dinsdag 31 mei 2011

Bouwhistorie aan de Grote Markt

Een rij monumenten aan de Grote Markt, de nummers 32 t/m 42, lijken zo op het oog nog niet zo oud, maar schijn bedriegt. Het bouwhistorisch onderzoek heeft enkele jaren geleden dan ook veel gegevens opgeleverd. Maar plafonds en andere afwerkingen bedekken nog veel en kelders waren toen niet allemaal toegankelijk.
Een foto uit 1870 geeft een beeld hoe de nrs. 32 t/m 36 er toen uitzagen. Het eerste pand, op de hoek van de Vijfringengas, heeft zijn middeleeuwse kap nog. De andere panden waren toen al verhoogd. Vanwege de knik in de gevelwand zijn de panden 37 t/m 42 niet te zien.
Op de hoek van de Burchtstraat zien we de eerste panden van de Grotestraat die in 1944 bij het bombardement verloren gingen.
Grote Markt 36 is interessant, de gevel zal kort voor 1870 ontstaan zijn. Het pand heeft een attiek en een dakkapel. Rondom de ramen toont de foto geprofileerde lijsten met terracotta versieringen, omstreeks 1865 modern. Die verbouwing zal zo ingrijpend geweest zijn dat hoogst alleen de bouwmuren, de kelder en misschien nog de vloer van de 1e verdieping van het middeleeuwse pand behouden zijn. De overige verdiepingsvloeren en ook de kap zullen toen nieuw gemaakt zijn. Het bouwhistorisch rapport geeft aan dat de stucplafonds van kort vóór 1870 nog aanwezig zijn.

De stormachtige groei van de stad na 1875 heeft in nr. 36 zijn sporen nagelaten. Nog geen twintig jaar later, de bouwvergunning is niet bekend, werd de gevel gemoderniseerd. De togen en terracotta versieringen waren nu ouderwets. Ze werden weggewerkt achter zwaar geprofileerde nieuwe vormen. Ook de attiek en de dakkapel werden gemoderniseerd. Detaillering en materiaalgebruik wijzen in de richting van architect Semmelink en de bouwtijd zou omstreeks 1895 kunnen liggen.
De gevel is in de loop van de jaren zijn dakkapel en ook de attiek verloren, maar de kenmerkende raamomlijstingen bleven behouden. Duidelijk is dat de nieuwe omlijstingen niet aansluiten bij de kozijnen die van de eerste verbouwing zijn.
Bijzonder is dat in de vlakken boven de ramen oorspronkelijk reclameteksten stonden. Dat was al vaag te zien op de foto uit 1870.
Omstreeks 1895 werden de teksten onderdeel van de architectuur. Het kan zijn dat de achtergrond van de letters toen bestond uit zwart glas met daarin geëtste en vergulde letters. Maar dat is er niet meer; de vlakken zijn nu geschilderd.
 
Een tijdje geleden had collega Diane van der Heijden contact met de uitbater van nr. 36. Dat leidde vorige week tot een afspraak om de kelder te bekijken. Dat was interessant, bij het bouwhistorisch onderzoek was die niet toegankelijk.
Achter de bar liet de enthousiaste uitbater een klein luikje losmaken en zo konden we via een stalen laddertje afdalen in een zeer diepe, overwelfde kelder. Hij is, gezien de baksteen formaten, zeker middeleeuws.
Het is een grote, gave kelder die met een gemetseld tongewelf is afgedekt. In de zijwanden vonden we in totaal een vijftal kaarsennissen. Aan de voorzijde is er een brede gemetselde trap naar boven, maar die is daar nu afgesloten.
Naast de trap bevindt zich een 19e-eeuws tussenvloertje van stalen balken met troggewelfjes en van daaruit is er toegang tot een klein wijnkeldertje met gemetselde nissen. Dat deel bevindt zich onder het winterterras. Dat was, zoals bij alle oude panden in de binnenstad, de eigen stoep van het pand.
Zo hebben we onverwacht een interessante aanvulling gevonden op de bouwhistorie van dit pand. Als de enorme ruimte tot interessante gebruiksmogelijkheden zou leiden, kan ook weer een stukje Nijmeegse geschiedenis voor het publiek beleefbaar worden.

Geen opmerkingen: