vrijdag 21 augustus 2015

Middeleeuwse bronnen Gebroeders van Limburg bij het Regionaal Archief Nijmegen

In het laatste weekend van augustus viert Nijmegen al haast traditioneel het Gebroeders van Limburgfestival. Bij het Regionaal Archief Nijmegen bevinden zich meerdere en belangrijke bronnen over het leven van deze meesters van de middeleeuwse schilderkunst. In het Van Limburgweekend van 29 en 30 augustus 2015 stelt het Archief haar deuren open om de middeleeuwse bronnen in origineel te kunnen bewonderen en kunt u zich oefenen in het middeleeuwse schrift.

'Item Joh[ann] es de Lymborgh',
de opa van de Gebroeders in het middeleeuwse Burgerboek 
de lymborgh
De oudste vermelding van een Van Limburg in de Nijmeegse archieven vinden we in het zogenaamde 'Cives recepti'-register, het burgerboek van de stad Nijmegen. Bij de als burger van de stad ingeschreven personen vinden we daar in 1366 ene Johannes de Lymborgh vermeld. Dit is de grootvader van de gebroeders Limburg. De namen van de gebroeders vinden we niet in het burgerboek. Zij hoefden zich ook niet meer apart als burger in te laten schrijven. Met de inschrijving van hun opa behoorden hij en zijn afstammelingen tot de burgerij van Nijmegen.

'Item hermanno maelwael de pictura busse nollikens cursoris xxvii'
betaling aan Herman Maelwael in de oudst bewaarde stadsrekening van Nijmegen
Maelwael
De moeder van de Gebroeders was Mette Maelwael. Ook de kunstenaarsfamilie Maelwael komen we natuurlijk tegen in de Nijmeegse archieven. In de oudste bewaard gebleven stadsrekening uit 1382 lezen we dat Mette's oom Herman betaald wordt voor het beschilderen van een bodebus voor de stadsbode Nolliken. Zeer waarschijnlijk zal Herman de Nijmeegse adelaar op de bus hebben aangebracht. Nolliken kon zo als Njimeegs gezant met de nodige vrijheden door Europa reizen, want dat hij dat deed kunnen we ook in die rekening lezen. Herman Maelwael werkte ook voor Hertog Willem I van Gelre. En uit de rekeningen van die hertog weten we dat Herman voor Willem ook bodebussen beschilderde. En natuurlijk nog veel meer.

In het Van Limburgweekend toont het Archief de hertogelijke rekening, in bruikleen van het Gelders Archief, en de stadsrechtbevestiging uit 1377 van de avontuurlijke hertog Willem I - zie ook de website van de re-enactmentgroep Het Woud der Verwachting. In de Schepenprotocollen kan men te weten komen welke bezittingen de Van Limburgs in Nijmegen hadden en de Landbrief van 1418 is prachtig vanwege de mooie zegels en belangrijk als bron voor de Gelders identiteit. Allemaal te zien op het Festival.

Middeleeuws Nijmeegs alfabet en papier
Uit deze middeleeuwse bronnen heeft het Archief een eigen middeleeuws Nijmeegs alfabet samengesteld, waarmee u zich kunt oefenen in het lezen en schrijven van middeleeuws schrift. Het schrijven kunt u doen op zelf geschept papier. Medewerkers van het Archief en de middeleeuwse boekbinderij De Papieren Eenhoorn willen u daar graag bij helpen. Boekbinderij De Papieren Eenhoorn is op het Van Limburgfestival  aanwezig in de Openbare Bibliotheek, een mooie gelegenheid om de onlangs geopende doorgang tussen Archief en Bibliotheek te gebruiken en eens een middeleeuws rondje op het Marienburg te maken.





vrijdag 14 augustus 2015

150 jaar stad aan het spoor (3)

Op 8 augustus 1865 reed de eerste trein Nijmegen binnen: een historische gebeurtenis die van grote invloed was op de toekomst van de stad. Een blijvende herinnering aan de opening van de spoorweg naar Kleef liet bijna twintig jaar op zich wachten. In 1884 was de onthulling van het kunstwerk dat we nu kennen als het spoorwegmonument. Niet bij het spoor, niet ter plaatse van het inmiddels opgeruimde station, maar bij de ingang van het Valkhof. Een vreemde plaats en een raar moment. Of niet?

Fragment van een ontwerptekening van het spoorwegmonument
in schaal 1:20. Bron: Regionaal Archief Nijmegen
In de laatste algemene vergadering van de Nijmeegsche Spoorweg-Maatschappij (NSM) op 17 november 1882 opperden diverse leden om de directie een huldeblijk te schenken, voor haar inzet voor de aanleg van de spoorlijn. De directie vond dat een te grote eer, maar ging wel akkoord met de oprichting van een monument dat zou herinneren aan de totstandkoming van de spoorlijn. Daarop werd in 1883 een ‘Commissie voor de oprichting van een herinneringsteeken aan het tot stand komen van den spoorweg Nijmegen-Cleve’ ingesteld, met als voorzitter raadslid J. Berends.
Gemeentearchitect J.J. Weve maakte een ontwerp voor het gedenkteken: een sokkel van Bentheimer zandsteen en kalksteen, bekroond door een zinken beeld van Victoria, de Romeinse godin van de overwinning. Dit beeld werd een afgietsel van een kunstwerk dat C.D. Rauch in de periode 1838-1845 had gemaakt door voor het Walhalla in Regensburg.

De juiste plaats
In het najaar van 1883 bakkeleide de gemeenteraad over een geschikte locatie. Het college van Burgemeester en Wethouders wilde het monument aan het bovengedeelte van de Nassausingel of aan de Stationsweg (de huidige Van Schaeck Mathonsingel) in het nieuwe gedeelte van de stad, maar tuinarchitect L. Rosseels wees deze plaatsen af: een monument van deze omvang zou hier niet passen. De eerder genoemde commissie gaf de voorkeur aan een plaats op het Valkhof: daar kwam meer publiek, dus zou het beeld meer aandacht krijgen en minder snel worden vernield. De plaats was zo gekozen dat het monument niet de aandacht van andere historische gebouwen zou afleiden.

Ook droeg de commissie aan dat een lommerrijke plek van belang was voor de werking van de weerkundige instrumenten die aan de sokkel van het monument zouden worden bevestigd: een thermometer, een barometer en een zogenoemde weertelegraaf, waarop je de luchtdruk en de vochtigheidsgraad kon aflezen (het plaatsen van weerszuilen was in deze tijd erg populair). Zonlicht bleek echter geen probleem. Hierop stelde wethouder Thijssen voor om het monument vóór sociëteit Burgerlust te zetten, ter plaatse van een oude pomp bij de ingang van het Valkhof.

De oudste foto van het Spoorwegmonument in onze beeldbank,
gedateerd 1885
Onthulling
Na het plaatsen van een mal van het monument op de beoogde plaats bij Burgerlust hakte de raad op 27 oktober de knoop door: zij ging in meerderheid akkoord met de locatie vóór Burgerlust. Op 10 mei 1884 droeg de heer Berends als voorzitter van de commissie het gedenkteken over aan het gemeentebestuur van Nijmegen. De verworven bekendheid van het kunstwerk blijkt wel uit de vele ansichtkaarten en foto’s waarop het is afgebeeld in de beeldbank.

Nu en dan diende het gedenkteken letterlijk als monument. Zo werden er in 1940 kransen gelegd ter gelegenheid van de elektrificatie van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. Na vijftig jaar was het gedenkteken zodanig in verval geraakt dat het voortbestaan ervan aan een zijden draad hing. In 1938 besloot de raad echter om het standbeeld op te knappen, omdat het Straalmanfonds voor het benodigde geld kon zorgen. De weerkundige instrumenten waren omstreeks deze tijd waarschijnlijk al verdwenen. Sinds 2002 is het gedenkteken een rijksmonument.

dinsdag 11 augustus 2015

150 jaar stad aan het spoor (2)

