woensdag 23 november 2016

Artikelen Jaarboek Numaga makkelijker vindbaar

Op 26 november publiceert historische vereniging Numaga haar Jaarboek 2016, ongetwijfeld voorafgegaan door een boeiend ochtendprogramma over sport in de stad – het thema van dit jaarboek. Maar waarover gingen de artikelen in de eerdere jaarboeken ook alweer? U kunt het nu opzoeken in de bibliotheekcatalogus van het Regionaal Archief Nijmegen (RAN).

Annemieke Slockers, vrijwilliger op het RAN, heeft in een klein halfjaar circa 125 artikelen uit de jaarboeken Numaga van 2000 tot en met 2015 apart beschreven voor de catalogus. Dit nadat ze eerder al de artikelen uit het Nijmeegs Katern uit de jaren 2000-2015 had ingevoerd.
Niet alle artikelen zijn opgenomen: de kronieken zijn niet apart beschreven en ook de lemmata in de Nijmeegse Biografieën zijn om praktische redenen achterwege gebleven.

Het is de bedoeling dat in de toekomst eens per jaar alle artikelen uit het Nijmeegs Katern en Jaarboek Numaga worden ingevoerd in de bibliotheekcatalogus van het archief. Zo vinden historici en andere geïnteresseerden beter hun weg door de publicaties van Numaga.

woensdag 16 november 2016

Journaal van een reijs door Gelder- en Kleefsland

De vesting Schenkenschans,
van de overzijde van de Rijn bezien.
Nijmegen is een populaire toeristische bestemming: riviercruises doen de stad aan vanaf de Waalkade en zeker in de zomer mag de stad zich verheugen op de komst van vele duizenden bezoekers. Ook in de 18e eeuw werd de stad en streek bezocht door reizigers, getuige de reisverslagen die bewaard zijn gebleven.    

Tussen 14 juli en 8 augustus 1773 reisden de Dordtse notariszoon en advocaat Martinus van Nieveld (1710-1794) (ook: Nievelt) en zijn vrouw Sara  Bije met zes van hun kinderen door Gelderland, een zeer gewilde trip. Een van de kinderen, Albertus (1746-1824), ook advocaat en tevens baljuw van Koudekerk, legde de reis vast in een verslag: ‘Journaal van een reijs door Gelder- en Kleefsland, gedaan door mr Martinus van Nievelt, zijne huisvrouwe en zes oudste kinderen […]’. Dit verslag staat niet in de lijst reisverslagen van Lindeman, Scherf en Dekker, wel een eerdere reis van Albertus in 1770 naar Vlaanderen (zie nr 251, daar als Van Nietveld gespeld).

De beschrijving is tamelijk obligaat op enkele aardige passages na. Op 1 augustus kwamen zij te Nijmegen aan: ‘Om 11 uuren gingen wij naar de Parade in ’t Kalverbosch [Kelfkensbos], die afgelopen zijnde, dronken wij een kop chocolaat bij den Hr. van Gend, dien wij te Kleef gerencontreerd hadden, en ons zeer veel politessen deed’. Weinig mensen, veel gebouwen en soms een mooie uitschieter: ‘… en kwamen eijndelijk aan een veirtje over Schenkenschans, daar wij met een roeijschuitje over een arm van den ouden Rijn gezet wierden; moesten toen nog een glibberige smalle kade overgaan tot dat wij in de Schans kwamen; dit is een vesting, die vrij vervallen is, zijnde maar eene straat, of liever slikweg, daar bedroefde huizen staan; met een woord het slegtste plaatsje, dat ik ooit gezien heb’.

Tijdens de inventarisatie van de archieven van de De Gelderse Bloem (een Gelderse stichting die dissertaties en andere publicaties uitgaf en bemiddelde bij subsidieaanvragen) stuitte ik op twee typoscripten van reisverslagen. Dit is de eerste van de twee, een verslag van de reis in 1773 met correcties, dat mogelijk als bijlage diende voor een subsidieverzoek.

Ik vermoed dat het typoscript uit begin jaren zeventig van de vorige eeuw stamt. Er zit verder geen naam van een bewerker bij, geen correspondentie, geen aantekening, niets. Voor zover mij bekend is het ook niet gepubliceerd. Toch hoop ik die bewerker alsnog te vinden, temeer daar het manuscript – blijkens een globaal onderzoekje – niet aanwezig is, althans op de voor de hand liggende plaatsen.

Het manuscript van het reisverslag uit 1770 bevindt zich in de UBL, maar dat van de reis uit 1773 berust daar niet. Het is ook niet in het Gelders Archief en niet in het Regionaal Archief Nijmegen te vinden. Navraag bij het Regionaal Archief Dordrecht leerde dat het manuscript daar evenmin bekend is (met dank aan Sander van Bladel)

Wordt hopelijk vervolgd..

