woensdag 30 november 2011

De Van Druijnens schrijven geschiedenis

Smetius en In de Betouw, namen die onlosmakelijk zijn verbonden met de Nijmeegse historie. Zij schreven letterlijk geschiedenis door de stadsgeschiedenis in kronieken op te tekenen: vader en zoon Smetius in de 17de eeuw, Johannes In de Betouw en zijn zoon Gijsbert in de 18de en het begin van de 19de eeuw. Aan dit illustere rijtje kunnen zonder schroom de namen Jan Willem en Gerrit van Druijnen worden toegevoegd. Deze vader en zoon werkten in de 19de eeuw aan een kroniek van Nijmegen over de jaren 1819-1859. Hun originele werk berust al meer dan honderd jaar in het Regionaal Archief Nijmegen en is nu voor het eerst uitgegeven in boekvorm. Op 17 november vond de presentatie van Leven aan de Waal plaats in museum Het Valkhof.

Leven aan de Waal bevat een vrijwel letterlijke transscriptie van de negentiende-eeuwse teksten van de Van Druijnens, inclusief de spelfouten die zij maakten. De lezer maakt een reis door de tijd, beginnend in de warme en droge zomer van 1819. Niets lijkt aan het oog van vader en zoon Van Druijnens te zijn ontsnapt. Zij beschrijven niet alleen de belangrijke gebeurtenissen in de stad, zoals een bezoek van koning Willem I en de dreiging van de Belgische Opstand, maar hebben ook oog voor kleine gebeurtenissen: de Belvédère die een schilderbeurt krijgt, de vondst van een bijzondere munt, een zware storm die over de stad raast, het resultaat van een collecte... Opmerkelijke waterstanden en een jaarlijks overzicht van het aantal geboorten, overlijdens en huwelijken houden ze nauwkeurig bij. Het boek geeft daardoor een levendig beeld van het 19de-eeuwse Nijmegen. Vader en zoon kijken trouwens ook geregeld over de gemeentegrenzen heen.

Een pentekening die W.J. van Druijnen in 1841
maakte (beeldbank Regionaal Archief Nijmegen)
In het boek gaat aan de kroniek een uitgebreide en welkome inleiding vooraf. A.T.S. Wolters-Van der Werff schreef een biografie over Jan Willem en Gerrit en gaat daarin onder andere in op hun afkomst en hun bijzondere interesse in de (stads)geschiedenis. A.E.M. Janssen plaatst hen in de Nijmeegse traditie van kroniekschrijvers en deelt terloops een sneer uit aan archivaris H.D.J. van Schevichaven, die in 1901 een eigen kroniek over de 19de eeuw publiceerde. Een beschrijving van het Nijmegen ten tijde van de Van Druijnens is verzorgd door A. Bosch.

Het Regionaal Archief Nijmegen werkte mee aan de totstandkoming van het boek. Leven aan de Waal is in de boekhandel te koop en kan in de studiezaal van het archief worden ingezien. In het prentenkabinet van museum Het Valkhof is tot en met 29 januari 2012 een expositie aan de Van Druijnens gewijd.

dinsdag 29 november 2011

Archeologie in de regio

Schets van de verwoeste N.H. kerk
 uit het archief van de Rijksdienst
 voor het Cultureel Erfgoed.

De hele regio rondom Nijmegen heeft een lang en interessant verleden. Hier wil ik weer eens de aandacht vestigen op de Romeinse tempels in Elst.

Tijdens en na Market Garden was een groot deel van de Betuwe frontlijn. Het dorp Elst, inclusief monumentale kerk, raakte zwaar beschadigd. In 1947 deed men bij de herbouw van de kerk een belangrijke ontdekking: onder de kerk bevonden zich resten van stenen Romeinse gebouwen. Het gaat daarbij om twee zogenaamde Gallo-Romeinse tempels, die na elkaar op dezelfde plek hadden gestaan. De grootste van de twee bleek zelfs de grootste van dit type dat we ten noorden van de Alpen kennen. De latere Nijmeegse hoogleraar archeologie J.E. Bogaers promoveerde op dit onderzoek. Deze tempels zijn zo interessant dat de Vrije Universiteit uit Amsterdam in 2002 en 2003 nog een onderzoek rond de kerk uitvoerde.


Foto van het onderzoek in de Westeraam in 2002. de gele pijlen wijzen naar de locatie van de verschillende tempels.
In 2002 werd bij voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwbouwwijk Westeraam nog een Romeinse omgangstempel ontdekt. Ook deze tempel was een keer herbouwd, zodat we in totaal vier tempels in Elst kennen, op nog geen 600 meter van elkaar gelegen. Dat is best veel, als we verder weten dat in Nederland alleen in Empel (bij Den Bosch) en in Nijmegen dergelijke tempels stonden. Elst lijkt dus een belangrijk religieus centrum te zijn geweest.

Wat is er nu nog te zien van deze tempels? Het antwoord is helaas: weinig tot niets. Onder de N.H. kerk zijn op afspraak de fundamenten te zien. Ook zijn er enkele vitrines in de kerk aanwezig. In Museum Het Valkhof is een hoekje Elst ingericht (zie foto). De tempels van de Westeraam zijn jaren geleden tijdens een tentoonstelling in Bonn gepresenteerd, maar tegenwoordig is er buiten een opgravingsrapport niets van te zien of te lezen. Een karige oogst. Helaas.
Het hoekje met de tempels van Elst in Museum het Valkhof

Als regioarcheoloog zou ik graag meer aandacht willen zien voor het verleden van de regio Nijmegen. In mijn volgende bijdrage zal ik een andere vondst uit een andere gemeente beschrijven. Er is genoeg!

Tekst: Paul Franzen










Paul Franzen

regioarcheoloog Nijmegen (Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Wijchen).

maandag 28 november 2011

Boek De Gezonde Woning is er!

Vrijdag 24 november 2011, 100 jaar en twee maanden na oprichting van woningbouwvereniging De Gezonde Woning, vond in Museum Het Valkhof de presentatie plaats van het boek De Gezonde Woning van Rob Wolf. Dit boek dat uitgegeven is bij Vantilt sluit mooi aan bij de tentooonstelling De Gelukkige Huurder waarvan het deel over wonen in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis te zien is.

"In De gezonde woning", zoals de uitgever het op zijn website vermeldt, "laat Rob Wolf zien hoe de woonstad Nijmegen in twee golven een nieuw gezicht kreeg. Daarnaast gaat hij in op de grote veranderingen die corporatiewijken hebben ondergaan. Woonden er eerst bijna uitsluitend autochtone gezinnen, nu zijn ook alleenstaanden, studenten, asielzoekers, gehandicapten en nazaten van gastarbeiders ruimschoots vertegenwoordigd. Niet alleen de samenstelling van de wijken, maar ook het woongedrag van de inwoners veranderde in de afgelopen honderd jaar ingrijpend en daarmee ook de strategie van de corporaties."

Het boek biedt inzicht in de brede sociale problematiek van de woningbouwverenigingen. Tegelijk, en dat is een grote verdienste van auteur Rob Wolf, weet het met het mooi beeldmateriaal en door het etaleren van talrijke 'kleine geschiedenissen' ook een fraaie en herkenbare sfeertekening te geven.Weer is dankzij dit boek een stukje van het Nijmeegse verleden verbeeld.
Het boek is in de boekhandel verkrijgbaar en ook te koop op de locaties waar de duotentoonstelling De Gelukkige Huurder te zien is, dus bij het ACN en bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Loop binnen bij ACN en het Huis. De toegang is gratis.

maandag 21 november 2011

Achttien tongstrelende gangen uit 1886


Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234

In De Gelderlander van 17 november 2011 hebt u kunnen lekkerbekken bij het menu van achttien gangen dat voor het eerst geserveerd werd op 14 september 1886 en 125 jaar later, op 20 november 2011, in een modern jasje is herhaald. 

In 1886 was dit luxueuze diner de afsluiting van alle festiviteiten rond de uitleg van de stad, toen gevierd werd dat de stad eindelijk had kunnen uitbreiden, verlost als ze was uit de omknelling van de vestingmuren, en er ruime singels en mooie parken waren aangelegd.

Wat was er gefeest! De hele stad was versierd en geïllumineerd, etalages waren in stijl ingericht en overal bruiste het van de activiteiten.


Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234
Het begon op 16 augustus ’s avonds. In de schouwburg werden genodigden ontvangen door de feestcommissie, buiten trok een fakkeloptocht door de straten, voorafgegaan door drie praalwagens en begeleid door muziek. In Sociëteit Burgerlust was het bal, terwijl zich in Café Suisse een grote menigte verzameld had. Overal gaf het Driemanschap - zo werd de Commissie voor de Uitleg van de Stad door iedereen genoemd - acte de présence en werd het door de bevolking toegejuicht.

Op 17 augustus om één uur 's middags opende burgemeester Bijleveld de brug over de Voerweg, die ter ere van het Driemanschap gebouwd was en uit dankbaarheid hun namen vermeldt. De drie heren, W. Francken, J.H. Graadt van Roggen en Joh. Terwindt, liepen dan ook als eersten over de brug.

Daarna barstte het feest pas goed los. In de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (PGNC) van 17, 18 en 19 augustus 1886 staat een uitgebreid verslag, dat u in de studiezaal van het archief op uw gemak kunt lezen. Er was een optocht, waarin wel 1000 mensen meeliepen, de praalwagens van de fakkeltocht konden bewonderd worden op het Valkhof, er waren volksspelen, gymnasten haalden toeren uit, muziekkorpsen lieten van zich horen en duizenden en duizenden mensen bewogen zich langs de straten.


Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234
Net als op 14 september, was er ook op 17 augustus een diner in Hotel Place Royale aan de Ridderstraat. Tien gangen slechts deze keer, maar die droegen wel allemaal namen die verwezen naar verleden en toekomst van de stad.

Een derde maaltijd waarbij aandacht werd besteed aan de uitleg van de stad en het Driemanschap, vond plaats op 25 augustus in Hotel Berg-en-Dal, na afloop van de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van het hotel. Niet verwonderlijk volgens de PGNC van 27 augustus 1886 ‘daar het welslagen eener onderneming als dit hôtel met den vooruitgang van Nijmegen in nauw verband staat’. Op tafel stonden vlaggetjes ter ere van het Driemanschap, van wie W. Francken en J.H. Graadt van Roggen aanwezig waren bij de vergadering.

Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234

Waarschijnlijk  werd er bij die gelegenheid ook een doos (met inhoud?) uitgereikt als souvenir. In elk geval berust zo’n doos hier in het archief. Daarin bevindt zich een aantal herinneringen aan de festiviteiten, waarschijnlijk afkomstig van W. Francken, aangezien de aan hem gerichte uitnodiging voor de opening van de brug er ook bij zit, net als de menu's en het vlaggetje.

maandag 14 november 2011

CVD archief toegankelijk!


Veegwagens in showopstelling voor de Waalbrug (1979)
Het college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen nam eind oktober het besluit “het archief van de Centrale Vervoersdienst over de jaren 1956-1996 formeel over te brengen naar de archiefbewaarplaats van het Regionaal Archief Nijmegen, waardoor het archief openbaar wordt…”. Een dergelijk besluit is, als het voorwerk goed is gedaan, zo genomen. Maar het voorwerk zelf heeft voor het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) heel wat tijd en energie gekost.

De CVD had zelf  namelijk niet haar archief in goede, geordende en toegankelijke staat aan het RAN overgedragen. Dat betekende dat het RAN moest zorgen dat het archief geordend en beschreven werd en dat de stukken in goede staat bewaard konden worden. Ook moest het RAN bepalen welke delen van het archief wel en welke niet bewaard zouden worden. Dat heeft ertoe geleid dat (inclusief de vele dubbelen) honderden meters verwijderd zijn er uiteindelijk een archief resteert van 58,5 meter. In de Digitale Studiezaal is de toegang op het CVD-archief in te zien. De stukken zelf zijn in de studiezaal van het RAN te raadplegen.

Het CVDarchief is een prachtige informatiebron voor iedereen die geïnteresseerd in de geschiedenis van deze dienst die als belangrijkste werkterreinen reiniging en vervoer had. In haar glorietijd haalde de CVD het huisvuil op in Nijmegen en vele omliggende plaatsen in het Rijk van Nijmegen, het land van Maas en Waal en delen van Limburg en Noord-Brabant bezuiden de Maas. Ook verzorgde de dienst voor een groot gebied de stratenreiniging, bestreed er ongedierte en zorgde voor ontsmetting van woningen. De afvoer van vuilnis eerst naar stortplaatsen en later naar een vuilverbrander hoorde eveneens bij de taken. Hier zien we dat langzaam de afvalproblematiek veranderde in milieuproblematiek. Daarover valt van beleid tot uitvoering veel in het archief te vinden. Natuurlijk biedt het verder een schat van informatie over de vervoerspoot van de CVD. Na het tramtijdperk (gemeentetram van 1911-1955) kent de dienst eerst een periode met trolleybussen (1952-1969) en vervolgens rijdt ze alleen met bussen. De plannen die in de jaren '90 werden uitgewerkt voor de kabeltram zijn inmiddels alweer geschiedenis. De CVD verzorgde ook besloten vervoer (bijvoorbeeld voor de militairen van het station naar de Limoskazerne), maar het deel van het archief dat over het vervoer gaat zullen de meesten toch vooral interessant vinden vanwege de wijze waarop de dienst haar openbare vervoerstaak heeft uitgevoerd.

De ontvlechting in een vervoers- en reinigingspoot en het ingezette verzelfstandigingstraject hebben voor vele meters vergaderstukken in het het archief gezorgd. Het CVDarchief is een mooie bron voor wie een proces van de terugtredende overheid wil bestuderen. Het kan mogelijk helpen bij het beantwoorden van de vraag waarom ‘de markt’ te verkiezen is boven de overheid, ook als dat een overheid is die toch een tijd lang met de CVD een dienst had die als een echt bedrijf in drie provincies werkte. Deze hoofdvraag kan een reden zijn om naar het Regionaal Archief te komen. Gewoon nieuwsgierigheid naar bijvoorbeeld de trolleybussen, naar de overgang van vuilnisemmer naar plastic zak of bijvoorbeeld naar het VAM-overlaadstation aan de Tollensstraat kan ook een prima aanleiding zijn om eens in dit archief te duiken. Wie het personeelsbeleid van de dienst wil onderzoeken kan op hoofdlijnen veel vinden en zal ook op detailniveau leuke ontdekkingen doen. Bijvoorbeeld dat de CVD ooit de gemeentelijke emancipatieprijs won vanwege haar aannamebeleid. Maar (onder andere) voor stukken over individuele medewerkers geldt een openbaarheidsbeperking. Ook dat was een van de werkzaamheden die bij het inventariseren van het CVDarchief voor het RAN nog was weggelegd: het bepalen wat wel en wat nog niet openbaar kon zijn. Het bij aanvang genoemde collegebesluit behelst behalve dat het archief nu openbaar is, ook dat "de bij besluit van de gemeentearchivaris, gestelde beperkingen aan de openbaarheid in werking treden". Het gehele archief is dus nog niet openbaar.

woensdag 9 november 2011

Een bustocht naar het verleden

Archeoloog Peter van den Broeke
geeft uitleg. Foto: Rutger Hollander.
In de afgelopen weken hebben ongeveer 100 geïnteresseerden een bustocht naar het verleden gemaakt, in het gebied van de dijkteruglegging. Voorafgaand aan de grote veranderingen die in de komende jaren gaan plaatsvinden in Nijmegen-noord, wordt er bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd in huizen die gesloopt worden. Daarnaast worden voor het archeologische onderzoek op verschillende locaties proefsleuven gegraven om een indruk te krijgen van wat er zoal in de bodem verborgen zit. De gemeente Nijmegen organiseerde de bustocht om ter plekke uitleg te krijgen over het werk van de archeologen en de bouwhistorici.

Ons klimaat verandert, waardoor rivieren steeds meer water te verwerken krijgen. Om overstromingen te voorkomen, worden er op meer dan 30 plaatsen in Nederland, langs de IJssel, Lek, Maas en Waal, ingrijpende maatregelen genomen. Al deze projecten vallen onder de landelijke noemer Ruimte voor de Rivier. Bij Nijmegen, waar de Waal een scherpe bocht maakt én zich ook nog eens sterk vernauwt, wordt de komende jaren gewerkt aan een teruglegging van de Lentse Waaldijk en de aanleg van een nevengeul in de uiterwaarden. Dit project wordt Ruimte voor de Waal genoemd.

Op twee woensdagmiddagen en twee zaterdagmiddagen verzamelde een groep van geïnteresseerden zich in een boerderij aan de Oosterhoutsedijk, waar allereerst het project Ruimte voor de Waal werd toegelicht (foto: Rutger Hollander).
Daarna vertrok men per bus naar het pand Griftdijk-zuid nr. 49. Gewapend met zaklantaarns betrad de groep het dichtgespijkerde pand, dat op het eerste gezicht er helemaal niet zo oud uitzag. Maar onder leiding van Herman Koldewijn, die het bouwhistorisch onderzoek begeleidt, gaf het huis al wat van haar geheimen prijs, zoals een 19e-eeuwse bedstee. Uit nader onderzoek blijkt dat het pand al voorkomt op een vroeg 19e-eeuwse kaart, maar dat een deel (het voorhuis direct aan de Griftdijk) veel ouder is en mogelijk al uit de 16e eeuw dateert. Het bouwhistorisch onderzoek van de achtergevel van dit gebouwdeel bracht o.a. twee dichtgezette deuren aan het licht, die waarschijnlijk toegang gaven tot een kelder en een opkamer.

Uitsnede van de kadastrale kaart uit de vroege 19e eeuw. Aan de onderzijde is duidelijk nog de stervormige gracht van fort Knodsenburg zichtbaar. Griftdijk-zuid 49 is het rechter roze blokje in het smalle perceel in het midden met het nummer 49 (bron: Watwaswaar.nl).



Zicht op de achtergevel van het voorhuis Griftdijk-zuid 49. Links een lage, dichtgezette deur, de mogelijke toegang naar een kelder. Rechts in de schaduw de mogelijke toegang tot een opkamer, nu opgevuld met gipsblokken (foto: Monumenten Advies Bureau).







De aanleg van een proefsleuf
nabij de Steltsestraat. Foto:
Bureau Archeologie en Monumenten
Gemeente Nijmegen.
Na het bezoek aan Griftdijk 49 vertrok de bus naar het gebied aan de Steltsestraat waar de archeologen proefsleuven aan het graven zijn. Hier kreeg de groep antwoord op vragen als ‘waarom graven jullie nou juist hier?’, ‘hoe weet je dat hier wat in de grond zit’? ‘en hoe weet je nou hoe oud dat is?’ Peter van den Broeke, projectarcheoloog, gaf een toelichting en wees de sporen aan uit de ijzertijd en Romeinse tijd, die in de proefsleuven te voorschijn zijn gekomen. Al eerder ontdekten de Nijmeegse archeologen hier de resten van een nederzetting uit deze periode.

Bekijk ook de video die is gemaakt tijdens één van de excursies.

Tekst: Mieke Smit


donderdag 3 november 2011

Einde strippenkaart en het kaartjesassortiment van de CVD

Advertentie in De Gelderlander
van 7 mei 1980
Vanaf vandaag kan er in Nederland niet meer van de strippenkaart gebruik gemaakt worden. Ook in de laatste provincies geldt in de bus voortaan alleen de OV-chipkaart of een dagkaartje. In Gelderland is dit al vanaf 30 juni van dit jaar het geval. Ik was toch wat verbaasd om te horen dat de strippenkaart 'pas' in 1980 in Nederland is ingevoerd. Om precies te zijn op 8 mei 1980, zo las ik in het artikel op Wikipedia, dat al helemaal up-to-date is met de toevoeging van de einddatum "3 november".  Uit advertenties in De Gelderlander blijkt dat in 1980 een vergelijkbare campagne werd gevoerd als nu voor de OV-chipkaart.

Vóór 1980 had elk vervoersbedrijf zijn eigen kaartjesassortiment en die bedrijven (of de gemeenten) bepaalden zelf de tarieven. In het archief heb ik enkele voorbeelden gevonden van het kaartjesassortiment in Nijmegen. Met ingang van 1 mei 1956 werd het openbaar vervoer van de Openbare Nutsbedrijven ondergebracht bij de gemeentelijke Reinigings- en Ontsmettingsdienst. De samengevoegde delen gingen verder onder een nieuwe naam Centrale Vervoersdienst (CVD). De naam Gemeentelijke Vervoersdienst viel af, omdat de directeur meende dat het geen pas gaf zijn mensen met GVD ("een onaanvaardbare lettercombinatie") op de dienstpet te laten werken.


Voorbeelden van kaartjes uit archief CVD, inv. nrs 2375 en 2383
 De inventaris van het archief van de CVD is recent afgerond en komt via internet beschikbaar en het archief is raadpleegbaar in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen. Inventarisator Leon Gruppelaar zal hier tijdens het aanstaande Geschiedeniscafé op 18 november nog eens de aandacht op vestigen.

woensdag 2 november 2011

De hort op met Hendrikje de dienstbode


Onder deze titel is door het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis een wandeling ontwikkeld om kinderen door de ogen van een dienstbode het negentiende-eeuwse Nijmegen te laten zien.

Waar werkte Hendrikje en hoe zag haar dag eruit? Waar deed ze de boodschappen?

De levensmiddelen haalde ze natuurlijk op de markt, maar de stoffen voor de jurken van mevrouw in de Molenstraat, bij Meijer en Josephy. En de vis haalde ze op vrijdag in de Ziekerstraat.

De wandeling start bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis aan het Mariënburg en voert naar de kijkvensters op het Hertogplein. Daar vertelt Hendrikje het verhaal van de afbraak van de vestingmuren en de gouden tijd die daarop voor Nijmegen volgde. Aangekomen bij Oranjesingel 68, het ‘werkhuis’ van Hendrikje, vertelt ze over haar werk en gunt ze het publiek een kijkje in het souterrain waar de keuken is.

De route gaat dan verder via de Van Schevichavenstraat naar de Van Welderenstraat. Deze straat is in de tijd van Hendrikje in een paar jaar volgebouwd. Hier vertelt ze over het huis van architect Maurits, die bij de Vrijmetselaars was aangesloten en achter zijn huis een timmerwerkplaats had. In de gevels zijn veel mooie details te zien en Hendrikje daagt haar jonge toehoorders uit om de libelle en de slang te zoeken.

In de Molenstraat vertelt Hendrikje vervolgens over haar ontmoeting met haar vrijer Jan in het café/danszaaltje op de hoek van de Molenstraat en Tweede Walstraat.


In het pand van Hoogenboom Mode, dat in 1905 als bankgebouw met twee winkels is ontstaan, laat Hendrikje de fraaie glas-in loodkoepel zien. Via de Ziekerstraat en de Moenenstraat (het straatje dat in haar tijd nog niet bestond) eindigt de route weer bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.


"De hort op met Hendrikje de dienstbode" is in 2010 ter gelegenheid van de Open Monumentendag ontwikkeld. Het thema van 2010 was "De smaak van de negentiende eeuw". Vele kinderen én volwassenen hebben heel enthousiast meegewandeld. De opzet was zeer geslaagd. Hendrikje heeft de negentiende eeuw echt weer even tot leven gebracht en de wandelaars kijken nu met andere ogen naar de stad.