Afgelopen zaterdag was het precies 150 jaar geleden dat de spoorlijn Nijmegen-Kleef werd geopend. Destijds, op 8 augustus 1865, een feestelijk moment voor het wat ingedutte stadje. Nadat het feestgedruis de volgende morgen was verstomd, ging de reguliere dienstregeling in. Bijzonder aan deze spoorweg: hij was tot stand gekomen op initiatief van een aantal ondernemende Nijmegenaren. In het stadsbeeld herinnert vrijwel niets meer aan die eerste spoorlijn. Ook naar papieren sporen is het goed zoeken…

Want helaas: veel archiefmateriaal over de aanleg en exploitatie van die eerste spoorlijn naar Kleef hebben wij op het Regionaal Archief Nijmegen niet in huis. Het archief van de Nijmeegsche Spoorweg-Maatschappij (NSM) en haar voorganger, de Nijmeegsche Spoorweg Commissie, wordt bewaard in het Utrechts Archief, net als de papieren van andere Nederlandse spoorwegmaatschappijen. Wel is het archief bij ons gedeeltelijk op microfiche te raadplegen en hebben we een aantal stukken. Zoals de akte van vennootschap van de NSM, waarin is te lezen welke personen een aandeel hadden in de onderneming. Ook zit er een afdruk van de eerste dienstregeling in onze bibliotheekcollectie.

In de bibliotheek is verder meer te vinden over de eerdere pogingen van diverse partijen om Nijmegen per trein bereikbaar te maken. Zo hebben we enkele werkjes uit de jaren 1862-1863 waarin de steenrijke ondernemer F.J. Hallo zijn eigen plannen om de spoorlijn te realiseren toelicht.

Links een fragment van een houten loods, behorende bij het eerste
station. Nu staat op deze plaats concertgebouw De Vereeniging.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Naar foto’s van het eerste stationnetje van Nijmegenis het vergeefs zoeken in onze beeldbank. Alhoewel… op één foto – in 1875 gemaakt door Gerard Korfmacher, die in opdracht van het gemeentebestuur de af te breken vestingwerken voor het nageslacht op de gevoelige plaat legde – is een van de houten loodsen te zien die bij het station hoorden. De authentieke bouwtekeningen liggen, u raadt het al, in Utrecht.

Verdwenen tracé
Zoals gezegd: in het stadsbeeld is er weinig meer te vinden van die eerste spoorlijn. Het oorspronkelijke tracé tussen Nijmegen en Kleef is bijna overal nog goed zichtbaar (de overgroeide rails liggen er nog), behalve op Nijmeegs grondgebied: hier is de lijn geheel opgebroken. Zoals op deze kaart te zien is, liep de spoorweg vroeger vanaf de d’Almarasweg in noordelijke richting en volgde hij het huidige tracé van de Willem Schiffstraat en de Witsenburgselaan – de dikke lagen ballastgrind schijnen hier nog in de grond te liggen. Daarna boog de lijn af om parallel aan de Groesbeekseweg te lopen en uit te komen bij het stationnetje, nabij het huidige concertgebouw De Vereeniging.

De spoorlijn had een aftakking die buiten de vesting om naar de Waalhaven leidde. Daar, waar nu wordt gebouwd aan de Handelskade, was een havenstationnetje voor de overslag van goederen. Met de aanleg van de spoorlijn naar Venlo in 1882-1883 verdween de oude spoorlijn vanaf de d’Almarasweg.

Het spoorwegmonument bij het Valkhof is het enige dat nog herinnert aan de aanleg van die eerste spoorlijn. Het werd pas in 1884 opgericht. Waarom zo laat en waarom daar, zo ver van het spoor? Vrijdag meer daarover.

zaterdag 8 augustus 2015

150 jaar stad aan het spoor (1)

Het Regionaal Archief Nijmegen kent onder zijn medewerkers een aantal treinfanaten. De een speelt graag met modeltreinen, de ander is machinist (lees: in een computertreinspel) en weer een ander speurt naar spoorwegarchitectuur. De opening van de eerste spoorlijn van Nijmegen, vandaag precies 150 jaar geleden, kunnen we dan ook niet ongemerkt voorbij laten gaan.

150 jaar spoorwegen…? Ik herinner me dat er in 1989, toch al 26 jaar geleden, in Utrecht een hele manifestatie was rondom 150 jaar spoor. Daar ging ik met mijn treingekke neef naar toe. Nu pas is Nijmegen aan deze viering toe, al wordt die slechts in kleine kring gevierd.

Nijmegen was inderdaad laat met een spoorwegverbinding. Twintig jaar later dan Arnhem, bijvoorbeeld. Toch was dit allerminst te wijten aan onwil vanuit Nijmegen. De eerste verzoeken om de stad op het spoorwegnet aan te sluiten, gericht aan de minister van Binnenlandse Zaken, dateren al van 1843. Het was Den Haag dat geen krimp gaf, onder andere vanwege de strategische ligging van de vesting Nijmegen aan de grens van het Koninkrijk. Ook zouden twee brede rivieren moeten worden overbrugd om de stad op het tot dan toe aangelegde Nederlandse spoorwegnet aan te sluiten. Veel te kostbaar!

Nijmeegs initiatief
Na een kleine twintig jaar zeuren besloten enkele vooraanstaande Nijmegenaren (die zich verenigden in de Nijmeegsche Spoorweg-Maatschappij) dan maar zelf een spoorlijn aan te leggen… naar Kleef. De exploitatie kwam in handen van de Rheinische Eisenbahn Gesellschaft, die al rails had getrokken was tussen Keulen en Kleef. Op 8 augustus 1865 vond de feestelijke opening van de bijna 30 km lange lijn Nijmegen-Kleef plaats, nog geen jaar na de start van de aanleg.

De Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant deed de volgende dag beeldend verslag van het openingsfeest: ‘De dag van gisteren was voor onze stad een ware feestdag, gevierd met een geestdrift, als nimmer te voren. (…) Onder het voortdurend uitbrengen van allerlei toasten duurde het feest tot in den morgen, en liep dit zonder eenige de minste stoornis af.’

In 1965 stonden de gemeentebesturen van Kleef en Nijmegen uitgebreid stil bij het 100-jarig bestaan van de spoorlijn tussen beide steden. Hoewel er sinds 1991 geen treinen meer rijden, is een kleine herdenking op zijn plaats. De Partij van de Arbeid in de gemeenten Nijmegen en Berg en Dal houden er vandaag een.

Komende week volgen nog enkele artikelen over Nijmegens eerste spoorlijn.

vrijdag 31 juli 2015

Zomersprokkelingen: nieuwe boeken

De Vierdaagse is alweer enige tijd achter de rug en we zitten midden in de komkommertijd, als we de kranten mogen geloven. Op boekengebied lijkt van een dip geen sprake, want het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) heeft de laatste anderhalve maand weer een aardig aantal publicaties in de bibliotheekcollectie opgenomen. Toegegeven: niet alle titels zijn van recente datum. Naast de nieuwe 4-daagse thriller De Dood wandelt mee van Rob Bakker completeerden we bijvoorbeeld onze serie Vierdaagsethrillers van Rudy Dek met zijn editie van 2014: Bloed door lopen (die van dit jaar hadden we al). Oudere boeken over de regiogemeenten kwamen er ook bij, zoals deel van de Tweestromenlandreeks uit 2009, Rond de leste mert, over de bekende jaarmarkt in Druten.

Op 5 juli vond in de warme maar sfeervolle kapel van het Van ’t Lindenhoutmuseum de presentatie plaats van een nieuw deel in de serie boekjes over de geschiedenis van Weesinrichting Neerbosch: Druk geweest in Neerbosch. Het werkje vertelt over de drukkerij in het dorp voor wezen, waar jongens leerden letterzetten of boekbinden. De auteurs werpen hun licht onder andere op enkele markante personen die aan de drukkerij waren verbonden, zoals het hoofd van de drukkerij Pieter Milborn. Natuurlijk is er ook aandacht voor een aantal publicaties die de weesinrichting uitgaf.  In de loop der tijd werden er honderden boeken en tijdschriften gedrukt.

Naast de genoemde titels heeft het RAN sinds half juni nog de volgende publicaties verworven: