maandag 13 april 2015

Muurschildering ziet daglicht maar kort

De schildering aan de Augustijnenstraat. Eigen foto.
Zeker enkele weken was hij zichtbaar, de onduidelijke reclameschildering boven de etalage van de schoenenzaak op de hoek Augustijnenstraat-Plein 1944. Uit de schaarse leesbare letters werd wel duidelijk dat hier, in de tijd dat ze werden aangebracht, ook al iets met schoeisel gebeurde. Al in 1956 vestigde M van de Ven schoenen zich aan Plein 1944, zo leert hun eigen website.
Een duik in de beeldbank van het Regionaal Archief Nijmegen zou vast en zeker antwoord geven op de vraag welke tekst er op deze markante hoek in het Nijmeegse stadscentrum precies moet hebben gestaan. En jawel, deze foto uit 1958 laat niets aan de verbeelding over. Om de hoek ging het verder: daar prees men de ‘kousenbar’ aan.

Toen ik vanmorgen ter voorbereiding van dit blogbericht nog eens ter plaatse ging kijken, bleek de tekst alweer te zijn overschilderd. De schoenenzaak blijft trouwens gewoon zitten…

donderdag 9 april 2015

Het Regionaal Archief Nijmegen zet geluidsbestanden online


Het Regionaal Archief Nijmegen is als faciliterende instelling betrokken bij de Verhalenbank Nijmegen, een netwerk van personen en organisaties die zich bezig houden met oral history: het verzamelen en vastleggen van individuele herinneringen door middel van vraaggesprekken. De eerste vier interviews in de Verhalenbank, onder meer met de 95-jarige mevrouw Las over haar jeugd in Hees, zijn nu beschikbaar via de Digitale studiezaal. Daarnaast stelt het archief een aantal interviews uit zijn eigen collectie Geluid digitaal beschikbaar.

Wim Janssen, 1980. Fotocollectie RAN F59416
In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw heeft het Regionaal Archief (toen nog Gemeentearchief) Nijmegen een reeks interviews met meer of minder bekende Nijmegenaren laten afnemen, die op audiocassettes werden vastgelegd. Aan het woord kwamen onder meer Wim Janssen, schrijver van Nimweegse verhalen en liedjes en samensteller van het Nimweegs woordenboek, en Cor Lubbers, die als ‘Marieke’ jarenlang een column in het Nimweegs voor het Benedenstadnieuws schreef. Zij vertelden hun levensverhaal én het verhaal van de oude Benedenstad. De interviewers waren Geert Geenen en Koos Borgers.

Promotie-affiche voor Radio Rataplan,
ca. 1980. Affichecollectie RAN 1000.1399
In een bijzonder project onder de naam ‘Nijmegen 1940-1944’ vertelden zo’n 30 personen die in de periode 1940-1944 in Nijmegen woonachtig waren over hun oorlogservaringen. Deze interviews zijn afgenomen door Jan Driever, de huidige directeur van de Stichting 1940-1945, die in 1985 vanuit een tijdelijke arbeidsplaats bij de afdeling Nieuws en Geschiedenis van de Radboud Universiteit vier maanden bij het Gemeentearchief was gedetacheerd om dit project gestalte te geven.

Naast deze interviews met inwoners van Nijmegen heeft het archief een aantal radio-uitzendingen uit het midden van de jaren ’80 laten digitaliseren. In die tijd werkte het archief samen met de ZONO, de overkoepelende organisatie van ziekenomroepen in Nijmegen. Wekelijks ontving het archief van hen een cassette met het actualiteitenprogramma ZONO-actueel, totdat dit programma in april 1987 werd beëindigd na een conflict tussen de programmamakers en het bestuur van Radio Canisius-Wilhelmina. Ook van Radio Rataplan, de oudste vrije radiozender van Nederland die in 2001 uit de lucht werd gehaald, zijn uitzendingen gedigitaliseerd. In deze radio-uitzendingen wordt onder meer verslag gedaan van de ontruiming van kraakpand De Mariënburcht.

Opnameteam van de Nijmeegse Ziekenomroep in actie, 1987.
Archief KNBLO 1906-2003 F4063 (Foto: Jan van Teeffelen)
De hierboven beschreven selectie van ruim 200 gedigitaliseerde audiocassettes is beschikbaar via de Digitale studiezaal, met uitzondering van de collectie Driever. Vanwege het privacy-gevoelige karakter zijn deze interviews vooralsnog alleen voor onderzoeksdoeleinden toegankelijk na toestemming van de gemeentearchivaris. Door de bestanden te digitaliseren kunnen ze nu duurzaam worden opgeslagen en is het behoud van deze belangrijke geluidsdocumenten gewaarborgd. 

vrijdag 3 april 2015

Archief Comité Belgische Vluchtelingen 1914 - 1915

Op 31 maart 1915, bijna op de kop af een eeuw geleden, werden enkele honderden Belgische vluchtelingen van Nijmegen naar de vluchtoorden bij Ede en Gouda getransporteerd. Dat gebeurde met hetzelfde vervoermiddel dat hen had gebracht: de trein. In september 1914 waren de eerste vluchtelingen vanuit de Belgische provincies Luik en Limburg in Nijmegen aangekomen. De grote groep arriveerde rond 10 oktober, enkele dagen na de val van Antwerpen.

Vergeleken met West-Brabant dat door honderdduizenden Belgen overspoeld werd, was de last die Nijmegen te dragen kreeg, bescheiden, maar dat nam niet weg dat er bijzondere maatregelen nodig waren. Hierbij namen particulieren het voortouw. Al in augustus was in Nijmegen een ‘comité tot ondersteuning van naar ons land uitgeweken en gevluchte slachtoffers van de oorlog’ in het leven geroepen. Hoewel het vooral uit dames bestond, was de voorzitter, een jonkheer De Ranitz, een man. In eerste instantie beperkte dit comité zich tot steun aan passanten: vluchtelingen die op weg naar een opvangkamp op de Veluwe, een stop maakten op het station en hier van Nijmeegse burgers eten, drinken en kleding kregen.


De Waalkazerne, vier maanden lang het onderkomen voor
enkele honderden Belgische vluchtelingen (foto RAN)
Na de val van Antwerpen kreeg Nijmegen net als andere gemeenten het verzoek om naar vermogen - dat hing af van de beschikbare kazernes, scholen en vergelijkbare gebouwen - Belgische vluchtelingen op te vangen. Nijmegen had plaats voor zo’n 700 onbemiddelde vluchtelingen, die in de Infanteriekazerne - de latere Snijderskazerne -werden gehuisvest. In november keerde de meerderheid terug naar hun vaderland, zodat begin december 1914 circa 300 Belgen naar de leegstaande Waalkazerne in de Benedenstad verhuisden. Daar bleven ze tot eind maart.



Gezicht op de schouwburg, waar het Comité
zijn kantoor had (foto RAN)
In het allereerste begin trad het comité voor Belgische vluchtelingen op als informatiebureau voor mensen die in de verwarring van de vlucht hun kinderen, ouders of andere verwanten waren kwijtgeraakt. Dat gebeurde vanuit een kantoortje dat in de toenmalige stadsschouwburg aan de Oude Stadsgracht, hoek Kelfkensbosch was ingericht. Verder zorgde het comité ervoor dat de toelagen die de regering aan alle vluchtelingen verstrekte - ook aan de beter gesitueerde onder hen die in pensions of particuliere huizen woonden - te bestemder plaatse kwamen. Of de vluchtelingen in de kazernes het geld zelf in handen kregen, is de vraag. Het archief van het Comité bevat namelijk een registertje met leveranciers, waaruit je kunt opmaken dat het dagelijkse levensbehoeften als brood, groente en kleding voor de vluchtelingen kocht. Ook plaatste het Comité in cafés collectebusjes en zamelde het bij particulieren kleding in voor de arme Belgische vluchtelingen.

Om al dat werk te kunnen doen beschikte het Comité over kopieën van de vluchtelingenregisters die de gemeente had opgesteld. De informatie tussen deze registers is grotendeels identiek, uitgezonderd de aantekeningen die leden van het Comité in hun exemplaren hadden gezet. Daarin ging het bijvoorbeeld over ziekte, ziekenhuizen en verhuizingen.

Nu het archief is geïnventariseerd, is al deze informatie nu toegankelijk bij het Regionaal Archief Nijmegen. De registers beslaan overigens de periode tot eind maart 1915. Het Comité is tot 1919 actief geweest, maar uit de laatste jaren zijn geen documenten overgeleverd.

woensdag 1 april 2015

De Plooierijen in een roman

Het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) verzamelt publicaties over alles wat maar met Nijmegen en omgeving te maken heeft: stads-, dorps- en wijkgeschiedenissen, historische gebeurtenissen, familiestambomen, biografieën, dagboeken… Meestal zijn het publicaties over het verleden, soms ook eigentijdse beschouwingen met toekomstige historische waarde die een plaats krijgen in de archiefbibliotheek. Een overzicht van onze recente aanwinsten, met deze keer extra aandacht voor een boek over een roerige periode in de Nijmeegse geschiedenis.

Afgelopen zondag week verscheen Oproer tussen Maas en Waal van Anna Simon. Een historische roman, gebaseerd op onder meer ons archiefmateriaal, over de zogenoemde plooierijen in het begin van de achttiende eeuw. Plooierijen, hoe zat dat ook alweer? Verschillende oud-regenten, die in 1675 door stadhouder Willem III waren afgezet omdat ze hem bij de inval van de Fransen drie jaar eerder niet voldoende hadden gesteund, zagen in 1702 de kans schoon om het corrupte zittende stadsbestuur – de ‘Oude Plooi’, allen getrouwen van Willem III – af te zetten. De ‘Nieuwe plooi’ had daarbij de steun van de gemeenslieden (een college dat het stadsbestuur controleerde) en een deel van de bevolking. Een en ander ging niet zonder slag of stoot: er braken onlusten uit en uiteindelijk zouden in 1705 letterlijk enkele koppen rollen. De onrust sloeg over naar andere steden in en buiten Gelderland.

Oproer tussen Maas en Waal beziet de gebeurtenissen in de periode 1702-1703 vanuit diverse perspectieven, voornamelijk vanuit dat van de jonge binnenschipper Willem Vonk, die zich opwerpt als een van de aanvoerders van de Nieuwe Plooi. Al is het natuurlijk enigszins geromantiseerd, de roman blijft dicht bij het werkelijk gebeurde. Zo hebben alle in het verhaal genoemde personen in werkelijkheid bestaan en een rol gehad tijdens de plooierijen. De auteur vult het chronologisch verlopende verhaal her en der aan met objectieve beschouwingen over de historische context en met de tekstfragmenten uit bewaard gebleven archiefstukken, zoals Nijmeegse raadssignaten en notulen van de Gelderse Landdag. Al met al geeft Oproer tussen Maas en Waal een duidelijk beeld van de spanningen die in deze tijd leefden onder de bestuurders, gildelieden en andere inwoners van Nijmegen. Ons als lezers staat de komende jaren nog meer te wachten, want zoals gezegd beslaat dit boek slechts het eerste jaar van de plooierijen. Nog twee boeken te gaan?

Op deze website over de Nijmeegse plooierijen schrijft Anna Simon meer over de totstandkoming van haar boek. Daar zijn onder andere foto’s van de door haar gebruikte brondocumenten te vinden, waaronder die uit ons archief.

Naast Oproer tussen Maas en Waal heeft het RAN de afgelopen maand nog de volgende publicaties die verworven:

vrijdag 20 maart 2015

De gevaren van een zonsverduistering in 1912

Waarschuwing voor de gevaren van
zonsverduistering uit 1912.
Nederland bereid zich voor op de grootste gedeeltelijke zonsverduistering sinds 1999. Vanochtend vanaf 9.30 uur zal de maan langzaam voor de zon schuiven; om 11.48 uur is de zon voor 85 procent afgeschermd door de maan, waarmee de zonsverduistering in Nederland op het hoogtepunt is. Alleen rond de Faeröereilanden is de verduistering compleet. De laatste volledige zonsverduistering die in Nederland te zien was, vond alweer drie eeuwen geleden plaats, in het jaar 1715.

Mist of laaghangende bewolking zal in het zuidoostelijke deel van Nederland nog roet in het eten kunnen gooien; de verduistering is dan minder goed waarneembaar. Dit neemt echter niet weg dat je goede voorzorgsmaatregelen moet treffen om naar het natuurverschijnsel te kijken.

Ook in 1912 was men zich bewust van de gevaren van het (onvoldoende) onbeschermd kijken naar een zonsverduistering, getuige enkele archiefstukken uit het archief van de Gezondheidscommissie Nijmegen 1904-1934, aanwezig bij het Regionaal Archief Nijmegen.

Zo is in één van de archiefstukken een reactie te lezen op een verzoek van de secretaris van de Gezondheidscommissie om informatie te verschaffen over “zonsverduisteringsgevallen”. De arts schrijft:
             
"In antwoord op uw vraag deel ik u mede, dat onder de +/- 20 gevallen, die ik in behandeling kreeg, er verschillende waren uit Nijmegen. Enkelen waren er slechts, die met geheel onbeschermd oog (of ogen) naar de zon hadden gezien, en hierbij was de oogaandoening van ernstiger aard, de anderen hadden óf blauw glas gebruikt, óf een glas die niet voldoende zwart was gemaakt."


In onze tijd bestaan creatieve mogelijkheden om wél veilig naar de zonsverduistering te kunnen kijken: je kan met een naald een gaatje in een dik stuk papier prikken. Als je dat dan tegen de zon houdt, dan zie je een gespiegelde zonsverduistering op de grond. De wat meer bekende variant, het bekijken van de verduistering met de zogenaamde eclipsbril, is misschien wat makkelijker in het gebruik.