vrijdag 23 september 2011

Bouwhistorie in Ruimte voor de Rivier

Situatie 1557
Het gebied van de dijkteruglegging is cultuurhistorisch van grote waarde. Sinds de oudste tijden was er menselijke activiteit. De plek waar de nieuwe geul zal komen is lang een landschappelijk gebied gebleven. Bebouwing was er in het dorp Lent en langs de dijk bij het veer, Veur-Lent. In het midden van de 16e eeuw was dit het geval. Vanaf 1608 werd het kanaal naar Arnhem aangelegd en kwam er meer bebouwing langs de Griftdijk.


Veel van de dijkbebouwing in Veur-Lent verdween met de aanleg van de schans Knodsenburg. De schans behield tot aan het eind van de 18e eeuw zijn militaire functie. Op oude kaarten is te zien dat er na 1600 wel bebouwing langs de Griftdijk verrees, maar niet langs de Oosterhoutsedijk.

Situatie 1780
Na de Franse tijd verviel de militaire functie van de schans en verlandden de grachten. Daarna ontstond bebouwing langs de dijk die zich tot in de 20ste eeuw verder ontwikkelde tot Veur-Lent.
Juist de oudere panden, wel of geen monument, leveren een bijdrage aan de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Nu er veel gaan verdwijnen, verdwijnt er helaas ook een zichtbaar deel van de geschiedenis. Daarom wordt een aantal oudere panden bouwhistorisch onderzocht en gedocumenteerd.


De bouwhistoricus gaat op zoek naar de bouwgeschiedenis van het pand. Hij beperkt zich tot het casco zoals hij dat aantreft en gaat niet op zoek naar oudere voorgangers onder de grond, dat doet de archeoloog. Uiteraard worden archiefgegevens gezocht en gebruikt, maar vaak zijn die zeer summier. De meeste feitelijke informatie levert het pand zelf, maar kennis van bijvoorbeeld de militaire geschiedenis is nodig voor de interpretatie van die gegevens.
Aan de hand van verschillende bouwsporen ontstaat een beeld van de vroegere toestand. Die sporen kunnen heel gevarieerd zijn: gevelankers, baksteenformaten, soorten metselwerk, profileringen houtwerk, telmerken in kappen, oude kranten achter het behang, vloerafwerkingen etcetera.


Ook wordt er op gelet of bepaalde materialen oorspronkelijk op die plek verwerkt zijn of dat ze wellicht uit oudere bouwwerken afkomstig zijn. Ook de vorm en afwerking van de materialen geven aanwijzingen over de tijd waarin ze toegepast zijn.
Alles samen levert ook informatie over het gebruik van het pand in de loop der eeuwen. Voor bouwhistorici heel bijzonder: vanwege de aanstaande sloop van de panden kan er ook vergaand destructief onderzoek gedaan worden.

Onlangs is bijvoorbeeld het pand Griftdijk 5-7 onderzocht (het pand is inmiddels gesloopt). Het bouwhistorische onderzoek heeft een groot aantal interessante gegevens en oude bouwsporen opgeleverd. Zo bleek het achterste deel bijvoorbeeld nog een aantal eiken kapspanten met gehakte telmerken te bevatten die kunnen wijzen op een datering eind 18e eeuw.

Binnenkort zal het pand Griftdijk Zuid 49 bouwhistorisch onderzocht worden. Dan zal hopelijk duidelijk worden of het pand restanten bevat van 16e-eeuwse bebouwing. Want op de kaarten uit 1557 en 1780 staat op deze locatie al bebouwing aangegeven. De kap is relatief nieuw, maar wie weet wat er zich achter het stucwerk en ín het gebouw bevindt.
Het bouwhistorisch onderzoek zal gecombineerd worden met archeologisch onderzoek. Dit levert mogelijk een fraai beeld van 500 jaar leefgeschiedenis op die plek.

Geen opmerkingen: