woensdag 22 juni 2016

Liquidatie van de sociëteit De Goede Hoop

Tijdens mijn onderzoek naar de sociëteit Dat buigt breekt niet, stuitte ik toevallig op een ander type sociëteit, in Nijmegen misschien niet heel bekend, maar wel de moeite van een blog waard.

Op 3 mei 1786 liep het kantoor van notaris (en dichter) Lambert Stoppendaal Pieterszoon (1746-1815) in Nijmegen vol met zo’n veertig mannen en vrouwen, onder meer afkomstig uit de Achterhoek en Bonn. Hun aanwezigheid was juridisch vereist om een volmacht te verlenen aan Pieter Schaep Corneliszoon en Abraham van Doesburg, beurtschippers tussen Nijmegen en Dordrecht. De schippers konden daarmee de liquidatie van de in Dordrecht opgerichte sociëteit De Goede Hoop afwikkelen.

Een week later kreeg Stoppendaal weer veel bezoek, nu vooral Nijmegenaren. Zij machtigden op hun beurt de hiervoor genoemde beurtschipper Abraham van Doesburg de penningen te ontvangen van de Dordtenaren en uit te keren aan de rechthebbenden. Helaas worden er geen bedragen genoemd. Een van de deelnemers behoorde tot de bekende Nijmeegse schippersfamilie Keer.

Beide notariële akten vormen samen een voorbeeld van een overeenkomst tussen verschillende partijen betreffende lokaal personen- en vrachtverkeer – hier over water – die vooral in notariële en rechterlijke archieven zijn te vinden. Of het opvallend grote aantal vrouwen dat deelnam aan De Goede Hoop (de namen van de deelnemers zijn in de akten vermeld) ook bij andere sociëteiten voorkomt weet ik niet, maar zulke overeenkomsten roepen ook vragen op over de voorwaarden voor deelneming, de inleg en het rendement.

Een snelle blik in de betreffende literatuur leert dat er wel lokale onderzoeken naar beurtschippers zijn verricht, maar bovenlokale of zelfs landelijke publicaties over dergelijke sociëteiten zijn er nauwelijks. Veel archiefmateriaal, weinig publicaties, een interessant onderzoeksobject lijkt me – voor een ander.

Nu we het toch over Stoppendaal hebben, Peter Altena publiceerde in 1998 een mooie biografische schets over deze notaris-dichter in het Biografisch Woordenboek Gelderland.

Serendipitair vond ik wat aanvullende gegevens, namelijk dat de notaris-dichter in maart 1798 de anti-stadhouderverklaring ondertekende. Eerder, in 1792, was hij van zijn vrouw Maria Clara Siraut Destouche gescheiden ‘door verschillendheid van humeuren’, die regelmatig tot conflicten tussen de echtelieden leidden. Ja, dan kun je misschien beter uit elkaar gaan.

Pieter van Wissing

Bron: Regionaal Archief Nijmegen, archief notaris Lambert Stoppendaal, inv.nr 5, akten 18-19 (sociëteit); idem, Stadsbestuur Nijmegen 1196-1810, inv.74 (8 februari 1792, echtscheiding) en 4039 (verklaring van 27 maart 1798).

donderdag 26 mei 2016

Een 14e eeuwse Moor in het papier


Afb. 1
Zoekend naar middeleeuwse boeken en bindingen in het archief van het Stadsbestuur Nijmegen, stuitte ik op de ‘rekeningen der stad Nijmegen’. De oudste rekening, 2 katernen met een omslagje eromheen,  is gedateerd op 1382 en is geschreven op papier, een schrijfmateriaal wat je in die tijd nog niet veel tegen komt. Bij mij kwam dan ook even de twijfel op, of dit exemplaar daadwerkelijk in 1382 is geschreven, of dat het hier om een kopie gaat uit de 15e eeuw. 

In het papier van de stadsrekening met inventarisnummer 685 valt direct het watermerk op. Het is een prachtig zijaanzicht van het hoofd van een Moor (afbeelding 2). Een watermerk is een afbeelding ìn (en niet òp) het papier. Dit wordt gemaakt door op de zeef waarmee het papier wordt geschept, een afbeelding van ijzerdraad vast te maken (afbeelding 3). Doordat de afbeelding òp de zeef ligt, wordt het papier op deze plek iets dunner. Als het licht door het papier schijnt, zie je daardoor de afbeelding.

Afb. 2
In papier uit de late middeleeuwen vind je altijd een watermerk; het was de manier waarop de verschillende papiermolens hun ‘stempel’ zette op het papier dat ze maakten. Elke papiermolen had zijn eigen afbeelding. Wanneer een afbeelding werd gemaakt, bijvoorbeeld een ossenkop met een kruis erboven, ging deze een bepaalde tijd mee. Na één of twee jaar was de afbeelding dusdanig verbogen en gedeeltelijk afgebroken, dat hij vervangen moest worden. Deze nieuwe ossenkop met kruis zag er iets anders uit dan zijn voorganger; de horens waren langer, de ogen kleiner, de dwarsbalk van het kruis iets hoger, enzovoort.

Afb.3
De variaties in de watermerken kunnen helpen bij het dateren van een boek. Het papier dat gedurende 1 jaar werd gemaakt, heeft een identiek watermerk. Dit papier werd direct verkocht aan tussenhandelaren, die het weer verkochten aan schrijvers en boekbinders. Zij gebruikten het zo snel mogelijk. Je mag aannemen dat een nieuw vel papier binnen 2 jaar in een boek was gebruikt. Wanneer nu in 4 boeken één en dezelfde ossenkop wordt aangetroffen, en 2 boeken daarvan zijn gedateerd op respectievelijk 1432 en 1438, mag je ervan uit gaan dat de 2 ongedateerde boeken uit de periode 1430 tot 1440 komen.

De afgelopen 15 jaar is er enorm veel onderzoek gedaan naar watermerken, hetgeen heeft geresulteerd in diverse watermerkdatabases op internet. Hier kun je zoeken naar watermerken en de vindplaatsen ervan. Ik heb tijdens mijn studie Middeleeuwse Letterkunde zelf meegewerkt aan zo’n onderzoek, en weet dus gelukkig goed de weg in zulke databases. Ik ga mijn Moor eens proberen terug te vinden.


Afb. 4
Op de site van Bernstein, een overkoepelende website voor papieronderzoek, vind ik tussen de vele databases er enkele die al papier hebben uit de 13e eeuw. Ik kies voor de Oostenrijkse Academie voor Wetenschappen, waarvan ik weet dat zij een heel prettig zoeksysteem hebben. Aan de hand van afbeeldingen moet je telkens weer keuzes maken waardoor je zoekgebied steeds kleiner wordt. Voor mijn Moor wordt de uiteindelijke zoekopdracht: Figuren, anthropomorphe / Kopf / Mohr / frei, mit Kopfbedeckung / Stirnband / ohne Beizeichen / mit Augen / Linie Hinterkopf sichtbar / Stirnbandende zweiteilig. Ik krijg een pop up scherm met 16 afbeeldingen. Allemaal Moren van opzij met een hoofddoek (afbeelding 4). En ja, die van mij staat ertussen! Het blijkt een watermerk uit een handschrift uit 1380-1385, waarschijnlijk geschreven in het Augustiner Chorherrenstift in Klosterneuburg, Oostenrijk (afbeelding 5). (Kijk voor meer info over dit boek op deze website)

Afb. 5
De datering kan niet beter aansluiten: mijn watermerk uit 1382, en dit andere watermerk uit 1380-85. Conclusie: de stadsrekening is daadwerkelijk een origineel uit het erin aangegeven jaar, en geen latere kopie. Toch maar mooi spul, die watermerken!

Astrid Enderman | vrijwilliger Regionaal Archief Nijmegen

maandag 23 mei 2016

Scans en indexen bevolkingsregisters 1850 - 1890 online

Sinds kort is de Digitale Studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen uitgebreid met een enorme hoeveelheid gegevens en scans. Het gaat om alle personen uit de Nijmeegse bevolkingsregisters over de periode 1850-1890. In totaal zijn er 31273 records (en scans) toegevoegd aan de Digitale Studiezaal met daaraan gekoppeld 278909 namen van personen. Een forse uitbreiding van onze database!
Inschrijving Van 't Lindenhout in het
bevolkingsregister van wijk D, deel 10

Beginnend in 1850 werd elke tien jaar opnieuw een reeks registers aangelegd waarin alle inwoners van de stad werden geregistreerd. Van de inwoners werden onder andere de namen genoteerd, de gezinsrelaties, de adressen, de kerkelijke gezindtes en de beroepen. Vanwege de rijkdom van gegevens vormen de bevolkingsregisters al sinds jaar en dag een populaire historische bron voor genealogen en historici. Tot nu toe waren zij altijd aangewezen op het gebruik van microfiches op de studiezaal van het RAN; vanaf heden kan men eenvoudig via internet de registers doorzoeken én raadplegen.

Er kan nu door de registers gezocht worden via 'uitgebreid zoeken' op personen, door de bron-soort 'Bevolking' aan te vinken en eventueel een zoekterm in te vullen. In de zoekresultaten vindt u de scans met daaraan gekoppeld de inschrijvingsgegevens. Sowieso kan er gezocht worden op naam. In de registers kan men bijv. namen aantreffen als Johannes van 't Lindenhout, de directeur van de bekende weesinrichting (op deze scan), Johan van Hasselt, een ingenieur die werkte aan de spoorlijn Tilburg-Nijmegen (op deze scan) of F.J. Hallo, de gashandelaar uit de vorige blog (op deze scan).

De gegevens zijn in 2014 - aan de hand van de scans - door deelnemers van het platform VeleHanden dubbel ingevoerd en gecontroleerd. Ter afsluiting van dit project is destijds een blogbericht geschreven. Ook nu is het nog mogelijk om het RAN te helpen bij het indexeren van de oudste bevolkingsregisters (periode 1820-1850)! Hierover hebben we ook eerder geschreven in een blogbericht. Het indexeren vindt eveneens plaats op de website van VeleHanden; klik hier voor de specifieke projectpagina.

donderdag 19 mei 2016

Een merkwaardig boek over een merkwaardige meneer

Bij veel oudere Nijmegenaren komen de tongen los zodra de naam ‘Hallo’ valt. Aan de zusters van Hallo in het kasteel van Hallo aan de Lindenberg hebben velen – vooral (vroegere) bewoners van de benedenstad – herinneringen. Wie Hallo was is bij veel minder mensen bekend. Pop-up boekontwerper Kees Moerbeek dook in de geschiedenis van het kasteel en haalde de bouwheer ervan uit zijn betrekkelijke anonimiteit. Hij schreef en verzorgde het bijzondere boek Die merkwaardige F.J. Hallo, dat in zeer beperkte oplage wordt uitgebracht. Een exemplaar is in het bezit van en in te zien in het Regionaal Archief Nijmegen.

Franciscus Johannes (‘Frans’) Hallo (1808-1879) is de naamgever van het protserige neogotische ‘kasteel’ dat hij zelf in 1858-1859 liet bouwen op de Lindenberg, naar eigen zeggen op een plek met een van de mooiste uitzichten die hij kende. Hij noemde het verblijf ‘Bat-Ouwe-Zate’. Hoe kwam deze geboren Amsterdammer aan zo veel geld voor de bouw van een kasteel?

Gas en erfenissen
In de Nijmeegse literatuur wordt Hallo steevast een gasmagnaat genoemd die zijn geld zou hebben verdienend met de verkoop van Hallo-gas. In werkelijkheid liep Hallo’s gashandel helemaal niet goed en ging deze al in 1847 op de fles. Nee, een veel lucratievere business was het opkopen van vermeende rechten op erfenissen. Hiermee verdiende Hallo de kapitalen die het hem mogelijk maakten zijn stadskasteel met 85 kamers, vele uitkijktorens, een oranjerie en een klokkentoren van negen verdiepingen te bouwen.

Het gezin Hallo in de tuin van hun kasteel.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen
Half jaar
Na amper een half jaar Bat-Ouwe-Zate met zijn gezin te hebben bewoond vertrok Hallo alweer uit Nijmegen. Hij zou het kasteel pas in 1871 verkopen. Na als pensionaat en klooster van de Zusters Auxiliatricen van de Zielen van het Vagevuur te hebben gediend werd het kasteel in 1954 afgebroken.

Plaatjesboek
In zijn boek beschrijft Kees Moerbeek vooral de periode die Hallo in Nijmegen doorbracht met de bouw en bewoning van zijn kasteel, maar gaat hij ook in op Hallo’s stormachtige leven daarvoor en daarna. Het verhaal wordt ondersteund door tientallen afgebeelde krantenartikelen en afbeeldingen die als losse verzamelplaatjes in een plaatjesboek lijken te zijn geplakt. Wat het boek nog bijzonderder maakt: het bevat zeer gedetailleerde aanzichten en vogelvluchttekeningen in kleur van het kasteel van Hallo. Kees Moerbeek maakte die aan de hand van bronnen uit ons archief, waaronder oude foto’s uit de beeldbank.

dinsdag 17 mei 2016

De verbanning van een vrijdenkende Velpenaar

Arnhem, 10 maart 1794. In een zaaltje houdt de Velpse dominee Johannes Stolk een lezing voor het natuur- en letterkundig genootschap Prodesse Conamur. Vol van de verlichte ideeën die na de Franse Revolutie Nederland binnen sijpelen, pleit hij ervoor om naast de elite ook de gewone man toegang te geven tot onderwijs. Enkele dagen later wordt hij achtereenvolgens door de stad Arnhem en door de Gelderse Staten verbannen uit hun rechtsgebieden. Oud-collega en vrijwilliger bij het Regionaal Archief Nijmegen Pieter van Wissing schreef er een boekje over.

De centrale vraag in Een verlichter in de ban: de controversiële lezing van Johannes Stolk in 1794  is waarom Stolk werd verbannen. Was de tijd in 1794 nog niet rijp voor het uiten van zulke gedachten? In het boek gaat de auteur in op de achtergronden van Johannes Stolk en van het onderwerp van diens lezing en diept hij uit hoe Stolks verdere leven er na zijn verbanning uit zag.

Na enige omzwervingen keert Stolk in 1795 terug naar Gelderland. Nu de Nederlanden door Franse troepen zijn bezet, staan Stolks verlichte medestanders er aan het roer en is zijn verbanning opgeheven. Stolk predikt in Rheden, Vierlingsbeek, Niftrik en Balgoij en verhuist in 1816 naar Nijmegen. In 1818 wordt hij naar zijn laatste standplaats beroepen: hij gaat prediken in Neerbosch, Hees, Hatert en Weurt. Stolk overlijdt op 7 juni 1834, 72 jaar oud, in zijn woonplaats Nijmegen.

Een verlichter in de ban is in te zien in de studiezaal van het archief.