vrijdag 23 september 2016

Vijftien jaar Archief aan het Mariënburg 27


Vijftien jaar geleden, op zaterdag 22 september 2001, opende het archief officieel zijn deuren in een fonkelnieuw gebouw aan het Mariënburg. Officieel, dat heet, bezoekers konden er toen al weken terecht, maar pas op de 22ste was het feest. Aan de gevel hing een banier, champagne werd ontkurkt en van heinde en verre waren belangstellenden toegestroomd. Iedereen was welkom en iedereen, zo leek het toch, was op komen dagen. De medewerkers van het archief spraken die dag de tanden uit hun mond. Restaurator Willemien Jansen herinnert zich de dag daarop geen stem meer te hebben gehad.
Misschien mag het feest een ontlading genoemd worden van alle emoties die zich in de jaren daarvoor hadden opgekropt. Hoewel de archiefmedewerkers de noodzaak van een nieuw gebouw wel inzagen, waren zij te zeer gehecht aan hun oude werkplek om de verandering zondermeer te aanvaarden. Het oude archief zat in de Mariënburgkapel en het Arsenaal, twee historische locaties die pasten bij de stukken die zij borgen, maar die weinig praktisch waren en niet meer voldeden aan alle wettelijke eisen. Toen het gemeentebestuur besloot om, in het kader van het Centrumplan 2000, het Mariënburg opnieuw in te richten en twee nieuwe winkelstraten aan te leggen, viel ook het besluit het gemeentearchief van nieuwe huisvesting te voorzien.

Het Gemeentearchief Nijmegen in aanbouw.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen, beeldbank F67984.
Het nieuwe archief stond niet op zichzelf, maar was met de openbare bibliotheek en de kantoren van de sociale dienst geïntegreerd in één gebouw. Een extra uitdaging waarvoor architect Jos van Eldonk zich zag gesteld was de eis dat het karkas van het oude politiebureau, dat voorheen op de locatie gevestigd was, hergebruikt werd in de constructie van het nieuwe gebouw. De bouw verliep voorspoedig en het leek erop dat het archief, geheel volgens de planning, al in het najaar van 2000 intrek kon nemen in zijn nieuwe behuizing. Maar naar mate de opleverdatum naderde nam de onrust onder de archiefmedewerkers toe, want terwijl zij alles regelden voor de verhuis had nog geen van hen het nieuwe depot kunnen zien. Was het wel in orde? Uiteindelijk trok Jansen haar stoute schoenen aan en bracht, vergezeld door een collega, een bezoek aan de bouwplaats zonder dat daarvoor nadrukkelijke toestemming was verleend.

Het nieuwe depot, voorheen de parkeergarage van de politie, bleek doordrenkt van het vocht; tijdens de bouw was er regelmatig regenwater ingelopen. Kwalijker nog dan dat was dat het plafond bestond uit strocement, een bouwmateriaal vol holtes waarin schimmelcultures welig kunnen tieren. Dit waren redenen genoeg de verhuis een paar maanden uit te stellen. Terwijl de kelder droogde werd het plafond weggefraset. Waar het strocement niet te verwijderen viel werd pur aangebracht en vervolgens latexverf; het bobbelige plafond dat zo ontstond verleende het depot een grotachtig aanzien. Toen de klus eindelijk was geklaard sprong er een waterleiding en moest de verhuis opnieuw een paar maanden worden uitgesteld.
Op 15 mei 2001 was het eindelijk zover: het archief sloot voor drie maanden zijn deuren en met hulp van 170 rolcontainers verplaatsten de medewerkers van beheer, bijgestaan door een verhuisbedrijf, alle archiefbescheiden van de ene naar de andere kant van het Mariënburg. Niet alles liet zich op deze wijze vervoeren. De spoelbak uit de restauratiewerkplaats paste niet door de deur en werd daarom met een hijskraan via de lichtstraat de studiezaal in getakeld.



De spoelbak wordt omhooggetakeld. Op de achtergrond is de Stevenstoren zichtbaar.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen, beeldbank F67971.
Het nieuwe gebouw logenstrafte de scepsis die van tevoren had geheerst. Van Eldonk had zijn gebouw voorzien van drie verschillende voorgevels om de drie verschillende functies die erin waren ondergebracht te benadrukken. Voor het archief had hij een gevel getekend met de uitstraling van een bastion: een stevige houten deur en kleine ramen als schietgaten waarlangs belegeraars bestookt konden worden. In zekere zin werd het publiek hiermee op het verkeerde been gezet, want na de duistere, defensieve entree opende zich een lichte studiezaal, waarvan de muren bont beschilderd waren in zonnebankoranje, nassaublauw, mintgroen en zuurstokroze. Bezoekers reageerden in meerderheid positief. Ook de medewerkers waren enthousiast. Voornaamste punt van kritiek was nog ‘de enorme afstand’ die plots afgelegd moest worden in de kelder; dit was niemand gewend. Als oplossing voor dit probleem werden de medewerkers van beheer voorzien van stepjes, waarmee zij zich snel konden verplaatsen. Raymond Waagen, die kort na de verhuis in het archief kwam werken, staat ‘de vrolijke boel’ die beneden heerste nog levendig voor de geest. Na enkele (bijna) ongelukken verdwenen de stepjes echter.
Na alle aanpassingen heeft het nieuwe depot zich de afgelopen vijftien jaar bewezen als een stabiele en veilige bewaarplaats voor archiefstukken. Dankzij de zestien kilometer aan plankruimte die het biedt is het Gemeentearchief Nijmegen in staat geweest uit te groeien tot het Regionaal Archief Nijmegen, waarin naast de archieven van de gemeente Nijmegen ook de archieven van de gemeentes Beuningen, Druten, Heumen, Lingewaard, West Maas en Waal en Wijchen, alsmede die van de voormalige gemeentes Millingen aan de Rijn en Ubbergen liggen opgeslagen, verrijkt met een keur aan archieven van particuliere personen en organisaties.

vrijdag 16 september 2016

Van Gastarbeidwinkel naar Inter-lokaal

 Deze maand viert Het Inter-lokaal haar 40-jarig bestaan. Het archief van Het Inter-lokaal en voorgangers over de periode 1972-2004 is in het afgelopen jaar geheel geïnventariseerd en in goede staat gebracht. De inventaris is inmiddels te raadplegen in de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) en de meeste stukken kunnen door belangstellenden bij het RAN worden geraadpleegd.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw trok een aantal Nijmeegse studenten zich de situatie van de gastarbeiders in Nijmegen aan en ontwikkelde initiatieven voor sociale en juridische hulpverlening en advies. Dit leidde in 1976 tot de opening van de 'Gastarbeidwinkel'  in een voormalig slagerspand aan de Holtermanstraat in de wijk Bottendaal, waar relatief veel gastarbeiders woonden. Naast het geven van taallessen en informatie, was een van de belangrijkste activiteiten het spreekuur, waar de buitenlanders terecht konden voor individuele ondersteuning bij en advies over de moeilijkheden waarmee zij in de Nederlandse samenleving geconfronteerd werden.

De Nederlandse taal bleef lastig voor veel van de gastarbeiders. Op discussieavonden kwam het vaak voor dat oudere gastarbeiders één van hun kinderen meenamen om te tolken. Het 'Krantje voor gastarbeiders' werd dan ook in meerdere talen uitgebracht, al mocht een  educatieve puzzel in het Nederlands natuurlijk niet ontbreken (zie afbeelding).

Natuurlijk werd er ook veel actie gevoerd. Zo organiseerde de Gastarbeidwinkel in 1978 een tocht naar het huis van minister-president Dries van Agt in de Heilig Landstichting, om te demonstreren tegen de dreigende uitzetting van een groep Marokkaanse hongerstakers (zie foto).

Er was ook aandacht voor de cultuur van de buitenlanders, bijvoorbeeld met optredens in 1984 van de Koerdische theatergroep Halkoyunculari.
Ondertussen was niet iedereen in Nijmegen gelukkig met de aanwezigheid van buitenlandse werknemers. De sfeer werd soms grimmig. In 1992 vroeg de Gastarbeidwinkel extra subsidie aan de gemeente voor veiligheidsmaatregelen, "naar aanleiding van het feit dat de Gastarbeidwinkel in het afgelopen jaar tot twee maal toe te maken heeft gehad met een bommelding: de eerste keer een telefonische melding, de tweede keer door middel van een nepbom op de stoep". Misschien hadden ze dat nog in het achterhoofd, toen in 1993 een thema-avond werd georganiseerd rond de vraag hoe tolerant Nijmegen eigenlijk was.

Dit soort tijdsbeelden en nog veel meer, zoals bijvoorbeeld een grote hoeveelheid documentatie over de mensenrechtensituatie in Turkije en omringende gebieden, is te vinden in dit interessante archief. In 1994 veranderde de naam in Het Inter-lokaal en onder die naam zijn ze nog altijd actief, onder andere in de Stips, de informatie- en adviespunten in de diverse stadsdelen.

Rob Meijer

donderdag 8 september 2016

Archieven van de Heilig Land Stichting toegankelijk

De bijzondere archieven van de Heilig Land Stichting zijn vanaf vandaag te raadplegen in het Regionaal Archief Nijmegen. Het huidige museumpark Oriëntalis Heilig Land Stichting is in 1911 onder de naam Heilig Land Stichting opgericht. Initiatiefnemer was de Waalwijkse katholieke priester Arnold Suys (1870-1941). Tijdens een bedevaart naar het Heilig Land in 1905 met de Amsterdamse architect Jan Stuyt (1868-1934) en de Nijmeegse kunstenaar Piet Gerrits (1878-1957) vatten zij het plan op om een bedevaartpark en pelgrimsoord te bouwen voor gelovigen die niet in staat waren naar het Heilige Land (Palestina) te gaan. 


Ontwerptekening van de H. Hartbasiliek met links de afgebouwde Cenakelkerk (1913-1915) en rechts de H. Hartbasiliek, waarvan overigens maar een klein deel is afgebouwd, 1925 (Regionaal Archief Nijmegen, fotonr. F72848).




'Het Nieuwe Heilig Land'
De bedoeling van het park was het nabouwen van gewijde plaatsen in het Heilig Land ten tijde van Jezus, het inrichten van een museum met voorwerpen uit het Heilig Land, de bouw van een H. Hartbasiliek, het verzorgen van rondleidingen door het park, het uitgeven van een tijdschrift over het Heilig Land en de bijbel en het organiseren van pelgrimstochten naar het Heilig Land. Ook de Nijmeegse Jeanne Vroomans-Leclerq (1856-1927) spande zich in voor een bedevaartpark en een H. Hartbasiliek. Ze noemde haar plan ‘Het Nieuwe Heilig Land’ en richtte hiervoor de ‘Sions- en H. Landstichting’ op. Zij sloot zich aan bij Suys en de zijnen, maar aan deze samenwerking kwam al snel een eind, onder meer omdat haar een grootschaliger bedevaartpark voor ogen stond dan Suys.In 1913 werd begonnen met de bouw van de Cenakelkerk, de inrichting van het bedevaartpark en de oprichting van de begraafplaats. In 1932 begon de bouw van de H. Hartbasiliek, waarvan alleen het voorportaal en een klein deel van het schip zijn afgebouwd (het huidige ‘binnenmuseum’).

De archieven
De afgelopen jaren zijn de archieven van de Heilig Land Stichting en de RK parochie De Meerwijk te Heilig Landstichting, en de persoonsarchieven van de geestelijk bestuurders / pastoors Arnold Suys en Kees van Beek geïnventariseerd. De toegangen op de archieven zijn te raadplegen via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen.


Het archief van de Heilig Land Stichting bevat onder andere stukken betreffende de oprichting, waaronder de plannen van Suys als Vroomans-Leclerq, talloze bouwdossiers, waaronder de Cenakelkerk, de H. Hartbasiliek, monumenten, bejaardenflats, kloosters, en stukken betreffende de bezoekers, waaronder rondleidingen, bedevaarten, en vervoer van bezoekers naar het bedevaartpark, en een serie gastenboeken.


Het archief van de parochie bevat onder andere stukken over de zielzorg, financieel beheer en beheer van de eigendommen, waaronder de scholen. De persoonsarchieven van Suys en zijn opvolger Kees van Beek geven een mooi beeld van hun leven en werk, waaronder stukken betreffende de benoeming van Suys tot geheim kamerheer van de paus en stukken betreffende het docentschap van Van Beek aan het Kleinseminarie te Beekvliet te St. Michielsgestel.


Overdracht van de archieven

Afgelopen donderdag 8 september vond de officiële overdracht van de archieven van de Heilig Land Stichting aan het Regionaal Archief Nijmegen plaats in de Piet Gerritszaal op het terrein van het museumpark. Een aantal bij het inventarisatieproject betrokken personen hielden een praatje over de bewerking, opslag en het historisch belang van de archieven. Tevens werd een kleine aanvulling op het archief overgedragen.



woensdag 24 augustus 2016

Foto’s van Fotopersbureau Gelderland als open cultuurdata beschikbaar

Burchtstraat met zicht op de Schouwburg aan de
Oude Stadsgracht, 1934
In het begin van de jaren ’30 vestigden zich de heren B. Verheijen, L. Dietvorst en H. Ebben als Fotopersbureau Gelderland in de Nijmeegse Van Welderenstraat. Onder deze naam werden foto’s gemaakt. Daarnaast was er een bescheiden handel in fotografische producten die aanvankelijk ‘De Gelderse fotohandel’ werd genoemd. De activiteiten van het fotopersbureau en de fotohandel werden later samengevoegd onder de naam Foto Gelderland. 

Foto Gelderland werkte vooral voor de dagbladen De Gelderlander en het Nijmeegs Dagblad. Ook werkte men als ‘corpsfotograaf’ veel voor de Katholieke Universiteit en voor studentenverenigingen. 

Lange Brouwerstraat, 1939
In 1967 kwam Jac Trum bij Foto Gelderland werken. Hij nam de zaak in 1975 over. Doordat de Nijmeegse pers steeds meer met ‘eigen’ mensen ging werken verschoof de aandacht binnen Foto Gelderland van het maken van foto’s steeds meer naar de fotohandel. In de tachtiger jaren had het bedrijf drie winkels: in de binnenstad van Nijmegen, in het winkelcentrum De Notenhout in Neerbosch en in de plaats Elst. Het bedrijf was actief tot 1995, toen langzaam de digitale fotografie zijn intrede begon te doen. In 1995 werden de activiteiten beëindigd.

De luizenmarkt op het St. Stevenskerkhof, 1934
De fotocollectie van het Regionaal Archief Nijmegen bevat ruim 3500 fotoafdrukken en glasnegatieven van dit voormalige Fotopersbureau Gelderland. De foto’s die in en om Nijmegen zijn gemaakt geven onder meer een mooi tijdsbeeld van de stad vóór de Tweede Wereldoorlog en van de ingrijpende wederopbouwperiode erna. Het Regionaal Archief is dan ook bijzonder blij dat auteursrechthouder Jac Trum toestemming heeft gegeven om het fotomateriaal van Fotopersbureau Gelderland voortaan onder de Creative Commons licentie CC BY-SA als open cultuurdata via de Digitale studiezaal beschikbaar te stellen. Concreet houdt dat in dat de foto’s van de website gedownload mogen worden en door het publiek vrij mogen worden gedeeld, op voorwaarde van naamsvermelding Fotopersbureau Gelderland. Een voorbeeld van hergebruik op deze manier is Collectie Gelderland.

vrijdag 19 augustus 2016

Archeologische rapporten online doorspitten

Bij elke archeologische opgraving in de historierijke grond van Nijmegen en omgeving komen er wel bijzondere vondsten naar boven. Losse objecten zoals gebruiksvoorwerpen gaan uiteindelijk naar musea of verdwijnen in het archeologisch depot, grotere structuren (muren, grondsporen) kunnen vaak niet worden bewaard. Gelukkig hebben we de rapporten nog, die bureau Archeologie van elke opgraving maakt. En die rapporten zijn nu online te raadplegen via de Digitale Studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen.

Het gaat om rapporten uit de reeks Archeologische Berichten Nijmegen en uit soortgelijke reeksen van Wijchen en Ubbergen, daterend uit de jaren 2002-2015.  Een deel ervan was al online of onze studiezaal raadpleegbaar, nu zijn ze allemaal digitaal te lezen (behalve zogenoemde briefrapporten).

Veel rapporten uit Nijmegen gaan over opgravingen in Noord en in de Biezen, maar er zitten ook bijvoorbeeld rapporten tussen over de binnenstad, waarbij die aan de Hessenberg en de Waalkade u vast nog een belletje doen rinkelen.

Om meerdere redenen is het prettig dat de rapporten digitaal te bekijken zijn: ze zijn altijd en overal in te zien, inhoudelijk makkelijk doorzoekbaar en ze wegen niks. Er zitten namelijk behoorlijk lijvige exemplaren bij, wat geruststellend is voor diegenen die zich zorgen maken over wat er allemaal toch voor moois verdwijnt uit onze bodem: alles wordt zeer zorgvuldig gedocumenteerd.