


Brief burgemeester 1956,
Gem. Nijmegen (1946-1985),
Openbare Orde, inv.nr. 371
 In 1956 bestond dezelfde problematiek. Burgemeester Hustinx besloot toen ‘…behalve voor de intocht van de “officiële” St. Nicolaas…’ alleen toestemming te verlenen voor de traditionele intochten in Hatert, Brakkestein en Oost-Nijmegen, op voorwaarde dat die ná de intocht in de stad zouden geschieden. ‘De overige sinterklazen in de straten van Nijmegen dienen, naar mijn mening te worden geweerd.’ Dat zou, zeker heden ten dage, een zware taak voor de politie zijn.

De wisselende mini-expositie van het Regionaal Archief Nijmegen in Bibliotheek De Mariënburg is de komende weken gewijd aan de feestmaand december, met uiteraard ook aandacht voor Sinterklaas.