Pieter van Wissing

donderdag 10 november 2016

Foto-expositie “The re-birth of Serjilla”

De Syrische fotojournalist Mohammad Abdulazez (Azouz) vond nieuw leven in een verlaten Syrische stad. Een kleine selectie van zijn werk is tot het eind van het jaar te zien in de doorgang van het archief naar de bibliotheek, na een succesvolle expositie in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.

 Azouz deed tussen 2011 en 2015 verslag van het conflict in Syrië en het leven van Syrische vluchtelingen in Turkije. Na een lange en gevaarlijke vlucht van Homs via Gaziantep naar Nederland, kwam hij uiteindelijk in het vluchtelingenkamp Heumensoord in Nijmegen terecht. Zijn lange en levensgevaarlijke tocht tussen de twee zustersteden staat in schril contrast met het gemak waarmee de reis in tegenovergestelde richting kan worden gemaakt.  Inmiddels gevestigd in Amsterdam maakt hij nog steeds verhalen over Syrië, Turkije en de vluchtelingenproblematiek. Zijn werk was eerder o.a. te zien in De Volkskrant en Breda Photo. De foto-expositie kwam tot stand met steun van Europe Direct Nijmegen.

Voor 024 Geschiedenis maakte Abdulazez een selectie van beelden die hij maakte in Serjilla, een oude Romeinse stad in Syrië die inmiddels tot ruïnes is vervallen en waar tot de oorlog geen mens meer woonde. Inmiddels is de stad een toevluchtsoord geworden voor arme gezinnen uit de regio, die daar zonder water, voedsel en echt onderdak proberen te overleven. Zonder ontsnappingsmogelijkheden.

In de hal van het archief in eveneens een videopresentatie te zien van foto's van het Facebook-initiatief Humans of Heumensoord, die onlangs door het archief werden verworven. Het is een van de manieren waarop het archief probeert deze bijzondere episode uit de recente Nijmeegse geschiedenis te documenteren en vast te leggen voor toekomstige generaties.

De foto's en de videopresentatie zijn gratis te bezoeken tijdens openingsuren van het archief en fungeren als extra programma-onderdeel bij de uitreiking van de Vrede van Nijmegen penning.


Promotiefilm van de expositie die werd gemaakt voor 024 Geschiedenis.

dinsdag 1 november 2016

‘Over de grens’, Nijmeegse zoeaven in dienst van de paus

Op 1 november 1867 verscheen voor de Nijmeegse burgemeester F.P. Bijleveld als ambtenaar van de burgerlijke stand Johannes Jansen, molenaarsknecht, woonachtig aan de Karregas B598. Hij verklaarde toestemming te verlenen aan zijn negentienjarige zoon Jasper Hendrikus om dienst te nemen in het pauselijke leger. De burgemeester wees hem erop dat zijn zoon het Nederlanderschap zou verliezen door in buitenlandse dienst te gaan als hij daarvoor geen ontheffing krijgt van de koning. 
Het proces-verbaal dat hiervan is opgemaakt bevat dertig ondertekende verklaringen van ouders van zonen die in het pauselijk leger dienst wilden nemen  (Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946, inv. nr.12502).


Proces-verbaal van verklaringen van ouders van
 hun zonen in buitenlandse dienst
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
Strijd tussen het koninkrijk Italië en de Pauselijke Staat
Tussen 1860 en 1870 dienden Fransen, Belgen en ruim 3000 Nederlandse vrijwilligers in het pauselijke leger, de zogenaamde pauselijke zoeaven, om te strijden tegen het Koninkrijk Italië. Rome werd gekozen als nieuwe hoofdstad, hoewel die stad op dat moment nog onderdeel vormde van de pauselijke staat. Nijmegen leverde 230 zoeaven aan het pauselijke leger en was daarmee na Amsterdam in Nederland de grootse leverancier. Nijmegenaren lieten zich daarbij niet afschrikken door de liberaal-hervormde burgemeester Bijleveld, die de werving van 'jongelingen' probeerde tegen te werken.

Bekendmaking van Burgemeester Bijleveld
betreffende de werving van 'jongelingen'
voor buitenlandse dienst, 1866
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
De meeste zoeaven keerden naar hun strijd terug naar hun woonplaats, waar zij als helden werden ontvangen. De meesten hadden echter verzuimd ontheffing aan te vragen bij de koning en verloren hun Nederlanderschap, omdat zij in vreemde krijgsdienst waren getreden. Verder kwamen ze niet meer in aanmerking voor overheidsfuncties en ondersteuning als zij tot armoede vervielen.

Rubriek militaire zaken, 1810-1946 toegankelijk:
Dit proces-verbaal maakt onderdeel uit van de rubriek ‘Militaire zaken’ van het archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946. De afgelopen maanden zijn de stukken uit deze rubriek geïnventariseerd en deze zijn nu via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen te raadplegen.

De rubriek bevat onder meer stukken over het Franse leger, de Nationale Militie,de schutterij, Nederlandse Binnenlandse strijdkrachten (NBS), het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), de Duitse Weermacht en particuliere verenigingen betreffende de gewapende dienst.
In de subrubriek ‘Militaire gebouwen en terreinen’ zijn stukken te vinden over de vestingwerken, kazernes, forten, stadspoorten- en torens van Nijmegen in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Literatuur:
N.A. Hamers (redactie), Zouaven uit Nijmegen en omgeving (1866-1870), in: Zoeklicht 2000: genealogische heraldische bundel, Nijmegen 2000
L. Winkeler. Op de bres voor een verre paus (1860-1870); Nijmeegse zoeaven, in: Nijmeegs Katern 26 (2012) nr. 1. p. 3-10

Internet:
Website Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Pauselijke_Zoeaven
Website Huis van de Nijmegen, pagina 'De Tweede Wereldoorlog in Nijmegen'

‘Over de grens’, Nijmeegse zoeaven in dienst van de paus

Op 1 november 1867 verscheen voor de Nijmeegse burgemeester F.P. Bijleveld als ambtenaar van de burgerlijke stand Johannes Jansen, molenaarsknecht, woonachtig aan de Karregas B598. Hij verklaarde toestemming te verlenen aan zijn negentienjarige zoon Jasper Hendrikus om dienst te nemen in het pauselijke leger. De burgemeester wees hem erop dat zijn zoon het Nederlanderschap zou verliezen door in buitenlandse dienst te gaan als hij daarvoor geen ontheffing krijgt van de koning. 
Het proces-verbaal dat hiervan is opgemaakt bevat dertig ondertekende verklaringen van ouders van zonen die in het pauselijk leger dienst wilden nemen  (Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946, inv. nr.12502).


Proces-verbaal van verklaringen van ouders van
 hun zonen in buitenlandse dienst
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
Strijd tussen het koninkrijk Italië en de Pauselijke Staat
Tussen 1860 en 1870 dienden Fransen, Belgen en ruim 3000 Nederlandse vrijwilligers in het pauselijke leger, de zogenaamde pauselijke zoeaven, om te strijden tegen het Koninkrijk Italië. Rome werd gekozen als nieuwe hoofdstad, hoewel die stad op dat moment nog onderdeel vormde van de pauselijke staat. Nijmegen leverde 230 zoeaven aan het pauselijke leger en was daarmee na Amsterdam in Nederland de grootse leverancier. Nijmegenaren lieten zich daarbij niet afschrikken door de liberaal-hervormde burgemeester Bijleveld, die de werving van 'jongelingen' probeerde tegen te werken.

Bekendmaking van Burgemeester Bijleveld
betreffende de werving van 'jongelingen'
voor buitenlandse dienst, 1866
(Archief van de Secretarie gemeente Nijmegen,
1810-1946, inv. nr. 12502)
De meeste zoeaven keerden naar hun strijd terug naar hun woonplaats, waar zij als helden werden ontvangen. De meesten hadden echter verzuimd ontheffing aan te vragen bij de koning en verloren hun Nederlanderschap, omdat zij in vreemde krijgsdienst waren getreden. Verder kwamen ze niet meer in aanmerking voor overheidsfuncties en ondersteuning als zij tot armoede vervielen.

Rubriek militaire zaken, 1810-1946 toegankelijk:
Dit proces-verbaal maakt onderdeel uit van de rubriek ‘Militaire zaken’ van het archief van de Secretarie gemeente Nijmegen, 1810-1946. De afgelopen maanden zijn de stukken uit deze rubriek geïnventariseerd en deze zijn nu via de digitale studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen te raadplegen.

De rubriek bevat onder meer stukken over het Franse leger, de Nationale Militie,de schutterij, Nederlandse Binnenlandse strijdkrachten (NBS), het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), de Duitse Weermacht en particuliere verenigingen betreffende de gewapende dienst.
In de subrubriek ‘Militaire gebouwen en terreinen’ zijn stukken te vinden over de vestingwerken, kazernes, forten, stadspoorten- en torens van Nijmegen in de negentiende en begin twintigste eeuw.

Literatuur:
N.A. Hamers (redactie), Zouaven uit Nijmegen en omgeving (1866-1870), in: Zoeklicht 2000: genealogische heraldische bundel, Nijmegen 2000
L. Winkeler. Op de bres voor een verre paus (1860-1870); Nijmeegse zoeaven, in: Nijmeegs Katern 26 (2012) nr. 1. p. 3-10

Internet:
Website Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Pauselijke_Zoeaven
Website Huis van de Nijmegen, pagina 'De Tweede Wereldoorlog in Nijmegen'