vrijdag 31 juli 2015

Zomersprokkelingen: nieuwe boeken

De Vierdaagse is alweer enige tijd achter de rug en we zitten midden in de komkommertijd, als we de kranten mogen geloven. Op boekengebied lijkt van een dip geen sprake, want het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) heeft de laatste anderhalve maand weer een aardig aantal publicaties in de bibliotheekcollectie opgenomen. Toegegeven: niet alle titels zijn van recente datum. Naast de nieuwe 4-daagse thriller De Dood wandelt mee van Rob Bakker completeerden we bijvoorbeeld onze serie Vierdaagsethrillers van Rudy Dek met zijn editie van 2014: Bloed door lopen (die van dit jaar hadden we al). Oudere boeken over de regiogemeenten kwamen er ook bij, zoals deel van de Tweestromenlandreeks uit 2009, Rond de leste mert, over de bekende jaarmarkt in Druten.

Op 5 juli vond in de warme maar sfeervolle kapel van het Van ’t Lindenhoutmuseum de presentatie plaats van een nieuw deel in de serie boekjes over de geschiedenis van Weesinrichting Neerbosch: Druk geweest in Neerbosch. Het werkje vertelt over de drukkerij in het dorp voor wezen, waar jongens leerden letterzetten of boekbinden. De auteurs werpen hun licht onder andere op enkele markante personen die aan de drukkerij waren verbonden, zoals het hoofd van de drukkerij Pieter Milborn. Natuurlijk is er ook aandacht voor een aantal publicaties die de weesinrichting uitgaf.  In de loop der tijd werden er honderden boeken en tijdschriften gedrukt.

Naast de genoemde titels heeft het RAN sinds half juni nog de volgende publicaties verworven:

donderdag 16 juli 2015

Een plezierreisje van Groningen naar Kleef


Deze dagen wordt onze Keizerstad weer overstroomd met vierdaagselopers en feestvierders.  Ook in vroeger dagen was Nijmegen in de zomer een aantrekkelijke bestemming voor reislustige lieden uit verre streken blijkens een fraai versierd reisjournaal in de Collectie losse aanwinsten van het Regionaal Archief Nijmegen.
In 1740 onderneemt Theodorus Beckeringh, een jonge, pas afgestudeerde man uit Groningen, met drie vrienden een “plaisier reisje van Groningen na Kleef.” Dat is vooral zo interessant omdat ze zowel op de heen- als de terugweg Nijmegen aandoen. Beckeringh bericht hierover uitvoerig in zijn reisjournaal. Het reisgezelschap vertrekt op 10 juli vanuit Groningen in een met twee paarden bespannen rijtuig. Op zaterdag 16 juli 1740 (Nu precies 275 jaar geleden) kwamen ze, nadat ze overgezet waren door de gierpont, in Nijmegen aan.
“…wij ons met het rijtuig en verder toehorige op deze hoúten machine geëmbarqúeerd hebbende,  swaijden of gierden binnen korte over en kwamen behoúden in het oúde deftige Nijmegen an.”
 
De heren nemen hun intrek in Herberg De Zwaan, schuin tegenover de Hoofdwacht aan de markt. (Ongeveer waar nu de Hema is.) Ze besluiten meteen de stad te gaan verkennen.
“Om onze tijd in deze vermakelijke stad der Batavieren, met ledig zitten niet onnút te passeren, gingen (we) aanstons een toúr doen na het beruchte Belvidere een hoog geboúw of toren van oúde vesten.” Ze genieten hier van het uitzicht, “onder ’t faveúr van een glaasje Rhijnsche wijn  en bronwater.”
In twee dagen tijd worden achtereenvolgens het Belvedère, de St. Stevenskerk, Het Raadhuis en de Valkhofburcht bezocht, waar zij beklommen,  “langs een honderden trappen” …  “den oudsten en hoogsten toren van het kasteel, geheel geboúwd van twee voeten lange en een half voet dikke túfsteenen.” Daarna reist men door naar Kleef om op 19 juli terug te keren in Nijmegen.
Ze kunnen niet meer terecht in herberg De Zwaan omdat daar de Keurvorst van Keulen met zijn hele gevolg zijn intrek heeft genomen. Ze wijken daarom uit naar herberg De Klok bij de Windmolenpoort. ’s Avonds drinken ze een “…botteltje frisse mol in het molhúis.”
De volgende dag vertrekken ze uit Nijmegen voor de terugreis waar ze op 28 juli aankomen,  “…in een gewenste gezontheid weder in onze vaderstadt Groningen.”

dinsdag 23 juni 2015

Archief van 'De Leerschool'

Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Onlangs is het archief van Schoolvereniging 'De Leerschool' voor Neutraal Bijzonder Onderwijs voor Nijmegen en omstreken geïnventariseerd. Het resultaat van die inventarisatie is te vinden in onze Digitale Studiezaal. De Leerschool was een school die was gevestigd in de Van Nispenstraat en die bestond van 1927 tot 1970. Misschien kent u nog wel iemand die er op school heeft gezeten?

De jaren '50 worden meestal aangeduid als een tijd van hiërarchische verhoudingen, en van een (in vergelijking met nu) geringere aandacht voor het welzijn van het kind. Een blik in het jaarverslag over 1954-1955 geeft ons een genuanceerdere kijken op het schoolleven van die tijd. De secretaris van de vereniging spreekt in het jaarverslag over 'hoeveel verhalen mijn kinderen over hun school, over hun juffrouw of hun mijnheer aan tafel te beste weten te geven [..]. Zijn die verhalen in opgewekte stijl, dan is meestal de zaak wel in orde, zijn ze in mineur gesteld, dan kan het aanbeveling verdienen om U eens een keertje met de klasseondewijzer(es) te verstaan.'

In de jaren '50 waren de klassen van De Leerschool goed gevuld. De naoorlogse geboortegolf kende ook in deze buurt zijn effect. Die drukke klassen gaven toen, net zoals ze nu soms doen, problemen. Het bestuur van de schoolvereniging meende in 1955 dan ook 'dat het niet anders dan grote bewondering kan hebben voor de leerkrachten [..] die onder leiding van het hoofd der school [..] de strijd tegen het grote getal zo energiek voeren'. Hoe anders was de situatie slechts twaalf jaar later, toen de secretaris in het jaarverslag zijn zorgen uitte over het dalende leerlingenaantal. Als het wettelijke minimumaantal (van 93 leerlingen) zou worden overschreden werd een directe opheffing onvermijdelijk: 'het zwaard van Damocles hangt boven onze school en nog wel aan een vrij dunne draad.' In 1970 werd de school uiteindelijk gesloten. In 1974 werd het schoolgebouw, blijkens beschrijvingen in de beeldbank, gesloopt.

woensdag 17 juni 2015

Gemaakt in Nijmegen

De maakindustrie staat deze zomer in de schijnwerpers tijdens het erfgoedfestival Gemaakt in Gelderland. Verspreid over de provincie zijn er tientallen activiteiten rondom bestaande en verdwenen industrieën: textiel in de Achterhoek, papier op de Veluwe, bakstenen langs de grote rivieren. Ook Nijmegen is nog steeds een industriestad, met moderne bedrijven als Willem Smit (transformatoren), Alewijnse (elektrotechniek) en Synthon (medicijnen) – om er slechts enkele te noemen.

Het Regionaal Archief Nijmegen belicht deze zomer in drie vitrines in de studiezaal enkele echte Nijmeegse ‘maak-bedrijven’ waarvan wij archiefmateriaal hebben: Dobbelman, de Nyma en Swift/Robinson. Wat zij produceerden? Kom het zien! Vergeet ook niet een blik te werpen op de bijzondere schilderijen van Ben Wasser.

Daarnaast geeft Erik de Vries, schrijver van '100 jaar Smit Transformatoren' op vier momenten een gratis toegankelijke lezing in het archief over de geschiedenis van de fabriek Willem Smit & Co Transformatoren. De eerste vindt plaats op donderdag 25 juni om 18.00u. U bent van harte welkom! Uitgebreide informatie vindt u op de website van het erfgoedfestival Gemaakt in Gelderland.

donderdag 11 juni 2015

Steenfabrieken te boek gesteld

Dat Gelderland (en vooral de boorden van de Rijn, Nederrijn en Waal) de bakermat van de Nederlandse baksteenindustrie is mag inmiddels wel als bekend worden verondersteld. In het kader van de erfgoedfestivals Steengoed! Gebakken in Gelderland en Gemaakt in Gelderland zijn er exposities over deze bedrijfstak in De Bastei (het voormalig Natuurmuseum), in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis en – een kleinere – in het Regionaal Archief Nijmegen (RAN). Het is mogelijk om  fiets- en vaartochten langs (vroegere) steenovens te houden en lezingen te volgen… Kortom: het kan je bijna niet zijn ontgaan dat deze streek iets heeft met bakstenen.

Het perfecte moment dus voor de publicatie van een boek over steenbakkerijen. In Twintig Gelderse steenfabrieken beschrijft Henri Th.M. Burgers wat de titel belooft: twintig steenfabrieken, waarvan de meeste aan de Waal tussen Millingen aan de Rijn en Tiel stonden. Ook enkele bedrijven aan de Maas, de Linge en de Rijn bij Lobith komen aan de orde. De fabrieken hebben gemeen dat ze eigendom waren of werden geëxploiteerd door de familie Burgers, voorouders van de auteur.

Na enkele inleidende hoofdstukken over de steenbakkersgeslachten en de ontwikkeling van de 19de-eeuwse baksteenindustrie gaat de auteur in op de geschiedenis van de afzonderlijke fabrieken. Deze hoofdstukken wisselt hij af met beschrijvingen van enkele markante leden van het steenbakkersgeslacht Burgers. Voor de bedrijfsgeschiedenissen heeft de auteur rijkelijk gebruik gemaakt van krantenberichten en (met name notariële) archieven, waaronder een aantal uit het RAN. Zo kwam hij op het spoor van de steenfabrieken van W.C. Burgers & Zoon te Neerbosch en de weduwe W.S. Bloem en Zonen te Nijmegen. Beide stonden in de uiterwaarden aan de Waal – de eerste vanaf 1876, de tweede vanaf 1864 – en beide verdwenen tijdens het interbellum. De fabriek van W.C. Burgers & Zoon moest begin jaren ’20 wijken voor het Maas-Waalkanaal, de fabriek van Bloem en Zonen maakte in de jaren ’30 plaats voor de elektriciteitscentrale.

Voor een groot deel is Twintig Gelderse steenfabrieken een opeenvolging van feitelijkheden over het ontstaan en de ontwikkeling van de verschillende fabrieken. Het boek is daardoor zeer geschikt als naslagwerk. Een enkele keer slechts is er ruimte voor de persoonlijke ervaringen van een steenbaas over het werk op de fabriek en ook bij de persoonsbeschrijvingen houdt Burgers het bij de droge gegevens uit bevolkingsregisters en akten. Als lezer krijg je een duidelijk beeld van de familiaire en zakenrelaties tussen steenbakkersfamilies.

Niet onterecht spreekt de auteur in de inleiding de hoop uit dat ook andere steenbakkersfamilies de geschiedenis van de door hen geëxploiteerde fabrieken gaan beschrijven. Want er mogen inmiddels al veel publicaties zijn verschenen over de Gelderse baksteenindustrie in het algemeen, literatuur betreffende afzonderlijke fabrieken is zeer beperkt. De heer Burgers heeft de eerste steen geworpen…

Het RAN heeft sinds begin mei nog de volgende publicaties verworven: