zaterdag 31 december 2011

Mijlpaal voor Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Fons Leunissen zet  30-12-2011 de 20.000 bezoeker in het zonnetje
Wat begin december niet meer voor mogelijk werd gehouden, is toch gebeurd: de 20.000ste bezoeker in 2011 is gehaald. Dit lukte dankzij een onverwacht groot aantal bezoekers tijdens de vrije dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw.  Veel mensen genoten de afgelopen dagen in de Mariënburgkapel van de tentoonstelling De Gelukkige Huurder, de mini-expo over het Merovingisch grafveld en van het nieuwe ontroerende oorlogsportret van de werkgroep Nijmeegse oorlogsdoden.

Natuurlijk is bij deze mijlpaal stil gestaan en is de 20.000ste bezoeker nog in het zonnetje gezet. De gelukkige  was de heer Max Derrez die samen met mevrouw Herma den Ambtman in het laatste uur dat het Huis dit jaar open was de Mariënburgkapel vlak voor sluitingstijd bezocht. Hij ontving van Fons Leunissen, medewerker van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis, een mooie fles wijn en het prachtige boek De gezonde woning, 100 jaar volkshuisvesting geschreven door Rob Wolf.

Of het Huis ook in 2012 weer zo veel bezoekers gaat trekken is nu nog een vraag. Ook de komende week hoopt het Huis weer veel bezoekers te trekken met zijn reguliere programmering. Verder weten steeds meer mensen de weg naar het archeologisch Vragen(V)uur te vinden. Nieuwe groepen kinderen gaan genieten van het tweede optreden van Madoc op 5-1 dat weer net zo een succes zal zijn als dat op 29-12. Kortom 2012 gaat meteen weer flitsend van start en als de mond-tot-mond-reclame zijn werk doet, wordt ook het nieuwe jaar weer een mooi jaar voor het Huis.
 
Het Huis dankt alle bezoekers voor hun bezoek in het afgelopen jaar en hoopt dat ook in 2012 velen van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis zullen genieten. Allen een gelukkig 2012!

donderdag 29 december 2011

Vuurwerk met nieuwjaar in Nijmegen verboden

Hondenpoepbakken worden verwijderd, brievenbussen gebarricadeerd en textielcontainers afgesloten, Nijmegen bereidt zich voor op het traditionele vuurwerkfestijn van nieuwjaarsnacht. Vanaf vandaag kan het vuurwerk gekocht worden én begint de bijna even traditionele discussie om het vuurwerk te verbieden. Dat deze discussie van alle tijden is – en vermoedelijk ouder dan je denkt – blijkt uit deze Nijmeegse verordening van 31 december 1818:

Archief Gem. Nijmegen 1810-1945,
inv. nr. 19-1884
Burgemeesteren der Stad Nymegen in aanmerking nemende, dat het schieten met geweer, pistolen of kannonnetjes byzonder in den nacht, hetzij uit de huys dan wel op straat of pleinen, ten uitersten gevaarlijk is, zo voor de ingezetenen zelven als voor haare bezittingen -
en willende voorkomen dat zulks ter gelegenheid van het nieuwe jaar geen plaats vind.

Hebben goedgevonden het schieten met geweer of kannonnetjes, en smijten van vuurwerken, uit de huys en woning of op straten en pleinen, ten strengsten te verbieden gelijk zulks geschied mits dezen, op eene boete van drie gulden, te verbeuren door de geenen, welke tegen dit verbod zich verstouten mogten te handelen.

Gemeentearchivaris
H.D.J. van Schevichaven (1908)
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Schieten met pistolen en geweren met nieuwjaar was al in de achttiende eeuw een niet uit roeien gebruik, schreef Van Schevichaven in zijn laatste Penschets op zijn kenmerkende ironische wijze: "De van nature nog al luidruchtige Nijmegenaar, liet niet na, van zulk een gelegenheid tot rumoeren te profiteeren.(…) Mannen en jongens liepen op straat te schieten, zoolang hun ammunitie duurde. Uit taveernen en wijnhuizen knalde schot op schot. Zelfs de eerbare huisvader werd door de razernij bevangen, en verliet af en toe den welvoorzienen feestdisch in de binnenkamer, om op de stoep zijner woning een saluutschot te gaan lossen."

Dit alles ondanks een jaarlijks vanaf het stadhuis afgekondigd verbod. Van Schevichaven constateerde dan ook: "Het publiek nam de publicatie aan voor kennisgeving, en ging over tot de disordres van den nacht, alsof de stem van het stadhuis zich niet had laten hooren." Gezien de vele knallen buiten de toegestane uren een nog steeds geldende conclusie.

donderdag 22 december 2011

Historische films online bij het Regionaal Archief Nijmegen

Filmstill uit een bedrijfsfilm van Arie Onderdenwijngaard
over de totstandkoming van dagblad De Gelderlander, 1954
Filmcollectie Regionaal Archief Nijmegen 01-0474
In de film- en fotokluis van het Regionaal Archief Nijmegen bevindt zich ruim 70 uur aan historische films over Nijmegen en omgeving vanaf het begin van de twintigste eeuw. Het is een collectie die in de afgelopen 25 jaar vrijwel geheel is verzameld en beschreven door de Stichting Nijmegen Blijft in Beeld. In veel gevallen gaat het om uniek filmmateriaal, afkomstig van particulieren, instellingen en bedrijven. Ook kopieën van Polygoon-journaals waarin Nijmegen een rol speelt zijn door Nijmegen Blijft in Beeld verworven. De Stichting legt ook zelf veranderingen in de stad op film vast. Op deze manier is een indrukwekkende collectie ontstaan, die inzicht geeft in de ontwikkelingen op sociaal, economisch, politiek en religieus terrein die Nijmegen in de afgelopen eeuw heeft doorgemaakt.

Vanwege het unieke karakter van de filmcollectie, en vanuit de doelstelling om dit materiaal aan een breed publiek beschikbaar te stellen, heeft het archief van 2009-2011 de films laten conserveren en digitaliseren. Tijdens dit traject is zo’n 50 km film gereinigd en waar nodig zijn lassen en perforanden hersteld. Bij het scannen is gebruik gemaakt van een digitale wetgate, die krasjes en vlekjes verwijdert en het beeld stabiliseert. Separate geluidstapes zijn synchroon met de beelden samengevoegd. Het resultaat is een bestand van ruim 700 gedigitaliseerde films.

Filmstill uit een particuliere film met beelden
van de ijsgang op de Waal, 1939
Filmcollectie Regionaal Archief Nijmegen 01-0362
Een groot deel van dit materiaal is nu raadpleegbaar via de Digitale Studiezaal van het archief. De oudste bewegende beelden die te zien zijn dateren uit 1912, toen koningin Wilhelmina een bezoek bracht aan het militaire oefenterrein op de Groesbeekse Hei. Andere pareltjes zijn beelden van de bevroren Waal, het befaamde bergspoor en reclamefilms van Honig en Dobbelman.


