woensdag 1 april 2015

De Plooierijen in een roman

Het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) verzamelt publicaties over alles wat maar met Nijmegen en omgeving te maken heeft: stads-, dorps- en wijkgeschiedenissen, historische gebeurtenissen, familiestambomen, biografieën, dagboeken… Meestal zijn het publicaties over het verleden, soms ook eigentijdse beschouwingen met toekomstige historische waarde die een plaats krijgen in de archiefbibliotheek. Een overzicht van onze recente aanwinsten, met deze keer extra aandacht voor een boek over een roerige periode in de Nijmeegse geschiedenis.

Afgelopen zondag week verscheen Oproer tussen Maas en Waal van Anna Simon. Een historische roman, gebaseerd op onder meer ons archiefmateriaal, over de zogenoemde plooierijen in het begin van de achttiende eeuw. Plooierijen, hoe zat dat ook alweer? Verschillende oud-regenten, die in 1675 door stadhouder Willem III waren afgezet omdat ze hem bij de inval van de Fransen drie jaar eerder niet voldoende hadden gesteund, zagen in 1702 de kans schoon om het corrupte zittende stadsbestuur – de ‘Oude Plooi’, allen getrouwen van Willem III – af te zetten. De ‘Nieuwe plooi’ had daarbij de steun van de gemeenslieden (een college dat het stadsbestuur controleerde) en een deel van de bevolking. Een en ander ging niet zonder slag of stoot: er braken onlusten uit en uiteindelijk zouden in 1705 letterlijk enkele koppen rollen. De onrust sloeg over naar andere steden in en buiten Gelderland.

Oproer tussen Maas en Waal beziet de gebeurtenissen in de periode 1702-1703 vanuit diverse perspectieven, voornamelijk vanuit dat van de jonge binnenschipper Willem Vonk, die zich opwerpt als een van de aanvoerders van de Nieuwe Plooi. Al is het natuurlijk enigszins geromantiseerd, de roman blijft dicht bij het werkelijk gebeurde. Zo hebben alle in het verhaal genoemde personen in werkelijkheid bestaan en een rol gehad tijdens de plooierijen. De auteur vult het chronologisch verlopende verhaal her en der aan met objectieve beschouwingen over de historische context en met de tekstfragmenten uit bewaard gebleven archiefstukken, zoals Nijmeegse raadssignaten en notulen van de Gelderse Landdag. Al met al geeft Oproer tussen Maas en Waal een duidelijk beeld van de spanningen die in deze tijd leefden onder de bestuurders, gildelieden en andere inwoners van Nijmegen. Ons als lezers staat de komende jaren nog meer te wachten, want zoals gezegd beslaat dit boek slechts het eerste jaar van de plooierijen. Nog twee boeken te gaan?

Op deze website over de Nijmeegse plooierijen schrijft Anna Simon meer over de totstandkoming van haar boek. Daar zijn onder andere foto’s van de door haar gebruikte brondocumenten te vinden, waaronder die uit ons archief.

Naast Oproer tussen Maas en Waal heeft het RAN de afgelopen maand nog de volgende publicaties die verworven:

vrijdag 20 maart 2015

De gevaren van een zonsverduistering in 1912

Waarschuwing voor de gevaren van
zonsverduistering uit 1912.
Nederland bereid zich voor op de grootste gedeeltelijke zonsverduistering sinds 1999. Vanochtend vanaf 9.30 uur zal de maan langzaam voor de zon schuiven; om 11.48 uur is de zon voor 85 procent afgeschermd door de maan, waarmee de zonsverduistering in Nederland op het hoogtepunt is. Alleen rond de Faeröereilanden is de verduistering compleet. De laatste volledige zonsverduistering die in Nederland te zien was, vond alweer drie eeuwen geleden plaats, in het jaar 1715.

Mist of laaghangende bewolking zal in het zuidoostelijke deel van Nederland nog roet in het eten kunnen gooien; de verduistering is dan minder goed waarneembaar. Dit neemt echter niet weg dat je goede voorzorgsmaatregelen moet treffen om naar het natuurverschijnsel te kijken.

Ook in 1912 was men zich bewust van de gevaren van het (onvoldoende) onbeschermd kijken naar een zonsverduistering, getuige enkele archiefstukken uit het archief van de Gezondheidscommissie Nijmegen 1904-1934, aanwezig bij het Regionaal Archief Nijmegen.

Zo is in één van de archiefstukken een reactie te lezen op een verzoek van de secretaris van de Gezondheidscommissie om informatie te verschaffen over “zonsverduisteringsgevallen”. De arts schrijft:
             
"In antwoord op uw vraag deel ik u mede, dat onder de +/- 20 gevallen, die ik in behandeling kreeg, er verschillende waren uit Nijmegen. Enkelen waren er slechts, die met geheel onbeschermd oog (of ogen) naar de zon hadden gezien, en hierbij was de oogaandoening van ernstiger aard, de anderen hadden óf blauw glas gebruikt, óf een glas die niet voldoende zwart was gemaakt."


In onze tijd bestaan creatieve mogelijkheden om wél veilig naar de zonsverduistering te kunnen kijken: je kan met een naald een gaatje in een dik stuk papier prikken. Als je dat dan tegen de zon houdt, dan zie je een gespiegelde zonsverduistering op de grond. De wat meer bekende variant, het bekijken van de verduistering met de zogenaamde eclipsbril, is misschien wat makkelijker in het gebruik.

zaterdag 14 maart 2015

Verkiezingen en waterschapsarchieven

'Twee voor de prijs van 1', is de slogan voor de verkiezingen op 18 maart. Het zal bij iedereen wel bekend zijn dat er  in Nijmegen gestemd kan worden voor de Provinciale Staten van Gelderland én voor het bestuur van Waterschap Rivierenland. Sinds 1848 worden de leden van Provinciale Staten door de kiesgerechtigde inwoners van de provincie gekozen. Een korte toelichting en de uitslagen van de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten in Nijmegen staan in de kennisbank van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Dit jaar is er de primeur van de eerste verkiezing van het algemeen bestuur van de waterschappen in een stembureau.

Waterschapsbestuur
Van oudsher zorgen waterschappen in Nederland namens de bewoners van een bepaald gebied voor de waterhuishouding. Zo zorgen zij voor het beheer van waterkeringen, de juiste waterstand en voor zuivering van afvalwater. Elk waterschap heeft een gekozen algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, beide besturen worden voorgezeten door een dijkgraaf of watergraaf. Deze animatie geeft een goed beeld van het bestuur van een waterschap.




Verkiezingen
Met de in 1995 ingevoerde Waterschapswet kregen de ingezetenen van elk waterschap voor het eerst direct stemrecht. De waterschapsverkiezingen waren de enige verkiezingen waarbij op afstand gestemd werd via de post. De verkiezingen van 2008 waren de eerste waarbij er partijen werden gekozen in plaats van kandidaten op individuele basis. In 2015 zijn de eerste waterschapsverkiezingen die worden gehouden volgens de Kieswet, onder verantwoordelijkheid van de gemeenten en gelijktijdig met die voor de Provinciale Staten.

Een kiezer stemt voor het waterschap in zijn regio. Als in één gemeente meerdere waterschappen zijn gevestigd, dan kan de kiezer alleen stemmen voor de waterschapsverkiezing in de stembureaus die binnen de grenzen van ‘zijn’ waterschap vallen. In Nijmegen is dit niet van toepassing want de gemeente behoort in zijn geheel tot Waterschap Rivierenland.

Waterschapsarchieven van Nijmegen en omgeving
De waterschappen in Nederland kennen een zeer lange geschiedenis, vanaf de vroege middeleeuwen. Hierover is uiteraard veel in archieven te vinden. Het Regionaal Archief Nijmegen beheert maar liefst 54 archieven van voormalige dorpspolders en polderdistricten, voor zover ze het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal betreffen. De archieven bij het Regionaal Archief Nijmegen beslaan de periode van 1580 tot 1982. De waterschapsarchieven vanaf 1982 worden beheerd door het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel.

Het grote aantal archieven valt te verklaren door de vele fusies. In 1850 waren er in Nederland nog 3500 bestuurseenheden voor het waterbeheer terwijl er nu nog 24 waterschappen zijn. Nijmegen lag vanaf 1596 achtereenvolgens in de polderdistricten Rijk van Nijmegen, Rijk van Nijmegen en Maas en Waal (1944), Maas en Waal (1970), Groot Maas en Waal (1982) en sinds 2002 Waterschap Rivierenland.

Het kantoor van het polderdistrict 
de Circul van de Ooij, 1880
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Aansprekender dan de zetel van het polderdistrict Groot Maas en Waal aan de Wilhelminasingel was het ambts- of geërfdenhuis van polderdistrict Circul van de Ooij tot aan 1900, onder aan de Voerweg en met prachtig uitzicht over de Waal.

woensdag 25 februari 2015

Arnhem en Nijmegen en de strijd om een gezamenlijke identiteit

Eind vorige maand promoveerde Linde Egberts, werkzaam aan de faculteit der geesteswetenschappen op de Vrije Universiteit Amsterdam, op een onderzoek naar de rol die cultureel erfgoed speelt in de vorming van regionale identiteiten. Ze onderzocht daarvoor drie regio’s van verschillende schaalniveaus, elk met een andere invalshoek. Hoe wordt Europa’s vroegmiddeleeuwse geschiedenis benut om een saamhorigheidsgevoel, een gemeenschappelijke identiteit binnen Europa vorm te geven? Hoe gebeurt datzelfde met industrieel erfgoed in het Ruhrgebied? En hoe gaat dat in de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, een vrij recent gevormde regio waarbinnen twee steden eerder elkaar tegenwerken dan samenwerken?

Egberts constateert in hoofdstuk 4 van haar proefschrift Chosen Heritage. Heritage in the Construction of Regional Identity dat het de Stadsregio Arnhem Nijmegen nogal wat moeite kost om haar grondgebied een gemeenschappelijke identiteit en een ‘gedeeld verleden’ aan te meten. Dat is niet vreemd als de verschillende partijen die het gebied promoten uiteenlopende, al dan niet historische invalshoeken kiezen. Legt de Stadsregio de nadruk op het rivierengebied, het gevarieerde landschap en de kennisindustrie, de provincie Gelderland richt haar aandacht vooral op de historische landgoederen en herbestemming en restauratie van monumenten. Het Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT KAN) zet in op de Romeinen, de middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast promoot dit bureau Arnhem, dat geen eigen citymarketingbeleid heeft, als groene en creatieve stad (denk aan de mode-industrie). Historie speelt nauwelijks een rol, terwijl Nijmegen zijn identiteit juist ontleent aan zijn rijke geschiedenis.

Arnhem: groene stad
Opmerkelijk is dat de beelden die het algemene publiek heeft van Arnhem en Nijmegen nogal afwijken van wat de steden in hun marketingcampagnes promoten. Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders bij Arnhem vooral denken aan de historische, knusse winkelstraten en aan het oorlogsverleden: nauwelijks wordt mode met de stad geassocieerd. En hoewel Nijmegen zich afficheert als oudste stad, herkent het publiek de stad niet als zodanig. De mooie omgeving en het katholieke imago beklijven meer.

Leiden uiteenlopende marketingacties dus al tot een niet-eenduidig beeld van de regio Arnhem Nijmegen, soms beconcurreren ‘de oudste’ en ‘de genoeglijkste’ elkaar direct. Tekenend was de strijd om een Nationaal Historisch Museum, waarvoor Nijmegen zich na Arnhem als kandidaat aanmeldde. Met het bevrijdings- of vrijheidsmuseum ging het min of meer hetzelfde.

Nijmegen: rijke historie
In zevenmijlslaarzen stapt Egberts door de geschiedenis van Arnhem en Nijmegen – de andere regiogemeenten noemt ze zijdelings – en zo wordt overduidelijk dat de levenslopen van beide steden in grote lijnen parallellen vertonen, maar in elke stad een hele andere uitwerking hebben gehad. Beide steden zijn gewoon heel anders, constateert ook oud-Stadsregiovoorzitter Jaap Modder. Het verschil wordt kort samengevat in de oude grap ‘een begrafenis in Nijmegen is nog altijd vrolijker dan een bruiloft in Arnhem’.

De auteur analyseert van een viertal ruimtelijke projecten in en tussen beide steden – waaronder Park Lingezegen en het Waalfront in Nijmegen – de mate waarin cultuurhistorie wordt benut om een identiteit voor het betreffende gebied te scheppen. Bij veel projecten krijgt de plaatselijke geschiedenis een grote rol toebedeeld, concludeert ze. Soms strijden zelfs op één locatie meerdere identiteiten om voorrang. Zo is voor het Waalfront, het oude Nijmeegse industriegebied aan de Waal, flink gediscussieerd over welke geschiedenis men hier vooral wilde laten zien: de Romeinse die onder de grond ligt, of de industriële die bovengronds nog aanwezig is?

Het hoofdstuk over de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, veelzeggend getiteld Battlefield of histories,  is een interessante vergelijking en analyse van (de vermarkting van) het verleden van Arnhem en Nijmegen en van de stadsregio als geheel. Het hoofdstuk krijgt vooral betekenis als onderdeel van het gehele proefschrift. Chosen Legacies is nog niet in de boekhandel en nog niet in het Nederlands verkrijgbaar, maar al wel in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen in te zien. Onze lekkere luie stoel staat er voor u klaar.

dinsdag 24 februari 2015

Mini-expositie over De Vereeniging

Reclamezuil met affiches van voorstellingen

Ruim twee weken geleden werd het al aangekondigd op deze blog, inmiddels is in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen en bij de doorgang naar de Openbare Bibliotheek een kleine expositie ingericht over 100 jaar concertgebouw De Vereeniging. Je vind er foto’s, affiches en kaartjes van voorstellingen en bijzondere stukken over de bouw. Neem gerust een kijkje. De mini-expo is te bezichtigen tot omstreeks eind april.

Als je er toch bent: in de hal bij de doorgang naar de bibliotheek is ook de foto-expositie Toen & Nu te zien.

De Kleine Zaal van De Vereeniging, 1929. Bron: Regionaal Archief Nijmegen