woensdag 28 september 2011

Stadsommuringen van Nijmegen - 2

De archeologische ontdekking van een torenfundament met aansluitende funderingen van de stadsmuur uit de 15e eeuw voor de deur van bioscoop Carolus op Plein 1944 in Nijmegen zijn de eerste tastbare bewijzen dat de stad een dubbele ommuring met een dubbele droge omgrachting heeft gehad.

De vondst heeft geleid tot een herinterpretatie van de ontwikkeling van de stadsmuur van Nijmegen en een herwaardering van het belangrijke werk van stadsarchivaris F. Gorissen. Gorissen heeft namelijk in zijn Stede-atlas van Nijmegen uit 1956 de mogelijkheid geopperd dat Nijmegen in de 14e eeuw een dubbele ommuring heeft gehad, iets wat later als een vergissing werd bestempeld. Maar nu blijkt de bewering op waarheid te berusten, al ligt de datering iets later.

Aan de hand van de grootte van de bakstenen en het soort metselverband wordt de bouw van de toren en de muur in het eerste kwart van de 15e eeuw geplaatst. Bouwhistoricus Hein Hundertmark heeft een impressie gemaakt van de oorspronkelijke toren en muur, zie tekening. De weergang op de muur was overdekt. De toren zelf was aan de binnenkant van de muur recht en naar landzijde rond.met ook een overdekte landweer.

De oude stadsmuur en -gracht die in de 13e eeuw werden gebouwd, vormden na de bouw van de tweede muur, de binnenmuur en de binnengracht. Deze muur is tijdens de opgraving niet gezien, omdat de fundering helemaal was uitgebroken en vergraven. De gracht uit de 13e eeuw is wel gezien: op de foto is een doorsnede van de gracht met donkere opvulling zichtbaar. Aan de rechterkant van deze gracht (op deze foto) lagen de  stadsmuur en daarbuiten nog een gracht uit de 15e eeuw.
De toren voor Carolus, althans de fundering ervan, wordt weer teruggeplaatst als de werkzaamheden zijn afgerond. Zichtbaar en voelbaar voor iedereen, zodat een ieder zich kan verwonderen hoe de stad is veranderd in de loop van de eeuwen.



Tekst: Femke de Roode en Katja Zee
Tekening: Hein Hundertmark
Foto's: Rob Mols

dinsdag 27 september 2011

Sigaren aan de Kannenmarkt

In een eerdere weblog hebben we al iets verteld over de opgravingen op de Korenmarkt naar aanleiding van de aanleg van een parkje. Bij deze opgravingen zijn, behalve de restanten van de Sint Janskapel en een groot aantal begravingen ook de middeleeuwse kelders van een aantal huizen dat aan de Kannenmarkt heeft gestaan blootgelegd.

Zoals oudere Nijmegenaren zich wellicht nog herinneren hebben deze huizen nog tot in de jaren zestig aan de Kannenmarkt gestaan. Bij het uitgraven kwam een klein stukje van een siertegel naar boven, met daarop een portret en een naam, R. Mignot, en een jaartal: 1938. Enig speurwerk bracht aan het licht dat het hier gaat om een sierplateel gemaakt naar aanleiding van het tachtigjarig bestaan van een Eindhovense sigarenfabriek: Mignot en De Block. Inmiddels is duidelijk geworden dat inderdaad in het laatste huis van het rijtje, op de hoek van de Kannenmarkt en de Korenmarkt en tegenover Achter de Hoofdwacht, tot in de jaren vijftig een sigarenmagazijn was gevestigd. Op pagina 8 van De Gelderlander van 30 mei 1925 doet de heer W.H. van Eijsden trots kond van de opening van zijn gloednieuwe sigarenmagazijn annex kantoorboekhandel aan de Kannenmarkt 1. Heel erg lang heeft Van Eijsden er niet gezeten, want vanaf de late jaren twintig werd hier een sigarenhandel gedreven door G. Maeijer, die rond 1926 de zaak van Dormolen in de Smidsstraat had overgenomen en korte tijd later later naar de Kannenmarkt verhuisde. In het pand was op enig moment ook een herenkapper gevestigd; dat verklaart waarschijnlijk de vondst van een scheerkwast, spiegel en flesjes haarwater – leeg, dat wel…

In januari 1956 verkocht de heer Maeijer zijn pand, bestaande uit winkel en woning, aan de gemeente Nijmegen voor f. 6500 plus f. 2.250 voor de inventaris en de liquidatie van de zaak. Op 4 augustus ging een nieuwe winkel aan de Joubertstraat 23 open.

Zo brengt een klein brokje van een herinneringstegel een verdwenen stukje Nijmegen terug!


Foto's van de Korenmarkt en de Kannenmarkt zijn eenvoudig te vinden via de Digitale Studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen.

maandag 26 september 2011

De oudste foto’s van Nijmegen?

De bibliotheek van het Regionaal Archief Nijmegen bevat een merkwaardig boek over een merkwaardig gebouw: Gedenkstuk wegens den bouw van het kasteel Bat-Ouwe-Zate, deszelfs ligging en bouworde (Nijmegen 1860). Het kasteel, gelegen op de Lindenberg, stond ook wel bekend als kasteel Hallo, naar zijn bouwheer F.J. Hallo (1808-1879), producent van lichtgas. Hallo vestigde zich in 1857 met zijn gezin vanuit Roosendaal en Nispen in Nijmegen. Het fortuin dat hij met zijn ‘Hallo-gas’ maakte, stelde hem in staat om zijn droom te verwezenlijken: de bouw van een kasteel op het voor hem mooiste plekje van Nederland, de Lindenberg. Daartoe kocht hij 24 huizen en grondpercelen aan, liet de huizen slopen en de grond bouwrijp maken. Op 28 augustus 1858 legde zijn zoon de eerste steen, op 15 maart 1859 legde hij zelf de laatste. Hallo doopte zijn kasteel Bat-Ouwe-Zate, wat ‘op goede grond gelegen woonlocatie’ zou betekenen. Apetrots gaf hij vervolgens medio 1860 een boek uit over zijn droompaleis.

De Wiemelpoort, ca. 1860
RAN, fotocollectie F68614
In het voorwoord, gedateerd op 1 juli 1860, schrijft Hallo dat hij ‘photografische afbeeldingen’ van zijn kasteel heeft laten maken, die hij in de hoofdtekst toelicht. Het gaat om vier ‘platen’ die een niet nader genoemde fotograaf heeft vervaardigd van de kasteelpoort (nr. 1), een ‘gebouw met twee torens op de flanken’ (nr. 2), de oranjerie (nr. 3) en het hoofdgebouw en de grote toren (nr. 4). De foto’s moeten zijn gemaakt na de voltooiing van de bouw in maart 1859, maar voor het verschijnen van het boek medio 1860. Zij zijn daarmee dus van ongeveer dezelfde datum als de tot nu toe oudst bekende foto’s van Nijmegen (portretten niet meegerekend), waaronder de opname van de Wiemelpoort kort voor het begin van de sloop in april 1860, die zich bevindt in de fotocollectie van het archief.



Kasteel Bat-Ouwe-Zate, ca. 1860
RAN, fotocollectie F28525 en F28478

In de vier mij bekende exemplaren van Hallo’s boek - in het archief, de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek (2x) en de Bibliotheek Arnhem - heb ik helaas geen foto’s aangetroffen. Wel bevat de fotocollectie van het archief enkele twintigste-eeuwse reproducties van foto’s van een nog maar net voltooid Bat-Ouwe-Zate, maar het lijkt niet te gaan om de bij Hallo’s boek behorende ‘platen’. Op twee foto’s is een echtpaar van middelbare leeftijd met drie jongedames in de kasteeltuin te zien: hoogstwaarschijnlijk gaat het om Hallo met zijn vrouw en drie dochters, wat zou betekenen dat de opnamen zijn gemaakt voor 16 oktober 1861, toen het gezin alweer verhuisde naar Donsbrugge bij Kleef. Op een andere foto van omstreeks dezelfde tijd is de pas aangelegde kasteeltuin te zien; de buitenmuur op de voorgrond vertoont nog bouwvocht, maar ook deze foto voldoet niet echt aan een van de beschrijvingen in Hallo’s Gedenkstuk. De vraag is of de vier ‘platen’ bij Hallo’s boek - misschien wel de oudste foto's van Nijmegen -bewaard zijn gebleven. Wie het weet, mag het zeggen! 

vrijdag 23 september 2011

Bouwhistorie in Ruimte voor de Rivier

Situatie 1557
Het gebied van de dijkteruglegging is cultuurhistorisch van grote waarde. Sinds de oudste tijden was er menselijke activiteit. De plek waar de nieuwe geul zal komen is lang een landschappelijk gebied gebleven. Bebouwing was er in het dorp Lent en langs de dijk bij het veer, Veur-Lent. In het midden van de 16e eeuw was dit het geval. Vanaf 1608 werd het kanaal naar Arnhem aangelegd en kwam er meer bebouwing langs de Griftdijk.


Veel van de dijkbebouwing in Veur-Lent verdween met de aanleg van de schans Knodsenburg. De schans behield tot aan het eind van de 18e eeuw zijn militaire functie. Op oude kaarten is te zien dat er na 1600 wel bebouwing langs de Griftdijk verrees, maar niet langs de Oosterhoutsedijk.

Situatie 1780
Na de Franse tijd verviel de militaire functie van de schans en verlandden de grachten. Daarna ontstond bebouwing langs de dijk die zich tot in de 20ste eeuw verder ontwikkelde tot Veur-Lent.
Juist de oudere panden, wel of geen monument, leveren een bijdrage aan de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Nu er veel gaan verdwijnen, verdwijnt er helaas ook een zichtbaar deel van de geschiedenis. Daarom wordt een aantal oudere panden bouwhistorisch onderzocht en gedocumenteerd.


De bouwhistoricus gaat op zoek naar de bouwgeschiedenis van het pand. Hij beperkt zich tot het casco zoals hij dat aantreft en gaat niet op zoek naar oudere voorgangers onder de grond, dat doet de archeoloog. Uiteraard worden archiefgegevens gezocht en gebruikt, maar vaak zijn die zeer summier. De meeste feitelijke informatie levert het pand zelf, maar kennis van bijvoorbeeld de militaire geschiedenis is nodig voor de interpretatie van die gegevens.
Aan de hand van verschillende bouwsporen ontstaat een beeld van de vroegere toestand. Die sporen kunnen heel gevarieerd zijn: gevelankers, baksteenformaten, soorten metselwerk, profileringen houtwerk, telmerken in kappen, oude kranten achter het behang, vloerafwerkingen etcetera.


Ook wordt er op gelet of bepaalde materialen oorspronkelijk op die plek verwerkt zijn of dat ze wellicht uit oudere bouwwerken afkomstig zijn. Ook de vorm en afwerking van de materialen geven aanwijzingen over de tijd waarin ze toegepast zijn.
Alles samen levert ook informatie over het gebruik van het pand in de loop der eeuwen. Voor bouwhistorici heel bijzonder: vanwege de aanstaande sloop van de panden kan er ook vergaand destructief onderzoek gedaan worden.

Onlangs is bijvoorbeeld het pand Griftdijk 5-7 onderzocht (het pand is inmiddels gesloopt). Het bouwhistorische onderzoek heeft een groot aantal interessante gegevens en oude bouwsporen opgeleverd. Zo bleek het achterste deel bijvoorbeeld nog een aantal eiken kapspanten met gehakte telmerken te bevatten die kunnen wijzen op een datering eind 18e eeuw.

Binnenkort zal het pand Griftdijk Zuid 49 bouwhistorisch onderzocht worden. Dan zal hopelijk duidelijk worden of het pand restanten bevat van 16e-eeuwse bebouwing. Want op de kaarten uit 1557 en 1780 staat op deze locatie al bebouwing aangegeven. De kap is relatief nieuw, maar wie weet wat er zich achter het stucwerk en ín het gebouw bevindt.
Het bouwhistorisch onderzoek zal gecombineerd worden met archeologisch onderzoek. Dit levert mogelijk een fraai beeld van 500 jaar leefgeschiedenis op die plek.

donderdag 22 september 2011

Nijmeegse oorlogskranten

Sinds 2005 is via de internetpagina van het Regionaal Archief Nijmegen de Gelderlander van 1856 tot 1956 te bekijken en doorzoeken. In de studiezaal kunnen ook de latere jaargangen geraadpleegd worden op de computer. Momenteel werken we hard aan het digitaal beschikbaarstellen van een andere Nijmeegse krant: de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (PGNC). Over enkele maanden zullen de jaargangen van 1814 tot 1906 via internet te vinden zijn en we zijn bezig om volgend jaar in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek de resterende jaren (tot en met 1944) te digitaliseren.

Bij de inventarisatie van de Nijmeegse oorlogskranten kwam 22 september 1944 als een bijzondere datum naar voren. Op deze dag verschenen namelijk de eerste kranten na de bevrijding van Nijmegen. Terwijl De Gelderlander in maart 1942 gedwongen was te stoppen, officieel vanwege papierschaarste, was de PGNC wel blijven verschijnen tijdens de bezetting, nog tot kort voor de bevrijding. Vanaf 17 maart 1942 gebeurde dit onder een iets andere titel: Provinciale Geldersche Courant: Nijmeegsche Courant. Een aantal van deze oorlogskranten uit de jaren 1941-1942 is nu al te zien via de krantenwebsite van de KB.

Op 22 september 1944 verschenen er voor het eerst weer twee kranten in Nijmegen: De Gelderlander en de Nijmeegsche Illegale Pers. Onze exemplaren van De Gelderlander van deze datum waren in zo'n goede staat dat we even twijfelden of we niet met een latere heruitgave te maken hadden. De Gelderlander had op dat moment duidelijk over beter papier de beschikking.

 

De Nijmeegsche Illegale Pers verscheen slechts twee dagen en werd op 25 september 1944 vervangen door het Nijmeegsch Dagblad. Beide waren onder hoofdredacteurschap van A. Lammerts van Bueren die in 1942 was opgestapt bij de PGNC. Door papierschaarste kwamen er in september 1944 nog enkele gemeenschappelijke uitgaven maar vanaf oktober gingen De Gelderlander en het Nijmeegsch Dagblad hun eigen weg, met de laatste als de opvolger van de vooroorlogse PGNC.

donderdag 15 september 2011

Kruisridders op de Korenmarkt

 
Op de Korenmarkt zijn door de archeologen van de gemeente Nijmegen resten gevonden van de lang geleden verdwenen St. Janskapel. Drie grafkelders die ooit in de kapel lagen en verschillende graven van het kerkhof eromheen zijn tevoorschijn gekomen. Op de Korenmarkt komt een klein park, vandaar dat de straatstenen zijn weggehaald.
De kapel hoorde bij de Commanderie dat aan het eind van de 12e eeuw als hospitaal werd gebouwd met ruimte voor kloosterlingen en pelgrims. Graaf Alardus en zijn vrouwe Uda waren de stichters. In 1214 werd het huis toegewezen aan de Johannieters, een militaire kloosterorde die net als de Tempeliers het Heilig Land hielpen veroveren en verdedigen. Deze kruisridders moesten van adellijke afkomst zijn. In de 16e eeuw leidde de orde een kwijnend bestaan, zodat de katholieke kapel onderkomen werd voor de protestantese diensten. Daarna deed de kapel zelfs dienst als vleeshuis en opslagplaats. In 1650 werd besloten de kerk die dan al in verval is, af te breken en op het terrein een plein of een markt te maken, de Korenmarkt.


Bij de opgraving blijken de graven dicht onder de straat te liggen, wat erop wijst dat er minstens 1,5 m van de grond is afgegraven. Er zijn aanwijzingen dat het afgraven rond 1830 heeft plaatsgevonden. De kapel moet hoger hebben gestaan dan het bijbehorende huis: dat hoort ook zo, kerken en kapellen werden op hoge punten in het landschap gebouwd.
Op het moment wordt onderzocht hoe de grafkelders zichtbaar kunnen blijven in het parkje. De kruisridders uit de middeleeuwen krijgen dan weer een plaats in het moderne Nijmegen.

                                                                                                                                    De grafkelders

woensdag 14 september 2011

Het Regionaal Archief Nijmegen op Nieuw Babylon

Op zaterdag 17 september vindt het intercultureel festival Nieuw Babylon plaats. Het Mariënburgplein wordt omgetoverd tot een stad in het jaar 2046, waarin de jongeren van nu volwassen zijn en hun verschillende culturele achtergronden zijn versmolten. Het Archief is erbij!

In Nijmegen wonen mensen die afkomstig zijn uit vele verschillende landen. De reden van hun migratie varieert, maar ze hebben één ding gemeen: ze bouwden allemaal een nieuw bestaan op in Nijmegen. Het Regionaal Archief Nijmegen bewaart het geheugen van de stad en daar maakt de geschiedenis van deze nieuwe inwoners onlosmakelijk deel van uit. Tijdens Nieuw Babylon wil het Archief graag in contact komen met jonge mensen die bij hun ouders of grootouders verhalen of (persoonlijke) documenten, foto’s of video’s willen ophalen, die een beeld geven van hun eerste tijd in Nederland.

Als voorbeeld van die verhalen worden in het Archief op 17 september 4 korte films van elk 15 minuten vertoond, waarin vertegenwoordigers van de eerste generatie Surinamers, Antillianen, Molukkers en Marokkanen op een levendige manier hun verhaal doen. Tot nu toe concentreerde het Archief zich hoofdzakelijk op materiaal van Turkse migranten, maar Het Regionaal Archief wil ook graag materiaal verwerven van andere migrantengroepen. Bijzondere aandacht gaat uit naar migranten uit Suriname, Antillen, Indische archipel, Italië, Spanje, voormalig Joegoslavië, Griekenland, Marokko en Turkije. Er is geen strikte afbakening maar de periode vanaf 1945 tot ongeveer 1985 staat centraal. Tijdens Nieuw Babylon is Het Archief open van 12.00 tot 17.00. Toegang is gratis.

Bekijk alvast de aflevering van MijnNijmegen TV over migrantenerfgoed:

dinsdag 13 september 2011

Calques van architect Estourgie restaureren

“Kan ik inventarisnummer .. van het archief van architect Charles Estourgie inzien?” Dit is de vraag die flink wat werk voor het restauratie-atelier met zich mee kan brengen.

Het archief van Estourgie is ondergebracht bij het Regionaal Archief Nijmegen waar het, onder ideale klimaatomstandigheden in zuurvrije verpakking, wordt bewaard. Het merendeel van de tekeningen is echter heel moeilijk raadpleegbaar. Het betreft bouwtekeningen op calqueerpapier. Deze zitten opgevouwen in dozen en slechts mondjesmaat heb ik de afgelopen jaren kans gezien een aantal van deze objecten te conserveren. Dit conserveren houdt het volgende in: het voorzichting uitvouwen van de tekening, het reinigen, scheuren repareren en het uiteindelijke ‘vlakken’ waarna de tekening plano geborgen kan worden.

De meeste mensen hebben wel ooit calqueerpapier gezien maar zijn zich niet bewust van de bijzondere, maar ook kwetsbare eigenschappen van dit papier. Het werd o.a. heel veel gebruikt voor het maken van bouwtekeningen. Er zijn meerdere manieren om transparant papier te maken en er ontstaan dan ook verschillende soorten papier die een aantal eigenschappen gemeenschappelijk hebben. Ten eerste is natuurlijk de doorschijnendheid van belang, dit was nodig om gemakkelijk kopieën te kunnen maken. Deze kopieën zijn veelal blauwdrukken. Daarnaast zijn de fysieke eigenschappen van het papier anders dan die van gewoon papier. Doordat de vezels langer zijn gemalen, zijn deze korter geworden en is het papier breekbaarder. Naarmate het papier ouder is, wordt het bijna bros waardoor je bij uitvouwen van tekeningen heel erg voorzichtig moet zijn. Verder is het papier erg vochtgevoelig waardoor het moeilijker te behandelen is.

Ik ben in afwachting van een verdere specificatie van de vraag en ga dan de tekeningen bekijken en inventariseren hoeveel tijd het gaat kosten de tekeningen zodanig te conserveren dat ze eventueel ook gescand kunnen worden.

donderdag 8 september 2011

De Vrede van Nijmegen in Parijs

Je staat vreemd te kijken als je als Nijmeegse archivaris op vakantie in Parijs nietsvermoedend door de wijk Le Marais slentert en op het straatnaambord ‘Rue des Archives’ stuit. Een blik op de stadsplattegrond leerde me dat de straat haar naam dankt aan het gebouw van de Archives Nationales dat er gevestigd is. Mijn mond viel pas echt open toen ik iets verderop een kleine supermarkt ontwaarde: ‘Archives Mini Market’. Met enige jaloezie constateerde ik dat onze Parijse collega’s het beter voor elkaar hebben dan wij. Het Regionaal Archief Nijmegen is al een eeuwigheid gehuisvest aan de Mariënburg, maar dat plein heet nog steeds niet ‘Archiefplein’. En van een ‘Archiefsuper’ kunnen we in Nijmegen ook alleen maar dromen.

Na een pittige discussie met mijn reisgenoten onderbrak ik mijn wandeling door Le Marais voor een bezoekje aan de Archives Nationales. Enigszins geïmponeerd stapte ik over de drempel van het eerbiedwaardige gebouw en sprak in mijn beste Frans een Parijse collega aan. In nog veel beter Frans stond hij me welwillend te woord over de organisatie van de Archives Nationales, de collectie en de dienstverlening. Toen ik hem vertelde dat ik uit Nijmegen kwam, werd hij zo mogelijk nog vriendelijker. ‘Ah, Nimègue, van de Vrede! Komt u maar even mee’. Hij leidde me naar een computer en toverde via verschillende websites allerlei informatie op het scherm over de Vrede van Nijmegen, een gebeurtenis die Frankrijk veel heeft opgeleverd en bij de Franse erfgoedinstellingen de nodige sporen heeft nagelaten. Vooral de website http://www.gallica.bnf.fr/, die toegang biedt tot gedigitaliseerde documenten van de Bibliothèque Nationale, imponeerde me. Daar leverde de zoekterm Nimègue maar liefst ruim 3500 boeken, artikelen, prenten, kaarten en manuscripten op, grotendeels over de Nijmeegse Vrede. Een Walhalla voor onderzoekers! 


Historieprent van de officiële afkondiging van de Vrede tussen
Frankrijk en de Republiek der Verenigde Nederlanden te Parijs
op 29 september 1678. Door J. Lepautre, Parijs 1679.
(Bibliothèque Nationale de France, nr. 40481673)
 
Op weg naar buiten vroeg ik mij af wat nu eigenlijk de meeste indruk op me had gemaakt: het straatnaambord, de supermarkt of de grote betekenis van de Vrede van Nijmegen voor Frankrijk en de rijkdom aan historische bronnen die dat heeft opgeleverd. Bij de uitgang griste ik nog even een folder over een serie lezingen van de balie. De tweede lezing had betrekking op - jawel - de Vrede van Nijmegen. Mijn vraag was beantwoord.

woensdag 7 september 2011

Expo in het archief tijdens Open Monumentendag

Tijdens Open Monumentendag in het weekend van 10 en 11 september zijn meer dan vijftig monumenten in de gemeente Nijmegen open voor publiek. Het archief doet mee met een expositie die aansluit op het thema van Open Monumentendag: ‘Nieuw gebruik, oud gebouw’.

‘Monumenten in een veranderend stadshart’ belicht drie grote vernieuwingsprojecten die vanaf 1998 in de Nijmeegse binnenstad zijn uitgevoerd. Drie projecten waarin monumentale gebouwen en/of de ruimte eromheen een nieuwe invulling kregen: de Mariënburg/Marikenstraat met de middeleeuwse kapel en het Arsenaal, de Hessenberg met het oude weeshuis en Plein 1944 als symbool van de Nijmeegse wederopbouw. Maquettes, foto’s, filmbeelden en archiefstukken brengen de bezoeker terug naar hoe het was en laten zien hoe het werd.

De expositie in de hal van het archief is op zaterdag en zondag te bekijken van 11.00 tot 17.00 uur, de studiezaal is gesloten. Meer informatie over de andere activiteiten op Open Monumentendag staat op de website van de gemeente.

vrijdag 2 september 2011

Open Monumentendag 2011, hoogtepunten

Wist u dat de Open Monumentendag 25 jaar bestaat? In Nijmegen organiseert vanaf het begin een actief comité van vrijwilligers dit evenement samen met de gemeente. Het (landelijk) thema is herbestemming. Herbestemming van erfgoed is interessant in deze tijd van economische krapte: erfgoed is duurzaam, geeft identiteit aan een plek, zorgt dat mensen hier willen verblijven en voegt daarmee economische waarde toe aan een gebied. Belangrijke redenen om monumentaal erfgoed ook voor de toekomst een nuttige plek in onze samenleving te geven. Ook dit jaar zijn we erin geslaagd om een gevarieerd en boeiend programma samen te stellen.  

Thermion in Lent

In totaal doen 51 monumenten in het weekend van 10 en 11 september gratis hun deuren open waaronder een aantal bijzondere herbestemde panden: De Thermion-Radiolampenfabriek aan de Pastoor van Laakstraat in Lent. Open tijdens rondleiding: za en zo 15 uur. Het voormalige jachtslot van de margarinefabrikant Frans Jurgens, bekend als Huize (kasteeltje) Heijendaal, Geert Grooteplein Noord 9, za 11-17 uur en zo 12-17uur. De voormalige gereformeerde kerk aan de Begijnenstraat 20, za en zo 11-17uur. Het Cellenbroederenhuis is van oorsprong een restant van het Heilige Geesthospitaal, nu huizen hier kantoren in, za en zo van 11-17 uur.
Wilt u weten hoe architecten omgaan met herbestemming? Zij laten het zien in de monumenten waar ze gevestigd zijn: Het voormalig benzinestation Auto Palace aan de Muldersweg 16, za en zo 11-17 uur. Doorlopende foto-expositie, za 14 uur lezing over industrieel erfgoed (Architectenbureau Koos van Lith). De Latijnse School aan St. Stevenskerkhof 2, za en zo 12-16 uur, doorlopende rondleidingen (Pouderoyen Compagnons). Het Brouwershuis aan de Steenstraat 3, za en zo 11-17 uur, expositie en bezichtiging (Architectenbureau Virtus).
  
Wandelingen
Dit jaar kunt u kiezen uit een aantal bijzondere begeleide wandelingen:
  1. Stadswandeling Van Dolers tot Donjon, beleef de historie van Nijmegen, maar net op een andere manier, met uniek archiefmateriaal.
  2. Stadswandeling Het hert is der uut! Transformatie van het Nijmeegse stadshart in de 20e eeuw. Over het vooroorlogse Nijmegen, de verwoestingen tijdens WOII en na-oorlogse ontwikkelingen.
  3. Wandeling door Nijmegen Oost. Een verkenningstocht langs oude gebouwen met nieuwe bestemming in een voortdurend veranderende stad.
  4. Wandeling langs vroegere Bottendaalse bedrijvigheid.Herontdek een oude wijk die zich steeds vernieuwt.
  5. Rondleiding Ruimte voor de Waal, wandeling door het gebied waar de dijkteruglegging plaatsvindt.
Aanvangstijd, duur en startpunt van de wandelingen vindt u hier.

Voor het eerst heeft het comité een programmaboekje uitgegeven waar alle informatie over de monumenten en activiteiten in staat, op te halen bij Gemeentelijk Informatiecentrum Het Open Huis en het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis of bij de monumenten. U kunt de informatie ook hier vinden. Tijdens de Open Monumentendag is een informatiepunt ingericht in de St. Stevenskerk.

donderdag 1 september 2011

Stadsommuringen van Nijmegen - 1

Veel steden werden al vroeg in hun ontwikkeling voorzien van enigerlei verdedigingswerk. De ontwikkeling van de ommuring hangt sterk samen met het (militaire en politieke) belang van de stad en haar financiële draagkracht. Daarbij spelen de noodzaak tot uitbreiding (als gevolg van bevolkingsgroei) en vernieuwde strategische inzichten een belangrijke rol. In veel steden kwam een oudere stadsmuur door latere uitbreidingen binnen de bebouwing te liggen. Restanten van deze muren zijn nu nog vaak in de bebouwing bewaard gebleven en worden soms bij archeologisch en bouwhistorisch onderzoek aangetroffen. Het onderzoek van deze oudste muren is vaak erg complex, aangezien daarvoor allerlei kleine waarnemingen en fragmentarisch bewaarde resten aan elkaar gekoppeld moeten worden. Hierbij blijkt dat juist zeer kleine onderzoeken en waarnemingen ook van groot belang kunnen zijn voor de reconstructie.

Toren en muur van de dubbele ommuring vlak na hun ontdekking.

Versterkingen stad Nijmegen
Na de publicatie van de Stede-atlas van stadsarchivaris F. Gorissen (1956) zijn er diverse artikelen verschenen over de ruimtelijke ontwikkeling van de stad Nijmegen en (delen van) de stadsommuringen. Het beeld dat we hebben over de ontwikkeling van de stadsomwalling, -ommuring en -poorten van Nijmegen is echter nog erg gefragmenteerd. Er is nog geen sprake van een synthese van alle archeologische en bouwhistorische resultaten tot nu toe. Een schrale troost wellicht is dat dit voor veel Nederlandse steden geldt.

Dubbele ommuring aan veldzijde (1400-1425)
Het synthetiseren van oud en nieuw onderzoek is van belang, zeker nu uit recent archeologisch en bouwhistorisch onderzoek op het Plein 1944 blijkt dat Nijmegen rond 1400-1425 aan de veldzijde een dubbele ommuring heeft gekend. Het is goed mogelijk dat deze voormuur al eerder bij archeologisch onderzoek is waargenomen, maar toen nog niet in verband is gebracht met een dubbele stadsommuring.
Met de uitwerking van het archeologisch onderzoek op Plein 1944 is een begin gemaakt. In de volgende weblog over stadsommuringen van Nijmegen zal verder ingegaan worden op de bouwhistorische bevindingen van deze dubbele ommuring.

Tekst: Femke de Roode
Foto’s: Rob Mols