Filmstill uit een reclamefilm van Dobbelman, 1965
Filmcollectie Regionaal Archief Nijmegen 04-0507
 Niet van alle films zijn de beelden via de Digitale Studiezaal te zien. Zo zijn van de Polygoon-journaals en van een aantal particuliere films om auteursrechtelijke redenen alleen de beschrijvingen beschikbaar. De beelden kunnen worden geraadpleegd in de studiezaal van het archief, waar overigens de gehele gedigitaliseerde collectie kan worden bekeken in een hogere resolutie dan via internet. Ook van de videocollectie (o.m. Omroep Nijmegen) zijn op internet voorlopig alleen de beschrijvingen beschikbaar. Het is de bedoeling dat op termijn ook deze collectie gedigitaliseerd zal worden aangeboden.

Voor dit moment is er in elk geval genoeg te genieten voor een welbestede Kerstvakantie!

donderdag 15 december 2011

Nijmeegse foto’s van prof. Van der Grinten

Op 11 oktober 2009 overleed emeritus hoogleraar Evert van der Grinten, geboren op 5 mei 1920 in Venlo. Prof. dr. Evert F. van der Grinten was hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen in de periode 1962-1977. Prof. Van der Grinten had als een van de eersten in Nederland belangstelling én waardering voor de negentiende-eeuwse architectuur. Tot zijn studenten behoorden o.m. Gerard Lemmens, voormalig directeur van het Nijmeegs Museum ‘Commanderie van St. Jan’, en Guido de Werd, tot vorig jaar directeur van Museum Kurhaus in Kleef.

De documentatie van prof. Van der Grinten, die zich overigens niet beperkt tot het Nijmeegse, maar ook de negentiende-eeuwse architectuur in andere plaatsen in Nederland bestrijkt, is ondergebracht bij het Centrum voor Kunsthistorische Documentatie (CKD) van de Radboud Universiteit Nijmegen. 

Panden aan de Fransestraat, daterend uit ca. 1890.
Foto: E.F. van der Grinten, 1971.
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen
De nalatenschap van Van der Grinten bestaat voor een groot deel uit foto’s van negentiende-eeuwse Nijmeegse panden die hij gebruikte voor zijn publicaties. Zo schreef hij in 1980 Nijmegen, benedenstad. Beschrijving van een grotendeels verdwenen stadsgedeelte aan de Waal, waarin veel foto’s van zijn hand zijn opgenomen. Hetzelfde geldt voor artikelen die hij publiceerde over winkelpuien en gietijzeren deurhekken.

In 2005 presenteerde het Regionaal Archief Nijmegen Historisch Nijmegen in kaart. Een van de weergaveopties in deze digitale atlas zijn foto’s van negentiende-eeuwse panden in de Nijmeegse binnenstad, gemaakt door prof. Van der Grinten en voor dit doel welwillend ter beschikking gesteld door het CKD.

Gevel van Molenstraat 44, daterend uit ca. 1875.
Foto: E.F. van der Grinten, 1972.
Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen
Dankzij de bemiddeling van Gerard Lemmens heeft het archief onlangs een collectie foto’s van negentiende-eeuwse architectuur in Nijmegen kunnen verwerven, die prof. Van der Grinten in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw heeft gemaakt. De collectie, die uit ca. 1000 afdrukken bestaat, is aan het archief geschonken door zijn weduwe, mevrouw M. van der Grinten-Heslenfeld. Het archief is haar zeer erkentelijk voor deze geste, temeer daar mevrouw Van der Grinten tevens de rechten van de foto’s aan het archief heeft overgedragen.

De foto’s, die goed zijn gedocumenteerd, zullen door het archief worden gescand en beschreven, zodat zij naar verwachting in 2012 via de beeldbank raadpleegbaar zullen zijn.

donderdag 8 december 2011

Open Monumentendag 2011, een terugblik

Architect Paul van Hontem geeft uitleg bij Huize Bethlehem
Na afloop van de Open Monumentendag wordt door het Open Monumentendagcomité altijd een evaluatieformulier uitgedeeld aan de deelnemende monumentenbeheerders. Hierop kunnen zij aangeven hoeveel bezoekers zij hebben ontvangen, waar de bezoekers vandaan kwamen, de leeftijd van de bezoekers en welke waardering die de bezoekers en de beheerders zelf geven aan de Open Monumentendag (organisatie, openstelling, informatieverstrekking). Zo kan het comité te weten komen of de inspanningen gewaardeerd worden of dat er een andere richting gezocht moet worden.
De ontvangen evaluaties van dit jaar laten zien dat zowel de zaterdag als de zondag goed bezocht zijn. Locaties die buiten het centrum liggen hebben het op zondag drukker dan op zaterdag.
De bezoekers komen uit Nijmegen zelf, uit de regio maar ook van buiten de regio.
Ten opzichte van andere jaren is te zien dat de gemiddelde leeftijd daalt en dat er meer gezinnen op het evenement afkomen. Uit de evaluatie valt af te lezen dat monumenten die een activiteit aanbieden (rondleiding, speurtocht, lezing) doorgaans meer bezoekers ontvangen dan monumenten die alleen een openstelling regelen.
Dat de Open Monumentendag 2011 in Nijmegen goed gewaardeerd werd blijkt wel uit het rapportcijfer dat gegeven werd: een 8,2.

Natuurlijk heeft het comité niet alleen maar lof ontvangen. Zo bleek bijvoorbeeld een enkel monument gesloten terwijl aangekondigd was dat het open zou zijn. Of kon niet iedereen met díe rondleiding mee die hij/zij uitgezocht had omdat het aantal personen dat meemocht beperkt was.

Al met al vindt het comité het Open Monumentenweekend 2011 weer zeer geslaagd en inmiddels zij we alweer begonnen met de organisatie van de Open Monumentendag 2012 waarvan ik alvast kan laten weten dat het thema ‘groene monumenten’ is.

Hopelijk tot dan!

Kaaisjouwers...? Wie heeft er nog verhalen over?

Foto uit Beeldbank RAN
Frank Antonie van Alphen, correspondent Oost voor De Binnenvaartkrant, werkt momenteel aan een boek over de Nijmeegse Benedenstad. In het bijzonder over de (handels)relatie van dat stadsdeel met de binnenvaart tot 1936. Dat was het jaar dat de Waalbrug werd geopend, en de Benedenstad - in de woorden van Van Alphen - " aan lager wal raakte".

Tot de bouw van de Waalbrug was de Waalkade een plek van grote bedrijvigheid geweest. Zeker met de zogenaamde kaaisjouwers. “Dat waren over het algemeen sterke, gespierde mannen die naast de kracht in hun ledematen over een geweldig doorzettings- en uithoudingsvermogen beschikten. Hun taal was een afspiegeling van hun werk; namelijk ruw en ruig, maar ging gepaard met een welgemeende kameraadschap. … ", aldus Wim Janssen in zijn bundel ‘Zuuk ‘t mar uut’.

Van Alphen is op zoek naar verhalen en beeldmateriaal over het fenomeen kaaisjouwer, Benedenstadbewoners die schepen met de hand laadden en losten onder zware omstandigheden. De beroepsgroep had zijn wortels in het Zakkendragersgilde.

Heeft u informatie en vooral niet gearchiveerde verhalen, neem dan alstublieft contact op met Frank Antonie van Alphen. Zijn boek over de kaaisjouwers zal volgend voorjaar verschijnen. Als onderdeel van een door de Nijmeegse Stratemakerstoren uitgebrachte historische reeks. info@frankantonie.nl

vrijdag 2 december 2011

Sinterklazen in Nijmegen van straat geweerd

Tussen archiefstukken over politieverordeningen, toezicht, krakers, gevaarlijke dieren, straatafval en ordeverstoringen is een dossier over Sinterklaas een vreemde eend in de bijt. Bij het werken aan het archief over de Openbare Orde van de gemeente Nijmegen (1946-1985) kwam ik de goedheiligman onverwacht tegen in een dossierbeschrijving. Was er toch ooit sprake van een verstoring van de goede vrede op 5 december? Problemen met kinderen die niet in de zak wilden of niet kregen wat ze op hun verlanglijstje hadden ingevuld?

Brief politiecommissaris 1948,
Gem. Nijmegen (1946-1985),
Openbare Orde, inv.nr. 371
Het bleek mee te vallen. De zorg van de politiecommissaris en de burgemeester beperkte zich tot het in goede banen leiden van de intochten waarvoor vergunningen aangevraagd waren. Het belangrijkste vraagstuk was het voorkomen dat kinderen in Nijmegen op één dag twee intochten mee konden maken. De commissaris van politie was daarom in 1948 van mening dat slechts aan één St. Nicolaas (de échte uiteraard) vergunning kon worden verleend voor één of meerdere optochten. Hij vervolgde zijn advies met:

“Mocht dit niet bereikbaar zijn, dan zou tussen de verschillende H.H. Nicolazen een zodanig overleg dienen plaats te vinden, dat vooraf wordt vastgesteld op welke dagen en in welke stadsgedeelten een St. Nicolaas kan trekken, zodat de illusie, dat er slechts één St. Nicolaas is, wordt gehandhaafd.”


Brief burgemeester 1956,
Gem. Nijmegen (1946-1985),
Openbare Orde, inv.nr. 371
 In 1956 bestond dezelfde problematiek. Burgemeester Hustinx besloot toen ‘…behalve voor de intocht van de “officiële” St. Nicolaas…’ alleen toestemming te verlenen voor de traditionele intochten in Hatert, Brakkestein en Oost-Nijmegen, op voorwaarde dat die ná de intocht in de stad zouden geschieden. ‘De overige sinterklazen in de straten van Nijmegen dienen, naar mijn mening te worden geweerd.’ Dat zou, zeker heden ten dage, een zware taak voor de politie zijn.

De wisselende mini-expositie van het Regionaal Archief Nijmegen in Bibliotheek De Mariënburg is de komende weken gewijd aan de feestmaand december, met uiteraard ook aandacht voor Sinterklaas.

woensdag 30 november 2011

De Van Druijnens schrijven geschiedenis

Smetius en In de Betouw, namen die onlosmakelijk zijn verbonden met de Nijmeegse historie. Zij schreven letterlijk geschiedenis door de stadsgeschiedenis in kronieken op te tekenen: vader en zoon Smetius in de 17de eeuw, Johannes In de Betouw en zijn zoon Gijsbert in de 18de en het begin van de 19de eeuw. Aan dit illustere rijtje kunnen zonder schroom de namen Jan Willem en Gerrit van Druijnen worden toegevoegd. Deze vader en zoon werkten in de 19de eeuw aan een kroniek van Nijmegen over de jaren 1819-1859. Hun originele werk berust al meer dan honderd jaar in het Regionaal Archief Nijmegen en is nu voor het eerst uitgegeven in boekvorm. Op 17 november vond de presentatie van Leven aan de Waal plaats in museum Het Valkhof.

Leven aan de Waal bevat een vrijwel letterlijke transscriptie van de negentiende-eeuwse teksten van de Van Druijnens, inclusief de spelfouten die zij maakten. De lezer maakt een reis door de tijd, beginnend in de warme en droge zomer van 1819. Niets lijkt aan het oog van vader en zoon Van Druijnens te zijn ontsnapt. Zij beschrijven niet alleen de belangrijke gebeurtenissen in de stad, zoals een bezoek van koning Willem I en de dreiging van de Belgische Opstand, maar hebben ook oog voor kleine gebeurtenissen: de Belvédère die een schilderbeurt krijgt, de vondst van een bijzondere munt, een zware storm die over de stad raast, het resultaat van een collecte... Opmerkelijke waterstanden en een jaarlijks overzicht van het aantal geboorten, overlijdens en huwelijken houden ze nauwkeurig bij. Het boek geeft daardoor een levendig beeld van het 19de-eeuwse Nijmegen. Vader en zoon kijken trouwens ook geregeld over de gemeentegrenzen heen.

Een pentekening die W.J. van Druijnen in 1841
maakte (beeldbank Regionaal Archief Nijmegen)
In het boek gaat aan de kroniek een uitgebreide en welkome inleiding vooraf. A.T.S. Wolters-Van der Werff schreef een biografie over Jan Willem en Gerrit en gaat daarin onder andere in op hun afkomst en hun bijzondere interesse in de (stads)geschiedenis. A.E.M. Janssen plaatst hen in de Nijmeegse traditie van kroniekschrijvers en deelt terloops een sneer uit aan archivaris H.D.J. van Schevichaven, die in 1901 een eigen kroniek over de 19de eeuw publiceerde. Een beschrijving van het Nijmegen ten tijde van de Van Druijnens is verzorgd door A. Bosch.

Het Regionaal Archief Nijmegen werkte mee aan de totstandkoming van het boek. Leven aan de Waal is in de boekhandel te koop en kan in de studiezaal van het archief worden ingezien. In het prentenkabinet van museum Het Valkhof is tot en met 29 januari 2012 een expositie aan de Van Druijnens gewijd.

dinsdag 29 november 2011

Archeologie in de regio

Schets van de verwoeste N.H. kerk
 uit het archief van de Rijksdienst
 voor het Cultureel Erfgoed.

De hele regio rondom Nijmegen heeft een lang en interessant verleden. Hier wil ik weer eens de aandacht vestigen op de Romeinse tempels in Elst.

Tijdens en na Market Garden was een groot deel van de Betuwe frontlijn. Het dorp Elst, inclusief monumentale kerk, raakte zwaar beschadigd. In 1947 deed men bij de herbouw van de kerk een belangrijke ontdekking: onder de kerk bevonden zich resten van stenen Romeinse gebouwen. Het gaat daarbij om twee zogenaamde Gallo-Romeinse tempels, die na elkaar op dezelfde plek hadden gestaan. De grootste van de twee bleek zelfs de grootste van dit type dat we ten noorden van de Alpen kennen. De latere Nijmeegse hoogleraar archeologie J.E. Bogaers promoveerde op dit onderzoek. Deze tempels zijn zo interessant dat de Vrije Universiteit uit Amsterdam in 2002 en 2003 nog een onderzoek rond de kerk uitvoerde.


Foto van het onderzoek in de Westeraam in 2002. de gele pijlen wijzen naar de locatie van de verschillende tempels.
In 2002 werd bij voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwbouwwijk Westeraam nog een Romeinse omgangstempel ontdekt. Ook deze tempel was een keer herbouwd, zodat we in totaal vier tempels in Elst kennen, op nog geen 600 meter van elkaar gelegen. Dat is best veel, als we verder weten dat in Nederland alleen in Empel (bij Den Bosch) en in Nijmegen dergelijke tempels stonden. Elst lijkt dus een belangrijk religieus centrum te zijn geweest.

Wat is er nu nog te zien van deze tempels? Het antwoord is helaas: weinig tot niets. Onder de N.H. kerk zijn op afspraak de fundamenten te zien. Ook zijn er enkele vitrines in de kerk aanwezig. In Museum Het Valkhof is een hoekje Elst ingericht (zie foto). De tempels van de Westeraam zijn jaren geleden tijdens een tentoonstelling in Bonn gepresenteerd, maar tegenwoordig is er buiten een opgravingsrapport niets van te zien of te lezen. Een karige oogst. Helaas.
Het hoekje met de tempels van Elst in Museum het Valkhof

Als regioarcheoloog zou ik graag meer aandacht willen zien voor het verleden van de regio Nijmegen. In mijn volgende bijdrage zal ik een andere vondst uit een andere gemeente beschrijven. Er is genoeg!

Tekst: Paul Franzen










Paul Franzen

regioarcheoloog Nijmegen (Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Wijchen).

maandag 28 november 2011

Boek De Gezonde Woning is er!

Vrijdag 24 november 2011, 100 jaar en twee maanden na oprichting van woningbouwvereniging De Gezonde Woning, vond in Museum Het Valkhof de presentatie plaats van het boek De Gezonde Woning van Rob Wolf. Dit boek dat uitgegeven is bij Vantilt sluit mooi aan bij de tentooonstelling De Gelukkige Huurder waarvan het deel over wonen in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis te zien is.

"In De gezonde woning", zoals de uitgever het op zijn website vermeldt, "laat Rob Wolf zien hoe de woonstad Nijmegen in twee golven een nieuw gezicht kreeg. Daarnaast gaat hij in op de grote veranderingen die corporatiewijken hebben ondergaan. Woonden er eerst bijna uitsluitend autochtone gezinnen, nu zijn ook alleenstaanden, studenten, asielzoekers, gehandicapten en nazaten van gastarbeiders ruimschoots vertegenwoordigd. Niet alleen de samenstelling van de wijken, maar ook het woongedrag van de inwoners veranderde in de afgelopen honderd jaar ingrijpend en daarmee ook de strategie van de corporaties."

Het boek biedt inzicht in de brede sociale problematiek van de woningbouwverenigingen. Tegelijk, en dat is een grote verdienste van auteur Rob Wolf, weet het met het mooi beeldmateriaal en door het etaleren van talrijke 'kleine geschiedenissen' ook een fraaie en herkenbare sfeertekening te geven.Weer is dankzij dit boek een stukje van het Nijmeegse verleden verbeeld.
Het boek is in de boekhandel verkrijgbaar en ook te koop op de locaties waar de duotentoonstelling De Gelukkige Huurder te zien is, dus bij het ACN en bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Loop binnen bij ACN en het Huis. De toegang is gratis.

maandag 21 november 2011

Achttien tongstrelende gangen uit 1886


Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234

In De Gelderlander van 17 november 2011 hebt u kunnen lekkerbekken bij het menu van achttien gangen dat voor het eerst geserveerd werd op 14 september 1886 en 125 jaar later, op 20 november 2011, in een modern jasje is herhaald. 

In 1886 was dit luxueuze diner de afsluiting van alle festiviteiten rond de uitleg van de stad, toen gevierd werd dat de stad eindelijk had kunnen uitbreiden, verlost als ze was uit de omknelling van de vestingmuren, en er ruime singels en mooie parken waren aangelegd.

Wat was er gefeest! De hele stad was versierd en geïllumineerd, etalages waren in stijl ingericht en overal bruiste het van de activiteiten.


Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234
Het begon op 16 augustus ’s avonds. In de schouwburg werden genodigden ontvangen door de feestcommissie, buiten trok een fakkeloptocht door de straten, voorafgegaan door drie praalwagens en begeleid door muziek. In Sociëteit Burgerlust was het bal, terwijl zich in Café Suisse een grote menigte verzameld had. Overal gaf het Driemanschap - zo werd de Commissie voor de Uitleg van de Stad door iedereen genoemd - acte de présence en werd het door de bevolking toegejuicht.

Op 17 augustus om één uur 's middags opende burgemeester Bijleveld de brug over de Voerweg, die ter ere van het Driemanschap gebouwd was en uit dankbaarheid hun namen vermeldt. De drie heren, W. Francken, J.H. Graadt van Roggen en Joh. Terwindt, liepen dan ook als eersten over de brug.

Daarna barstte het feest pas goed los. In de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (PGNC) van 17, 18 en 19 augustus 1886 staat een uitgebreid verslag, dat u in de studiezaal van het archief op uw gemak kunt lezen. Er was een optocht, waarin wel 1000 mensen meeliepen, de praalwagens van de fakkeltocht konden bewonderd worden op het Valkhof, er waren volksspelen, gymnasten haalden toeren uit, muziekkorpsen lieten van zich horen en duizenden en duizenden mensen bewogen zich langs de straten.


Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234
Net als op 14 september, was er ook op 17 augustus een diner in Hotel Place Royale aan de Ridderstraat. Tien gangen slechts deze keer, maar die droegen wel allemaal namen die verwezen naar verleden en toekomst van de stad.

Een derde maaltijd waarbij aandacht werd besteed aan de uitleg van de stad en het Driemanschap, vond plaats op 25 augustus in Hotel Berg-en-Dal, na afloop van de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van het hotel. Niet verwonderlijk volgens de PGNC van 27 augustus 1886 ‘daar het welslagen eener onderneming als dit hôtel met den vooruitgang van Nijmegen in nauw verband staat’. Op tafel stonden vlaggetjes ter ere van het Driemanschap, van wie W. Francken en J.H. Graadt van Roggen aanwezig waren bij de vergadering.

Collectie losse aanwinsten [ca 1500-1993], inv.nr. 234

Waarschijnlijk  werd er bij die gelegenheid ook een doos (met inhoud?) uitgereikt als souvenir. In elk geval berust zo’n doos hier in het archief. Daarin bevindt zich een aantal herinneringen aan de festiviteiten, waarschijnlijk afkomstig van W. Francken, aangezien de aan hem gerichte uitnodiging voor de opening van de brug er ook bij zit, net als de menu's en het vlaggetje.

maandag 14 november 2011

CVD archief toegankelijk!


Veegwagens in showopstelling voor de Waalbrug (1979)
Het college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen nam eind oktober het besluit “het archief van de Centrale Vervoersdienst over de jaren 1956-1996 formeel over te brengen naar de archiefbewaarplaats van het Regionaal Archief Nijmegen, waardoor het archief openbaar wordt…”. Een dergelijk besluit is, als het voorwerk goed is gedaan, zo genomen. Maar het voorwerk zelf heeft voor het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) heel wat tijd en energie gekost.

De CVD had zelf  namelijk niet haar archief in goede, geordende en toegankelijke staat aan het RAN overgedragen. Dat betekende dat het RAN moest zorgen dat het archief geordend en beschreven werd en dat de stukken in goede staat bewaard konden worden. Ook moest het RAN bepalen welke delen van het archief wel en welke niet bewaard zouden worden. Dat heeft ertoe geleid dat (inclusief de vele dubbelen) honderden meters verwijderd zijn er uiteindelijk een archief resteert van 58,5 meter. In de Digitale Studiezaal is de toegang op het CVD-archief in te zien. De stukken zelf zijn in de studiezaal van het RAN te raadplegen.

Het CVDarchief is een prachtige informatiebron voor iedereen die geïnteresseerd in de geschiedenis van deze dienst die als belangrijkste werkterreinen reiniging en vervoer had. In haar glorietijd haalde de CVD het huisvuil op in Nijmegen en vele omliggende plaatsen in het Rijk van Nijmegen, het land van Maas en Waal en delen van Limburg en Noord-Brabant bezuiden de Maas. Ook verzorgde de dienst voor een groot gebied de stratenreiniging, bestreed er ongedierte en zorgde voor ontsmetting van woningen. De afvoer van vuilnis eerst naar stortplaatsen en later naar een vuilverbrander hoorde eveneens bij de taken. Hier zien we dat langzaam de afvalproblematiek veranderde in milieuproblematiek. Daarover valt van beleid tot uitvoering veel in het archief te vinden. Natuurlijk biedt het verder een schat van informatie over de vervoerspoot van de CVD. Na het tramtijdperk (gemeentetram van 1911-1955) kent de dienst eerst een periode met trolleybussen (1952-1969) en vervolgens rijdt ze alleen met bussen. De plannen die in de jaren '90 werden uitgewerkt voor de kabeltram zijn inmiddels alweer geschiedenis. De CVD verzorgde ook besloten vervoer (bijvoorbeeld voor de militairen van het station naar de Limoskazerne), maar het deel van het archief dat over het vervoer gaat zullen de meesten toch vooral interessant vinden vanwege de wijze waarop de dienst haar openbare vervoerstaak heeft uitgevoerd.

De ontvlechting in een vervoers- en reinigingspoot en het ingezette verzelfstandigingstraject hebben voor vele meters vergaderstukken in het het archief gezorgd. Het CVDarchief is een mooie bron voor wie een proces van de terugtredende overheid wil bestuderen. Het kan mogelijk helpen bij het beantwoorden van de vraag waarom ‘de markt’ te verkiezen is boven de overheid, ook als dat een overheid is die toch een tijd lang met de CVD een dienst had die als een echt bedrijf in drie provincies werkte. Deze hoofdvraag kan een reden zijn om naar het Regionaal Archief te komen. Gewoon nieuwsgierigheid naar bijvoorbeeld de trolleybussen, naar de overgang van vuilnisemmer naar plastic zak of bijvoorbeeld naar het VAM-overlaadstation aan de Tollensstraat kan ook een prima aanleiding zijn om eens in dit archief te duiken. Wie het personeelsbeleid van de dienst wil onderzoeken kan op hoofdlijnen veel vinden en zal ook op detailniveau leuke ontdekkingen doen. Bijvoorbeeld dat de CVD ooit de gemeentelijke emancipatieprijs won vanwege haar aannamebeleid. Maar (onder andere) voor stukken over individuele medewerkers geldt een openbaarheidsbeperking. Ook dat was een van de werkzaamheden die bij het inventariseren van het CVDarchief voor het RAN nog was weggelegd: het bepalen wat wel en wat nog niet openbaar kon zijn. Het bij aanvang genoemde collegebesluit behelst behalve dat het archief nu openbaar is, ook dat "de bij besluit van de gemeentearchivaris, gestelde beperkingen aan de openbaarheid in werking treden". Het gehele archief is dus nog niet openbaar.

woensdag 9 november 2011

Een bustocht naar het verleden

Archeoloog Peter van den Broeke
geeft uitleg. Foto: Rutger Hollander.
In de afgelopen weken hebben ongeveer 100 geïnteresseerden een bustocht naar het verleden gemaakt, in het gebied van de dijkteruglegging. Voorafgaand aan de grote veranderingen die in de komende jaren gaan plaatsvinden in Nijmegen-noord, wordt er bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd in huizen die gesloopt worden. Daarnaast worden voor het archeologische onderzoek op verschillende locaties proefsleuven gegraven om een indruk te krijgen van wat er zoal in de bodem verborgen zit. De gemeente Nijmegen organiseerde de bustocht om ter plekke uitleg te krijgen over het werk van de archeologen en de bouwhistorici.

Ons klimaat verandert, waardoor rivieren steeds meer water te verwerken krijgen. Om overstromingen te voorkomen, worden er op meer dan 30 plaatsen in Nederland, langs de IJssel, Lek, Maas en Waal, ingrijpende maatregelen genomen. Al deze projecten vallen onder de landelijke noemer Ruimte voor de Rivier. Bij Nijmegen, waar de Waal een scherpe bocht maakt én zich ook nog eens sterk vernauwt, wordt de komende jaren gewerkt aan een teruglegging van de Lentse Waaldijk en de aanleg van een nevengeul in de uiterwaarden. Dit project wordt Ruimte voor de Waal genoemd.

Op twee woensdagmiddagen en twee zaterdagmiddagen verzamelde een groep van geïnteresseerden zich in een boerderij aan de Oosterhoutsedijk, waar allereerst het project Ruimte voor de Waal werd toegelicht (foto: Rutger Hollander).
Daarna vertrok men per bus naar het pand Griftdijk-zuid nr. 49. Gewapend met zaklantaarns betrad de groep het dichtgespijkerde pand, dat op het eerste gezicht er helemaal niet zo oud uitzag. Maar onder leiding van Herman Koldewijn, die het bouwhistorisch onderzoek begeleidt, gaf het huis al wat van haar geheimen prijs, zoals een 19e-eeuwse bedstee. Uit nader onderzoek blijkt dat het pand al voorkomt op een vroeg 19e-eeuwse kaart, maar dat een deel (het voorhuis direct aan de Griftdijk) veel ouder is en mogelijk al uit de 16e eeuw dateert. Het bouwhistorisch onderzoek van de achtergevel van dit gebouwdeel bracht o.a. twee dichtgezette deuren aan het licht, die waarschijnlijk toegang gaven tot een kelder en een opkamer.

Uitsnede van de kadastrale kaart uit de vroege 19e eeuw. Aan de onderzijde is duidelijk nog de stervormige gracht van fort Knodsenburg zichtbaar. Griftdijk-zuid 49 is het rechter roze blokje in het smalle perceel in het midden met het nummer 49 (bron: Watwaswaar.nl).



Zicht op de achtergevel van het voorhuis Griftdijk-zuid 49. Links een lage, dichtgezette deur, de mogelijke toegang naar een kelder. Rechts in de schaduw de mogelijke toegang tot een opkamer, nu opgevuld met gipsblokken (foto: Monumenten Advies Bureau).







De aanleg van een proefsleuf
nabij de Steltsestraat. Foto:
Bureau Archeologie en Monumenten
Gemeente Nijmegen.
Na het bezoek aan Griftdijk 49 vertrok de bus naar het gebied aan de Steltsestraat waar de archeologen proefsleuven aan het graven zijn. Hier kreeg de groep antwoord op vragen als ‘waarom graven jullie nou juist hier?’, ‘hoe weet je dat hier wat in de grond zit’? ‘en hoe weet je nou hoe oud dat is?’ Peter van den Broeke, projectarcheoloog, gaf een toelichting en wees de sporen aan uit de ijzertijd en Romeinse tijd, die in de proefsleuven te voorschijn zijn gekomen. Al eerder ontdekten de Nijmeegse archeologen hier de resten van een nederzetting uit deze periode.

Bekijk ook de video die is gemaakt tijdens één van de excursies.

Tekst: Mieke Smit


donderdag 3 november 2011

Einde strippenkaart en het kaartjesassortiment van de CVD

Advertentie in De Gelderlander
van 7 mei 1980
Vanaf vandaag kan er in Nederland niet meer van de strippenkaart gebruik gemaakt worden. Ook in de laatste provincies geldt in de bus voortaan alleen de OV-chipkaart of een dagkaartje. In Gelderland is dit al vanaf 30 juni van dit jaar het geval. Ik was toch wat verbaasd om te horen dat de strippenkaart 'pas' in 1980 in Nederland is ingevoerd. Om precies te zijn op 8 mei 1980, zo las ik in het artikel op Wikipedia, dat al helemaal up-to-date is met de toevoeging van de einddatum "3 november".  Uit advertenties in De Gelderlander blijkt dat in 1980 een vergelijkbare campagne werd gevoerd als nu voor de OV-chipkaart.

Vóór 1980 had elk vervoersbedrijf zijn eigen kaartjesassortiment en die bedrijven (of de gemeenten) bepaalden zelf de tarieven. In het archief heb ik enkele voorbeelden gevonden van het kaartjesassortiment in Nijmegen. Met ingang van 1 mei 1956 werd het openbaar vervoer van de Openbare Nutsbedrijven ondergebracht bij de gemeentelijke Reinigings- en Ontsmettingsdienst. De samengevoegde delen gingen verder onder een nieuwe naam Centrale Vervoersdienst (CVD). De naam Gemeentelijke Vervoersdienst viel af, omdat de directeur meende dat het geen pas gaf zijn mensen met GVD ("een onaanvaardbare lettercombinatie") op de dienstpet te laten werken.


Voorbeelden van kaartjes uit archief CVD, inv. nrs 2375 en 2383
 De inventaris van het archief van de CVD is recent afgerond en komt via internet beschikbaar en het archief is raadpleegbaar in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen. Inventarisator Leon Gruppelaar zal hier tijdens het aanstaande Geschiedeniscafé op 18 november nog eens de aandacht op vestigen.

woensdag 2 november 2011

De hort op met Hendrikje de dienstbode


Onder deze titel is door het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis een wandeling ontwikkeld om kinderen door de ogen van een dienstbode het negentiende-eeuwse Nijmegen te laten zien.

Waar werkte Hendrikje en hoe zag haar dag eruit? Waar deed ze de boodschappen?

De levensmiddelen haalde ze natuurlijk op de markt, maar de stoffen voor de jurken van mevrouw in de Molenstraat, bij Meijer en Josephy. En de vis haalde ze op vrijdag in de Ziekerstraat.

De wandeling start bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis aan het Mariënburg en voert naar de kijkvensters op het Hertogplein. Daar vertelt Hendrikje het verhaal van de afbraak van de vestingmuren en de gouden tijd die daarop voor Nijmegen volgde. Aangekomen bij Oranjesingel 68, het ‘werkhuis’ van Hendrikje, vertelt ze over haar werk en gunt ze het publiek een kijkje in het souterrain waar de keuken is.

De route gaat dan verder via de Van Schevichavenstraat naar de Van Welderenstraat. Deze straat is in de tijd van Hendrikje in een paar jaar volgebouwd. Hier vertelt ze over het huis van architect Maurits, die bij de Vrijmetselaars was aangesloten en achter zijn huis een timmerwerkplaats had. In de gevels zijn veel mooie details te zien en Hendrikje daagt haar jonge toehoorders uit om de libelle en de slang te zoeken.

In de Molenstraat vertelt Hendrikje vervolgens over haar ontmoeting met haar vrijer Jan in het café/danszaaltje op de hoek van de Molenstraat en Tweede Walstraat.


In het pand van Hoogenboom Mode, dat in 1905 als bankgebouw met twee winkels is ontstaan, laat Hendrikje de fraaie glas-in loodkoepel zien. Via de Ziekerstraat en de Moenenstraat (het straatje dat in haar tijd nog niet bestond) eindigt de route weer bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.


"De hort op met Hendrikje de dienstbode" is in 2010 ter gelegenheid van de Open Monumentendag ontwikkeld. Het thema van 2010 was "De smaak van de negentiende eeuw". Vele kinderen én volwassenen hebben heel enthousiast meegewandeld. De opzet was zeer geslaagd. Hendrikje heeft de negentiende eeuw echt weer even tot leven gebracht en de wandelaars kijken nu met andere ogen naar de stad.

maandag 24 oktober 2011

Francia Media, bakermat van Europese cultuur

De gemeente Nijmegen neemt deel aan het Europese project ‘Francia Media’. Francia Media ontstond in 843 bij het verdrag van Verdun, toen het voormalige rijk van Karel de Grote in drie delen werd opgesplitst: Oost-Francië, het latere Duitsland; West-Francië, het latere Frankrijk en daartussen Midden-Francië of Francia Media. Het Karolingische middenrijk strekte zich uit over een smalle strook Europa die de Noordzee met de Middellandse Zee verbond, van het huidige Nederland tot Midden-Italië. Hoewel de politieke geschiedenis van Francia Media maar enkele decennia duurde, was het culturele, economische, maatschappelijke en sociale belang groot. Het gebied omvatte immers de belangrijkste noord-zuidhandelsroute van het vroegmiddeleeuwse Europa en is nog steeds de voornaamste transitzone, ook wel de blue banana genoemd.

Tien Europese landen geven de komende vijf jaar vorm aan het project Cradles of European Culture (Bakermatten van Europese cultuur), Francia Media. Het doel van het project is om de bevolking meer bij Europa te betrekken door het gezamenlijke verleden te tonen van een groot aantal Europese landen in de periode van de vroege middeleeuwen en de inwoners hiervan bewust te maken. Om dit doel te bereiken werken cultuurhistorici uit de diverse deelnemende landen intensief samen en maken daarbij letterlijk grensoverschrijdende producten zoals een internationale tentoonstelling en een cultuurhistorische route.

De ruggegraat van het project wordt gevormd door een Europese erfgoedroute langs belangrijke locaties van Francia Media. Hiervoor zijn tien plekken voorgedragen (ieder land één). Behalve een Oost-Vlaamse kerk zijn dit onder meer (delen van) de historische binnensteden van Ravenna (IT) en Soest (DUI), de abdij van Montmajour bij Arles en de Praagse Burcht. In Nederland is het Valkhof geselecteerd. Verder komt er rondom de site een wetenschappelijk, educatief en publiek programma van onderzoek, rondleidingen, tentoonstellingen e.d. Het project is gestart op 1 november 2010 en duurt tot 31 oktober 2015.

donderdag 20 oktober 2011

Nieuwe oude foto's uit Beuningen en de regio

Smid en fotograaf G.M. Burgers
Coll. Burgers nr. 328
Een van de omliggende gemeenten waarvan het Regionaal Archief Nijmegen het archief en een bescheiden collectie foto’s beheert is de gemeente Beuningen. De fotocollectie van Beuningen is onlangs uitgebreid met een bijzondere serie van ruim 400 glasnegatieven met bijbehorende fotoafdrukken. De opnamen dateren van ca. 1900 – 1940 en zijn gemaakt door G.M. Burgers, die toentertijd een smederij in Beuningen had. De collectie bevat de tot nu toe oudst bekende foto’s van Beuningen.

Hoewel Burgers kennelijk een amateurfotograaf was, verrassen de opnamen door hun opmerkelijk goede kwaliteit. De plaatjes geven niet alleen een uniek beeld van Beuningen zelf, maar ook van het dagelijks leven in die tijd. Overigens zijn de foto’s niet uitsluitend in Beuningen gemaakt, maar vinden we eveneens beelden van Weurt (de sluis), Ewijk, Heumen, Wijchen en Bergharen. Ook stoomschepen op de Waal komen voorbij.


Prot. Chr. Zangvereniging 'Halleluja', Beuningen, ca. 1910
Coll. Burgers, nr. 15

Burgers fotografeerde uiteenlopende soorten mensen. Zo maakte hij statieportretten van gegoede burgers en legde hij de ‘gewone man’ vast in zijn dagelijkse beslommeringen. Ook heeft hij veel groepsfoto’s gemaakt, bijv. van verenigingen. De manier waarop dergelijk materiaal is gedocumenteerd zorgt nog wel eens voor problemen, maar gelukkig zijn hier in veel gevallen de namen van de geportretteerde personen bekend. Na het overlijden van G.M. Burgers is de collectie beschreven door zijn zoon Frans, die gemeenteontvanger in Beuningen was. Na diens overlijden zijn de negatieven overgegaan naar Gerard Burgers in Batenburg, wiens nicht momenteel ook werkzaam is bij de gemeente Beuningen. Door haar bemiddeling heeft de gemeente Beuningen deze zeer bezienswaardige serie glasnegatieven kunnen aankopen, zo vertelt ons de coördinator documentaire informatievoorziening van de gemeente Beuningen, John Verploegen.

De glasnegatieven zijn overgebracht naar het Regionaal Archief Nijmegen, waar ze zullen worden bewaard. Eerst worden de negatieven schoongemaakt en gescand. Vervolgens zal de collectie worden ingevoerd in de beeldbank, zodat deze belangrijke aanvulling op het fotomateriaal uit de regio in de loop van 2012 door iedereen via internet kan worden bekeken.

dinsdag 18 oktober 2011

24 uur Nijmeegse Geschiedenis: een evenement met toekomst!

De Nijmeegse Geschiedenisquiz in het Archief

De oudste stad van Nederland pakte in het kader van de landelijke Maand van de Geschiedenis afgelopen weekend uit met 24 uur Nijmeegse GeschiedenisMet meer dan dertig activiteiten is Nijmegen de landelijke koploper qua aantal activiteiten tijdens de Maand van de Geschiedenis. En dat allemaal in vierentwintig uur! Burgemeester Thom de Graaf gaf vrijdagavond het startschot en sprak uitvoerig met Dolly Verhoeven over zijn Nijmeegse wortels die drie generaties blijken terug gaan. 

Het gesprek was illustratief voor de vierentwintig uur die volgden, waarin verhalen van (historische) Nijmegenaren de rode draad vormden door het rijke verleden van de stad: verhalen over het Romeinse verleden door de bekende classicus Fik Meijer; Verhalen over de roemruchte popgeschiedenis van Nijmegen door Frank Antonie van Alphen in bibliotheek de Mariënburg; Verhalen in de vorm van prachtig ingetogen liedjes door singer-songwriters, geselecteerd door 3VOOR12/Arnhem-Nijmegen; Historische verhalen voor kinderen in en om de Stratemakerstoren; Verhalen gevat in historische beelden door Nijmegen Blijftin Beeld en DZIGA; Verhalen in de prachtig met kaarslicht verlichte Stevenskerk en verhalen die het daglicht niet kunnen verdragen tijdens een nachtwandeling met nachtburgemeester Doro Krol.

Ook op zaterdag liep het publiek warm voor geschiedenis. Ruim 300 bezoekers namen een kijkje in het Archief, 250 mensen bezochten het door STIENEO tot fabriekshal omgetoverde pand op de hoek van de Burchtstraat en Mariënburgsestraat. Het winkelend publiek liet zich verrassen door colleges over Nijmeegse helden door medewerkers van de afdeling geschiedenis van de Radboud Universiteit en het Huis van deNijmeegse Geschiedenis was de gehele dag gevuld met liefhebbers van spannende historische verhalen. 24 uur Nijmeegse Geschiedenis werd afgesloten met een geanimeerde Nijmeegse Geschiedenisquiz in het Archief.

De Gelderlander vatte het in de krant van maandag 17 oktober pakkend samen: ‘Petje af voor Nijmeegse historici!’ Daar sluiten wij als organiserende werkgroep ons natuurlijk heel graag bij aan!

Niet Bambix maar Naodus scherprechter geschiedenisquiz

Bij de derde Nijmeegse Geschiedenisquiz afgelopen zaterdag in het Regionaal Archief Nijmegen was vraag 10 de grote scherprechter. Niet Graodus maar Naodus fan Nimwegen schreef in de tweede helft van de jaren dertig columns in De Gelderlander in het plat-nimweegs onder de titel ' 't Nimweegsch Huukske'.

De massale vergissing is niet zo verwonderlijk want Graodus fan Nimwegen is een bekende naam in Nijmegen als pseudoniem van de volkszanger Theo Eikmans. Zijn bekendste nummer 'Al moet ik krupe…' heeft bijna de status van Nijmeegs volkslied.




Ter nagedachtenis aan Graodus is er in 2006 een standbeeld op de hoek van de Burchtstraat en Mr. Hermanstraat geplaatst. Graodus is dus wel bekend maar wie was Naodus die van 1936 tot (9 mei) 1940 in De Gelderlander  't Nimweegsch Huukske vulde? Als iemand het weet....hiernaast het eerste stukje van 18 juni 1936.

Ik weet niet of 'Al mot ik krupe…' opgenomen gaat worden in de Nijmeegse popgeschiedenis. Sinds afgelopen zaterdag is er een nieuwe website in de lucht met achtergronden en verhalen over 50 jaar popmuziek in Nijmegen. Hierop komt vast wel een vermelding van de popgroep uit vraag 7 van de quiz:

Nijmegen is ontegenzeglijk een belangrijke popmuziekstad geworden. Misschien nog wel belangrijker dan vele denken, want de stad huisvest ook een driekoppige punkformatie waarvan de leden hier nog gewoon anoniem op de fiets naar de Albert Heijn gaan, maar massa’s fans hebben in Duitsland en tijdens een tournee in Brazilië niet zonder lijfwacht over straat konden. In hun videoclip ‘Annie’ is veel van Nijmegen te herkennen. Hoe heet deze band?



Met het vertonen van deze clip hadden we het antwoord weggegeven maar nu had, toch enigszins verrassend, het ook bijna iedereen goed: Bambix (en niet Brinta).

Alle vragen van de quiz (met de goede antwoorden) zijn te vinden op de website van De Gelderlander en ook de vragen op twitter zijn nog te beantwoorden. Voor die laatste vragen volgen de antwoorden deze week via het twitteraccount van het Huis.

donderdag 13 oktober 2011

Een sodomieproces in 1763

Getuigenverhoor van Hendrik Thomas Wijs
Op het einde van het jaar 1762 kwam de koetsier Evert Kolenbrander langs bij Hendrik Thomas Wijs om met hem, zoals het gewoonte was, over geestelijke zaken te praten. Maar deze keer kwam Evert met een bedroefd gezicht . Na een hoop zuchten bekende hij dat Peter van der Linden, de schout van Ooij Rijks, hem tot zijn ontzetting had proberen aan te randen. Peter had hem daarop laten beloven dit voorval te verzwijgen, maar Evert kon dat nu niet langer voor zich houden en wilde een verklaring voor betrouwbare getuigen afleggen. Deze getuigenis bracht in 1763 een zaak aan het rollen. Peter bleek in de loop der jaren met meer en minder succes een hele reeks verleidingspogingen te hebben gedaan.

Peter van der Linden was 62 jaar eerder geboren te Driel in de Bommelerwaard. Tegen zijn vijftigste had hij in het Stockumstraatje te Nijmegen een liesbreuk op gedaan - een vervelende kwaal waar hij ook weer handig gebruik van maakte. Hij benaderde koetsiers, knechten, tuinlieden en anderen met de opmerking dat hij zo’n last van de breuk had, en of hij mocht zien hoe dat dan bij hen zat - een quasi onschuldige voorzet om hen te verleiden de broek te laten zakken. Maar soms werd de ander boos en moest Peter hem bidden en smeken het gebeurde geheim te houden. Van der Linden had als schout van Ooij Rijks een kamer op het Valkhof. De schout van Homoet, Hendrik Vink, moest wel eens voor zaken op het Valkhof zijn. Van der Linden probeerde hem eens te verleiden met een poging hem dronken te voeren in de wijnkelder, en een andere keer met de uitnodiging om op zijn kamer een kopje thee te komen drinken.

Verhoor van Peter van der Linden

Deze zaak is onlangs aan het licht gekomen bij de inventarisatie van enkele ongeordende stukken van het Rechterlijk archief van Nijmegen. De processtukken bevatten een aantal  getuigenverhoren die ons een blik gunnen in het tragische leven van iemand die met zijn voorkeuren moest zien te leven in een samenleving waarin deze niet werden geaccepteerd. Van der Linden werd veroordeeld tot geseling en brandmerking, en voor dertig jaar opgesloten in het Provinciale Tuchthuis te Arnhem.

De afgelopen drie maanden was het 51ste Canonvenster in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis gewijd aan de positie van homoseksuelen in Nijmegen door de tijden heen. Vanaf vandaag is deze expositie op de website te vinden omdat morgen 'Hees bij Nijmegen' de nieuwe invulling van het 51ste canonvenster wordt.

woensdag 12 oktober 2011

Ulpia Noviomagus onder handen

De uitwerking van de opgraving in Ulpia Noviomagus, de Romeinse stad in Nijmegen-West, is begonnen. In 2008 aan de Rijnstraat heeft de Gemeente Nijmegen een deel van de Romeinse stad blootgelegd. Als de archeologen buiten klaar zijn, staan de archeologen binnen al te popelen om aan de slag te gaan met de sporen en de vondsten.

Een van de meest intrigerende sporen is een gracht die is gevuld met duizenden vondsten. Het is niet de gracht van de stad met de toren die bij de ontdekking in het nieuws is geweest, maar een andere die in de Romeinse stad lag. Het is nog niet bekend waarom die gracht daar lag. Om die vraag op te lossen, wordt een lijst gemaakt van de aardewerken potten en pannen, die zoals (bijna) altijd in scherven zijn teruggevonden.

Het is mijn taak om dat aardewerk te beschrijven. We doen maar een deel, omdat het te duur is om alles onder handen te nemen. Een taai klusje, maar spannend. Er zitten zoveel eigenaardige en zeldzame vormen tussen dat ik nu al denk dat het iets te maken heeft met de tempels die honderd meter ten oosten daarvan aan het Maasplein zijn gevonden. Zoals bijvoorbeeld tientallen kleine, zwarte drinkbekertjes; op de foto zijn de bodems van die bekertjes te zien.

 
Informatiebord op het Maasplein



Volgend jaar moet het rapport over de opgraving klaar zijn en kan iedereen lezen wat er precies is gevonden.